De eeuw van Sonja Prins

Gedreven dichteres in schamele hut

Sonja Prins was wat niet goed samengaat: dichter en communist. Lidy Nicolasen tekende het levensverhaal op van een vrouw die moest schipperen met haar talenten in een wrede tijd.

Het laatste kwart van haar leven woonde ze in een knibbel-knabbel-knuisjehuisje in de bossen bij Baarle-Nassau. In die bouwval, tussen stapels boeken en papieren werkte ze keihard aan haar dichterlijke oeuvre en aan een groots werk over haar voorouders. Sonja Prins, tot 15 januari 2009 Nederlands oudste dichter, werd 96 jaar. Ze dichtte al als kind en bleef dichten tot een paar jaar voor haar dood, toen ze vrijwel doof en blind was. Ze publiceerde haar werk bij haar eigen uitgeverij SoMa.

Op foto's ziet ze eruit als een tanig heksje. Lang grijs haar, samengeraapte kleren en een enorme uilenbril. Het heeft iets tragisch: een allang vergeten dichteres zit als een bezetene te dichten in een boshut, en geeft haar werk, bij gebrek aan een echte uitgever, zelf uit. Toch moet je na lezing van De eeuw van Sonja Prins concluderen dat deze jaren voor de dichteres de gelukkigste waren. Niks tragisch. De oorlog, de armoede, het moederschap, het verlies van de kameraden, de hoon, de haat - het was allemaal voorbij. In 1970 werd haar een oorlogspensioen toegekend en kon ze de boshut kopen. Daar kon ze zich, eindelijk vrij, voluit wijden aan de literatuur.

Er was zelfs een kleine Sonja Prins-revival. Gerrit Komrij nam in 2004 in de herziene editie van De Nederlandse poëzie drie gedichten van haar op. In 2006 verscheen er bij De Papieren Tijger een bloemlezing van haar werk; ze werd uitgenodigd als eregast op het Utrechts Literatuur Festival. In datzelfde jaar portretteerde Volkskrant-journaliste Lidy Nicolasen haar in een groot interview. Zij raakte geïntrigeerd door het levensverhaal van deze dichteres en bezocht haar vaker. Ze voerden lange gesprekken, ieder met een telefoon aan het oor, want alleen door haar versterkte telefoon kon Prins iets verstaan. Deze gesprekken vormen de basis van de biografie die Nicolasen schreef.

Helaas heeft Prins de verschijning niet meer meegemaakt, evenmin als de presentatie van het eerste deel van haar verzameld werk, dat in vijf delen bij De Papieren Tijger zal verschijnen Ze had het prachtig gevonden, allebei. Zo werd het boek over haar familie - dat, lezen we, verzandde door een te grote hoeveelheid materiaal - toch deels gerealiseerd.

Rond 1930 maakte Sonja Prins een veelbelovende entrée in de literatuur. Als 17-jarige begon ze een avantgardistisch tijdschrift, Front. Zij wist grootheden als John Dos Passos en Ezra Pound voor het blad te strikken. Victor van Vriesland zag haar grote talent. Ze debuteerde in 1933 als Wanda Koopman met Proeve in strategie, met een bewonderend voorwoord van niemand minder dan Hendrik Marsman. Eerder had ze Marsman, die op een avond voor haar stond met Van Vriesland, de deur gewezen: het was laat, ze wilde slapen.

Haar blik was vooral gericht op het buitenland. Als kind had ze met haar ouders en broertje over de wereld gezworven. Haar vader, Api Prins, schreef ook, als hij zin had tenminste. Hij was journalist en vertaler, maar vooral een flierefluiter, ook wel 'de laatste bohémien van Nederland'. Haar moeder wordt beschreven als een krachtige vrouw, juriste, feministe en onderwijsvernieuwer, die in haar eentje, na het vertrek van haar echtgenoot, haar gezin onderhield. "Ze zijn goddam mijn kinderen niet', schreef Api aan zijn ex, '(...) ik heb schijt aan ze.' Het zou nooit goedkomen tussen vader en dochter. Ook Prins kreeg drie kinderen die ze alleen, met hulp van haar moeder, grootbracht. Nicolasen laat zien dat vrijgevochtenheid vooral inhield dat verwekkers de benen namen en vrouwen overal voor opdraaiden.

De idealistische Sonja wordt actief in de CPN. Tijdens de oorlog maakt ze het verzetskrantje Vonk. Ze wordt opgepakt en drie helse jaren lang opgesloten in het kamp Ravensbrück. In een schrijnende passage vertelt Nicolasen hoe het gedroom

de weerzien met haar moeder en kinderen na de bevrijding op een grote teleurstelling uitloopt. Niemand verwelkomt haar aan de grens, de kinderen zijn van haar vervreemd en ze mist de vanzelfsprekende solidariteit van het kamp.

Na de oorlog zouden de Vijftigers Kouwenaar, Elburg en Lucebert Prins hun voorloper noemen, maar ze vond geen uitgever meer. Toen in 1956 de wandaden van Stalin bekend werden, twijfelde ze aan de haalbaarheid van communistische idealen. En toen Russische tanks Hongarije binnenrolden, Nederland de Hongaarse vluchtelingen verwelkomde en een hysterische meute zich stortte op het gebouw Felix Meritis in Amsterdam, waar de CPN samenkwam en waar Prins werkte, keerde ze zich af van de partij.

Dit was de tragiek van Sonja Prins, die door haar biografe haarscherp wordt uitgelicht: dichter en communist, dat gaat niet samen. Dichten was 'bourgeois' volgens de kameraden. In literaire kring was het communisme na '56 verdacht; het werd geassocieerd met Tendenzliteratur en denkpolitie. Prins schreef geen 'linkse' gedichten, ze wilde de taal van iedereen spreken. Haar overtuiging dat niet zij haar gedichten bedenkt, maar dat deze op mysterieuze wijze 'binnenkomen', laat zich moeilijk rijmen met een historisch- materialistische levensbeschouwing.

Lidy Nicolasen schreef deze biografie als een doorlopend verhaal, zonder noten of bronvermelding, tenzij bij citaten uit schriftelijke bronnen. Zij oordeelt zelden expliciet over haar personage, maar schrijft wel dat Prins 'een egocentrisch karakter' heeft. Wie vindt dat: de biografe, Prins zelf, derden? Wat vertelde Prins bewust niet, wat maakte ze mooier? Soms ben je benieuwd naar het oordeel van anderen, zoals dat van haar zonen. De relatie met hen raakte, nadat Prins' dochter zelfmoord had gepleegd, bekoeld. Waarom?

Het voordeel van de keuze voor een verhaal met weinig elkaar tegensprekende stemmen, is dat het boek zeer prettig leest. De eeuw van Sonja Prins is een hartverscheurend verhaal, over een vrouw die met haar talenten moest schipperen in een chaotische, wrede tijd.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.