InterviewMilouska Meulens

De eetbiografie van Milouska Meulens: ‘Nooit meer kip’

Beeld Renate Beense

Wat zeggen eetgewoonten over wie je bent? We bespreken het in een reeks interviews. Presentator en veganist Milouska Meulens: ‘Ik zag vlees opeens als dood dier.’ 

Het plukken en panklaar maken van een kip is in de regel geen klusje waarvoor je te rade gaat bij een veganist, maar Milouska Meulens (46) kan precies uitleggen hoe het moet. Je dompelt de zelf geslachte kip even onder in warm water waarna de veren makkelijk loslaten. Daarna verwijder je voorzichtig de ingewanden. ‘In het binnenste van de kip zit een strengetje dooiers-in-ontwikkeling, van klein naar groot, met een fijn vliesje eromheen. Ze liggen klaar in de kip om als eieren naar buiten te komen, prachtig om te zien. Het is een precisiewerkje om ze heel uit de kip te krijgen. Is dat gelukt, dan leg je ze voorzichtig in heet water, niet kokend, waarna je gestolde dooiertjes hebt zonder eiwit – erg lekker.’

Zelfs verstokte vleeseters kun je de stuipen op het lijf jagen met het idee alleen al, maar voor journalist en presentator Meulens, opgegroeid op Curaçao, was het slachten van pluimvee zoiets als leren fietsen voor een kind in Nederland. Je krijgt het mee in je jeugd en je verleert het nooit. ‘We kwamen op Curaçao bijna niet in de supermarkt: te duur. 

‘Eten maken was veel werk, we hielpen als kinderen mee. Neem rijst: wassen tot het water helder is, steentjes en lelijke korrels eruit halen – kost je zo een half uur. Als ik zie dat mensen rijst uit een pak zo in een pan water strooien, denk ik nog weleens: hé, je slaat een heleboel stappen over.

Beeld Renate Beense

Overvloed en armoede waren begrippen die pas betekenis kregen door het contrast tussen ‘hier’ en ‘daar’. Nadat ze als 10-jarige met de familie was verhuisd naar Zwolle merkte Milouska tot haar verbazing dat klasgenoten nooit een restje vis of karnisá, Antilliaans zoutvlees, meekregen op brood. ‘In Nederland had je luxeproducten zoals chocoladepasta, ook lekker, maar duur en ongezond. Op Curaçao maakte mijn moeder broodbeleg van kliekjes warm eten, vonden we ook lekker. Alle kinderen uit mijn buurt hadden bakpapier om hun boterhammen zodat de jus er niet uitdroop.’

Wat ze meebracht van de Antillen was een sterke band met de natuur – ze presenteerde een aantal seizoenen het tv-programma Vroege Vogels – en een diep geworteld besef dat voedsel geen vanzelfsprekendheid is waarvoor je na het werk even een sprintje trekt naar de supermarkt. ‘Op Curaçao ging mijn vader ’s ochtends voor z’n werk vissen. En soms kwam hij thuis met een leguaan, een wilde geit of karkó, een eetbare schelp.’ Uit culinaire heimwee treinde hij vanuit Zwolle soms naar Amsterdam voor zoutvlees of bakbananen.

Beeld Renate Beense

Haar studietijd in Utrecht begon met studentenhuisvoer als Aardappel Anders en macaronisaus uit pakjes, eten dat haar zo tegenstond dat ze haar huisgenoten de keuken uitstuurde om voortaan zelf te koken voor de hele bups. ‘Ik was van huis uit gewend om meer te koken dan nodig, zodat er altijd iemand kan aanschuiven. Mijn huisgenoten haalden dan weer bier voor feestjes, zo was het werk mooi verdeeld.’

Aan de verbanning van alle dierlijke producten uit haar eetpatroon lagen geen ingewikkelde afwegingen ten grondslag. ‘Het gebeurde in een split second. Toen ik zwanger was van mijn oudste, Yara, at ik voornamelijk haring en ijs. Ik lustte nauwelijks nog iets. Sinaasappel te zuur, bananen te zoet. Vlees, blèèh. Maar die weerzin verdween na de geboorte, ik begon weer vlees te eten. De dag dat Yara voor het eerst gewoon met ons zou mee-eten  – ze was 1 – ging ik naar de biologische slager om worstjes te kopen. Toen ik ze thuis wilde klaarmaken, dacht ik ineens: gadver! Ze heeft een jaar moedermelk en groenten gehad, puur eten, en nu zou ik haar een stuk dood dier geven? Ik zag vlees opeens als dood dier. En als ik het haar niet wilde geven, waarom zou ik het zelf nog eten?’

Beeld Renate Beense

Het moet een oerkracht zijn geweest, meent ze. ‘Het plotselinge besef dat je onderdeel bent van iets groters, van de natuur, de aarde inclusief de dieren – een systeem dat heel ingenieus in elkaar zit. Het kwam samen in dat ene moment.’ 

Ze bleef nog een tijdje vis eten, ‘vooral haring’, totdat ze ook vis bijzette in de categorie ‘dood beest’. ‘We zijn op een onverantwoorde manier de oceanen aan het leegvissen.’ Zo werd het een sneeuwbaleffect totdat ze geen enkel dierlijk product meer at. Op een beetje honing na. 

In een omgeving waarin een zelf geplukte en gebraden kip het summum van familiegeluk vertegenwoordigt, was haar keuze een cultuurbreuk. De vleesloze versie van de traditionele Curaçaose jambo, een gevulde soep met okra’s, zoutvlees en varkensstaart, was in de ogen van haar vader niet meer dan een bordje snot. Vader keerde terug naar Curaçao uit heimwee. ‘Toen ik net veganist was, deed hij erg zijn best om veganistisch te koken, maar hij had wel een leguaan voor me gevangen. Dat is nauwelijks vlees te noemen, vond hij.’

Ook na 36 jaar in Nederland, zit er nog altijd veel Curaçao in haar culinaire routine, en niet alléén omdat er thuis dagelijks veel en smakelijk wordt gepraat over eten. ‘We gooien niks weg. Kliekjes verwerk ik in soepen en sauzen.’ De drie kinderen, van 13 en 10 jaar, bepalen zelf hoeveel ze willen, maar wat op het bord komt moet op. Haar dochter Yara, haar (tweede) man, Jeugdjournaal-presentator Joris Marseille en diens zoon Max zijn vegetariër (geen veganist). 

Beeld Renate Beense

‘Mijn zoon Ylias vindt vlees eten zielig voor dieren, maar hij vindt het te lekker om te laten staan als het onder zijn neus komt. We waren eens op een feest waar een varken aan het spit werd geroosterd. Vond ie geweldig. Maar hij lustte het niet, het was hem te weeïg en te vet. Maar ja, wat je opschept opeten hè – de huisregel. Sindsdien eet hij soms vlees, maar veel bewuster. Sommigen vinden het schandalig dat ik de kinderen thuis geen vlees of vis geef, ik vind het schandalig dat mensen niet nadenken over wat ze hun kinderen allemaal te eten geven.’

Niet-veganistische uitzondering: ‘Wijn. Het is ondoenlijk elke keer na te gaan of die veganistisch is. (Wijn wordt soms geklaard met eiwit, red.) Ik heb een tijdje gesjoemeld met bastognekoeken, totdat een collega me er nadrukkelijk op wees dat er ei in zit. Eigenlijk wist ik dat wel.’

Lekkere trek: ‘Havermelk met cruesli. We hebben niet vaak iets te snoepen in huis.’

Favoriet kookboek: ‘Een boekje dat ik op mijn 16de kreeg van een vriendin die het zelf in elkaar had geknipt en geplakt.’

Mist weleens: ‘Een gekookt eitje. Dat ritueel ook, de eierwekker zetten, en dan dat ei uitlepelen.’

Kookgewoonte: ‘Ik gebruik nooit een snijplank, maar snijd alles uit de losse pols. Heb ik wel wat littekens aan overgehouden.’

De Curaçaose soep van Milouska Meulens, recept hieronder. Beeld Renate Beense

Milouska’s Curaçaose soep

Ingrediënten voor 6 personen
2 uien (zoet, geel, rood: net wat je smaak is)

3 teentjes knoflook

1 winterpeen of 2 wortels in plakjes

1 prei

1 paprika (laat kleur afhangen van wat je al in huis hebt of van de smaak/kleur die je wil laten overheersen in de soep. Groen geeft klein bittertje, rood meer zoet, geel iets frisser)

1 rode middelgrote zoete aardappel

1 oranje middelgrote zoete aardappel

4 gewone vastkokende aardappels

1 groene bakbanaan (niet zoet)

1 gele bakbanaan (zoet)

1 verse of voorgekookte maïskolf

3 dunne stengels (de binnenste stengels) bleekselderij met de blaadjes er nog aan.

1 klein bakje snoeptomaatjes

Bosje platte en bosje krulpeterselie

Als je nog wat lente-ui hebt liggen: lekker, maar kan zonder

3 liter bouillon (zoals je die zelf lekker vindt)

Plantaardige olie

Halve citroen of hele limoen

Bereiding
Snijd de groenten klein in een formaatje zoals je dat graag hebt, behalve de aardappels, bananen en maïs. Bedek de bodem van een soeppan met olie. Laat die warm worden en fruit de uitjes erin, knoflook erbij, en vervolgens in porties de andere groenten behalve de tomaatjes, aardappel, banaan en maïskolf. Voeg steeds wat meer groenten toe en bak ze even door voor je een nieuwe portie toevoegt. Kruiden fijnsnijden en meebakken. De bereide bouillon erbij doen. Snij de bananen, aardappels en maïs in grove stukken (zes ongeveer) en voeg ze toe, net als de tomaatjes. Pers de halve citroen of limoen uit met je hand boven de pan om de pitjes op te vangen. Laat zachtjes pruttelen met het deksel op de pan tot de aardappels gaar zijn.

Serveren met funchi of rijst als avondmaaltijd of zonder, voor de lunch. Bij het opscheppen moet je zo mikken dat iedereen een stuk banaan, zoete/gewone aardappel en maïs op z’n bord heeft.

Bon probecho!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden