Column Sylvia Witteman

De eerste strip in het Donald Duck-vakantieboek gaat goddank gewoon over Donald

Het Donald Duck-vakantieboek bestaat nog steeds, zag ik tot mijn verbazing. Herinneringen aan vroeger kwamen landerig bovendrijven. Samen met mijn broertje en zusje op de achterbank van mijn vaders lelijke eend naar de Dordogne, met dat de dag tevoren aangeschafte vakantieboek op schoot. 

Bij Nieuwegein kenden we het al uit ons hoofd, en maakten ruzie over wie de puzzels mocht invullen, terwijl mijn ouders, voorin, onafgebroken zaten te roken.

Het omslag van dit vakantieboek anno 2019 had evengoed uit 1973 kunnen zijn: men bevindt zich op het strand, Oom Dagobert draagt een compleet zwempak met pijpjes, Donald Duck heeft een blauw gestreept hemdje aan en verder gewoontegetrouw een blote kont, er stoeien drie zeeleeuwen met een bal (een van de drie heeft wimpers, dus dat moet een vrouwtje zijn): ‘144 pagina’s zonnige verhalen, strips, puzzels en spelletjes’, meldt de ondertitel.

Ja, en dan maar hopen dat je niet alleen maar Hiawatha of Knabbel en Babbel krijgt, want die vond ik altijd zo vervelend dat ik er pas bij Breukelen aan begon. Het bleek mee te vallen. De eerste strip, ‘Avontureneiland’, gaat goddank gewoon over Donald en zijn neefjes, het eiland heet Maku-Wahi, zoals dat hoort, en er zit een bijrol in voor twee eilandkindertjes, ook eendjes, met glanzend zwarte kapseltjes. Allerlei dreigend onheil wordt uiteraard afgewend door Kwik, Kwek en Kwak.

Er volgt een bizar verhaal over Wolfje die een pratende boom uit de nood helpt en als beloning een ‘magische pruim’ krijgt die negen wensen kan vervullen. Waarom zijn dat er negen en geen tien? We krijgen geen opheldering, maar uiteraard worden Knir, Knar en Knor weer bijna opgegeten door de grote boze wolf, en weet Wolfje dat nog maar nét te verijdelen.

Dan volgt er een reeksje onvoorstelbaar flauwe strips over oma Duck en Gijs Gans die op vakantie zijn in Italië,  waar Gijs geen belangstelling heeft voor de ‘romantische kanalen en eeuwenoude kerken’ en alleen maar aan eten denkt.

Oom Dagobert koopt een tent, niet om op reis te gaan, maar om te kamperen in zijn geldpakhuis (‘er gaat niets boven kamperen in eigen geld’) en hoera, daar is de eerste puzzel: een woordzoeker, waarin ik op het eerste gezicht meteen al ‘doedelzak’, ‘kaftan’ en ‘Apfelstrudel’ zie opdoemen.

Vervolgens is het even schrikken van een strip waarin een soort mini-Donald de hoofdrol speelt van wie ik nog nooit had gehoord: Donnie Duck. Waar hebben ze die vandaan gehaald? Is hij een zoontje van Donald? Maar waarom woont hij dan bij Oma Duck? Het is sowieso een slecht verhaal, waarin Donnies huiswerk wordt opgegeten door een geit; veel suffer kan het niet, of het moest de volgende puzzel zijn: torens van zandkastelen tellen, ‘snel, voordat de vloedgolf alles verwoest’. Next!

Kwik, Kwek en Kwak doen een wedstrijdje hutten bouwen met de zusjes Lizzy, Juultje en Babetje (die eruitzien als een soort Spice Girls); in mijn tijd waren dat nufjes op hoge hakjes, maar nu lopen ze gewoon op hun blote eendenvoeten en beweren glashard dat ‘meisjes veel beter in hutten bouwen zijn dan jongens’, jaja, tot er slechteriken komen die hun hut laten opeten door termieten, maar eerlijk is eerlijk, die steken ook de hut van de neefjes in de fik.

Kijk, daar heb je de zware jongens, en ja, ze zijn op jacht naar Oom Dagoberts geluksdubbeltje, maar driedubbele WTF nog aan toe: die Zware Jongens hebben opeens een zus! En dit ‘Zware Zusje’ heeft drie zoontjes, ‘de Zware Jochies’, compleet met petjes, zwarte brilletjes en een nummer op hun truitjes!

Dit gaat te ver. Ik kán niet meer. Ik ben dringend aan vakantie toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden