De eerste fotografe die op het slagveld stierf

Bij haar vroege dood in 1937 werd de Duitse fotografe Gerda Taro door de Franse communisten uitgeroepen tot antifascistisch martelaar....

Arno Haijtema

Er schuilt, blijkt nu, onrecht in de vergetelheid die Taro ten deel viel. Foto’s van haar hand werden jarenlang toegeschreven aan Capa, met wie ze veelvuldig samenwerkte.

Ze stierf toen ze pas drie jaar fotografeerde, nadat ze in juli 1937 bij Madrid gewond was geraakt bij een aanrijding met een tank. Pas nu, ruim zeventig jaar later, krijgt ze een retrospectief in the Barbican Art Gallery in Londen.

Taro, in 1910 geboren als Gerta Pohorylle in Stuttgart, week in 1933 uit voor de nazi’s naar Parijs, waar zij in contact kwam met gevluchte Duitse kunstenaars en intellectuelen. Daar leerde ze de Hongaarse Jood André Friedmann kennen. In 1935 kregen ze een relatie en leerde Gerta van André de beginselen van de fotografie. Om hun carrière een handje te helpen, ruilden beiden hun naam in voor eentje met Hollywood-allure: Gerda Taro (geïnspireerd door Greta Garbo) en Robert Capa, vagelijk gemodelleerd naar de naam van regisseur Frank Capra.

Samen trokken zij naar de Spaanse burgeroorlog, solidair met de Republikeinen, begaan met de burgerbevolking die leed onder de bombardementen. Kranten en tijdschriften publiceerden hun reportages, maar lang niet altijd met naamsvermelding. Dat was destijds een normale gang van zaken. Zelf gaven de fotografen klaarblijkelijk ook niet zo veel om de credits. Capa stempelde soms zijn vriendins naam achterop de afdruk van zijn eigen foto, of hun beider credit, Capa & Taro, als het werk alleen van hem was.

Na jarenlange bestudering en vergelijking van het werk van Capa en Taro, en de vondst in Mexico van een koffer met foto’s en negatieven van beiden in 2005, is nu veel meer duidelijk over wie de auteur is van welke foto. Daarbij hielp de wetenschap dat Taro in de regel fotografeerde met een Rolleiflex, met vierkante negatieven als resultaat, Capa met de Leica op kleinbeeldfilm.

Wellicht komt het door haar gebruik van de Rolleiflex, die meer instellingen vergt dan de snelle Leica, dat Taro’s foto’s statischer zijn dan die van Capa. Diens foto’s van de burgeroorlog zijn filmisch en nerveus. Taro’s werk lijkt kalmer tot stand te zijn gekomen, hoewel ze bij het verslaan van veldslagen moedig was op het roekeloze af.

Opvallend is hoe snel Taro zich in die twee oorlogsjaren heeft ontwikkeld. Ze zwierf door de steden en over het platteland, maakte idyllische foto’s van ezels en boeren, muzikanten en stedelingen. Al gauw dringen de oorlogsbeelden zich op; eerst nog mooi gecomponeerde foto’s, met diagonale lijnen en uit laag perspectief, van vrouwelijke militia op het strand bij Barcelona en soldaten die een dagje ontspannen in de stad.

Dan overheersen al snel de rauwe beelden van de strijd, en de gruwelijke gevolgen. Taro rende mee met de soldaten in hun vuurgevecht.

Ze fotografeerde de gewonden in de veldhospitalen, vluchtelingen en weeskinderen, doden in het mortuarium in Valencia. Haar laatste foto is die van een brandende vrachtwagen bij de slag om Brunete, waar ze de dood zou vinden.

Het zou oneerlijk zijn Taro’s kleine oeuvre te vergelijken met dat immense van Capa, wiens geluk pas in 1954 ‘op’ was, toen hij op een mijn stapte in Vietnam. Getalenteerd, vitaal, gedurfd en gedreven; dat zijn de termen die op Taro en haar werk van toepassing zijn. Ze is vooral een belofte gebleven, groots genoeg om dit retrospectief te rechtvaardigen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden