De eerste en laatste kampioen dichten

Pindaros was een brooddichter, maar een bevlogene. In zijn oden bezingt hij lyrisch de prestaties van atleten, die model staan voor de voortreffelijkheid van Griekenland....

OMDAT ALLEEN vergelijkingen mogelijk zijn: een waaier is een mogelijke voor de oden van de Griekse dichter Pindaros (518-438 voor Christus). Het gaat in deze verzen om een voortdurend uitspreiden en weer invouwen, pralend en meer ingehouden, meeslepend, visionair, didactisch ook. 'Waaiers van vuur en van zij', die metafoor voor de opgaande zon - dat moet er wel bij. Zijn oden zijn zegezangen: ze bezingen de overwinning van een atleet - worstelaar, wagenmenner, vuistvechter - op een van de vier grote spelen die in het oude Griekenland werden gehouden: de Olympische, de Pythische, de Nemeïsche en de Isthmische. Naar de namen van de spelen zijn Pindaros' oden genoemd en ingedeeld.

De prestatie van de atleet wordt bezongen, maar altijd in algemene hooggestemde lyrische woorden. De overwinnaar wordt gezien als de mens die boven zichzelf weet uit te stijgen en daarmee een ideaal van de Grieken verwezenlijkt. In hem wordt zijn streek, eiland of stad van afkomst bezongen, zijn voorvaderen, de geschiedenis ervan, de betrokkenheid van de goden bij dat alles, ook in hun geschiedenis, maar evenzeer in hun daden met hun vaak voorbeeldig karakter.

Er staan dus zeer veel mythische delen in de oden. Het verbluffende is de grote samenhang die tussen dat alles wordt gemaakt: de daad van sportman waaiert uit tot een haast kosmisch Grieks gebeuren. De zegezangen lijken in de eerste plaats oden aan de Griekse wereld.

Soms zet hij klein, soms zeer uitbundig in. Misschien de mooiste en veelzeggendste opening is die van de zesde Nemeïsche ode:

Eén ras is er, één ras van mensen en van goden. Door één moeder

ademen wij beiden. Maar een groot verschil in macht

houdt ons gescheiden: wij zijn niets, voor hen

blijft de bronzen hemel een onwankel bare woning

voor eeuwig. Toch gelijken wij nog enigszins op de onsterfelijken

door verheven geest of fysieke kracht.

Hoewel, wij kennen de bestemming niet waarheen

bij dag of nacht

het Lot ons leven lopen doet.

De gelijkheid en het verschil tussen mensen en goden - daar gaat het om. In de grote prestatie wordt iets van die gelijkheid zichtbaar. (Het kan niet anders dan dat Pindaros zelf met zijn verheven geest in de poëzie een gelijke uitzonderlijkheid als de sportmensen en grote geesten tracht te bereiken. Al zijn oden zijn ook oden aan de dichterlijke scheppingskracht. Naar adem en vorm hebben ze ook iets van kampioensverzen.) De strofe is ook typerend om het bezinnend karakter ervan: de waaier wordt even traag ingevouwen. Heel vaak verwoordt de dichter de condition humaine en misschien herkennen de lezers van nu hem daarin het best.

Maar de zegezangen zijn toch vooral zegepralend en van een haast daverend optimisme. De retoriek wordt eraan ontnomen door de superieure metaforen en vergelijkingen (die werken natuurlijk ook sterk mee aan de bindende samenhang van alle zo verschillende delen). De tweede strofe geeft een zo mooie vergelijking (Alkimidas is de jonge overwinnende atleeet in het worstelen:

Ook Alkimidas laat nu duidelijk zien dat erfelijk talent gelijkt

op vruchtbaar bouwland. Om beurten

geeft het mensen overvloedig leven

uit de grond

en rust het uit om weer op kracht te komen. Hij kwam

van Nemea's geliefde spelen

als jonge kamper en volgde

er zijn goddelijke roeping.

Hij openbaarde zich

als een gelukkig jager op de prijzen van de worstelkamp.

De vergelijking wordt in de volgende strofe duidelijk: de grootvader van Alkimidas blijkt een superkampioen geweest.

De oden werden gezongen, begeleid door muziek en dans. Daarvan is niets meer reconstrueerbaar. Van Marguerite Yourcenar is de schitterende dubbele vergelijking van de oden met een opgetuigde driemaster die zonder zeilen gestrand op de kust ligt. Het beeld van de opgetuigde driemaster is fraai: de oden zijn vol en overvloedig, maar tegelijk ook zeer knap geconstrueerd. De overvloed kan haast niet op. Maar het schip ligt op het droge - muziek en dans zijn eraan ontnomen.

De volheid - ontelbare mythologische verwijzingen, evenveel historische verwijzingen - maakt de gedichten heel moeilijk. Daar komt bij dat het soms niet gemakkelijk is relaties te leggen tussen verschillende onderdelen (samenhangen die voor de Grieken vanzelfsprekend geweest kunnen zijn). Wie leest met voortdurende onderbreking voor raadpleging van verklaringen, vermoordt de poëzie.

Bij de eerste lezing moet men de oden als een voortdurend aangolven van een zee van taal over zich heen laten gaan. De grootheid manifesteert zich en heel indrukwekkende fragenten poëzie komen mee. Pas bij tweede of derde lezing kan men zich door toelichtingen verder laten leiden. Wat blijft ten slotte achter? Een groot aantal fragmenten, schitterende scherven van de grootste poëzie. De lezer doet wat de geschiedenis met ander werk van Pindaros heeft gedaan: alleen stukjes en beetjes ervan nalaten. Het totaal van de oden is niet te overmeesteren, tenzij wetenschappelijk, in heel mooie scheepsbouwkundige verhandelingen. Oudere literatuur spoelt aan, veel wordt weer teruggenomen, niet zo veel wordt achtergelaten, voor de jutter die de moderne lezer is. Men kan ook zeggen, dat veel van oudere poëzie verdwenen is in 'de nevel van vergeten', om een prachtig beeld van Pindaros zelf te gebruiken.

Pindaros was brooddichter. Al zijn oden zijn in opdracht gemaakt. Zijn eerste dichtte hij toen hij net twintig was, 74 was hij toen hij voor het laatst de grootheid van de mens bezong, wetend dat het woord de daden overleeft. Hij is de eigenlijke overwinnaar van alle spelen. Over functie en aard van de poëzie schrijft hij vaak, zoals heel mooi in de eerste strofe van de elfde Olympische ode:

Voor mensen is soms waaiweer

hoognodig, dan weer hemelwater,

de regendochter van de wolken.

Als iemand hard werkt en slaagt, pre luderen hymnen op latere lof

met klank van honing

en zijn een eerlijk onderpand voor machtige prestaties.

Patrick Lateur heeft de grote prestatie geleverd alle oden van Pindaros te vertalen. Hij deed het in vrije verzen, die een jambische 'onderstroom' hebben; de vertaling geeft, mede door het losse ritme, de oden de ruimte - ook tot associëren - die ze nodig hebben. Het waaierbeeld laat zich zelfs aan de afzonderlijke strofen demonstreren: regels lopen uit, bij volgende wordt de taal ingenomen. Misschien dat ook zo de 'stem' van de dichter hoorbaar wordt. Zegezangen, zoals de vertaling heet, is voldoende lectuur voor de tiendaagse van de aanstaande klassieke boekenweek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden