De duizend eden van een Franse betonboer

TF1, de grootste zender van Frankrijk, kwam in 1987 in handen van een Franse betonboer, Francis Bouygues. Hij dacht toen te kunnen bepalen wie de nieuwe president van Frankrijk zou worden....

WAT HEBBEN de volgende onderwerpen gemeen? Een termietenplaag in de omgeving van Nantes, de opening van het visseizoen in de Drome, een proefwedstrijd van Andouilles in de Calvados, de controle van auto's ouder dan vijf jaar in Cahors, en de verkiezing van Miss rabarbertaart. Je zou zeggen dat het hoogtepunten zijn uit een Franse variant op Ontdek je plekje, maar nee. Dit waren voorname items uit het acht-uur-journaal van de commerciële zender TF1, het meest bekeken Franse net.

Geen zoetsappiger, risicolozer, onbenulliger nieuws dan dat van TF1, gepresenteerd door sterren-nieuwslezers Patrick Poivre d'Arvor of Claire Chazal. Je kunt natuurlijk naar het concurrerende journaal schakelen van de publieke zender France 2, maar daar schiet je weinig mee op, want dat steekt nummer 1 in sufferdjesgehalte naar de kroon. De netten zijn verwikkeld in een dodelijke strijd. Alles uiteraard om de kijkers, van wie zo'n 35 à 40 procent afstemt op het TF1-nieuws, waarmee het de concurrentie ruimschoots verslaat.

Ogenschijnlijk past zo'n dagelijkse portie geforceerd positieve braafheid weinig bij de opvliegende en niet bijzonder opgewekte Franse volksaard - en dat is ook zo. Tot de presidentsverkiezingen van voorjaar 1995 was de toon van het TF1-journaal radicaal anders, ongeveer de tegenovergestelde van die van nu, schrijven Pierre Péan en Christophe Nick in hun even dikke als belangwekkende boek TF1, un pouvoir. Vanaf de privatisering in 1987 tot en met de presidentsverkiezingen was TF1 de meesterkok van campagnejournalistiek, waarbij vergeleken de partijdigheid van de oude Telegraaf verbleekt. Maar sinds de verkiezingsoverwinning van Jacques Chirac houdt het station zich buitengewoon koest. Met reden.

In Nederland spreekt men met vrees over mannen als Murdoch en Berlusconi. Van de Franse betonkoning annex mediamagnaat Bouygues heeft niemand gehoord, ofschoon hij even gevaarlijk en in Frankrijk in ieder geval machtiger is. Bouygues hoort in Frankrijk tot de grootste bedrijven. Hij bouwde de Pont de Normandie, de Très Grande Bibliothèque en de Grande Arche de la Défense, alsook tunnels, snelwegen, kerncentrales, TGV's, noem maar op. Hij opereert wereldwijd; vooral zijn activiteiten in Irak zijn noemenswaardig, waar Bouygues onder meer de bunker van Saddam en de kerncentrale in Osirak bouwde.

Francis Bouygues zag van meet af aan in dat hij niet alleen maar een televisiestation had aangeschaft om te diversifiëren. Anderen vonden dat de 4,5 miljard franc voor TF1 te duur betaald was. Francis Bouygues niet. 'Je moet de waarde van de invloed erbij optellen.' Bouygues zei tegen iedereen die het horen wilde, dat TF1 zou uitmaken wie de volgende president van Frankrijk zou worden. De oude Bouygues had megalomane trekken; hij had plannen voor een replica van de zuil van de Place de la Concorde voor zijn deur. Tegelijk was hij doorgewinterd genoeg om niet op één paard te wedden. Ongeacht zijn eigen geheime voornemens liet hij altijd ruimte voor een gesprek met een tegenstander, als die tegenstander een potentiële klant was - president Mitterrand bijvoorbeeld.

Maar Francis Bouygues overleed in 1993 en zijn zoon Martin, die het bedrijf overnam, beschikte dat de nieuwe president Edouard Balladur zou heten. Balladur was op dat moment premier, en zijn liberaliseringsplannen pasten goed bij de ambities van Martin Bouygues.

Zonder reserves voerde TF1 campagne voor Balladur. De president in spe figureerde om de haverklap in het journaal of in het prestigieuze interviewprogramma 7 sur 7 van Anne Sinclair. Zijn ideeën werden bijna openlijk op het acht-uur-nieuws uitgevent, zijn medestanders mochten eveneens op een warm onthaal rekenen. Concurrent Chirac werd door de journaalredactie vrijwel doodgezwegen. Chirac verscheen tijdens de campagne van 1995 nauwelijks voor de camera van TF1, hoezeer hij als burgemeester van Parijs de bouwonderneming ook dreigde met hel en verdoemenis en het stilleggen van de openbare werken die Bouygues in uitvoering had.

Groot was de ontreddering in de spiegelende kantoortoren van TF1 in Boulogne-Billancourt toen de uitslag bekend werd. Tegen alle verwachtingen in had Chirac gewonnen. Bouygues viel in ongenade bij het Elysée, waarna het aanklachten wegens corruptie begon te regenen. Martin Bouygues kwam tenslotte tot zijn koerswijziging, waarvan wij als televisiekijkers de vruchten plukken: geen campagnejournalistiek meer, maar een doorlopende goed-nieuws-show. Het kwaad was toen al geschied, en met name de socialisten, medeverantwoordelijk voor het monster dat in 1987 was gebaard, wreven zich de ogen uit: hoe was dit mogelijk geweest?

Frankrijk kent twee lange dubieuze tradities die in de aankoop van TF1 door de groep Bouygues op fatale wijze bij elkaar kwamen - wat in 1987 door niemand werd opgemerkt, ook niet door de oude vos Mitterrand. Om te beginnen is de Franse politiek eraan gewend strekking en inhoud van de journalistieke televisie stevig te beïnvloeden. Generaal De Gaulle zag snel het politieke belang van televisie, en toen vooraanstaand Frankrijk eind jaren vijftig nog zijn neus ophaalde voor het nieuwe medium, zat de president dagelijks een half uur voor het apparaat, 'om naar het nieuws te luisteren', zoals hij zei. Onder zijn bewind regisseerde het Elysée direct wat er wel en niet in het nieuws gebeurde, hetgeen onder opvolger Pompidou niet anders was.

Directeuren werden benoemd en ontslagen, en - mei 1968 daargelaten - de Franse tv-journalistiek bleef gewend aan een fikse politieke invloed op de cameravoering, zodat er even weinig verbazing als protest kwam toen Bouygues propaganda met zijn televisiezender begon uit te stralen.

De tweede traditie, ook een lange, vormt de verhouding tussen de politici en bouwondernemingen die openbare werken uitvoeren: sinds mensenheugenis worden partijen en campagnes betaald door grote bouwbedrijven, die in ruil daarvoor opdrachten krijgen voor wegen, bruggen, spoor en kantoor. De Franse politie kneep twee ogen dicht, de rechterlijke macht was vaak bevriend met de politiek. De combinatie van de twee leverde het explosieve mengsel op waarbij de bouwonderneming Bouygues, afhankelijk van de overheid voor haar opdrachten, kwam te beschikken over een middel om politici uit haar hand te laten eten: TF1.

Het was president Mitterrand die besloot, ergens halverwege de jaren tachtig, dat TF1 zou worden verkocht. Mitterrand - 'alles wat mediatiek is, is politiek' - had een slechte relatie met de tv. Zijn hele politieke loopbaan, dertig jaar lang, had hij moeten opboksen tegen een hem onwelgezinde, rechtse televisie - immers geregisseerd door de tot 1981 altijd rechtse regering. Mitterrand zag aankomen dat de socialisten de parlementsverkiezingen van 1986 zouden gaan verliezen en wilde een nieuwe periode van journalistieke vijandschap voorkomen. Hij meende de oplossing te zien in de verkoop van de zender. De moeilijkheid was aan wie; ook de Franse persmagnaten (de drie H's: Hersant, Hachette, Havas) waren rechts. Uitgesloten.

Met Bouygues had de president daarentegen geen slechte ervaring. Mitterrand had een zwak voor de rondborstige bouwer uit de Aveyron, die het recht voor zijn raap kon zeggen, voor wie een centime een centime was, en die bovendien de Grande Arche de la Défense voorbeeldig had uitgevoerd, een van Mitterrands Grands Travaux. Bouygues had geen nieuwsbedrijf in bezit en had zich dus ook nooit aan politieke campagnes bezondigd. Hij verzekerde Mitterrand dat TF1, in zijn handen, nooit 'een oorlogsmachine' zou worden. Bouygues kwam uit een andere wereld, werd door zowel de politiek als de journalistiek niet serieus genomen - 'un rustre plein de fric' (een boer met poen) - zoals in Italië Berlusconi lange tijd werd genegeerd, en in Nederland Joop van den Ende.

Francis Bouygues was de enige die zich realiseerde welke enorme mogelijkheden het bezit van de zender zijn bedrijf bood. Hij zag al de interviews met derde-wereldpresidenten op zijn journaals, waarna de bouwopdrachten in donker Afrika zouden volgen. Het vuurwerk om de koop te vieren was nog niet gedoofd, de champagne nog niet op, of een andere Bouygues stond op dan de man die duizend eden had gezworen over het mooie, nationale karakter van TF1. Hij hield zich aan geen enkele afspraak. De culturele afdeling werd opgedoekt, in strijd met de wet, maar daar maalde hij niet om. Hij bond de strijd aan met andere netten, op leven en dood. Hij begon met miljoenen te smijten om sterren aan te kopen. 'Hoeveel bent u waard?', was de rondborstige vraag waarmee Bouygues het gesprek met vooraanstaande presentatoren opende. Berlusconi's La Cinq trachtte hij te wurgen door de reclametarieven kunstmatig laag te houden.

En hij stortte zich op de politiek. Chirac was niet de man van Bouygues, want die was ten tijde van de privatisering bezig met een moeizame cohabitation met Mitterrand. Ook Chirac onderhield een slechte relatie met de televisie, onder meer omdat hij weinig televisiegeniek was. Toen hij in 1988 door Mitterrand werd weggevaagd bij de presidentsverkiezingen was het vonnis van Bouygues geveld. 'Die vent is een vod, een nul, hij heeft het gehad! Hij zal nooit president worden'

Bouygues hield meer van jong talent. De president die hij wilde opleiden heette Michel Noir, een aanstormende politicus uit Chiracs RPR, met een Kennedy-achtige uitstraling. Noir was minister van Buitenlandse Handel in het kabinet van Chirac. Hij kwam met Bouygues in aanraking door bemiddeling van zijn schoonzoon, Pierre Botton, een klassieke mannetjesmaker. Onderdeel van de strategie was dat Noir zou beginnen als burgemeester van Lyon, de tweede stad van Frankrijk, met als bijkomend voordeel dat de miljoenopdrachten voor de bouwonderneming in die stad voor het oprapen lagen, onder andere een nieuwe snelweg-tunnel om de binnenstad te ontlasten à raison van 3,5 miljard franc.

Tijdens de campagne voor het burgemeesterschap was Noir niet van het televisiescherm af te slaan, gechaperonneerd door ster-presentator Patrick Poivre d'Arvor. Het satirische programma van TF1 deed er nog een schepje op en zette de tegenstander van Noir hardhandig te kijk. De operatie verliep vlekkeloos: Noir werd gekozen, Bouygues kreeg zijn bouwopdrachten. De snelwegtunnel werd voor 6 miljard francs gebouwd. Het ging pas mis toen de nieuwe burgemeester slaande ruzie kreeg met zijn schoonzoon annex mannetjesmaker Botton, die hij meende niet meer nodig te hebben. Daar dacht Botton anders over, en de twee begonnen in ruziënde gezamenlijkheid de vuile was buiten te hangen. De affaire eindigde met gevangenisstraf voor Noir en Botton, en een voorwaardelijke straf van vijftien maanden voor Poivre d'Arvor. Bouygues moest omzien naar een nieuwe kandidaat; dat werd Edouard Balladur.

In 1997 presenteert PPDA nog altijd het TF1-journaal - gelouterd door zijn straf en populairder dan ooit. TF1 is niet opnieuw genationaliseerd, zoals sommige socialisten graag hadden gezien. De macht van de betonkoning sluimert, maar is niet gebroken. De troost voor de Franse televisiekijkers, voor politici-met-spijt in het bijzonder, is dat Bouygues zo'n slechte hand heeft gehad in het kiezen van zijn beschermelingen. Uiteindelijk is ook Edouard Balladur, alle televisie-inspanning ten spijt, toch geen president geworden. Dat relativeert de macht van het beeldscherm weer aanmerkelijk.

Martin Sommer

Pierre Péan, Christophe Nick: TF1, un pouvoir.

Fayard, 160 franc.

ISBN 9 782213 598192.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden