interview

‘De duistere geschiedenis van de slavernij voelt soms bodemloos. Maar er waren mensen die streden’

Theatermaker Mathieu Wijdeven duikt in zijn solovoorstelling Het waarom beantwoord in het leven van zijn betovergrootvader G. G. T. Rustwijk. Zwarte helden zoals hij zijn volgens Wijdeven veel te vaak vergeten. ‘Alles wat uit Suriname kwam deed er niet toe.’

Yasmina Aboutaleb
Mathieu Wijdeven in Rotterdam met het kunstwerk dat zijn betovergrootvader verbeeldt.  Beeld Zahra Reijs
Mathieu Wijdeven in Rotterdam met het kunstwerk dat zijn betovergrootvader verbeeldt.Beeld Zahra Reijs

‘Een vergeten betovergrootvader ontdekken is al bijzonder. Maar dat je dan ook nog zo veel met hem gemeen blijkt te hebben, dat is magisch’, zegt theatermaker Mathieu Wijdeven (30). Hij kijkt naar een groot zwart object dat in de hoek van de foyer van Studio de Bakkerij in Rotterdam-Noord staat. Tijdens het interview over zijn zeer persoonlijke solovoorstelling Het waarom beantwoord doet hij dat wel vaker: even naar zijn betovergrootvader kijken. De majestueuze zwarte sculptuur die Wijdeven maakte is namelijk een beeltenis van hem. Het doet denken aan een zwarte diamant.

Wijdevens voorstelling, die vrijdag in Theater Rotterdam in première gaat, is een ode aan zijn betovergrootvader: de Surinaamse kunstenaar, dichter en theatermaker George Gerhardus Theodorus (G.G.T.) Rustwijk (1862-1914). Een vergeten Surinaamse held, vertelt Wijdeven, zoals zoveel zwarte helden die geen plek kregen in de koloniale geschiedschrijving. Wijdeven zelf had tot drie jaar geleden ook geen benul van het bestaan van zijn betovergrootvader. In Het waarom beantwoord reconstrueert hij de zoektocht naar zijn betovergrootvader, die daarnaast een zoektocht naar zijn eigen identiteit bleek te zijn.

‘Ik wist niets over Suriname’, vertelt Wijdeven. Ja, hij wist wel dat hij Surinaamse roots had. Zijn moeder is een Afro-Surinaamse vrouw (‘Als ze boos was, ging ze Surinaams praten’), zijn vader is een witte man. Klasgenoten en buitenstaanders vroegen er weleens naar; met zijn bruine huidskleur en grote bos krullen viel hij in een Brabants dorp nogal op. Desondanks voelde hij zich vooral Brabants.

De jonge theatermaker groeide op in Sprang-Capelle, een dorp naast de Efteling. Weilanden, heel veel oude schoenenfabrieken, het Halve Zolenfietspad. Dat vat het volgens Wijdeven wel zo’n beetje samen. Suriname voelde ver weg. ‘Ik had er als kind een sprookjesachtig beeld bij, door de verhalen van mijn moeder over haar jeugd daar. Ze vertelde bijvoorbeeld dat er een lange slang onder de kast in haar biologielokaal ‘woonde’. Als kind vond ik dat heel spannend, ik was doodsbang voor slangen.’

Wijdeven doorliep de toneelacademie in Maastricht. Het werd zijn handelsmerk dat hij bij wijze van vooronderzoek abstracte sculpturen maakt, waarmee hij vaak de straat op gaat om gesprekken te voeren met voorbijgangers. Wijdeven vormt met Nick Bos beeldend theatercollectief Firma Draak. Daarnaast speelde hij onder andere in voorstellingen van performancecollectief URLAND, regisseur Davy Pieters en Tryater. Afgelopen najaar was hij verantwoordelijk voor het decor in het veelgeprezen tv-programma In een boek kan het wél (VPRO), een theatrale ode aan vergeten verhalen, van schrijver Raoul de Jong.

Een jonge theatermaker met een druk bestaan dus. Maar toen drie jaar geleden zijn relatie met zijn vriendin stukliep, begon Wijdeven te twijfelen aan alles. ‘Ik zat in een diepe crisis. Ik lag maar op de bank en kon niets meer. Ik wist het allemaal niet meer: of ik nog op de goede weg zat met mijn theaterwerk, waarom ik het allemaal deed’, zegt Wijdeven. ‘Als ik eraan terugdenkt, krijg ik weer een brok in mijn keel.’

‘Soms hoeven twee zielen niet samen te komen. Soms ben je uit ander hout gesneden’, zei Wijdevens moeder, die naar Rotterdam was afgereisd om haar zoon te troosten. Ze merkte daarbij terloops op dat dit citaat van zijn betovergrootvader kwam die dichter en kunstenaar was. Dat zette Wijdeven aan het denken, de enige artistiekeling in een familie vol beta’s. De zoektocht naar wie zijn betovergrootvader was werd volgens Wijdeven een obsessie. ‘Ik vond het heerlijk om me erin te verliezen.’

Zijn moeder bleek slechts een dichtbundel van Rustwijk te hebben, Matrozenrozen (1914). Volgens haar de eerste dichtbundel door een Surinamer geschreven, maar meer wist ze niet. En dus wordt Wijdeven doorverwezen van het ene onbekende verre familielid naar het andere. Die blijken net als Wijdeven allemaal actief in de kunsten, zoals operazanger Anthony Heidweiller en regisseur Maarten van Hinte. Maar ook theatermaker Nina de la Parra blijkt familie. Zij is degene die hem uiteindelijk aanspoort van de zoektocht een voorstelling te maken.

Een oudtante geeft Wijdeven Het waarom beantwoord of het wee ontsluierd voor de welvaartscommissie, een door Rustwijk geschreven theatertekst die hij in 1911 als onemanshow in het Thalia Theater te Paramaribo, het oudste theater van Midden-Amerika, voordroeg. Het doel van de monoloog: bij de welvaartscommissie uit Nederland aandacht vragen voor de mensonterende omstandigheden waarin het gros van de Surinamers verkeren. Ook pleit hij voor het vieren van de afschaffing van de slavernij: ‘Ik roep u op en nodig u allen uit als één! Uw kolonie wil een feest voor de zoons en dochters van 1863!’ Keti Koti, zoals de herdenking en viering wordt genoemd, is in Nederland nog altijd geen nationale feestdag.

Het beeld dat in familieverhalen, krantenartikelen, foto’s en teksten van Rustwijk opdoemt, is dat van een gesoigneerd, uitgesproken en veelzijdig kunstenaar – er was weinig wat hij niet deed. Het opvallendste: hij was net als Wijdeven een enthousiast theatermaker, decorbouwer en beeldend kunstenaar. ‘Hij zat bij het grootste theatergezelschap van Suriname’, vertelt Wijdeven, ‘maar hij deed van alles in Thalia Theater. Hij was toneelmeester en maakte jeugdtheater. Hij schreef serieuze stukken, maar hij kon ook heel grappig zijn en trad op met gedichten op verjaardagsfeestjes. Maar hij knapte ook meubels op, hij moest gewoon geld verdienen.’

Eindelijk vallen voor Wijdeven dingen op hun plek. ‘Het voelde alsof ik hem kende’, zegt hij. Raoul de Jong, schrijver en daarnaast zijn buurman en dramaturg, heeft daar een verklaring voor: in het wintigeloof wordt gezegd dat een geest zeven generaties leeft. ‘De ontdekking dat mijn betovergrootvader theatermaker was en de meerwaarde en de lol daarvan inzag, gaf me een soort erkenning. Ik was altijd een buitenbeetje in de familie. Ze vonden het leuk dat ik mijn ‘passie’ volgde en ze hebben me altijd gesteund, maar alle neven gingen iets doen waardoor je uiteindelijk wel een auto hebt.’

null Beeld Zahra Reijs
Beeld Zahra Reijs

Nog zo’n openbaring: de Black Lives Matter-demonstraties in de zomer van 2020. De Rotterdamse theatermaker had zich tot dan toe tijdens de pandemie verschanst in zijn kleine woning met al het onderzoeksmateriaal. ‘Ik kwam mijn huis niet uit, en ineens stond ik daar met al die mensen op de Erasmusbrug. Waar ik al die tijd mee bezig was, had ineens wereldwijd de aandacht. Het was een beetje spookachtig, als een pad dat zich ontwaart.’ Rustwijk gaf Wijdeven weer richting, hij beseft dat dit het soort verhalen is dat hij wil vertellen. ‘Door deze voorstelling ben ik me echt Surinaams gaan voelen, omdat het van een soort sprookje realiteit is geworden. Die kennis over je eigen wortels gun ik iedereen.

Alle Nederlanders zouden wat aan Rustwijks nalatenschap kunnen hebben, zegt Wijdeven. ‘Mensen zoals Rustwijk bieden een bodem om op te staan, want die duistere geschiedenis van de slavernij voelt soms bodemloos. Maar er waren mensen die streden’, zegt Wijdeven. ‘Rustwijk was een van de interessantste figuren in begin 1900, maar dat is een tijd waar niet veel interesse voor is. Er is wel aandacht voor de slavernij en voor verzetsstrijder Anton de Kom, maar daartussen zit een gat.’

Wijdeven denkt dat hij wel weet waarom: ‘Suriname is altijd gefocust geweest op Nederland, alles wat uit Suriname kwam deed er niet toe. Het hele Surinaamse onderwijs was gericht op Nederland. Daarom was er onlangs pas nieuwe interesse voor zo’n tentoonstelling als de Surinaamse School in het Stedelijk Museum (tot afgelopen zomer daar te zien, red.). Dat zijn allemaal kunstenaars die vroeger voor amateurs werden aangezien, alleen maar omdat ze Surinaams waren.’

Verzetsheld Anton de Kom werd vorig jaar als eerste Surinamer aan de canon van Nederland toegevoegd. ‘Hij werd van obscure Surinamer een nationale held’, zegt Wijdeven. Een status die ook Rustwijk verdient, vindt de theatermaker. ‘Rustwijk deed in zijn theatermonoloog zulke verregaande verzoeken voor emancipatie. Het is pijnlijk dat de welvaartscommissie er destijds niet was om zijn speech te horen. Dat voelt als iets wat ingelost moet worden.’

Het waarom beantwoord gaat in Theater Rotterdam in première op 26/11. Daarna tournee t/m 17/12.

Slavernijverleden

Wijdeven stuitte tijdens zijn onderzoek naar G.G.T. Rustwijk vrijwel onmiddellijk op de slavernijgeschiedenis van zijn familie. Rustwijks moeder Christina Rustwijk was een tot slaaf gemaakte vrouw die in 1842, op 6-jarige leeftijd werd vrijgekocht voor 300 gulden. Zijn vader is onbekend. Een jaar na de afschaffing van de slavernij in 1863, Rustwijk is dan 2 jaar oud, overlijdt zijn moeder. Rustwijk belandt in een weeshuis. Over zijn jeugd is verder niets bekend, tot de eerste artikelen opduiken over de dan 30-jarige Surinaamse dichter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden