De dromen en debacles van een filmer

'Ik dacht: ik ga hier niet zitten wachten op mijn ondergang.' Regisseur Rudolf van den Berg ging naar Hollywood, op zoek naar een droomproject....

Die vrouw met haar kokette bmw was niet voor hem geschapen, dat voelde hij aan zijn ingewanden. Dus: eten en wegwezen! Hij mocht afrekenen, dat wel. Zo is het begonnen. Met een blind date, nota bene geregeld door de producente met wie hij een film zou gaan maken. Nog een keertje samen eten? Nou ja vooruit, dit is Amerika, en alleen is maar alleen. Je betaalt opnieuw, je wilt niet kinderachtig wezen.

'De laatste keer dat ze belde moest en zou ik naar Beverly Hills komen. Daar zat ze met een vriendin te wachten in een restaurant. Of ik een vriend meenam. Enfin, de rekening inclusief fooi was honderdzestig dollar deze keer; waarop mijn vriend zegt: ''Wij betalen de helft.'' Die vrouw wordt woedend en schreeuwt: ''D t zal Rudolf niet laten gebeuren.'' Maar wij leggen tachtig dollar neer en stappen op, die vrouw in hysterisch gekrijs achterlatend. De volgende ochtend belt mijn producente op en zegt: ''Ik hoor dat jij ons belastert. Jij vertelt rond dat wij je naaien, dat wij niet deugen; wij verbreken alle contacten met je.''

'Pure wraakactie, deze variant op de date rape. Ik was verslagen. Het project waarvan ik droomde ging niet door. Mijn gevoel van welbevinden in Los Angeles is er bepaald niet groter op geworden.' Eerlijk gezegd is filmer Rudolf van den Berg nog nooit in zijn leven zo eenzaam geweest als die vijftien maanden in de schaduw van Hollywood, hij wil het niet loochenen. In zijn eentje naar Amerika gegaan omdat hier alles vastgelopen was: van werk tot huwelijk. Hij had een Engelstalige speelfilm in de aanbieding. En een paar 'kanjers van recensies'. Rudolf van den Berg had een droom. Verschrikkelijke heimwee naar zijn kinderen ook.

Dat Sunset Boulevard tenslotte meer Boulevard of Broken Dreams is gebleken, hoor je hem niet zeggen. Maar sadder en wiser is hij wel, terug in Amsterdam. Op een huurkamer waar hij bij wijze van spreken al high wordt van de hasjlucht uit de coffeeshop beneden; als z'n raam openstaat. De fax heeft net het laatste document van zijn echtscheiding uitgespuwd. Op de kartonnen verpakkingsdoos torent zijn tv als een kathedraal. Van koken komt niks. Het wordt 's avonds nogal eens een boterhammetje met pindakaas.

'Als kind was ik ongeveer verliefd op Danny Kaye. Betoverd door de blijheid, de romantiek in zijn films. Dat gevoel is me altijd bijgebleven. Ik heb lang de droom gekoesterd hem nog eens een gastrolletje te kunnen aanbieden. Toen hij stierf was ik ontroostbaar. Danny Kaye voerde me in een andere wereld, toen ik op de lagere school zat. Ik keek uit naar woensdagmiddag, als ik met een neefje in Rotterdam naar een Danny Kaye-film ging kijken. Hij heeft glans gegeven aan mijn jeugd. Ik was enig kind van vroeg gescheiden ouders.

'Altijd op de fiets heen en weer, de ene dag bij de een, dan weer bij de ander. Twee totaal verschillende milieus. Mijn moeder was erudiet, bohème-achtig. Mijn vader down to earth. Ze zijn alletwee ondergedoken geweest. Ik heb me vaak afgevraagd in hoeverre hun manier van doen de schuld was van Hitler. De neiging tot paniek heb ik niet van een vreemde. In zeventien jaar psychotherapie heel wat afgeluld over mezelf. Om het pathetisch uit te drukken: ik heb een hele eenzame kindertijd gehad. Ik heb altijd gefantaseerd: mijn leven zal leuk zijn, ik zal leuk werk doen. Voor zulke kinderdromen betaal je een tol. Mijn vrouw hield het gewoon niet meer; die werd gek van mijn angstig, panisch gejaag achter projecten aan.

'Toen mijn huwelijk tijdens een verkenningtocht in Amerika uit elkaar klapte, stortte mijn wereld in, hoe gammel dat huwelijk ook was. Ze was verliefd op een ander, zei ze door de telefoon. Ik was erg aan dat gezin gehecht. Het was toch de vervulling van mijn kinderdroom om broertjes en zusjes te hebben. Dat waren mijn eigen dochters voor me, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik was weer helemaal op mezelf teruggeworpen.

'Mijn kinderen waren een belangrijke reden om weer naar Nederland terug te keren. Geen nomade meer. Bovendien is het fiscale klimaat voor filmers hier een stuk verbeterd. Mijn terugkeer is geen nederlaag. Ik heb er een compagnon aan overgehouden. En ik heb geleerd een toontje lager te gaan zingen. Zo makkelijk is Hollywood niet.'

Dat bleek.

Als Jehova's getuige op wervingstoernee gegaan. Met zijn credo, zijn kind, zijn film: For my Baby. Niet wat je noemt een gezellige publieksklapper. Rudolf van den Berg, zoon van overlevenden, in zijn eentje de boer op met een oorlogstrauma van honderd en drie minuten. Een taaie onderneming in glamourland. De oorlog, altijd weer de oorlog. Wélke oorlog?, vraagt de zangeres aan haar geliefde in For my Baby. Ze verwacht een kind van hem, de Weense stand-up comedian, type Lenny Bruce. Zelf blijkt ze de dochter van een uitgeweken nazi-beul te wezen.

'Al was je de dochter van Adolf Hitler, dan nog zou ik van je houden', is de reactie. Het toeval heeft dan groteske vormen aangenomen, want de aanstaande vader is immers zoon van holocaust-overlevenden ('De werkelijkheid is in absurditeit niet te overtreffen'); zijn zusje Hannah is vergast. Hij heeft haar nooit gekend, maar trekt regelmatig Hannah's kleren aan en verschijnt zo aan zijn zieke moeder die nooit over het verlies van haar dochtertje is heengekomen.

Hannah's verloren ziel, een dibboek, neemt meer en meer bezit van de aanstaande vader. 'Een spookverhaal' noemt Rudolf van den Berg For my Baby, waarvoor hij in 1997 een Gouden Kalf kreeg. Voor de beste regie. Samen met de Ierse schrijver Michael McLoughlin bedacht hij het indringende drama, dat door allerlei verwikkelingen inmiddels bijna drie jaar op de plank ligt; pas in augustus in de Nederlandse bioscopen te zien. En in Amerika?

De vakbladen daar oordeelden gunstig over zijn eerdere werk, 'een leuke binnenkomer'. En na intensief netwerken kwam er eindelijk 'een prestigieuze screening' van For my Baby, Steven Spielberg zelf had zijn komst aangekondigd! 'Daar had ik me ontzettend op verheugd, een woord van Spielberg doet wonderen. Ik dacht: now we're talking business.' Maar Spielberg bleef weg. Moest opeens filmen.

Toch beschouwt Van den Berg zijn Amerikaanse missie niet als mislukt. Geen veertig-miljoen-dollarfilm in handen gekregen, maar wel een 'leuke verkooporganisatie' gevonden voor zijn film. Mocht ook wel, na louter pech en gelazer: een aaneenschakeling van incidenten, dat is de voorgeschiedenis van For my Baby, die in Hongarije werd opgenomen. 'Ik vond dat die film liefdeloos behandeld werd door de producent. Ik wilde Alan Cumming als hoofdrolspeler hebben - die jongen is nu groot aan het worden in Hollywood. Maar Cumming zat vast in een andere film, zodat wij onze opnamen tien dagen moesten uitstellen. Toen zei de producent doodleuk: zoek maar een ander.

'Een vriend stelde voor: waarom kopen we die film zelf niet?' Het werd touwtrekken tussen advocaten en wel zo langdurig, dat Warner Brothers elk animo in de distributie had verloren. Inmiddels kwam Left Luggage van Jeroen Krabbé in roulatie en die ging toevallig ook over joden. 'Ze dachten: twee films over joden, dat moeten we niet hebben.' Rudolf van den Berg likte zijn wonden: vier Gouden Kalveren winnen, maar wel steeds door het Filmfonds naar huis gestuurd worden; geen poot meer aan de grond krijgen. 'En niet alleen ik. Een groot aantal regisseurs van mijn generatie heeft jarenlang niks kunnen maken.

'In Nederland werd de nieuwe generatie duidelijk voorgetrokken, terwijl ik zeg: laat ze zich er maar invechten. Ik zeg niet dat het een samenzwering was, maar aan mensen van mijn generatie werd geen aandacht meer besteed.

'In Frankrijk heeft iemand met mijn staat van dienst het recht elk jaar een film te maken. In Nederland bestaat dat niet, ook al val je vaak in de prijzen, zoals ik. Ik was niet verongelijkt, maar dacht wel: ik ga hier niet zitten wachten tot ik doodbloed, ik wacht niet op mijn ondergang. Ik vecht door. Ik maak tenslotte niet alleen films om mijn brood te verdienen, maar ook omdat het maken van films de enige manier is om me lekker te voelen.

'Ik kan mijn eigen onrust en paniek alleen maar bezweren als ik films aan het maken ben. Dan geniet ik ervan dat ik iets tot uitdrukking kan brengen, problemen kan oplossen, met mensen kan omgaan, een rol heb waar ik in groei en bloei. Dat vervult mijn bestaan. Daar word ik blij van. En ik denk dat ik daar ook een aardiger mens van word dan wanneer ik niet kan filmen. Maar heb ik met die innerlijke drang ook mijn levensgeluk verkocht? Het is toch een pact met de duivel dat je sluit.

'Onuitstaanbaar ben ik niet, wel moeilijk voor mijn omgeving. Ik ben heel moody, heel wisselvallig. Dan ligt paniek op de loer. Die heeft een rol gespeeld in mijn huwelijk. Bezeten zijn van een project, en dan je creativiteit moeten ophouden; dat is bijna zoiets als seksualiteit die je niet kunt uitleven. Je wordt opgenaaid en je kan er niks mee. Het knijpt je strot dicht. Net alsof je niet mag bestaan.

'Mijn stemmingen wisselen van afwezig en korzelig tot hyperblij en triomfantelijk. Mijn ex-vrouw zei altijd: als ik jou aan het werk zie op de set, dan weet ik weer waarom ik je leuk vind. Dat was natuurlijk verdrietig en troostrijk tegelijk. Het is waar, als je gefrustreerd bent in je verlangens, word je er meestal niet aardiger op. Daar voel je je dan schuldig over ten opzichte van de kinderen, want die hadden een gestreste en paniekerige pappa.

'Mijn vader heeft hemel en aarde bewogen me er van te weerhouden voor het filmvak te kiezen, want dat was een stinkwereld. Hij had wel gelijk, zij het op andere gronden. Hij was zakenman. Moeilijk mens. Opvliegend. Veeleisend. Je moest altijd presteren. Liefdevol, maar apenliefde. Het was voor hem niet voldoende dat hij van me hield. Ik moest bewijzen dat ik van hem hield. Het moet pijnlijk zijn geweest dat er geen opvolger kwam in het handelskantoor dat hij na de oorlog met zijn broer had opgebouwd.

'Om hem plezier te doen had ik natuurlijk advocaat of dokter kunnen worden. Maar ik heb voor film gekozen uit innerlijk drang. Op mijn zestiende zag ik alle films van Ingmar Bergman, en was verkocht. Ik dacht: stel je voor dat het me lukt reportages bij Achter het Nieuws te maken, de voorloper van Nova! Het hoogste dat ik me kon voorstellen.'

De Filmacademie was voor genieën, daar durfde hij niet op. Maar hoe kwam je na een studie politicologie in godsnaam in de filmwereld terecht? Hij ging zelf wat stuntelen en ging ermee op z'n bek. Hij ziet zichzelf lopen tijdens de studentenacties in de jaren zeventig: bibberend met een goedkope, in Rusland gekochte 16 millimeter-Krasnogorsk tegen de kin. Zijn eerste documentairetje. Alles wat fout kon gaan, deed hij fout. Geen notie van film, maar gedreven. Op voorspraak van Johan van der Keuken, zijn idool, mocht hij het echte werk gaan proberen bij de vpro.

'De technische kant is niet belangrijk, zei Johan. ''Er zit een wil tot expressie achter, jij wilt iets vertellen!''. Terwijl ik van iedereen hoorde: het is niks, stop er maar mee.' Op vpro-baas Roelof Kiers hoefde hij al helemaal niet te rekenen. 'Die trapte je de grond in. Kiers was eropuit om je te vernederen, ik ervoer dat als een soort sadisme. Echt schelden ook, dat je niet begreep waar hij het over had. Jan Blokker was ook niet mals in zijn kritiek, maar van hem leerde je wat. Een filmrot die je in je waarde liet, met je ging lunchen. In de montagekamer zei Jan: ''Laat d¡t maar voor Bergman liggen.'' Ik snapte meteen wat hij bedoelde: je moest niet de kunstenaar uithangen.'

De verbetenheid van studentenacties bezag hij als een buitenstaander. 'Ik dacht: joods zijn is misschien wel een metafoor voor marginale toeschouwer. In de hippietijd was ik het burgerlulletje dat niet eens een stickie rookte. Flower Power in het Kralingse Bos, ooooh, wat was ik ongelukkig. Die sfeer van we vinden elkaar zo lief en we zo zo blij: m'n maag draaide om, ik vond het verschrikkelijk.

'Ambities hadden in die tijd ook iets verdachts. Iden tificatie met al die stromingen van toen werden in de weg gezeten door mijn eigen dromen. Namelijk Ingmar Bergman worden en een gelukkig liefdesleven creëren. Daar was alles op gefocust, op een dwangmatige manier.'

En meteen viel joods Nederland over hem heen toen zijn documentaire De Plaats van de Vreemdeling (1978) de houding van Israël tegenover de Palestijnen kritiseerde. 'Dat standpunt is nu gemeengoed, maar toen was kritiek op Israël in de joodse gemeenschap onbestaanbaar. Nader hand is er in geschrift veel afgezwateld over de zogenaamde tweede generatie en de houding tegenover Israël, maar ik kom er niet in voor. Buitengewoon vreemd als je nagaat dat ik de eerste was die erover begon. Ik ben daar niet bitter over, maar vind dat raar. Zeker als veel mensen me zeggen: in ons gezin was er gigantische ruzie over je film.'

Voor de buitenwacht in een klap 'de meest joodse jood van Nederland' geworden. Zeker toen Van den Berg in zijn speelfilmdebuut Bastille de hoofdpersoon liet worstelen met zijn joodse inborst. Maar voor joods Nederland hoorde hij er niet bij, 'dat lieten ze me wel merken'. Nu zegt hij, tikje grimmig: 'In de filmwereld geldt bijna hetzelfde. Iedereen kent mijn werk, ik ben alom gerespecteerd, maar op een of andere rare manier besta ik niet. Dat zeg ik niet als zelfbeklag, meer uit verwondering.

'Eind '99 was er een lijst met de honderd belangrijkste Nederlandse speelfilms. Dan zou je toch denken dat De Avonden erop voorkomt. Reve heeft me nog in tranen omhelsd. Nee dus. En ik weet dat Sal Santen Rebel als voorbeeld wordt gebruikt op de Filmacademie, dat is een documentaire die iets teweeg heeft gebracht. Maar die ontbreekt op de lijst van de honderd belangrijkste documentaires van de afgelopen eeuw.

'Je denkt: als ik maar hard werk en goed mijn best doe, dan kan ik steeds verder, steeds vaker, steeds groter. Maar dat is in Nederland een grote desillusie geweest. Ik vind trouwens dat je ook weleens iets mag maken dat minder goed is. Het hoeft niet altijd een negen te zijn, een zesje komt ook wel eens voor. Hugo Claus heeft toch ook niet allemaal topboeken geschreven?'

Ze hadden Van den Berg in Nederland niet teruggezien, als er geen belastingmaatregel was gekomen die verijdelt dat Nederlandse filmmakers van boven de veertig naar het bejaardenhuis moeten worden afgevoerd. 'Nu het hier fiscaal aantrekkelijk is geworden om in film te investeren, schieten de commanditaire filmvennootschappen als paddestoelen uit de grond. Ik dacht: ik zit in Hollywood het krediet maar op te peuzelen dat ik van de bank als onderpand op het huis van mij en mijn ex heb gekregen. Maar waarom zou ik ver van m'n dochters nog langer eenzaam op een mirakel zitten hopen, terwijl ik in Nederland aan de slag kan?' Deze maand al, hoopt hij. 'Elke dag wachten is zo langzamerhand een martelgang.'

Natuurlijk moet je water bij de wijn doen. Er valt met kunstwerkjes in de traditie van Bergman, Pasolini en Fellini ('waardoor mijn generatie is beïnvloed') geen droog brood te verdienen, weet Van den Berg, die in Amerika het idee kreeg voor een romantic comedy: The Hermit of Amsterdam. Over een ouwe Amerikaanse hippie die hier dertig jaar geleden is blijven hangen. Hij drijft een boekwinkeltje, en net als hij zich afvraagt wat hij in godsnaam in Amsterdam doet, mag hij zich verheugen in de komst van een mooi Marokkaans meisje. Een feel good movie die wel heel sterk doet denken aan Notting Hill, Van den Berg erkent het. 'Maar het script is veel geestiger.' Alleen moet de hoofdrolspeler nog even gevonden worden.

Acht jaar van zijn leven heeft hij gestoken in een project dat mislukte, een film over Jacob Israel de Haan, de zionist die in Jeruzalem werd vermoord. Acht jaar naar de knoppen. Maar hij geeft niet op. 'Nu ben ik al weer twaalf jaar bezig met vechten voor mijn grote droom, een film op basis van Aischylos' Oresteia. Simplistisch samengevat: sinds de moord van Orestes op zijn moeder is het met moeder aarde de verkeerde kant opgegaan. 'De kern van het verhaal speelt zich af rond 2000 voor Christus, en de raamvertelling eromheen gaat in op de ecologische catastrofe die ons boven het hoofd hangt.

'Een eerdere poging om Oresteia te maken is gestrand. In '94 zat ik met mijn kinderen en hun moeder in Tunesië. Alles was geregeld, maar kort voor de opnamen donderde de financiering in elkaar. Om een bankgarantie van onduidelijke herkomst. Na drie maanden kwamen we terug in Nederland, met helemaal niks meer, behalve schulden. Linda was heel lang bezig geweest met het maken van de prachtigste kostuums voor dat project. Acteurs waren aan het passen, toen de klap kwam. Al die kleren heeft ze in vuilniszakken moeten achterlaten, een ramp.

'Met Linda had ik echt te doen. Ze heeft het mij nooit kwalijk genomen dat het is misgegaan, maar het is daarna tussen ons niet meer goed gekomen. Behalve berooid was ik gedesillusioneerd. Nu kun je zeggen: hoogmoed eomt voor de val. Onzin. Je kunt ook zeggen: het was nog niet voor Nederlanders weggelegd. Ik weet dat het een goed script is. Ik weet hoe ik de film wil maken. Al heb ik geen recht van spreken als het om de ecologische teloorgang gaat. Ik ben nog te lui om lege flessen naar de glasbak te brengen.

'Als ik niet kan filmen, hang ik in het prikkeldraad van paniek en kunnen er conflicten ontstaan. Met producenten, met schrijvers. Toen Leon de Winter zich meester maakte van de regie van een film waar ik mijn zinnen op had gezet, voelde ik me beschadigd. Een echt dierbare vriend had me eruit gemanipuleerd. Ik had de behoefte om in de media terug te meppen. Alleen door de felheid waarmee ik hem heb zwartgemaakt kon ik overleven. Als ik er nu over nadenk weet ik dat ik zelf fouten heb gemaakt. Niet dat het me deemoedig maakt, maar het geeft me wel rust. Want met woede leven is een uitputtingsslag.

'Ik heb 51 jaar met woede geleefd. Woede is een verkeerd woord. Ik bedoel het panische gevoel van: ik vind dit leven niet leuk, ik moet en zal het leuker maken. Vroeger praatte je wijsneuzig met elkaar over de groten, als Truffaut, Scorsese, Bertolucci, Coppola. Je spiegelde je aan de groten. Je had de illusie dat je meeschreef aan het wereldcinemaboek. Het is nu allemaal zo eendimensionaal geworden, iedereen is het wiel aan het uitvinden. Ik wil niet meedoen aan de supermarkt met aanbiedingen in dubbele waskracht. Ik ben deels opgevoed door een stiefvader die zei: Wat? Lees jij Kafka niet in het Duits? Misschien heb ik het na streven van perfectie van hem geleerd.

'In For my Baby doet de hoofdpersoon alsof hij zijn overleden zusje is, door haar jurk aan te trekken. Dat is het sleutel element van de film: om te overleven moet je iemand anders zijn dan wie je bent. Ik wil dat niet zo extreem op mezelf betrekken, maar mijn kijk op de wereld wordt steeds vertroebeld door een verhoogd bewustzijn van hoe ik vermoed dat een ander naar mij kijkt. Misschien van: dat is de filmer die nog geen Oscar heeft. Inmiddels weet ik dat de jacht op de Oscar niet belangrijker is dan het verjaardagspartijtje van m'n dochter. Ik wil wel een Oscar, maar niet ten koste van de relatie met m'n kinderen.'

'Toen mijn oudste moest optreden in de muziekschool, had ik mijn gezicht verborgen achter het fototoestel, zodat ze mijn tranen niet zou zien. Toen ik zo liep te planjeren wist ik: voor het eerst van m'n leven voel ik me gehecht. Aan mijn kinderen. Bij hen hoef ik me niet af te vragen of ik wel bijzonder genoeg ben. Hoef ik me niet waar te maken. Zij zijn m'n schild tegen suïcidale fantasieën; tegen de demonen in mijn hoofd.'

Zijn gezicht is een masker van karton. We zitten in een eethuis waar kwinkslagen over de tafeltjes met antipasti vliegen. 'Ik heb suïcide overwogen', zegt Rudolf van den Berg. Zijn stem klinkt niet theatraal, eerder in de trant van: ik heb een parketvloer overwogen. Of: ik heb een facelift overwogen.

'Maar suïcide', herneemt Rudolf moeizaam, struikelend over zijn eigen woorden, 'suïcide is een vrijheidsillusie. Je bedondert jezelf met zo'n fantasie. Daar mag je je kinderen toch nooit en te nimmer mee opzadelen? Toch?'

Als hij in de avond is opgelost, een man alleen, zweeft op de gracht een bezweringsformule tegen de demonen; een belofte aan zichzelf: 'Zo lang ik mezelf maar blijf zien door de ogen van mijn kinderen, zo lang maak ik er geen eind aan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden