De doodlinke notities die Jodenredder Arnold Douwes bijhield in de Tweede Wereldoorlog

Het enige bekende dagboek van een Jodenredder geeft een indringend beeld van de stress en hectiek in de ondergrondse.

Beeld Martyn F. Overweel

Johannes Houwink ten Cate en Bob Moore (red.) Het geheime dagboek van Arnold Douwes, Jodenredder. Boom; 348 pagina’s; € 24,90.

Arnold Douwes, Jodenredder te Nieuwlande (Drenthe), ontmoette een onderduiker die zich in een hondenhok had geïnstalleerd. ‘Als het regende lag hij krom, bij mooi weer rechtuit. Zijn hoofd kwam namelijk buiten het hok wanneer hij rechtuit lag.’

Zo nuchter noteerde hij zijn belevenissen bijna anderhalf jaar lang, zo’n 250 pagina’s. Arnold Douwes nam in Drenthe in 1943 het werk over van de veel bekendere verzetsman Johannes Post, die naar het westen vertrokken was. Hij deed iets wat in het verzet als een doodzonde gold: hij hield nauwgezet al zijn activiteiten bij, in kleine notitieboekjes. Levensgevaarlijk inderdaad, maar Douwes begroef zijn aantekeningen in jampotjes. Na de oorlog groef hij ze op en schreef hij de aantekeningen uit. Ze zijn al wel incidenteel gebruikt voor onderzoeken naar het Nederlands verzet, maar nooit integraal gepubliceerd. Nu wel, bezorgd door twee kenners van de Holocaust in Nederland, de hoogleraren Johannes Houwink ten Cate en Bob Moore.

Het is het enige dagboek van een Jodenredder dat in Europa bekend is. De aantekeningen geven een indringend beeld van de stress en hectiek in het leven van een man die zijn beroep heeft gemaakt van het redden van mensenlevens. Hij werkt na verloop van tijd intensief samen met een Joodse onderduiker, Max Léons (verzetsnaam ‘Nico’), even onvermoeibaar en nog een slagje optimistischer dan Arnold. Samen of apart trekken ze langs de huizen van Nieuwlande, Dedemsvaart en dorpen in de buurt om onderduikers onder te brengen, meest Joden maar ook vluchtelingen of gestrande piloten.

Maar daar blijft het niet bij. Een onderduiknetwerk verzorgen vereist veel meer. Overredingskracht: Arnold praat soms uren op mensen in om ze over te halen een Joods kindje of een heel gezin in huis te nemen. Crisisbeheersing: voortdurend wordt hij erbij gehaald omdat de spanningen tussen de onderduiker en zijn gastgezin uit de hand lopen. Improvisatievermogen: op de gekste momenten melden zich onderduikers die binnen no time aan een plaats geholpen moeten worden.

En dan de strijd met de bureaucratie in bezettingstijd. Geen eten of kleding zonder distributiebon, dus voor al die onderduikers moeten bonnen worden geregeld, meestal door overvallen op kantoren. Er moeten valse persoonsbewijzen komen en geld, vooral veel geld. De meeste onderduikgevers krijgen kostgeld, waarvoor het verzet moet zorgen. Arnold Douwes schrijft: ‘De collecte heeft 556 gulden opgebracht. Niet veel, maar ik kan nu eenmaal niet collecteren, vind het vreselijk naar werk.’

Hij is de zoon van een dominee, altijd een dwarse man geweest, een man van onverwachte invallen. Op een dag fietst hij langs de tuin van de pastorie in Hollandscheveld. ‘Eén groot oranje-veld. Ik heb er in het voorjaar namelijk een massa goudsbloemen ingezet.’ Als Sinterklaas nadert, bestelt hij bij een bevriende bakker een grote hoeveelheid taaitaai, die op 5 december wordt verdeeld onder de onderduikkinderen.

Wat vooral in het oog springt, is het krankzinnige tempo waarin het duo leeft: fietsen door weer en wind, met een kind achterop en een tweede fiets aan de hand, bestemd voor een onderduiker die verplaatst moet worden, op weg naar een van de vaste adressen, waar de onderduikers ‘tot in de dakgoot zitten’ en waar ze een ondergronds hol gaan graven om acht mensen in te laten slapen.

Langzamerhand, in de loop van 1944, sluipt het onbehagen in de geest van de onwrikbare. Hij krijgt genoeg van de smoezen van mensen die onderduikers weigeren. Als hij op Radio Oranje (overal in Drenthe schijnen ze illegaal naar de radio te luisteren) koningin Wilhelmina over het heldhaftige Nederlandse volk hoort praten, lopen zijn woorden over van chagrijn: hij maakt het wel anders mee. En dan het gezanik. Lastige, onhandelbare onderduikers (‘lamstraal’ noemt hij er een) voor wie bijna geen plaats te vinden is. Permanent gezeur om geld. En de toenemende dreiging van razzia’s. Het wemelt in 1944 van de landwachters, grof, agressief volk dat de bezetter helpt bij het opsporen van onderduikers.

Op 19 oktober gebeurt het onvermijdelijke. Arnold Douwes wordt van een bed gelicht waar hij niet had moeten blijven slapen – maar hij was te moe om naar de ondergrondse schuilplaats te fietsen. Dat hij de oorlog heeft overleefd (en dat hij zijn bijzondere dagboekaantekeningen heeft kunnen opgraven en uitschrijven) is te danken aan een andere verzetsgroep: de knokploeg Noord-Drenthe, die op 11 december de gevangenis van Assen overvalt en daar 31 gevangenen bevrijdt – zonder dat er een schot valt.

Het is wonderlijk dat zo’n fascinerend dagboek als dat van Jodenredder Douwes meer dan zeventig jaar op publicatie heeft moeten wachten.

Oorlogsboeken

Ruim zeventig jaar na de bevrijding levert de Duitse bezetting nog altijd een stroom boeken op; de stapel is ook dit jaar haast niet te overzien. Vaak heel interessant speurwerk, lokaal (over Middelburg en de Holocaust) of over nooit onderzochte aspecten (Afgemarcheerd, over het ontwapenen van twaalfduizend Duitse soldaten op de Leusderhei) of uitgesproken schokkend, zoals Haat is een deugd, het credo van de Jodenjagers. Dat laatste boek beschrijft een aantal van de beruchtste antisemieten van Antwerpen en de gruwelijkheden die zij bedreven tegen hun weerloze Joodse slachtoffers, minutieus uitgezocht door Lieve Saerens, Vlaams Holocaust-specialist. De uitersten van 2018 tonen het weer eens aan: de Duitse bezetting bracht het slechtste én het beste in de mensen boven. 

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.