De dood van het onderscheid tussen thriller en literatuur - een detectiveverhaal

De zomer is de periode waarin je thrillers leest - als je een thrillerlezer bent tenminste. Want je hebt liefhebbers van Literatuur en je hebt thrillerlezers, and never the twain shall meet. Toch?

null Beeld Illustratie: Claudie de Cleen
Beeld Illustratie: Claudie de Cleen

En dat op mijn vrije leesdag, mompelde inspecteur Palmen van de Literaire Moordbrigade, terwijl hij in het plastic bekertje automatenkoffie blies dat een agent hem had overhandigd. Net zat hij nog heerlijk thuis en nu stond hij op een slecht verlichte binnenplaats die omzoomd werd door een galerijflat van de architect Recami. De Eregalerij, werd de flat genoemd, een titel die in deze omstandigheden ironisch leek. Thuis lagen drie plotloze romans op hem te wachten. Maar hij stond hier, in de miezerregen en voor hem lag het slachtoffer, een goudkleurig touw om de nek.

'Wat hebben we hier?' vroeg Palmen aan Grunberg, zijn assistente, die hem al zo vaak terzijde had gestaan, onder meer in de zaak van de vrouw van de musicus en dat naargeestige geval van de moord op die scholiere uit de Van Eeghenstraat.

'Hier ligt Het Onderscheid tussen Literatuur en Thrillers', las Grunberg voor uit haar onafscheidelijke Moleskine-boekje. Daarin moesten intussen aantekeningen over vele honderden zaken te vinden zijn. Grunberg stond bekend als een onvermoeibaar onderzoekster, die naast haar werk voor de Literaire Moordbrigade ook nog werkte voor de Nationale Recherche, de AIVD en drie detectivebureaus. 'Geen antecedenten.'

Palmen overwoog een sigaret op te steken, maar hij bedacht bijtijds dat hij gestopt was. Hij wierp nog een blik op de dode, wiens naam hem in de verte iets zei.

'Hoe lang ligt ie hier al?' vroeg hij aan dokter Poe. Poe werkte al eeuwen voor de Literaire Moordbrigade. Op het bureau waren mensen die beweerden dat hij de Brigade ooit had opgericht. Hij woonde al sinds mensenheugenis samen met zijn vrouw Agatha, in een huis vol van binnenuit gesloten kamers.

'Dat is moeilijk te zeggen', mompelde de oude dokter, terwijl hij met een driftige beweging een donkere vogel verjoeg. 'Het kan 150 jaar zijn, maar ook een dag.'

'Moordwapen? Een literaire thriller?'

Poe schudde zijn hoofd. 'Daar krijg je zo'n stevige kerel als het Onderscheid tussen Literatuur en Thrillers niet mee omver', zei hij. 'Het zou me niks verbazen als er een plot is gebruikt. Maar dat moet ik in het lab verder onderzoeken.'

'We zoeken dus een schrijver van boeken die zo goed zijn dat ze het Onderscheid te machtig zijn geworden.'

'Rondje langs de deuren dan maar?' vroeg Grunberg.

De inspecteur knikte en nam een slok van zijn koffie. Gatverdamme, cappuccino. Hij wierp het bekertje van zich af. Hij verlangde naar zijn bed.

Ze begonnen op de eerste verdieping. Nummer twee. Een magere man met asblond haar deed open.

'Bent u Høeg?' vroeg Palmen.

De man knikte.

'Schrijver van Smilla's gevoel voor sneeuw?' las Grunberg voor. 'Zowel thriller als ontdekkingstocht van het hart, volgens The New York Times?'

'Ja.'

'Mogen we even binnenkomen?'

Høeg woonde al meer dan twintig jaar op de Eregalerij. Palmen kende hem wel, hij had Smilla destijds aan al zijn vrienden met een hekel aan thrillers cadeau gedaan. In het exemplaar van zijn geliefde - die er ook niet van hield - had hij zelfs 'blijven proberen' geschreven. Als iemand een einde kon maken aan het Onderscheid, dan wel deze schrijver van een hybride tussen een psychologische roman en een thriller met Forsyth-achtige spanning. Een meesterwerk, vond Palmen het. Maar helaas: deze Høeg had een alibi. Ten tijde van de moord bevond hij zich op Groenland, een verblijf dat hij zo ijzingwekkend beschreef dat Palmen en Grunberg geen seconde aan het waarheidsgehalte van zijn woorden twijfelden. Ze bedankten Høeg voor de aquavit en vertrokken.

De buren, het echtpaar Sjöwall & Wahlöö, waren niet thuis. 'Vooral niet vergeten', zei Palmen tegen Grunberg. 'Verdacht goeie schrijvers.' En terwijl zijn assistente een notitie maakte, belde de inspecteur aan de volgende deur. Een paar meter beneden hen werd het Onderscheid voorzichtig in een lijkzak getild.

Naast de voordeur hing een bordje. Simenon. Als inspecteur van de Literaire Moordbrigade had Palmen al vaak met de oude Simenon te maken gehad. Hij had veel van zijn romans, waarin genoeg doden vielen, gelezen. De tientallen detectives rond commissaris Maigret kende hij allemaal, en ze waren hem allemaal even dierbaar.

Verklarende namenlijst

Dokter Poe Edgar Allen Poe, vader van het misdaadverhaal met The Murders in the Rue Morgue.

Agatha Agatha Christie. Schreef talloze misdaadverhalen.

Høeg Peter Høeg. Brak door met Smilla’s gevoel voor sneeuw. In VN’s Thrillergids 2016 geprezen voor Het effect van Susan.

Simenon geestelijk vader van Jules Maigret. Schreef ook talloze niet-misdaadromans. De memoires van Maigret is geen detective, maar een wonderlijk meta-boekje.

Brasserie Dauphine hang-out van Maigret en zijn assistenten.

Gide André Gide. Schrijver.

Baas Frederik Baas. Pseudoniem van schrijver Jan van Mersbergen. Eerste thriller, Dagboek uit de rivier, werd onlangs goed ontvangen.

Welagen Robbert Welagen. Schreef na zes romans dit jaar de policier Nachtwandeling.

Brusselmans Herman Brusselmans. Beroemde Belg. Schreef trilogie over inspecteur Zeik van de Gentse Moordbrigade.

Chandler Raymond Chandler. Vertegenwoordiger van hard-boiled Amerikaanse misdaadfictie.

Camilleri Andrea Camilleri. Schreef talloze verhalen over inspecteur Montalbano. In zijn boeken wordt veel en goed gegeten.

Sciascia Leonardo Sciascia. Aanrader.

Even later zaten ze in een keurig, wat ouderwets ingericht appartement. Een oude man met een pijp zei: 'Ik heb niets in huis. Maar ik kan bier en broodjes laten komen van brasserie Dauphine.'

'Nee, dank u', zei Palmen. Verder zweeg hij. Hij hanteerde de methode-Maigret, waarin het observeren van de verdachten en het langdurig nadenken over hun drijfveren vaak voldoende bleek voor het ontmaskeren van de dader.

'Waar was u de afgelopen eeuw?' vroeg Grunberg scherp.

'Aan het werk', antwoordde de man kalm.

'Een oeuvre van meer dan tweehonderd romans, waarvan meer dan de helft met een moord erin, nog altijd zeer goed leesbaar en vaak zo geweldig goed geschreven dat het het predicaat 'misdaadliteratuur' ruimschoots ontstijgt', las Grunberg uit haar boekje.

De man ging achterover zitten en glimlachte. 'U zegt het.'

'Wat was uw relatie met het slachtoffer?'

'Ik erkende hem niet.' Er ontsnapte een rookwolkje uit zijn mondhoek. Palmen liep door de kamer en bestudeerde de boeken in de kast achter de schrijver.

Niet veel later stonden ze weer op de galerij. Beneden was Poe bezig zijn spullen in te pakken. Van het Onderscheid was alleen nog een krijtomtrek op de kinderkopjes over.

'In de gaten houden, lijkt me', zei Grunberg. 'Was het niet Gide die hem een geniaal romancier noemde?'

Palmen pakte een boekje uit zijn zak en zei: 'Simenon kunnen we schrappen. Kijk maar op pagina 24.' Hij overhandigde zijn trouwe assistente de pocket. De memoires van Maigret heette het. Grunberg sloeg het open en bladerde naar pagina 24. Daar zag zij in een oogopslag wat Palmen had bedoeld. In een fictief gesprek tussen commissaris Maigret en Simenon zelf noemde die laatste zijn eigen werk 'semi-literatuur'.

'Geen motief', concludeerde Palmen.

'Heeft u dat boekje nou gewoon meegenomen?' vroeg Grunberg.

Palmen glimlachte. Hij begon er aardigheid in te krijgen. Hij zette zijn kraag op tegen de regen die nu onder de galerij waaide en vroeg: 'Waarheen?'

Grunberg keek in haar Moleskine. 'We kunnen naar nummer zes - daar woont Henning Mankell, en op nummer negen zijn tijdelijk een paar Nederlandstalige romanciers ingetrokken: Baas, Welagen, Brusselmans. En dan heb je nog meneer Chandler, die in de kelder de hardboiled eieren zit te eten.'

Ongeduldig schudde Palmen zijn hoofd. 'Nee. Nee. Grote schrijvers, stuk voor stuk, allemaal misdaadromans geschreven die meer dan de moeite waard zijn, maar ze hebben geen van allen ooit de indruk gegeven dat ze het Onderscheid iets zouden willen aandoen. Een motief, dat zoeken we. Wie woont daar op de hoek?'

'Italiaan.'

Palmen zuchtte. Hij kende die Italianen wel. Camilleri en zo. Je boek een roman noemen en dan stiekem toch een klassieke detective schrijven. Ergerlijk, maar dat maakte je nog geen hoofdverdachte. Fijne boeken wel, die Camilleri's. Smakelijk ook.

'Wie?'

'Grote naam. Literaire prijzen gewonnen, en alles. En ik vind hier een stuk uit de Volkskrant van 2009 waarin Edwin Krijgsman schrijft dat zijn boeken 'op alle mogelijke manieren morrelen aan het model van het genre'.'

'Die moeten we hebben. Hoe heet ie?'

'Sciascia. Leonardo.'

Palmen was even stil. Natuurlijk. Hoe had hij zo stom kunnen zijn? Sciascia. Hij had nota bene kortgeleden nog Todo modo gelezen, een detective die zo ingewikkeld was dat hij zich achteraf afvroeg wat hij nu eigenlijk gelezen had. Zelden had hij zich dommer gevoeld dan na Todo modo, een volstrekt plotloze thriller. Of in elk geval: zonder plot dat hij kon volgen. Als iemand het Onderscheid...

'Aanbellen maar?'

Palmen dacht even na. 'Ik vrees dat dat geen zin heeft.'

'Maar de bevredigende uitkomst van dit verhaal dan? En de rechtvaardigheid? En het plot?!' vroeg zijn assistente vertwijfeld.

Palmen keek over de reling. Beneden was de regen bezig de krijtomtrek van het Onderscheid tussen Romans en Thrillers van de tegels te spoelen. Hij wilde naar huis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden