De dood geeft er de brui aan

Elke roman van José Saramago opent met een paukenslag. Op de eerste bladzijden introduceert hij een hoogst ongewone toestand, die vaak door een even abrupte als absurde ingreep van hogerhand wordt geforceerd....

De traditionele deus ex machina komt aan het eind van het verhaal de onontwarbare chaos in één klap oplossen, bij Saramago is die figuur er daarentegen om de chaos al aan het begin van zijn verhaal te veroorzaken. Vanaf dat moment moeten zijn personages en zijn lezers zich ermee zien te redden. Zij worden deelgenoot van een experiment waarin enkele van hun heerlijkste zekerheden onderuit worden gehaald.

Alle bewoners van de stad worden op slag blind, in De stad der blinden, de kiesgerechtigde burgers blijken, zonder dat er iets is afgesproken, ineens vrijwel geen van allen meer behoefte te hebben hun stem uit te brengen, in De stad der zienden – en zo is er in iedere roman wel wat, dat de vertrouwde gang van zaken op losse schroeven zet. Saramago is erop uit de mensen en de samenlevingen die hij opvoert op de proef te stellen: wat gebeurt er als je er een vitaal onderdeel uitpeutert? In Het verzuim van de dood, Saramago’s jongste roman, is het in de eerste zin al duidelijk wat er deze keer aan moet geloven: ‘De volgende dag ging er niemand dood.’

Dat is een ramp, hoe aanlokkelijk dat perspectief op het eerste gezicht ook lijkt. Niet alleen blijven talrijke mensen op hun sterfbed achter, dobberend tussen leven en dood, niet alleen raakt de uitvaartbranche zijn grondstof kwijt en stagneert de doorstroom in bejaardentehuizen, verpleeghuizen en verzorgingstehuizen, niet alleen raakt het verzekeringswezen in de dalles – levensverzekeringen! –, ja, liggen de terminaal zieken in de hospitaals na enkele weken tot in de gangen toe te wachten op een dood die er vooralsnog de brui aan heeft gegeven, ook komt er smokkel van opgegeven gevallen op gang, want in de buurlanden is er geen vuiltje aan de lucht.

Families trekken in de schemering met hun zieltogende dierbaren de bergen over; wanneer zij heimelijk de staatsgrens passeren merken zij dat wel aan opa: die blaast, zodra zijn voeten het buitenland bereiken, subiet zijn laatste adem uit. Als de dood zijn pijp aan Maarten geeft, raakt het leven van slag.

Mooi gegeven, dat Saramago de gelegenheid biedt te doen wat hij zo graag doet, laten zien dat de moderne, ogenschijnlijk geolied functionerende samenleving, op lemen fundamenten staat. Trek er één vooronderstelling onderuit, stel één van haar axioma’s ter discussie en, hopla!, het hele raderwerk loopt vast. Het kabinet komt in spoedzitting bijeen, ‘liever de dood, meneer de premier, dan dit lot.’

En ook de kerk begint hem te knijpen, want, zegt Saramago, ‘religies hebben geen andere bestaansreden dan de dood, die van levensbelang is.’ Als de verrijzenis des vlezes niet meer hoeft door te gaan, omdat er geen vlees is dat nog uit de doden kan worden opgewekt, dan heeft het ook geen zin meer daarin te geloven. Staat en kerk, allebei wankelen ze – maar de begraafplaatsen blijven leeg. De levenden zijn in gijzeling genomen door de dood, juist omdat zij niet meer hoeven te sterven, ja, omdat zij niet meer mógen sterven.

Een hele reeks zakagenda-wijsheden over de dood passeert de revue, in de gesprekken die de verantwoordelijken met elkaar voeren. Dat de dood bij het leven hoort, vanzelfsprekend, dat het zonder de dood geen leven is en dat de rups moet sterven om de vlinder geboren te laten worden.

Terloops grijpt Saramago, de communist, uiteraard ook zijn kans om de moderne bureaucratie en de voosheid van de kapitalistische democratie een douw te geven. Zelfs voor een opstand van het morrende volk hoeft de overheid niet te vrezen, want ‘hoeveel daarbij ook geschoten wordt, doden zullen er niet vallen.’

Als de doodsnood ondraaglijk is geworden, na zeven stervensvrije maanden, komt er soelaas. De dood besluit de draad weer op te nemen. Er komt een nieuwe aanpak, waarbij alle stervelingen precies een week voordat het zover is een brief krijgen thuisbezorgd die onthult wanneer hun laatste uur geslagen heeft.

Dat, zou je zeggen, bevredigt een ander door en door menselijk verlangen, namelijk niet als door een dief in de nacht door de dood te worden verrast, maar ordentelijk rekening te kunnen houden met haar komst. Ja, de dood is vrouwelijk: Saramago en zijn onderdanen hebben het uitgezocht en geven zelfs een vrij secuur profiel van haar, compleet met reconstructie-foto. Allen wier leven ten einde loopt, krijgen bericht van haar en kunnen hun testament maken, hun begrafenis regelen, hun schulden voldoen en hun schuldenaren vergeven. Als dat geen elegante oplossing is.

Nee, dat is het niet en het blijkt dat er niemand op die vermaledijde doodsbrieven zit te wachten. Van de regen in de drup – en juist omdat wij in onze naïveteit zo dikwijls verzuchten zo graag het uur van onze dood vooraf te hadden geweten, geeft dat Saramago de gelegenheid een kleine filosofie van de dood te ontvouwen. Die mag er zijn: de schrijver is op jaren en heeft die jaren goed gebruikt om, uitkijkend over de zee rondom het eiland waarop hij woont, na te denken. Het verhaal eindigt met een cellist, die niet kapot te krijgen is. Hij valt in slaap met de dood in zijn armen, de muziek is eeuwig en wij slapen met de dood, amen.

Zo’n openingszet, die alles op scherp zet en de lezer elektrocuteert, is een geraffineerde variant op het ‘er was eens’ van het sprookje. Dan is de moraal vaak niet ver weg meer. Dat is soms even slikken, juist bij zo’n geharnast moralist als Saramago. Hier is het dat niet: daarvoor is het verhaal te goed verteld, te geestig ook – en het verlangen dat erdoor gefileerd wordt, het anti-doodsverlangen, te vitaal.

Michaël Zeeman

José Saramago: Het verzuim van de doodUit het Portugees vertaald door Maartje de KortMeulenhoff222 pagina’seuro 18,50ISBN 90 290 7723 9Uit het Portugees vertaald door Maartje de KortMeulenhoff222 pagina’seuro 18,50ISBN 90 290 7723 9

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden