De dodencultus van de Egyptenaren als brandstof voor Wolkers' fantasie

Jan Wolkers deed in Egypte research naar de roman die hij de rest van zijn leven bleef aankondigen.

Jan Wolkers in Egypte, 1975.Beeld Annabel Miedema

Wit van schrik stond ik voor de vitrine met de mummies in het Rijksmuseum van Oudheden aan het Rapenburg in Leiden. Het bloed trok weg uit mijn gezicht toen mijn vader me vertelde dat er in de ingezwachtelde, beschilderde en met schitterende, pimpelmeesblauwe kralennetten omhangen figuren werkelijk een krokodil, een poes, een havik en een opgevouwen dood kindje verstopt zaten.

Jan Wolkers heeft de sensatie van de mummies in het museum minstens zo hevig beleefd. Als gereformeerd jongetje sidderde hij bij de roerloze verschijningen uit de Egyptische dodencultus. En hij genoot. 'Het was of de geest van de gestorvene het eeuwige leven veroverde waar je bij stond. Een springplank van de dood naar de onsterfelijkheid. Dood waar is uw prikkel, hel waar is uw overwinning.'

Niet voor niets citeerde Wolkers het Bijbelboek Korinthiërs. De dodencultus van de Egyptenaren was niet alleen brandstof voor zijn fantasie, maar ook tegengif tegen de leerstellingen des geloofs zijns vaders. 'Dat was wel wat anders dan dat stel kiftende en morrende oudtestamentiërs die mijn prille jeugd beheerst hadden.'

Nag Hammadi

Wat Jan vooral voor de Egyptenaren innam, was dat zij de dieren - anders dan zijn vader, die beweerde dat dieren geen ziel hadden en Jans gestorven lapjeskat niet in de hemel zou komen - net zo heilig achtten als de mensen. Een god kon rondlopen met een valkenkop en een mantelbaviaan kon de wijsheid in pacht hebben.

In de winter van 1975 reisde Wolkers, in het gezelschap van Karina en zijn zoon Jeroen, twee weken door Egypte. Hij maakte die reis ter voorbereiding op een roman die hij tot op het eind van zijn leven bleef aankondigen, maar nooit publiceerde: Nag Hammadi.

In Wolkers' archief op Texel vond ik een paar jaar geleden een vuurrood schriftje met een handvol aantekeningen. Twee weken geleden kwam daar plotseling, uit een vergeten laatje, een knisperende doorslag bij van een brief waarin Wolkers op levendige wijze verslag doet van zijn Egyptische grand tour.

Onderwereld

'In Luxor', schreef Wolkers aan Piet en Carla Calis, 'hebben we gelogeerd in het beroemde Winter Palace. 's Ochtends in alle vroegte hingen er daar twintig of een paar meer buizerds voor onze ramen te wieken boven de tropische tuin. De gebeden van heidenen klonken dan al door de ochtendmist heen, en even later werd de vurige zonnebol door de goddelijke mestkever boven de horizon uitgerold, onder heftig gezaag en gebalk van ezels. Na het ontbijt gingen we dan met een bootje de Nijl over naar die in de zon blakerende steenwoestijn waarin zich de koningsgraven bevinden. Openingen de rotswand in. Alsof je de metro neemt naar de onderwereld. Een labyrinth van in de steen uitgehouwen gangen met beschilderde wanden.'

Bij Gizeh drong Wolkers door tot het binnenste van de piramiden. Met ontzag keek hij op naar de door zandstormen gegeselde kop van de sfinx. 'In Sakkara heeft Karina me gefotografeerd voor de sfinx, een beetje bevreesd kijkend, alsof die gestroomlijnde Chevrolet uit de oertijd me zal gaan vermorzelen.'

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor de Volkskrant houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden