De digitale douane

Alleen Amerikanen kunnen de Olympische Spelen via internet volgen. Steeds vaker verschijnen virtuele douaniers op het net, die buitenlandse surfers tegenhouden....

DE ORGANISATIE van de Olympische Spelen heeft een opmerkelijke stap gedaan: videobeelden van de sportprestaties die de komende weken in Sydney geleverd worden, zullen niet op internet te zien zijn. Ze staan er wel maar afgezien van een select gezelschap Amerikaanse huishoudens mag niemand er naar kijken. De rest van de wereld wordt de online toegang tot de beelden botweg ontzegd. Het IOC, een organisatie die staat voor internationale verbroedering, gaat met de maatregel mee in een nieuwe tendens die opduikt op internet: het weren van buitenlanders middels het instellen van digitale douaneposten.

Het IOC heeft de rechten voor de uitzending van beelden in de Verenigde Staten exclusief verkocht aan de Amerikaanse televisiemaatschappij NBC voor een bedrag van ruim anderhalf miljard gulden. In de overeenkomst is ook bepaald dat NBC de beelden online mag zetten. Bij overeenkomsten met omroepen in andere landen ontbreekt die clausule en mogen de beelden alleen op tv vertoond worden.

Het probleem is natuurlijk dat internet in principe geen landsgrenzen kent en het verkopen van de rechten per land daarom weinig zin lijkt te hebben. NBC lost dat op door met technische maatregelen de dienst alleen aan te bieden aan Amerikaanse huishoudens die beschikken over een bepaald type snelle breedbandverbinding, oftewel circa vier procent van het totaal aantal internetgebruikers in het land. De gelukkigen krijgen de beelden overigens pas op internet voorgeschoteld nadat ze eerst in prime time op de Amerikaanse televisie zijn vertoond. Gecombineerd met het tijdsverschil tussen de Australië en de Verenigde Staten levert dat een vertraging op van circa 17 uur voordat internetgebruikers naar de verrichtingen kunnen kijken.

De organisaties van grootschalige, miljarden verslindende evenementen worden steeds afhankelijker van de verkoop van tv-rechten. De omzet die het IOC wereldwijd met de verkoop van tv-beelden aan ruim tweehonderd landen genereert is sinds 1980 verdertienvoudigd tot zo'n drie miljard gulden, goed voor bijna de helft van de totale omzet van de Spelen. Het spreekt vanzelf dat het IOC niet graag ziet dat deze inkomstenbron weglekt naar internet, waar op het gebied van rechten nauwelijks iets geregeld is. Bovendien leveren de Spelen online nauwelijks geld op. NBC verwacht er 10 miljoen dollar mee te verdienen, tegenover 900 miljoen dollar aan de tv-uitzendingen.

Er is dan ook besloten tot draconische maatregelen. Uit angst dat de beelden langs illegale weg worden verspreid, houdt een team voortdurend sites op internet in de gaten om te zien of sprake is van piraterij. Daarnaast zal de organisatie fysieke controles moeten uitvoeren bij de stadions om te voorkomen dat er illegale video-opnames worden gemaakt die vervolgens hun weg vinden naar het net. Om het weglekken van rechten nog verder tegen te gaan wordt het deelnemende sporters op straffe van uitsluiting verboden zelf informatie op hun eigen websites aan te bieden. De Nederlandse badmintonspeelster Judith Meulendijks bijvoorbeeld mag het dagboek dat ze bijhoudt pas na afloop van de Spelen op haar eigen site online zetten. Veel gekker kan het nauwelijks worden.

De mogelijkheden van de nieuwe media creëren daarmee een schisma dat zijn weerga niet kent. In plaats van dat de vrije informatiestroom op internet leidt tot een versoepeling van de manier waarop met rechten wordt omgesprongen leidt het juist tot een tegenovergestelde reactie.

Het streven naar bescherming van rechten is niet de enige reden om douaniers op internet te posteren. Ook adverteerders hebben vaak geen boodschap aan het bereiken van buitenlandse klanten. Advertenties op internet worden steeds vaker betaald aan de hand van het aantal 'impressies', oftewel het aantal malen dat gebruikers de reclame te zien krijgen. Dat kan namelijk eenvoudig gemeten worden. Een dergelijk model lijkt op het eerste gezicht ideaal, maar roept wel nieuwe problemen op. Een Amerikaanse supermarktketen bijvoorbeeld heeft er helemaal niets aan als zijn advertentie onder ogen komt van een Duitser. En waarom zou een bedrijf geld moeten betalen voor het tonen van een boodschap aan een gebruiker waarvan vast staat dat het effect nul is? Waarom zouden webwinkels die geen internationale bestellingen accepteren, moeten betalen voor advertenties die op buitenlandse schermen verschijnen? Dit effect werkt door naar de leveranciers van informatie. Niemand durft het hardop te zeggen maar her en der wordt gedacht over de mogelijkheden om online informatie af te sluiten voor mensen die woonachtig zijn in commercieel oninteressante gebieden. Niet omdat de mensen geen recht hebben op de informatie of ongewenst zijn maar omdat de kosten domweg niet via advertenties terug te verdienen zijn. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het leveren van informatie via internet namelijk verre van gratis. De posten dataverkeer en capaciteit vullen bij veel informatieleveranciers het grootste deel van hun begroting. Verwachten dat de informatieleveranciers die kosten voor lief nemen is net zoiets als menen dat het plaatselijke huis-aan-huisblad een bezorger naar Ecuador moet sturen omdat de mensen daar ook niet van informatie verstoken mogen blijven.

Het weren van buitenlandse of andere ongewenste doelgroepen wordt mede mogelijk gemaakt door een Nederlands bedrijf dat zich in de benodigde technieken gespecialiseerd heeft. RealMapping exploiteert een database met zogeheten ip-adressen, de unieke nummers die aan computers op internet worden toegekend. Aan de hand hiervan kan worden bepaald waar een computer zich bevindt.

Informatieaanbieders die zich willen beperken tot bepaalde doelgroepen kunnen tegen betaling toegang krijgen tot deze gegevens. RealMapping maakt daarmee effectief een einde aan het wereldwijde, ongebreidelde karakter van Internet op een manier waarbij vergeleken de eis van PCM om niet gekopieerd te worden door concurrent kranten.com kinderspel is. Niettemin leiden de activiteiten van RealMapping tot geen enkele discussie. Integendeel, het bedrijf kreeg recent de Broos Van Erp-prijs toegekend, groot honderdduizend gulden en ingesteld door het ministerie van Economische Zaken. In de jury zat onder meer de internet-goeroe Vincent Everts, een van de luidste critici van het streven van PCM om controle te krijgen over de verspreiding van informatie.

Internet is onder meer een succes geworden omdat het de ongebreidelde gratis verspreiding van informatie mogelijk maakte. Daardoor versloeg het netwerk concurrenten als Compuserve, America Online en Microsoft Network die gebaseerd waren op het betalen voor de geleverde informatie. Dergelijke diensten zagen zich uiteindelijk gedwongen internet in hun aanbod te incorporeren.

Die werkelijkheid doet echter niets af aan het feit dat het vervaardigen van originele informatie een kostbare aangelegenheid is en dat internet nauwelijks mogelijkheden biedt die kosten terug te verdienen. Gebruikers laten betalen voor informatie is nog steeds een heilloze weg. Of het aanbieden van informatie aan gerichte doelgroepen soelaas biedt, valt nog af te wachten. Maar mocht dat het geval zijn dan is er amper nog sprake van het specifieke karakter van internet dat zoveel liefhebbers in hun hart hebben gesloten en dat de basis vormde voor het succes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden