De diepgewortelde fascinatie van Derrick Ryan Claude Mitchell

Hoeveel kan een mens verdragen? Veel, in het theater van Mitchell. Zichzelf spaart hij nog het minst. Bloed, drank, afzien: een diepgewortelde fascinatie.

Theatermaker Derrick Ryan Claude Mitchell. Beeld Megumi Shauna Arai

'Ik ben een beetje zenuwachtig, weet je dat. Optreden in het Holland Festival!' Hij kijkt er bepaald koket bij, de Amerikaan Derrick Ryan Claude Mitchell (35). Performer, theatermaker, en ja, charmeur. Mooie jongen om te zien, type 'tikje gevaarlijk' - zoals zijn werk eigenlijk. Alleen nu even wat minder. We spreken elkaar in Wenen, daags na de wereldpremière van zijn voorstelling Promised Ends, waarmee hij - dus - het Holland Festival zal aandoen. En hij heeft een behoorlijke kater.

Dat is niet vanwege de afterparty, maar vanwege zijn manier van theatermaken. Het begint bij Mitchell en zijn gezelschap direct op de speelvloer, zo is de avond ervoor te zien. Aan het begin van het stuk kan het publiek een kijkje nemen van dichtbij en de spelers benaderen. Voor op het toneel zit Mitchell. Zijn haar plakt tegen zijn schedel, zijn blik zwemt. Met onvaste vingers peutert hij bloedzuigers uit een potje, die hij vervolgens op zijn armen zet.

Fascinatie

Het is onderdeel van de performance: terwijl hij zo bloed verliest, vult hij het vocht als het ware met alcohol weer aan. Het vormt het begin van de uitputtingsslag die de voorstelling voor de spelers zal zijn. De vraag hoeveel een mens kan verdragen, is een van de kernkwesties binnen Mitchells kunst; een diepgewortelde fascinatie. Daarbij ontziet hij zichzelf en zijn gezelschap niet. Hij neemt nog een slok, en nog een, de fles blijft binnen handbereik. Dan wordt het publiek verzocht de tribune op te zoeken en kan de show beginnen: Promised Ends: The Slow Arrow of Sorrow and Madness, zoals die voluit heet.

Mitchell studeerde performancekunst en theaterwetenschap in Seattle, maar was naar eigen zeggen geen geweldige student. Al snel begon hij in een afbraakpand zijn eigen anarchistische gezelschap, genaamd Implied Violence. Daarmee trok hij de aandacht van de grote Robert Wilson (Waco, Texas, 1941), internationaal vermaard om zijn vernieuwende en inmiddels zeer invloedrijke (performance-)kunst, en begon Mitchells carrière vorm te krijgen. Rond zijn 30ste richtte hij Saint Genet op, waarmee hij nu werkt.

Die naam verwijst naar de Franse schrijver Jean Genet (1910-1986) en de filosoof Jean-Paul Sartre, die Genet bestudeerde. Want goede student of niet, Ryan Mitchell is niet van de straat; terloops noemt hij een indrukwekkende reeks kunstenaars die van invloed zijn op zijn werk. Om er eentje uit te pikken inzake Promised Ends: de Japanse cineast Akira Kurosawa en diens film Ran, een bewerking van King Lear.

Ran wordt wel vertaald als chaos. Dat slaat voor een deel op het verhaal van de oude Shakespeariaanse koning, wiens rijk in wanorde verzandt wanneer hij uit koppige trots de verkeerde keuzes maakt met betrekking tot zijn nalatenschap en vervolgens langzamerhand gek wordt. Maar het slaat ook, zegt Mitchell, op het leven van Kurosawa in de tijd dat hij zijn film maakte. Kurosawa's vrouw lag op sterven tijdens de draaiperiode, zijn beste vriend ging dood en hijzelf werd blind. Kurosawa ging door. En dát soort dingen vindt Mitchell het interessantst. Het moet bij hem gaan over de mens, liefst in de meest extreme omstandigheden. 'Hoeveel kan een mens verdragen? Dat wil ik steeds uitzoeken en uitbeelden. Ik wil het hebben over de moeilijke aspecten van het mens-zijn.'

Fragment uit de voorstelling Promised Ends.

Ook in Promised Ends komt dat thema voortdurend terug. Mitchells stukken bestaan uit beeldende scènes, die zich associatief aan elkaar laten rijgen. King Lear, letterlijk het middelpunt, wordt het toneel op gereden in een rolstoel. Onder strenge aanwijzingen van de regisseur hijsen vier vrouwen hem op zijn troon. De acteur is Baso Fibonacci, een (graffiti-)kunstenaar uit Seattle die na een ernstig ongeluk niet meer kan lopen. Ook zijn rechteronderarm verloor hij.

Fibonacci is een goede vriend van Mitchell. Na zijn ongeluk leerde hij zichzelf schilderen met zijn linkerhand. Hij is trots. Het tonen van zijn onmacht in dit stuk, is bijna meer dan hij kan verdragen. Daarnaar was Mitchell op zoek. 'Een benadering van King Lear', staat op de zijwand van de zaal. Ook met de oude koning uit het stuk van Shakespeare wordt gesold en is de lijdensweg intens.

Voortgestuwd op de tonen van een zeskoppig muziekensemble zoeken de dansers en performers de grenzen van het mogelijke op. Ze slaan elkaar, dragen elkaar. Handelingen van wreedheid en barmhartigheid wisselen elkaar af, onder het oog van de benevelde Ryan, die zo nu en dan een aanwijzing geeft. Aan het eind blijft Fibonacci alleen achter, gekneveld en machteloos gebarend met zijn stompje in een plas bloed. Het publiek aarzelt. Klappen? De arme man te hulp schieten? Weglopen? Het laatste, zo blijkt. Het levert een hartverscheurend slot op.

Ziehier de staat van de mens, la condition humaine. Het is een griezel-opera, geweldig vormgegeven en verleidelijk als een bezoek aan het spookhuis.

De Donner Party

In het vorige deel van de trilogie, Frail Affinities, liet Mitchell zich inspireren door de Donner Party, het verhaal van een groep kolonisten in de 19de eeuw die tijdens een helse tocht door de VS tot kannibalisme overgaat. Mitchell: 'Dat einde interesseert me niet eens het meest, het gaat mij om de ontberingen, de dorst, het drinken van koeienbloed, het verlies van huifkarren en levens. Wakker worden onder een sneeuwdek, je realiseren dat je niet dood bent en dan snel een boom kappen voor een afdak. Dát.'

Promised Ends is de apotheose van een trilogie die de afgelopen jaren tot stand kwam bij de prestigieuze Wiener Festwochen. Het idee voor Lear was aanvankelijk niet voorzien. Zo werkt dat bij Saint Genet.

'Het lijkt misschien vaak pure improvisatie, maar het is het resultaat van een gedisciplineerd proces', aldus Mitchell. 'Zo heftig de voorstelling, zo 'braaf' als we werken, lange dagen. Ik ben kieskeurig in mijn keuze van medewerkers, ik ben een echte verzamelaar van mensen. Maar wat ik niet kan en wil, is van tevoren zeggen wat ik zal maken. Dat hangt van het lot af. Na het Holland Festival vertrek ik naar Alaska, ik ga op een vissersboot werken. Vies werk, veel bloed, afzien. Hoeveel kan een mens verdragen?'

Promised Ends: The Slow Arrow of Sorrow and Madness, 10, 11, 12/6 in Holland Festival, Westergasfabriek Amsterdam, Zuiveringshal West

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden