De dienst

De geheime dienst had geen hoog James Bondgehalte

Robin te Slaa

Tussen 1971 en 1987 werkte Frits Hoekstra voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst (tien jaar geleden omgedoopt in AIVD). Hij hield zich bezig met operationeel veldwerk en bekleedde diverse leidinggevende functies. Hoekstra's boek In dienst van de BVD (2004), waarin hij namen van oud-collega's onthulde, veroorzaakte een rel. De toenmalige verantwoordelijke minister Remkes en het hoofd van de AIVD Van Hulst concludeerden dat de auteur strafbaar had gehandeld, maar dat het niet in het landsbelang was om hem te vervolgen. Er zouden dan namelijk meer staatsgeheimen moeten worden prijsgegeven.

Hoekstra beschrijft in De Dienst beknopt de ondernomen acties tegen terroristische groeperingen als de IRA en de RAF en meer uitvoerig de infiltratie- en spionagewerkzaamheden in verdachte organisaties. Om inzicht te krijgen in de omvang van het 'Chinese gevaar' startte de BVD in de jaren zeventig een operatie onder de geografisch beschouwd weinig correcte naam 'Project Mongool'.

Onderdeel van de BVD-strategie was het oprichten van een fake partij: de Marxistisch-Leninistische Partij Nederland. Deze maakte met succes de 'andere' Nederlandse maoïstische partijtjes zwart in Peking. Lange tijd werd deze BVD-creatie door de communistische partijtop in China en door bondgenoot Albanië als ware maoïstische partij beschouwd. Dankzij de financiële steun van beide communistische regimes (dikwijls contant uitbetaald 'met waarschijnlijk uit Albanië afkomstige, buitengewoon muf stinkende Amerikaanse dollars') verdiende de BVD de kosten van de operatie deels terug. De BVD maakte met de verkregen informatie uit de Chinese partijtop bovendien indruk op de bevriende diensten.

Met evenveel succes infiltreerde de BVD decennialang tot in de hoogste regionen van de CPN. Het voornaamste ondermijnende werk binnen deze partij gebeurde echter niet door de geheime dienst, maar door partijleider en Stalin-in-zakformaat Paul de Groot. Dankzij diens dictatoriale leiding, paranoïde karakter en hufterige optreden vertrokken veel leden, al dan niet vrijwillig. Uit andere literatuur blijkt dat sommige kameraden zich afvroegen of De Groot niet heimelijk een BVD-agent was. Het is jammer dat Hoekstra hier niet aan refereert en geen antwoord geeft op de vraag of dergelijke geruchten door de BVD werden verspreid.

Niet volledig vertrouwend op zijn geheugen en cryptische aantekeningen in oude agenda's, doet Hoekstra slechts kort verslag van enkele operaties op het gebied van contraspionage. Het onbeduidende aantal voor Nederlandse rechtbanken gebrachte vijandige agenten doet sowieso vermoeden dat deze operaties weinig resultaat hadden.

Overigens vormden niet alleen de activiteiten van vijandige diensten een aandachtspunt. Regelmatig kreeg de BVD ook aanwijzingen dat de Amerikaanse en Britse bondgenoten zonder toestemming operaties uitvoerden op Nederlands grondgebied. Meestal werd dit door de BVD-leiding morrend geaccepteerd. Het gedoogbeleid heeft zo zijn onvermoede kanten.

Alhoewel Hoekstra geen Wichtigmacher is en zijn boek weet te boeien, irriteert soms zijn drang tot zelfrechtvaardiging. Het volgende voorval is typerend. De volledige ontsporing van een door hem 'gerunde' infiltrant (onder andere deelname aan diefstal van granaten van een Belgische militaire basis) leidde in 1984 tot een Kamerdebat. Na afloop merkte het BVD-hoofd tegen Hoekstra op dat deze nu hopelijk wel had afgeleerd om met 'dit soort rare type agenten' te werken. Nogal misplaatst repliceerde Hoekstra dat hij precies zo zou handelen als hij opnieuw zo'n informant aangeboden zou krijgen.

Hoekstra schrijft nu (let wel!) dat publieke verantwoording voor zijn chef een gruwel was, terwijl hij toen al vond dat een geheime dienst politiek en maatschappelijk draagvlak nodig heeft. Dit lijkt op een rationalisatie achteraf.

Vermoedelijk zal Hoekstra vanwege zijn boek niet opnieuw strafrechtelijk worden vervolgd. De onthullingen zijn

daarvoor te weinig sensationeel. Hopelijk zegt dat vooral iets over de werkwijze van de toenmalige BVD.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden