De dictatuur van het goede nieuws

'Leiders prijzen bilaterale relaties', zullen Chinese kranten vermoedelijk koppen wanneer koningin Beatrix straks het land bezoekt. De regering wil dat de kranten voor 70 procent uit goed nieuws bestaan....

Jan van der Putten

CHINA telt bijna 1,3 miljard inwoners, maar de kranten in de regel niet meer dan acht pagina's. Daarin staat hoe goed het gaat in eigen land, en hoe slecht daarbuiten. Op de foto's zien we voornamelijk handenschuddende of applaudisserende autoriteiten en voor de rest blije gezichten van mensen uit het gewone volk. De Chinese pers is van alles, maar spannend, nee.

Veel krantenkoppen kunnen zó in een bloemlezing van onnieuws: 'Bescherming milieu belangrijk', 'Levensstijl in Macao onveranderd', 'Besprekingen dienen goed te worden voorbereid'. Boven het buitenlandse nieuws staan vaak mysterieuze koppen. 'Relaties versterkt' blijkt te gaan over de toenadering tussen India en Pakistan, 'Centrum-coalitie streeft naar vorming regering' over Estland. Verslagen over de bezoeken van buitenlandse leiders leveren krantenopeningen op die de slaapverwekkende inhoud perfect dekken: 'Leiders bevestigen goed nabuurschap', 'Leiders prijzen bilaterale relaties', 'Relaties tussen China en Laos bloeien.'

De meeste andere artikelen gaan over vooruitgang hier en verbetering daar. Her en der worden problemen opgelost of plannen aangekondigd. Ook het minder goede nieuws wordt positief opgediend. Als de kop meldt dat de premier de kwaliteitseisen in de bouw benadrukt, dan betekent dat geheid dat er met die eisen een loopje wordt genomen. 'Statistici streven naar betrouwbaarheid' houdt in dat de statistieken liegen, 'Financiële activiteiten worden gereguleerd' betekent dat het in de banken een zootje is.

De laatste jaren kan er veel meer dan vroeger. China's tweeduizend dagbladen en zesduizend andere periodieken schrijven over corruptie en andere malafide praktijken, over de milieuvernietiging, over de chaos in de staatsbedrijven. Dat mogen ze nu, want de strijd tegen die plagen is overheidspolitiek geworden. De opiniepagina van de China Daily, de officiële nieuwskrant voor buitenlanders, hekelt soms zelfs misstanden, maar alleen als ze daarvoor hoge dekking heeft. Kritiek op de regering is nog altijd ondenkbaar.

Op hoog bevel dient 70 procent van het nieuws goed nieuws te zijn. Helaas moet daarom veel nieuws sneuvelen. Betogingen, onrust, kritiek op het regime? Verzwijg het, of meldt het alleen in de vorm van een tegenaanval op de ondermijners. Problemen in Tibet? Maak de Dalai Lama zwart, of plaats een stukje over de bloemen die in Tibet al volop in bloei staan. Amerikaanse kritiek op de schending van de mensenrechten in China? Vul twee pagina's met een rapport over de mensonterende situatie van de mensenrechten in de Verenigde Staten zelf.

In een eenpartijstaat is dat niet schandelijk of raar, maar logisch. Want de pers is er niet om te informeren, te opiniëren, schandalen uit te rafelen, laat staan kritiek te leveren op de macht. Ze is er om het volk te onderwijzen in de juiste leer. De pers is niet de vierde macht, maar een aanhangsel van de eerste, die tegelijk de tweede macht is en de derde. De Partij dus.

Maar al die propaganda begint te vervelen en maakt achterdochtig. 'Als je die positieve krantenkoppen leest', zegt een geschoolde Chinees, 'dan denk je dat het omgekeerde wel waar zal zijn.' Maar die massale oplagen dan, wijzen die niet op een geweldige populariteit?

Het partijorgaan Volksdagblad (oplage 2,2 miljoen) en de andere nationale kranten danken hun omvang niet aan enthousiaste lezers, maar aan verplichte abonnementen. Ze kunnen tot minuscule omvang inkrimpen als die concurrentievervalsing zou wegvallen, want dan zouden ze volgens de ook door China omhelsde marktwetten voor het eerst gedwongen zijn om te concurreren.

Toch is de Chinese pers geen monoliet van conformisme. Steeds opnieuw duiken er publicaties op die de grenzen verkennen van de persvrijheid. Totdat hun verteld wordt dat ze die grenzen hebben overschreden.

Eind vorig jaar kreeg een blad uit Kanton te horen dat het zijn onderzoeksjournalistiek, waaraan het een oplage van meer dan een miljoen te danken had, diende te staken. De uitgave van een ander tijdschrift en een universitaire boekenserie werden opgeschort. Vorige week was het de beurt aan het veelbesproken maandblad Fangfa (Methode), dat te veel aan politiek had gedaan. Het had zelfs een artikel opgenomen dat mede was geschreven door een lid van de illegale, zwaar vervolgde Chinese Democratie-partij.

Volgens Reporters Zonder Grenzen zitten in China twaalf journalisten gevangen, onder wie drie Tibetanen. Twee buitenlandse correspondenten, een Japanner en een Duitser, werden vorig jaar het land uitgezet omdat ze zich van staatsgeheimen zouden hebben meester gemaakt. De journaliste Gao Yu, die in 1993 zes jaar kreeg omdat ze in haar Hongkongse krant staatsgeheimen zou hebben verraden, is een half jaar voor het einde van haar straftijd om gezondheidsredenen vrijgelaten. Maar ze mag niet publiceren en niet praten met buitenlandse journalisten.

Voor de verkenners van de persvrijheid, vooral te vinden in de provincie en bij de kleinere bladen, zijn het geen prettige tijden. Eind 1998 meldde het Volksdagblad de arrestatie van 2800 mensen in het kader van de strijd tegen pornografie en, wat ongeveer hetzelfde schijnt te zijn, politiek gevoelige publicaties.

Die strijd is sindsdien opgevoerd, conform de instructies van propagandachef Ding Guangen en van president Jiang Zemin zelf. Die heeft de media bevolen 'de centrale regering te gehoorzamen' en hun 'sensationele en negatieve' berichtgeving te staken. De partijleider van Peking heeft de lokale media herinnerd aan hun taak: het 'bevorderen van eenheid en stabiliteit'. Dus geen berichten over acties van separatisten, stakers, betogers of dissidenten. En liefst ook niet te veel berichten over de golf van misdaden en de corruptie bij de overheid, want die kunnen gemakkelijk leiden tot nieuwe protesten.

En toch. De officiële pers heeft de afgelopen weken taboes doorbroken. Ze kritiseerde een giga-project in de Yangtze-rivier, signaleerde fraude en corruptie in staatsbanken en stelde de decoratieve rol van het Nationale Volkscongres voorzichtig aan de kaak. Zou de Chinese pers dan toch de tweede macht willen worden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden