PoëzieGoed&Slecht

De dichter en zijn onderonsje met de lezer

Arjan Peters ziet hoe Meity Völke en Peter van Lier de lezer deelgenoot willen maken van tegenslag en verlies.

Beeld Getty - bewerking Studio V

De lezer laat zich met plezier inpakken als de dichter een onderonsje suggereert. Dat kan al lukken door de woorden ‘Weet je nog’. Dat wist ooit Hans Lodeizen, die romantisch vervolgde met ‘hoe de wind de bomen/ Tergde en hen de mantels van het lichaam trok’, en dan in de regen afscheid nemen van je geliefde, en daar later weer om wenen, zodat hij niet met haar maar met de lezer achterblijft, o wat kon hij dat goed.

Ook Meity Völke (1980) is met die techniek bekend, en laat daarnaast zien dat ze Gerrit Achterberg kent, maar vooral dat ze er op de weg naar het dichterschap alleen voor stond. Door daarover te lezen, worden wij prompt partij, supporters namelijk van de dichter van ‘Vier huizen terug’, in haar debuut Aan het licht (Arbeiderspers; € 17,99):

‘Weet je nog hoe alles taal en zelfs het ademen
  een ode was? Je was jezelf, vier huizen terug
en niemand zag op welke wind je dreef. ‘Kap ermee,’

riep een naaste naast de stoofprei op de tafel,
   ‘word dokter, rechter, lerares.’
  ‘Asyndeton,’ zei je mat. Begroef de krent weer
in je pap, sloeg met diezelfde lepel een pentameter

op maat en barsten in het porselein. Het was een
   woensdagmaal vol as. Aan het roer dien avond
stond het hart maar veel werd er niet ingescheept.

Je zou nog vier keer overboord gaan
  voordat je deze verzen schreef’

In zijn bundel Af (breken) op (ruimen) in (pakken) gaat Peter van Lier (1964) een stapje verder, door met een grapje te beginnen, en dan een particuliere herinnering aan te roeren (Wereldbibliotheek; € 20,99). De woorden vliegen over het papier als ganzen naar zee, een nachtelijk tafereel dat het verdriet van overdag ontkent. Ik heb een paar witregels geskipt:

‘Bij benadering drieëndertig tot veertig – plus dagen eerder – 
                                                                                                                       ik


herinner het mij nog goed,

het was nacht –|
vlogen ze

over
richting zee

    dus kon het niet uitblijven dat ook mijn moeders
   hand, per zakdoek, westwaarts bewoog,

de
ganzen tegemoet
wier

gakken
in mijn hoofd steeds weer de dag ontkent dat mijn vader eerst
gewoon wel en toen

ineens
                   niet meer
  ademde.’

Het is een opzichtig geslinger en geschuif met nogal banale woorden, waardoor de lezer defensief gaat denken: ho ho, niet élke dood is een ontroering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden