De democratische muzieksmaak van een dandy tegen wil en dank

Robert Palmer (1949) houdt van extremen. Hij tergt zijn fans al dertig jaar. Op elk album gaat het roer weer volledig om....

Van onze verslaggeefster

Japke-Doutzen Bouma

AMSTERDAM

Zo speelde hij niet onverdienstelijk sexy funk op zijn eerste solo-album Sneakin' Sally thru the Alley (1974), gooide hij na een romantische periode met veel strijkers ineens mechanische computersongs op het vinyl met Clues (1980) en Pride (1983), om in 1992 weer helemaal door te slaan naar het andere uiterste met het album Ridin' High. Hierop zingt hij dixieland en Cole Porter-liedjes met groot symfonieorkest.

Op Heavy Nova (1988) is hij jodelend te beluisteren, en op zijn laatste solo-album Honey speelt hij hardrock met Extreme-gitarist Nuno Bettencourt aan zijn zijde. Nooit iets gedaan waarvoor hij zich moest schamen, zegt hij, kettingrokend in het Amstel Hotel. Met Duran Duran-gitarist Andy Taylor en Chic-drummer Tony Thompson 'doet' hij een middagje Nederland ter promotie van de nieuwe Powerstation-cd Living in Fear.

'Ik heb geen favoriet genre. De kern van mijn muziek is mijn stem en een microfoon. De rest is achtergrond die ik aanpas aan mijn stemming. Ik wil niet in een hokje.

'In de vijftiger jaren luisterde ik naar muziek, lang voor we televisie hadden. Ik wist niet of het zwarten of blanken waren die ik hoorde, had geen notie van stromingen als r & b of rock 'n roll. Ik hield van muziek, dat was het, en zo is het nog steeds.

'Voor invloeden moet je niet nerveus weglopen. Je moet er juist voor gaan zitten, kijken wat je ermee kunt doen. Ik zie het als een arsenaal aan wapens en ideeën dat je kunt inzetten; een muzikale democratie, van alles kan er uitkomen.

'Zo blijkt bijvoorbeeld Notoriety, het eerste nummer op Living in Fear, een samba te zijn. Tony kwam daar achter. Dat dat zomaar kan, dát is voor mij nog steeds de beauty of it all.'

Palmer mag zijn muzikale democratie dan koesteren, de bezoekers van zijn concerten zijn vaak niet zo liberaal. Zo liep een paar jaar geleden de helft van zijn publiek weg uit de Royal Albert Hall. Ze waren gekomen voor rock en funk, ze kregen Billy Holiday en Fats Waller.

'Ze voelden zich bedrogen', zegt Palmer nuchter. Eigenlijk is de enige constante in zijn carriére zijn imago, die van een gecultiveerde, goedgeklede gentleman rocker en womanizer, een typering die hem al achtervolgt sinds hij op het podium maatpakken draagt.

De buitenwereld heeft hem dat imago aangemeten, niet hijzelf, vindt hij. Maar hij heeft er geen hekel aan. 'Ik vind het vooral leuk dat dat imago zoveel platen voor me heeft verkocht. Maar iedereen had het kunnen claimen.'

De aandacht voor zijn verschijning betitelt hij als een 'albatros rond zijn nek' - zwaar en lastig. Maar waar het écht om gaat, zegt hij, is zijn muziek.

Het klinkt paradoxaal uit de mond van een man die nooit ook maar de minste poging waagde om zich te ontdoen van dat 'gehate imago'. Robert Palmer ís sexy, de wereld kent hem niet zonder pak, sigaret en vrouwen.

Never change a winning team, moet Palmer gedacht hebben na de clip die in geen enkel overzicht van de hedendaagse popmuziek ontbreekt: Addicted to Love (1985). De langbenige dames die daarin zijn begeleidingsband moesten voorstellen, bezorgden hem zijn eerste nummer 1-hit in Amerika.

Ze zijn inmiddels zijn handelsmerk: korte zwarte jurkjes, het haar strak naar achteren, de lippen felrood gestift en de blikken in hun glimmende ogen stoïcijns. Palmer staat er koeltjes bij en zingt: I didn't mean to turn you on'.

Palmer heeft het niet zo op die verhalen. Hij houdt liever de werkelijkheid in het oog. 'Met de Powerstation komen we bij elkaar in Tony's woonkamer en maken muziek. Verder is het een kwestie van duimen en hopen dat de telefoon gaat. Meer is het niet.'

Alles aan hem staat in schril contrast met die laatste opmerking. Zijn choker, zijn Benson and Hedges-sigaret, zijn onberispelijke streepjeshemd, zijn bretels en gladde instappers. Maar meer nog dan dat, die geraffineerde glimlach en zijn veertien solo-albums. Palmer moest er maar weer eens een maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden