Tv-recensie Genaaid

De deelnemers van Genaaid kweten zich ijverig van hun taak

Kleren. Je trekt ze aan, je wast ze te heet en op een dag verdwijnen ze op magische wijze uit je garderobe. Ik ken het principe.

Gisteravond zag ik drie programma’s over kleding en mode. Zembla vertoonde een Franse, ietwat taaie documentaire over de katoenpluk in Oezbekistan en het internationale gesjoemel met keurmerken. Overigens heette een van de geïnterviewden Rhumana Khatun.

In Genaaid (EO) werden vijf jonge kledingenthousiastelingen gevolgd. Er zat een jonge modestudente tussen, een fashion influencer en een paar types uit het grenslandschap tussen kooplustig en koopziek. De deelnemers zouden een modelijn gaan ontwerpen, maar werden tot hun onaangename verrassing (zie ook: de programmanaam) naar Myanmar gezonden om daar de industrie achter goedkope weggooikleding van dichtbij te gaan bekijken. Een idee uit de onverwoestbare tv-ideeënbus: neem vijf fastfoodfanaten mee naar een frikandellenfabriek.

De eerste aflevering van dit soort programma’s is meestal de leukste, omdat de deelnemers daarin vaak worden aangemoedigd zich zo wereldvreemd (of asociaal, of nerderig; afhankelijk van de rol die de makers voor je in gedachten hebben) mogelijk te gedragen. In de weken daarna volgt dan, stukje bij beetje, Het Besef – dat kleding geen weggooiproduct is, dat niet alles om uiterlijk draait, dat je altijd jezelf moet zijn of welke les het programma de kijker maar wil leren. Dit alles begeleid door een voice-over van presentatrice Jennifer Hoffman, die af en toe klinkt alsof ze zo’n ‘9/11 was an inside job’-documentaire inspreekt.

De deelnemers van Genaaid kweten zich ijverig van hun taak. Met name Demi liet geen gelegenheid onbenut om zich te presenteren als een natuurtalent op het terrein van de holle decadentie: ‘Less is more. Maar soms is more more.’ Of, zoals een vriend Demi vluchtig maar tegelijk heel secuur omschreef: ‘Hij zal als eerste drankje nooit een wijntje bestellen. Altijd een glaasje bubbels.’ Even later stond Demi midden in stoffig Myanmar. Hij droeg een blinkend wit kostuum en keek nog altijd op zijn ‘Nou ja, c’est la vie-héérlijk’-manier, wat me zeer voor hem innam.

Op de catharsis in de komende weken werd vast vooruitgelopen. Amal verwachtte dat ze ging huilen. Het was dan ook allemaal, om in jargon te blijven, fucking heftig. Als deze mensen niet tot de conclusie gingen komen dat ze anders met kleding moesten omgaan, dan wisten ze het bij Genaaid ook niet meer. Floortje formuleerde het zo: ‘Ik ben bezig met een leuk kussentje voor op de bank. En dan kom je hier en dan… Hier is niet eens een bank.’

Daarna volgde Het leven is een jurk (NTR). Topontwerper Bas Kosters maakte een ‘jumpsuit vol verhalen’ voor Journaal-presentatrice Annechien Steenhuizen. Dé zin van de avond kwam trouwens op naam van Kosters: ‘Het is sowieso goed dat mensen leren hoe je voor kleren moet zorgen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.