Achtergrond Kunst in uitvaartcentra

De crematoriumkunst van Dela: werken die schuren en waar je een fijne zucht bij laat

Vrijdag is het Allerzielen: katholieken herdenken hun overleden dierbaren. Maar hoe bied je troost bij het afscheid in een crematorium? Natuurlijk, met kunst. Uitvaartcoöperatie Dela kiest daarbij niet voor pastelkleurige landschapjes. Een beeld van Kamagurka bij het strooiveld? Kan best.

In de oven van crematorium Waalstede in Tiel spiegelt het schilderij ‘Zicht’ van Rolina Nell (1968). Beeld Pauline Niks

‘Veredeld behang en nog duur ook.’ Zo typeert directievoorzitter Edzo Doeve van Dela de schilderijen die tot enkele jaren geleden in de crematoria en uitvaartcentra van de coöperatie hingen. De managers van de 77 locaties huurden de schilderijen en sculpturen doorgaans bij kunstverhuurbedrijven, wat leidde tot een wirwar aan kunst aan de muur. ‘Het werd met de beste bedoelingen uitgekozen, maar het was lang niet allemaal even goed en passend.’

Tien jaar geleden besloot Dela het serieuzer aan te pakken. Inmiddels heeft de coöperatie rond de vijfhonderd hedendaagse kunstwerken aangekocht. Telkens als er een nieuwe locatie bijkomt of een bestaande locatie wordt gerenoveerd, wordt nieuw werk gezocht.

De rode draad: reflectie, troost, doorgeven. ‘De werken moeten geen aanstoot geven of afleiden, maar ze mogen wel een beetje schuren’, zegt Doeve. ‘Als mensen er iets van vinden en het een gesprek op gang brengt, dan is het goed. Dan is het gezien. Ze hoeven het niet mooi te vinden.’ Zeker qua kleur mogen de werken iets plezierigs hebben. ‘Dat je er een fijne zucht bij laat. Dat geeft het geheel bovendien meer cachet dan pastelkleurige landschapjes in oplage met een passe-partout.’

Een van de ‘Tronies’ van Anuli Croon bij Dela in Nijmegen. Beeld Pauline Niks

Het is gemakkelijker om te zeggen wat minder geschikt is. Kunsthistoricus Anneke van Eeuwijk, manager kunstzaken van Dela, die de collectie heeft samengesteld met museoloog Joyce Dunki Jacobs en een interne kunstcommissie: ‘Niet te heftig, geen portretten met ogen die je aanstaren. Het mag niet te gedetailleerd zijn, dat komt niet over. Daarom hebben we maar weinig tekeningen. Conceptuele en abstracte kunst werken ook niet, dat kost te veel tijd en uitleg, en biedt te weinig aanknopingspunten voor de bezoekers. Het moet je meteen pakken, maar het moet ook niet te gepolijst, zoetsappig en klassiek zijn. En het moet zeker niet rechtstreeks over de dood gaan.’

Het klinkt misschien raar, zegt Edzo Doeve, maar je komt bij een uitvaartplechtigheid altijd met een zwaarder gemoed binnen dan dat je weggaat. ‘Wie bij een crematie binnenkomt, is verdrietig, nerveus. Na afloop, in de koffiekamer, wordt er ook gelachen en wordt het leven gevierd.’ Die subtiele verschillen in gemoedstoestand bepalen welke werken waar geschikt zijn. In de koffiekamer mag het dus luchtiger dan in de ‘invoerruimte’, oftewel bij de ovens. Want ook daar hangt werk.

De reacties van medewerkers en bezoekers zijn positief, uitzonderingen daargelaten. ‘Soms kiezen we iets uit waarover onze mensen op locatie hun twijfels hebben’, zegt Doeve. ‘Maar als je na een jaar vraagt of we het moeten wisselen, horen we altijd: nee, we zijn er nu aan gehecht.’

Wat: Bankside Birches 2 van Hans Vandekerckhove
Waar: Crematorium en uitvaartcentrum Rhijnhof, Leiden

‘Bankside Birches 2’ van Hans Vandekerckhove aan de muur van de ‘invoerruimte’ van het crematorium in Leiden. Rechts een ovenist, een medewerker die de oven bedient. Beeld Pauline Niks

‘Steeds meer families begeleiden de kist tot bij de oven’, vertelt Anneke van Eeuwijk. ‘Het is de enige plek waar de kunstenaars soms van schrikken: wat, hangen jullie mijn werk dáár? Maar uiteindelijk vinden ze het wel een heel bijzondere plek.’

De ruimte met de oven heet de ‘invoerruimte’. In Leiden hangt daar het romantische maar ingetogen Bankside Birches 2 van de Belgische schilder Hans Vandekerckhove (1957). Hij schildert idyllische berg- en bosgezichten, rivieren en wolkenluchten. Zijn landschappen zijn fris en opgeruimd, de lucht en het water zijn helder en transparant. Het zijn contemplatieve, ascetische werken die rust uitstralen  en dat is precies waar je behoefte aan hebt op deze plek in het crematorium.

Wat: De nacht is gevallen van Kamagurka
Waar: Crematorium en uitvaartcentrum Maaslanden, Nieuwkuijk

‘De nacht is gevallen’ van Kamagurka. Pur en polyester, crematorium Maaslanden. Beeld Pauline Niks

Bij de humor van de Belgische absurdist Luc Zeebroek (1956), alias Kamagurka, denk je niet aan verdriet of rouw. In 2011 raakte Dela-directievoorzitter Edzo Doeve met hem op een kunstbeurs in gesprek over tegendraads kijken en hoe je blik op de wereld wordt beïnvloed door je omgeving. Het ging over Kamagurka’s Lazy Landscapes. Landschappen die letterlijk lui onderuitgezakt op een bank in een woonkamer hangen. Een geestige associatie, maar het roept ook vragen op: hoe kan een landschap lui zijn en op de bank gaan liggen? Of zijn de mensen soms te lui geworden om het landschap op te zoeken?

Lui landschap nummer 5 hangt in crematorium Rijtackers in Eindhoven. De kunstcommissie van Dela zocht Kamagurka later in zijn atelier op en zag daar de cartoon De nacht is gevallen. Een man buigt zich op klaarlichte dag over een paar zwarte plassen in een weiland. Tijdens het bezoek ontstond het idee om er een beeld van te maken. In het park van crematorium Maaslanden kijkt de man naar een zwarte ‘nacht’ die in het gras is gevallen. De associatie maakt zware kost verteerbaar: na het vallen van de nacht volgt immers altijd weer een nieuwe dag.

Wat: Disco van Jeppe Lauge
Waar: Crematorium en uitvaartcentrum Rhijnhof, Leiden

Schilderij ‘Disco’ van Jeppe Lauge in Leiden. Beeld Pauline Niks

Een klassiek, romantisch landschap is een wat al te veilige keuze, vindt Dela. De Deense kunstenaar Jeppe Lauge (1980) laat op zijn schilderijen patronen en vormen binnendringen in zijn realistisch geschilderde landschappen. Neem dit geometrische lijnenspel. De boomstronken en -stammen lijken keurig gerangschikt, er komt diepte in.

‘Right Here’ van Jeppe Lauge, olieverf, pastel en houtskool op doek. Crematorium Leiden. Beeld Pauline Niks

Jeppe Lauge doorliep de Gerrit Rietveld Academie en woont en werkt sinds 2008 in Amsterdam. Hij is geïnspireerd door die stad, maar ook door Jutland met zijn bossen, velden en meren. ‘Natuur past als thema al snel bij ons, omdat het rustgevend is’, zegt Anneke van Eeuwijk. ‘Maar dit is bovendien een spannend beeld. Wat doen die bomen op een discovloer?’ Het is een van de jongste aankopen, samen met nog enkele andere werken van Lauge voor het crematorium van Leiden. ‘Met iedere toevoeging in de collectie willen we iets meer durven. Dit werk sloeg meteen in als een bom. Iedereen is er dol op.’

Wat: Tronies van Annuli Croon
Waar: Crematorium en uitvaartcentrum Waalstede, Nijmegen

Een van de ‘Tronies’ van Anuli Croon in het crematorium van Dela in Nijmegen. Beeld Pauline Niks

De kleurrijke Tronies van Anuli Croon (1964) zijn niet te missen in de ontvangstruimte in Nijmegen. De Rotterdamse beeldend kunstenaar maakt collages op de computer die ze vervolgens overzet op doek. De stempels, sjablonen en patronen lopen soms door in de figuren, soms niet. De figuren zijn ‘half muppet, half emoticon’, aldus een recensent in Het Parool over haar recente expositie in een Amsterdamse galerie, ‘met neuzen als aubergines en haar dat doet denken aan Boris Johnson of de Playmobil-coupe’.

Een van de ‘Tronies’ van Anuli Croon bij Dela in Nijmegen. Beeld Pauline Niks

Toch nemen de Tronies geen loopje met de emoties van de bezoekers. ‘Ze zijn beeldvullend aanwezig, je kunt er niet omheen’, zegt Anneke van Eeuwijk. ‘Ze hebben weinig gezichtsuitdrukkingen, waardoor de nadruk op hun handelingen komt te liggen. Ze kunnen zo een sterke emotie oproepen, terwijl ze zelf afstandelijk zijn. Er zijn veel handen te zien, en die handen houden vast of pakken vast.’ In het crematorium in Rotterdam hangt ook een landschap van Anuli Croon. ‘We kopen doorgaans eenmalig een aantal werken van een kunstenaar’, zegt Van Eeuwijk. ‘Behalve als iemand een heel nieuwe stap zet.’

Wat: Grazzly van Marjolijn Mandersloot
Waar: Crematorium en uitvaartcentrum Berkendonk, Helmond

‘Grazzly’ van Marjolijn Mandersloot, in de tuin bij de koffiekamers van het crematorium in Helmond. Beeld Pauline Niks

Na afloop van een uitvaartceremonie volgt na de traan vaak ook een lach. De koffiekamers van het crematorium in Helmond kijken uit op een grote knuffelbeer van kunstgras – vandaar dat Marjolijn Mandersloot (1959) hem de naam Grazzly gaf. ‘Kinderen rennen ernaartoe, hij vrolijkt in zijn eentje de sfeer op’, zegt Anneke van Eeuwijk. ‘Dat mag ook wel, na alle emoties van het afscheid dat de bezoekers net achter de rug hebben.’

‘Grazzly’ van Marjolijn Mandersloot, bij het crematorium in Helmond. Beeld Pauline Niks

Bij dit werk komt de juiste plek nauw kijken. ‘Je zit niet op die beer te wachten als je aankomt’, zegt Van Eeuwijk. ‘Maar dat je hem tegenkomt als je later naar de strooivelden gaat om de as uit te strooien, is geen probleem. Dan kun je ook wel wat lucht gebruiken. Grazzly is zo groot dat hij een knuffel kan zijn voor iedereen – voor algemeen gebruik, zullen we maar zeggen.’

Wat: Gevoelsdraden van Gery Bouw
Waar: Crematorium en uitvaartcentrum De Linge, Tiel

Glaskunstwerk ‘Gevoelsdraden’ van Gery Bouw in crematorium De Linge in Tiel.

In de belangrijkste plek van het crematorium, de aula, stelt de kunst zich bescheiden op. Hier moet de aandacht immers uitgaan naar de overledene: de kist, de bloemen, de toespraken. Voor het nieuwe crematorium in Tiel werd Gery Bouw (1957) gevraagd een glaskunstwerk te ontwerpen. Niet alleen om warmte en troost te bieden, maar ook om te voorkomen dat de bezoekers worden gestoord door passerende auto’s en voetgangers.

Bouw maakte het glaskunstwerk Gevoelsdraden, een ontwerp van bloem- en kelkachtige patronen. Ze zijn met draden aan elkaar verbonden. ‘Ze symboliseren tegelijkertijd de verbondenheid met de overledene’, zegt Anneke van Eeuwijk. ‘Wie beter kijkt, ziet bovendien tastbare herinneringen aan de wereld van de overledene, zoals een sieraad, een stoel, een lamp, een kop en schotel. En er zijn religieuze en natuurlijke symbolen in verstopt, zoals een schip, een vlinder, een lotusbloem en een duif.’

Draagt elkanders lasten

Dela is de grootste uitvaartverzekeraar van Nederland en België. De begrafenisvereniging Draagt Elkanders Lasten werd in 1937 opgericht in Eindhoven om een einde te maken aan ‘de oneerlijke gewoonte mensen met een openlijk standsverschil te begraven’. Sinds 1942 is Dela een coöperatie zonder winstoogmerk. Inmiddels telt de verzekeraar drie miljoen leden. Dela is sinds dit jaar ook actief op de Duitse markt, met overlijdensrisicoverzekeringen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden