DE COWBOY WEET HET OOK NIET MEER

De Hollywoodwestern laat zich zonder moeite ombuigen naar andere tijden, andere locaties, en andere omstandigheden...

Een lafaard. Zo is Robert Ford in de geschiedenisboeken weggezet. Een verrader. Een man die niet met open vizier strijdt, maar vanuit het geniep. Niet voor niets schoot Robert Ford de vermaarde boef Jesse James in 1882 in de rug. Nota bene in het huis van James, vlak bij een raam met uitzicht op de ongerepte natuur.

The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford mag van de makers nadrukkelijk geen western worden genoemd. Hij gaat weliswaar over cowboys en speelt in het wilde westen, maar dat maakt een film niet meteen tot een western, formuleerde hoofdrolspeler en producent Brad Pitt streng in Venetië, waar de film zijn wereldpremière beleefde. Wat het dan wel is? ‘Een film die de legende van Jesse James ontdoet van zijn romantiek. Een periodefilm die laat zien hoe de geschiedenis niet altijd recht doet aan de werkelijkheid.’

Het is waar dat de tweede speelfilm van de Nieuw-Zeelandse regisseur Andrew Dominik vooral over het imago van Jesse James gaat – over hoe de trein- en bankrover in films, liedjes (Bruce Springsteen) en verhalen (waaronder de stripboeken van Lucky Luke) een legendarisch figuur werd, die volgens de mythe stal van de rijken en de buit verdeelde onder de armen.

Aan de andere kant is The Assassination of Jesse James ook een western. Maar dan van het soort – dat zal Pitt bedoelen met ‘geen western’ – dat speelt met de wetten van het genre. In The Assassination of Jesse James draait het niet om een kleine gemeenschap van fatsoenlijke voortrekkers, die gegijzeld wordt door een zootje boeven dat god noch gebod respecteert. Integendeel; het gaat hier om een bende die met intimidatie en geweld het recht in eigen hand neemt, en zich daarom beter waant dan de volgzame burgerij.

Het best kan The Assassinaton of Jesse James worden omschreven als een alternatieve, eigentijdse western. Regisseur en scenarioschrijver Dominik reageert met de bijna drie uur lange film op de huidige tijd. Over imago’s en idolen gaat het, over moed en overmoed, en de dunne grens tussen goed en slecht. Of preciezer: The Assassination of Jesse James laat zien dat goed en slecht vooral een kwestie van perspectief is. Wat voor de één een vrijheidsstrijder is, is voor de ander een schurk.

In het gestileerde en trage epos van Pitt en Dominik wordt de moordenaar Robert Ford zelfs een ster; hij toert enige tijd door Amerika met een theatershow waarin hij zijn fatale schot op James naspeelt. Kort daarop verschuift de publieke opinie. Ford wordt plotseling overal uitgespuugd. Hij geldt dan als de zwakkeling die de romantische held Jesse James neerknalde.

Behalve een oud verhaal waarmee de huidige tijd wordt onderzocht, is The Assassination of Jesse James een film die de kracht van de western bevestigt. Het genre wordt keer op keer opnieuw uitgevonden. Op het afgelopen festival van Venetië, twee maanden geleden, werd met een uitgebreid retrospectief de Italiaanse spaghettiwestern uit de jaren zeventig geëerd – uitbundige producties die aan de haal gaan met de van testosteron overlopende klassiekers van grote westernregisseurs als Howard Hawks en John Ford. Op hetzelfde festival was in de hoofdcompetitie tevens een Japanse western te zien (Sukiyaki Western Django van Miike Takashi). Ook Hollywood heeft de western herontdekt: behalve Jesse James is onlangs in Amerika 3:10 to Yuma uitgegaan – met Russell Crowe als outlaw –, terwijl nieuwe films als In the Valley of Elah van Paul Haggis en No Country for Old Men van Joel en Ethan Coen veel aan de western verschuldigd zijn.

Wonderlijk is die opgelaaide interesse niet. De western is voor film wat de Griekse tragedie voor het theater is: een oergenre, dat er al was toen de eerste stappen werden gezet.

Al in die vroegste films is de wildernis van het dan nog onaangeroerde Westen te zien, met kerels op paarden die hun eigen orde scheppen, als nobele wilden, in volmaakte vrijheid. In die eerste films zit ook al de dubbelzinnigheid die kenmerkend zou worden voor de Amerikaanse westerncultuur. Met aan de ene kant de trots op het idee dat de Verenigde Staten als een ware grootmacht zijn beschaving oplegt aan inferieur geachte culturen (toen: de indianen), en aan de andere kant het nostalgische verlangen naar het ongerepte land dat door dit Amerikaanse beschavingsoffensief naar de verleden tijd wordt verdrongen.

In Hollywood zou de heimwee naar die ongereptheid nog decennia worden vertaald als een typisch Amerikaanse eigenschap: de drang nooit te rusten en telkens weer een nieuwe frontier op te zoeken, een nieuw gebied dat door Amerikaanse mannen moet worden ontgonnen en omgebouwd tot een betere maatschappij.

Waar de meeste landen hun geschiedenis vastzetten in de literatuur, de beeldende kunst of het theater, deden de Amerikanen dat in de Hollywoodwestern. In die context is het doodnormaal dat iedere nieuw gekozen president zich als een cowboy laat fotograferen. Hij gaat op een wit paard zitten, zet de witte hoed van de good guy op, en klik: het oerbeeld van de Amerikaanse leider, de John Wayne van de wereld, is voor vier jaar bevestigd.

Bill Clinton liet zich zo vastleggen, Ronald Reagan, Jimmy Carter en Lyndon B. Johnson, de Texaan die de Vietnamoorlog liet escaleren door de Amerikaanse troepenmacht sterk uit te breiden, deed het ook. George W. Bush, de man die zijn cowboys naar Irak stuurde om vrede stichten, is tijdens zijn vrije dagen op zijn ranch zelden zonder cowboyhoed te betrappen.

Die voorliefde voor cowboys en het Amerikaanse verleden werd door de legendarische regisseur John Ford al in de jaren tien van de vorige eeuw verheerlijkt, toen de films nog zwijgend waren. Zijn imposante oeuvre – van Cheyenne’s Pal (1917) en The Last Outlaw (1919) naar The Quiet Man (1952) – is archetypisch voor wat nu onder de Amerikaanse film wordt verstaan: strak gestroomlijnde verhalen over goede mensen en slechteriken die uiteindelijk allemaal westerns zijn – variaties op het pioniersthema, dat zich zonder moeite laat ombuigen naar andere tijden, andere lokaties, en andere omstandigheden.

De cowboy is de grens overgegaan, zijn missie is dezelfde gebleven. De woeste indianen uit de vooroorlogse films werden ingeruild door andere vijanden, zoals Duitsers, Japanners, communisten, buitenaardse wezens of, zoals vandaag de dag, arabieren. De voortrazende paarden maakten plaats voor tanks en straaljagers, en de mondharmonica week voor hiphop.

In The Assassination of Jesse james by the Coward Robert Ford wordt bewust teruggegrepen naar de esthetiek van de oude western, met zijn weidse landschappen, mannen in lompen, en knapperende haardvuren. Door die clichés breeduit te etaleren zonder verder aan heldenverering te doen neemt de film nadrukkelijk afstand van de mythevormingt: de Jesse James van Brad Pitt is geen vastberaden killer, maar een verwarde, zoekende man die in conflict is met zichzelf en daarom helemaal nergens rust vindt.

Daarmee is de twijfel van de progressieve Amerikanen aan de pioniersgeest van de Amerikaanse ziel (en daarmee aan de oorlog in Irak), een twijfel die sinds enkele jaren luid wordt verkondigd door acteurs als Sean Penn, George Clooney, Woody Harrelson én Brad Pitt, nu ook vastgezet in het genre dat de Amerikaanse mythe mede heeft vorm gegeven.

The Assassination of Jesse James laat zien dat na Korea, Vietnam, Afghanistan en Irak het beeld van de Amerikaan als een man die zijn weg baant naar een gouden toekomst onhoudbaar begint te worden.

Robert Ford verzamelt in The Assassination of Jesse James plaatjes van zijn held en latere baas Jesse. Kaartjes die gratis worden verstrekt bij sigaretten. Verkleurde, morsige foto’s zijn het, die hij stiekem bewaart in een doos onder zijn bed.

In die scène wordt op slag duidelijk dat Ford inderdaad geen lafaard was. De moordenaar van Jesse James was een man die niet kon accepteren dat het gedroomde Amerika helemaal niet bestaat.

*****

The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford (Andrew Dominik). Draait vanaf vandaag in 5 bioscopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden