InterviewTaalpublicist Ton den Boon

De coronacrisis prikkelt het Nederlandse taalgevoel: al 700 nieuwe woorden

Beeld Claudie de Cleen

Nederlanders gaan creatief om met hun taal en ze willen graag origineel zijn. Geen wonder, zegt taalpublicist Ton den Boon, dat zijn coronawoordenboek snel dikker wordt.

Het plezier is hoorbaar in de stem van Ton den Boon als hij uitlegt wat quarantinderen is: tinderen terwijl je in quarantaine zit. ‘Coronazi is ook een leuke. Dat is iemand die een ander die zich niet aan de corona- en/of lockdownmaatregelen houdt, op vrij agressieve wijze aanspreekt en kapittelt.’

Coronazi is een afgeleide van taalnazi. ‘Zo word ik ook weleens genoemd, ja.’ Sinds vorige maand houdt Den Boon op taalbank.nl een ‘coronawoordenboek’ bij. Den Boon, taalpublicist in onder meer Trouw en hoofdredacteur van de Dikke van Dale, raakte geïnspireerd toen hij op zaterdag de krant las. ‘Er stonden zo ontzettend veel nieuwe woorden over corona in dat ik een lijstje ben gaan bijhouden.’

Zijn verzameling telt inmiddels meer dan 700 woorden en groeit dagelijks. De veelheid van nieuwe woorden is uniek, zegt hij.

‘Vooral omdat het in zo’n korte tijd gebeurt. De kredietcrisis heeft onze taal ook op een blijvende manier veranderd, maar toen ging het veel langzamer. Er was weliswaar een knal, de val van Lehman Brothers in 2008, maar voordat iedereen in de gaten had wat de consequenties waren, waren we een jaar verder. Nieuwe woorden zoals onderwaterhypotheek werden pas na 2009 gangbaar.’

Dat de groei van nieuwe woorden zo onstuimig is, komt deels door een karakteristieke eigenschap van het Nederlands. Anders dan in veel andere talen kunnen in het Nederlands, net zoals bijvoorbeeld in het Duits, samenstellingen worden gemaakt. Ruim 90 procent van de nieuwe woorden is een samenstelling.

Er is volgens Den Boon nog een oorzaak dat zijn coronawoordenboek zo snel groeit: de creativiteit van Nederlanders en hun verlangen om origineel te zijn. ‘Dat zijn gewaardeerde kenmerken in ons taalgebied. Je ziet het terug in de media, vooral in de kranten. Wie wil opvallen, zorgt voor opvallend woordgebruik.’

Wat ook helpt, zegt Den Boon, is dat in Nederland nog steeds veel kranten verschijnen. ‘Eindredacteuren en opmaakredacteuren moeten werken met krantenkolommen, de ruimte is beperkt. Soms moeten er dingen worden samengevat. Heel veel van de nieuwe woorden worden door de kranten gemaakt.’

Op verzoek geeft Ton den Boon commentaar op vijf nieuwe woorden, door hemzelf gekozen.

Hoestschaamte

‘Niesschaamte heb ik ook aangetroffen, en wandelschaamte. En buitenschaamte. Dat is ook een interessant woord, want het is niet met een werkwoord gevormd.

‘Hoestschaamte is een blijvertje. Het toont aan dat de betekenis van het woord schaamte een uitbreiding heeft gekregen. Twee jaar geleden hebben we uit het Zweeds vliegschaamte overgenomen. Daarna kwamen er allemaal samenstellingen die met de klimaatverandering te maken hadden: bezorgschaamte, babyschaamte, klimaatschaamte zelf.

‘Maar nu krijgt schaamte weer een doodnormale betekenis: schaamte voor bepaald gedrag. Vroeger werd schaamte alleen gebruikt voor de dingen die heel dicht bij je zijn. Het heeft een uitstapje naar het klimaat gemaakt en nu komt het weer terug bij de oorspronkelijke betekenis.’

Coronakapsel

Beeld Claudie de Cleen

‘Dit is echt een gelegenheidswoord. Het brengt de creativiteit van Nederlanders tot uitdrukking. Iedereen ziet dat de wereld er wat anders uit is gaan zien. Coronabuikje is een ander voorbeeld, en coronakilo, twee woorden die zijn ontstaan doordat we ons noodgedwongen onvoldoende kunnen bewegen. Dat geldt trouwens vooral voor stadsbewoners, niet voor mij. Ik woon hier in Varik op een dijk, ik kom niemand tegen als ik de deur uitga.’

‘Hoeveel woorden kans maken op een plek in de Dikke Van Dale hangt af van de duur van de coronacrisis. Als ons inderdaad een anderhalvemetersamenleving te wachten staat, de komende twee, drie jaar, zullen heel wat woorden beklijven. Dan heb je het over 5 à 10 procent van de woorden die nu ontstaan. Enkele tientallen woorden zullen het wel gaan halen.

‘Een woord als coronakapsel zal niet blijven bestaan. Het zal nog een tijdje worden gebruikt, in elk geval zolang de kappers niet aan het werk mogen, maar langzaam verdwijnen.’

Anderhalvemetersamenleving

Beeld Claudie de Cleen

‘Eigenlijk een onmogelijk woord, vanwege de lengte. Het voldoet niet aan mijn Scrabblecriterium: het past niet op het bord. Dat pleit over het algemeen niet voor dit soort woorden. Probeer het maar eens in een krantenkop te krijgen. Ik verwacht dat tussen nu en drie, vier weken alternatieve woorden zullen ontstaan. Maar het is wel een officieel woord, de overheid gebruikt het. 

‘Over een aantal jaren zullen we romans kunnen lezen over het leven in de anderhalvemetersamenleving. Sociologen en cultureel-antropologen zullen artikelen schrijven over ons gedrag in de anderhalvemetersamenleving; over hoe we omgingen met de anderhalvemeterregels in de anderhalvemetereconomie. Deze woorden zullen beklijven. Het werkwoord anderhalvemeteren heb ik ook al aangetroffen. Dat zullen we zeker gaan gebruiken.’

Drive-by-uitvaart

Beeld Claudie de Cleen

‘In de eerste plaats zegt dit iets over onze neiging om op de golven van de coronacrisis Engelse woorden te gebruiken. Drive-by en drive-through zijn voorvoegsels die plotseling zijn opgedoken. Ik las al ergens aardbeien-drive-through en asperge-drive-through, en drive-by-uitvaart en drive-by-verjaardag. Het is bijna niet uit te spreken, maar goed.

‘Het aardige van een samenstelling met drive by is dat we dat een week of zes weken geleden alleen maar kenden uit de criminele sfeer; uit de Engelstalige drive-by-shootings, de schietpartijen. Dit is ook een blijvertje. Niet in combinatie met uitvaart, over een paar weken zal dat woord verdwijnen, maar het voorvoegsel zullen we er in de anderhalvemetersamenleving ongetwijfeld aan overhouden.’

Quarantinderen

Beeld Claudie de Cleen

‘Dit is een procedé dat we in deze tijd ook heel veel zien. Om de nieuwe werkelijkheid te benoemen, worden woordspelingen gebruikt. Quarantinderen is een zogenaamd porte-manteauwoord, van quarantaine en tinderen. Er zijn veel van dit soort woorden ontstaan, met corona vooral. Coronials bijvoorbeeld, de generatie die in de crisis is geboren. In de Volkskrant las ik coronomie, de economie in tijden van corona. Dat vind ik ook een leuke.

‘Ik geniet van elke nieuwe taalvondst, of die nou lelijk of mooi is. Het geeft aan dat we creatief zijn en dat onze taal levendig is. Ik ben geïnteresseerd in de taalkundige ontwikkelingen in de crisis. Als je dit niet vastlegt, meteen, verdwijnt het weer. Commercieel ga ik er niets mee doen, maar het woordenboek is wel een document voor de toekomst.’

taalbank.nl/coronawoordenboek

‘Masturbatie in tijden van corona’

‘Coronanie (de) masturbatie in tijden van corona, waarin fysiek contact met anderen (buiten de vaste partner met wie je samenleeft) onwenselijk gevonden wordt’. Ruim 150 nieuwe woorden die taalpublicist Ton den Boon de afgelopen zes weken las en hoorde, zijn samenstellingen en mengwoorden met hét crisiswoord: corona. Eén samenstelling is door hemzelf bedacht: coronawoordenboek. Andere opvallende vondsten: coronageddon, coronaspijbelaar en, herkenbaar voor velen waarschijnlijk, coronamoe: ‘Meer dan genoeg hebbend van de virusziekte corona en m.n. van de berichtgeving daarover’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden