INTERVIEW

De componist is een nomade

Interview componist Joël Bons (64)

Componist Joël Bons haalt al decennia musici uit alle windstreken naar Nederland. Veertig jaar fushion brengt hij nu samen in één muziekstuk: Nomaden.

Foto Els Zweerink

De partituur ligt voor hem op tafel. Hij streelt met zijn hand over de nog gave kaft. Kakelvers. Geen kreukels, geen ezelsoren of corrigerende krabbels. Joël Bons (64) moet nog naar de copyshop voor een paar extra exemplaren. De allerlaatste noten zijn daags ervoor geschreven. Hier ligt een uur muziek, een jaar componeren, hier ligt een samenvatting van zijn hele muziekleven.

Bons schreef het stuk Nomaden, dat komende week in première gaat, in opdracht van de Cello Biënnale. Componist Pierre Boulez, met wie hij meermalen samenwerkte, zei ooit: 'De componist is een nomade.' Het is van toepassing op Joël Bons. Al decennia haalt hij musici uit alle windstreken met hun uitheemse muziektradities, afwijkende toonladders en exotische instrumenten zoals de sheng, de sarangi en de setar, naar Nederland. Hij vroeg ze niet alleen hun eigen 'wereldmuziek' te komen spelen, maar ook om avonturen aan te gaan met westerse musici.

Al in de jaren tachtig - het woord wereldmuziek was nog niet in zwang - zwierf hij door China op zoek naar de muziek van dat land. 'Ik ontmoette componisten die nog onbekend waren, zoals Tan Dun, nu een gevierd musicus. Bij hen bemerkte ik een onbevangenheid tegenover nieuwe klanken. Deze componisten waren niet geïmpregneerd met ingewikkelde muziektheorieën en pakten alles op om hun eigen mix te maken. Dat sprak me enorm aan. Ik heb ze hierheen gehaald, hun muziek bleek bij veel mensen weerklank te vinden, juist omdat het zo spontaan was.'

Bons, die in 1980 aan de wieg stond van het Nieuw Ensemble voor hedendaagse muziek, besloot in 2002 het Atlas Ensemble op te richten, waarin dertig westerse en niet-westerse musici bijeenkwamen. Musici uit uiteenlopende muziektradities kregen compositieopdrachten. 'Mijn idee was: zij willen werk schrijven voor westerse instrumenten, wij zijn geïnteresseerd in hun instrumenten. Dus waarom zouden we geen combinatie maken? Zo ontstond een mengvorm.'

Zijn ambitie met Nomaden reikt verder dan een mengvorm. 'Hopelijk is er iets nieuws ontstaan. Geen crossculturele muziek waarin je stijlen combineert, maar een nieuwe vorm die wederzijds eigen wordt.' Vergelijk het met koken, zegt hij. 'Goede fusiongerechten zijn geweldig, maar fusion is iets anders dan taco's en sushi op één bordje. Je moet een balans zoeken in ingrediënten. Neem een specerij als peper: niemand realiseert zich nog waar dat vandaan komt. Het is van iedereen geworden.'

Voor zijn chef-d'oeuvre haalde Bons de hele wapenrusting uit de kast die hij in dik veertig jaar muziekmaken had vergaard. Nog voor zijn Chinareis was hij door de molen gegaan van de modernistische muziek, onder meer op het conservatorium van Freiburg. 'Daar moest je je verantwoorden voor elke noot. Diepe gesprekken waren dat. Op een bepaald moment begon alle nieuwe muziek voor mij op elkaar te lijken, zo vreugdeloos vooral. Was ik daarvoor de muziek ingegaan? Toen ben ik gaan teruggrijpen op waar het voor mij allemaal begon.'

Als kind doorliep Bons niet het traject van Bach naar Beatles. Zijn ouders hadden een bijzondere collectie muziek die reikte van Afrika tot Azië, van Mexico tot Macedonië. 'Was mijn vader (de grafisch ontwerper Jan Bons, red.) met Gerrit Rietveld naar Mexico geweest, dan kwam hij terug met een stapel mariachi-platen.' Bons viel voor de popmuziek van zijn tijd. 'The Beatles: elk nummer had iets nieuws. En elke keer dacht ik: wow, wat zou het dit keer zijn? Die opwinding bij het ontdekken van nieuwe dingen in muziek is nooit opgehouden.'

In het jongensbandje dat hij had opgericht - Bons speelde gitaar - zoog hij de invloeden op van Jimi Hendrix, Crosby, Stills & Nash, Soft Machine en Frank Zappa. 'Dan is de brug naar Stravinsky en Varèse niet meer zo groot.' Modern-klassieke componisten volgden. 'Louis Andriessen en Theo Loevendie waren hier mijn grote voorbeelden. Pas daarna ontdekte ik hoe fantastisch de muziek van Bach en Beethoven is.'

Toen hij in 2014 op de Cello Biënnale de Franse cellist Jean-Guihen Queyras leerde kennen, wist Bons dat alles bij elkaar kwam. 'Queyras was al een wereldster in westerse klassieke muziek, speelde Haydn en Schumann op hoog niveau, maar op de biënnale trad hij op met Iraanse trommelaars en een Griekse kementsje-speler. Moeiteloos. Ik was heel verrast, het voelde of ik een geestverwant had gevonden en ben enthousiast op hem afgestapt.'

Foto Els Zweerink

Jean-Guihen Queyras is de spil geworden van Nomaden. De andere instrumenten gaan, samen of apart, nu eens een dialoog aan met zijn cello, dan weer omhullen ze hem, of vechten ze een duel uit. De cello krijgt steeds een andere rol. 'Helemaal in het begin speelt hij één toon, die wordt overgenomen door andere instrumenten. Je hoort hun bijzondere kleuren.'

Bons bladert geestdriftig door de partituur, neuriet een stukje voor, laat zijn thee koud worden. Hij wijst op solostukken voor de cello, op een bepaalde toon die ook door Boulez werd gebruikt. Er is ruimte gelaten voor individuele musici om een minuut of twee, drie te improviseren. 'Zij zijn gewend een muzikaal verhaal te vertellen dat niet op schrift staat. Ik heb een ondergrondje geschreven dat doorloopt, net als in jazzmuziek: een muzikaal tapijtje waarop ze even een moment vrij kunnen dansen.'

Over een paar dagen komen zijn gasten uit China, Japan, Iran en Azerbeidzjan aan in Nederland. Dat zo veel mensen in de muziek en zo veel mensen eromheen met zo veel liefde samenwerken, raakt me diep', zegt hij. 'Muziek verenigt. Kijk naar het Midden-Oosten: religie en politiek trekken muren op, maar als je naar de muziekgeschiedenis van het gebied kijkt, is het één grote uitwisseling. Muziek is belangrijk voor zo véél mensen.' Het is daarom onbegrijpelijk, zegt Bons, dat de Nederlandse overheid sinds 2012 zo'n kaalslag teweeg heeft gebracht in het muzieklandschap. Het Nieuw Ensemble en het Atlas Ensemble gingen in dat jaar van acht ton rijkssubsidie per jaar 'zoef, naar nul'. Ontslagen, verhuizingen, ellende. Het aantal uitvoeringen werd drastisch teruggeschroefd.

Première

Het stuk Nomaden gaat op 28 oktober in première op de Cello Biënnale Amsterdam. Het wordt uitgevoerd door het Atlas Ensemble onder leiding van dirigent Ed Spanjaard. Herhalingen zijn er op 30 oktober in Groningen en op 5 november in Den Bosch. De biënnale, met meer dan tachtig concerten en andere activiteiten, is van 20 t/m 29 oktober in Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam. cellobiennale.nl.

'Er is over het geheel genomen een grote verschraling opgetreden', zegt Bons. 'Na 25 jaar cultuurvriendelijk beleid zijn we weer terug bij af. Pure kapitaalvernietiging.' Troost put Bons uit de gedachte dat jonge musici zich hier niet door laten weerhouden. 'Ze storten zich honderd procent in de muziek, net als wij in de jaren tachtig. Er was toen ook niet veel geld voor ensembles en jonge componisten.' Toegegeven, de straffe bezuinigingen hadden wat hemzelf betreft één onvoorzien voordeel. 'In de jaren tachtig heette ik een veelbelovend componist te zijn. Maar ik werd artistiek leider van een ensemble. Dat is keihard werken waardoor je nog nauwelijks toekomt aan componeren. Toen er geen geld meer was, had ik daar weer tijd voor. Eigenlijk kan ik wel zeggen dat Nomaden er zonder de bezuinigingen niet was gekomen.'

Cello Biënnale

Sheng: Chinees mondorgel met rieten pijpen, de oorsprong gaat terug tot de 11de eeuw voor Christus.

Sho: Japans mondorgel, afgeleid van de sheng, sinds de 8ste eeuw gebruikt aan het keizerlijke hof.

Shakuhachi: Japanse fluit, oorspronkelijk gemaakt van bamboe.

Doedoek: Eeuwenoud Armeens blaasinstrument dat wordt aangeblazen met een dubbelriet.

Tar: Luit met een lange hals, gebruikt in traditionele muziek in Iran, Turkije, Azerbeidzjan, Armenië en Georgië.

Setar: Ander lid van de luitfamilie, uit dezelfde omgeving als de Tar.

Erhu: Tweesnarig strijkinstrument uit China.

Kamancha: Strijkinstrument, gebruikt in de Armeense, Turkse, Azerbeidzjaanse en Koerdische klassieke muziek.

Kemençe: Familielid van Kamancha, wordt vooral gebruikt in Turkije.

Sarangi: Veelsnarig strijkinstrument uit India.

Demonstraties van de instrumenten zijn te vinden op het YouTubekanaal AtlasEnsemble1.

Meer over