De clip mag kunst zijn

Nederlandse bands hebben vaak te weinig geld om een behoorlijke videoclip te maken. Gevolg: weinig aandacht op muziekkanalen. Het vorig jaar opgerichte TAX- videoclipfonds biedt hulp, met overheidssteun....

In een videoclip van enkele minuten worden de lotgevallen van de wereldvreemde Alex belicht. Alex is een robot, werkt op kantoor en wordt door zijn collega’s bewonderd om zijn toewijding en efficiëntie.

Het is Alex die elke werkdag het licht aan en uit doet. Maar het is ook Alex die net uit de pas loopt met zijn collega’s en te hard lacht om hun grappen. Terwijl hij er zo graag bij wil horen. En als al het werkvolk het pand heeft verlaten, oefent de tragikomische held zich in zijn eentje bij de koffieautomaat in het soepel handjes schudden.

Filmisch kleinood
Het clipje voor het nummer A Good Year For The Robots van de Nederlandse band Coparck is een filmisch kleinood. Een miniatuur docu/speelfilm met een sterk concept, waarin goed geacteerd wordt en – niet onbelangrijk – een sterk liedje wordt gezongen. Professionaliteit en kwaliteit en een creatieve invulling van een kunstvorm die vaak niet meer beoogt dan een liedje behangen met wat indrukwekkende beelden.

Maar A Good Year for the Robots is ook om een andere reden bijzonder. De clip had niet zonder de financiële hulp van de Nederlandse overheid gemaakt kunnen worden. Het vorig jaar opgerichte TAX- videoclipfonds betaalde een aanmerkelijk deel van de 16 duizend euro die de clip kostte.

Politiek doordrongen van malaise
Ook de politiek raakte doordrongen van de malaise in de muziekindustrie – grote verliezen door illegale downloads – in het algemeen en die in Nederland in het bijzonder. Grote platenmaatschappijen contracteren al lang geen nieuw Nederlands talent meer en vaak is er voor de bands die wel ergens onderdak hebben te weinig geld om een behoorlijke videoclip te maken. Met als direct gevolg dat muzikaal interessante Nederlandse acts te weinig aan bod komen op de muziekkanalen.

SP-kamerlid Arda Gerkens schreef in 2005 een nota waarin ze structurele ondersteuning van de Nederlandse popsector bepleitte. En vorig jaar schoot de overheid te hulp met het TAX-videoclipfonds – als eerbetoon naar poppionier Wally Tax genoemd. Het fonds heeft voor twee jaar negen ton tot zijn beschikking. Een bedrag dat gezamenlijk en evenredig wordt opgehoest door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties en het Fonds voor Beeldende kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

Bestaansrecht en succes
Sinds oktober vorig jaar buigt een commissie zich over de binnenkomende aanvragen. Bestaansrecht en succes tekenen zich al af. Als de stroom van de aanvragen iets zegt over de dadendrang van bandjes en beeldmakers dan staat creatief Nederland te trappelen om zich uit te drukken in de nieuwe media. In ruim vijf maanden zijn 51 aanvragen ingediend. Daarvan zijn er tot nu toe 12 gehonoreerd voor in totaal ruim 165 duizend euro. De video’s van Coparck, C-Mon & Kypski, A Balladeer en dj collectief Kraak en Smaak hebben hun weg naar de kijker al gevonden. De eerste clip van rapper Salah Edin is net af en er volgen nog filmpjes van Rowwen Hèze met Nynke Laverman, rapper Duvel en Ghost Trucker.

Twaalf video’s die volgens de criteria van het fonds ‘bijzonder’ (zullen) zijn. Al heeft (pop)journalist/programmamaker David Kleijwegt – samen met adjunct-directeur van het Nationaal Pop Instituut Arjen Davidse en curator beeldende kunst Jan Schuijren commissielid – enige moeite met die formulering. ‘Ik heb het liever over een spannende combinatie van beeld en geluid. De clips moeten het alledaagse overstijgen en de clichétaal die videoclips vaak in zich dragen, vermijden.’ Dus nee, liever geen stereotype hiphopclip, billen en bolides incluis. Maar precies zo’n filmpje bij een band als Bløf? Waarom niet? En misschien dat volkszanger Frans Bauer wat minder fondsfähig is, maar Frans Bauer geregisseerd door bona fide Anton Corbijn is weer een ander verhaal. Kleijwegt: ‘Eerlijk gezegd mogen de Nederlandse clipjes best ietsjes spannender.’

Een voorzet is gegeven. Met het fonds heeft de regering impliciet voor het eerst de artistieke meerwaarde van videoclips erkend. Het is zelfs het enige lichaam van de rijksoverheid dat binnenlandse projecten van popacts rechtstreeks subsidieert.

Internet killed the videostar?
En sinds de bloei van bewegend beeld op internet, is de videoclip zijn oerfunctie als reclamefilmpje bij het muzikale product ontstegen. De clip bestaat niet alleen meer bij de gratie van het plaatje. Wie wil kan een mooi videootje downloaden in plaats van het singletje kopen. Het clipje heeft zijn eigen merites, bestaansrecht plus een democratisch platform waar iedereen op kan klimmen. Althans op het net.

Maar de vraag dringt zich op in hoeverre artistiek verantwoorde videoclips nog relevant zijn nu elk bandje met nul euro en een webcam zichzelf wereldwijd onder de schemerlamp kan presenteren. Met succes. Neem het kleedkamerfilmpje van Alamo Race Track voor Black Cat John Brown. Dat werd duizenden keren gedownload via YouTube. Het tijdperk: Internet killed the videostar?

Kleijwegt: ‘Tja de democratisering van de videoclip. Het is heel mooi hoor. Maar voor elke zelf in elkaar geknutselde YouTube hit zijn er honderden waar niemand naar kijkt.

‘Tuurlijk kun je voor niets zo’n huis-, tuin- en keukenfilmpje opnemen en op YouTube gooien. Tuurlijk kun je je in een roze string hijsen zodat de hele wereld naar je kijkt. Maar er zijn ook bands die een videoclip zien als een creatieve uiting, die het gebruiken om visueel iets uit te dragen en te illustreren wie ze zijn.’ Filmer Wouter Stoter heeft Coparck daarmee geholpen. Hij regisseerde als onderdeel van het collectief Comrad het filmpje van A Good Year For The Robots.

Stoter: ‘Elk nummer op het album vertelt een verhaal waarin een bepaald personage centraal staat. Het liefst willen we dan ook van elk nummer, of van elke single een soort documentaire maken waar weer fictie doorheen wordt gemengd. Zo vormen al die videootjes uiteindelijk conceptueel één geheel.’

Zonder het TAX-fonds zou het clipje niet zo’n impact hebben gehad denkt Stoter. Voorgaande goedkopere Coparck filmpjes deden het minder. A Good Year is nu al duizenden keren bekeken op het net.

En ja, ook MTV vond hem mooi. De muziekzender heeft de clip al tot Must C clip gebombardeerd, wat hem daar een tijd lang de meest gedraaide video op het kanaal maakte. Het station waar het clipje als promotiemiddel dient. ‘Het moet in de eerste plaats de muziek ondersteunen.’ Maar dat betekent volgens MTV’s hoofd Talents Artist and Music, Laura Vogelsang, geenszins dat nieuwe onbekende schoonheid automatisch door een vertrouwd woud van doelgroepgerichte hiphopborsten naar de nacht wordt verdrongen. Integendeel, ze is tot nu toe verheugd met de vruchten van het fonds. ‘We proberen juist bij MTV als eerste bijzondere nieuwe dingen op te pikken. Terwijl bij TMF het beleid meer doelgroepgericht is. Op ons digitaal kanaal TMFNL, dat als een soort voorportaal fungeert bekijken we wel meer wat populair is bij kijkers. Dat krijgt vervolgens weer een plek op de normale tv-versie van TMF.’

Of het fonds nu louter zegeningen zal laten neerdalen in Nederland Clipland, durft ze niet te zeggen. ‘Daar is het nog te vroeg voor.’ Maar met inmiddels al twee fondsclips – Coparcks filmpje en Make My Day van C-Mon & Kypski met heavy rotation heeft het fonds in elk geval al een goede score gehaald op de traditionele kanalen.

En ja, die zijn nog steeds relevant. Ook al heeft MTV/TMF behoorlijk concurrentie gekregen van een site als YouTube. ‘Je moet de bekendheid die een clip op het net genereert, niet overschatten. Er zijn nog steeds heel veel mensen die via ons op de hoogte willen worden gehouden van de veelheid aan clips die uitkomt. De clipsites zijn voor bands een extra promotiemiddel en voor MTV een vijver waar ook voor ons interessante dingen op borrelen. We hebben bijvoorbeeld ook het digitale kanaal MTV Brand New dat 24 uur per dag nieuwe clips van opkomende bands uitzendt.’

MTV niet meer zaligmakend
Voor Kleijwegt staat in ieder geval vast dat MTV niet meer zaligmakend is. ‘Er zijn zoveel kanalen waar een clip tegenwoordig zijn weg vindt. Niet alleen op YouTube en MySpace, maar ook bijvoorbeeld VPRO’s 3voor12 of digitale televisie.’

In principe kan iedereen een beroep doen op het fonds. Ook een artiest als Anouk, die allang bij een vermogende ‘major’ onder de pannen is, mag er aankloppen. bij het fonds. Kleijwegt: ‘Stel dat ze een artistiek gewaagde clip wil opnemen waarvan de platenmaatschappij zegt ‘daar kunnen we geen platen mee verkopen’, dan nemen we dat serieus in overweging, ja. We zeggen niet dat succes niet mag. We belonen het principe dat mensen iets bijzonders willen maken.’ Voorop staat dat in ieder geval dat de muziek goed genoeg moet zijn. ‘Als over een jaar een fondsclip een echte klassieker blijkt te zijn, ben ik niet ongelukkig.’

Een zekere vorm van idealisme is het fonds niet vreemd. Kleijwegt zelf was dermate onder de indruk van het talent van Lucky Fonz III, de winnaar van de Grote Prijs 2006 in de categorie singer/songwriter, dat hij hem zelf benaderd heeft met het voorstel hem te matchen met een regisseur voor een video.

‘Scouting moet een wezenlijk onderdeel gaan uitmaken van onze activiteiten. We hebben er nu door de toevloed van aanvragen geen tijd voor gehad, maar het is wel de opzet dat we zelf het initiatief nemen om beeldend kunstenaars en popmuzikanten aan elkaar te koppelen.’

Blijft nog een lichte bezorgdheid bij Laura Vogelsang van MTV, die zich afvraagt of er nog wel gewerkt vanuit de problematiek van de muziekindustrie. ‘Het fonds denkt natuurlijk deels vanuit het beeld en daaruit kunnen heel mooie dingen ontstaan. Maar het is natuurlijk opgericht omdat het zo slecht gaat met de muziekindustrie. Wij zijn een commercieel bedrijf. Het zou zonde zijn als er arty clips worden gemaakt die bij ons op de plank blijven liggen, omdat het een breed publiek niet genoeg aanspreekt.’

Naamsbekendheid C-Mon & Kypski
Vooralsnog heeft het de naamsbekendheid van C-Mon & Kypski alleen maar goed gedaan. Dj/producer Simon Akkermans: ‘Hiervoor hebben we al een paar clipjes samen met onze platenmaatschappij betaald. En het is dan altijd de vraag of het geen weggegooid geld is, of ze wel gedraaid worden.’

Waar de vorige clips voor rond de 6000 euro – ‘echt een vriendenprijsje hoor!’ – werden gemaakt, mocht Make My Day 30 duizend kosten. Het heeft zich in elk geval in exposure uitbetaald. ‘Deze werd als enige ook op TMF gedraaid.’ En het smaakt naar meer. ‘Je merkt dat mensen naar je toe komen, omdat het maken van een video toch een buitenkansje is.’ C-Mon & Kypski hebben een tweede aanvraag ingediend. Deze keer met ‘gasten van de HKU’ (Hoge School voor de Kunsten Utrecht).

Wat ie gaat kosten? Nog onbekend. Wat er in gaat gebeuren?’ Daar kan ik nog niet zoveel over zeggen. Maar hij wordt heel mooi.’

Een still uit de video Make My Day van C-mon & Kypski
Alex de robot uit A Good Year for the Robots van de Nederlandse band Coparck
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden