De buurman

Altijd speurend naar de nooduitgang


Een ongedwongen gesprekje met de buren, nergens over. Dat stelt Nicolien zich voor bij een plezierige omgang. Haar man, de volkskundige Maarten is daartoe niet in staat, al probeert hij er soms aan mee te doen. Altijd weer verlangt hij dat een gesprek ergens over gaat, stuurt hij aan op discussies, ook als dat harde confrontaties oplevert. Ongedwongenheid is hem vreemd. Zo lijkt hij altijd onder spanning te staan. Die voert hem onvermijdelijk naar slepende ruzies en analyses waar geen einde aan komt doordat ze telkens weer hernomen worden.

Dat is de ene kant van de zaak; die van het personage Maarten Koning. De andere kant is die van zijn schepper, J.J. Voskuil (1926-2008), die zichzelf en zijn naaste omgeving in de romans Bij nader inzien (1963), Binnen de huid (2009) en Het Bureau (7 delen, 1996-2000) met een vergelijkbare dwangmatigheid in kaart heeft gebracht. Relativering is de auteur vreemd, en dat is maar goed ook, want die zou prompt de geladenheid uit zijn onderneming hebben weggenomen. Als het hem er slechts om was gegaan met een lachje enkele wonderlijke personages en surrealistische dialogen op te voeren - want onder Voskuils vergrootglas gelegd wórden de gewoonste personen al snel personages met vaste eigenaardigheden en typerend taalgebruik - , dan zouden we hem kunnen gedenken als een schrijvend cabaretier.

Ondenkbaar, met dat oogmerk zou Voskuil nooit één boek hebben geschreven. Hoe luidde zijn adagium ook weer: 'Ik schrijf alleen als ik een probleem heb.' Het oeuvre, dat na zijn dood nog is uitgebreid met de hoogstpersoonlijke roman Binnen de huid (voltooid in 1968, gepubliceerd in 2009) en nu met De buurman (geschreven tussen juli en oktober 2001), is van een dergelijke omvang dat we niet hoeven te raden hoe hoog hij die problemen zelf opnam.

Wat niet wegneemt dat er een hoop te lachen valt. Ook in De buurman, de opkomst en ondergang van een vriendschap, die tussen Nicolien en Maarten en de bewoners van het achterhuis van hun woning aan de Herengracht in Amsterdam, het homoseksuele stel dat de fictieve namen Petrus en Peer krijgt. Dat kun je aan Voskuil overlaten: dialogen noteren die binnen een pagina veranderen van een pingpongspel in een zwaardgevecht, mensen zonder genade typeren door hun woordgebruik en tics, die van hem zelf niet uitgezonderd.

Het boek gaat over twéé buurmannen maar heet De buurman, met wie trouwens ook Maarten Koning bedoeld kan zijn: hij is degene die geen normaal gesprekje met hen kan voeren en die de 'twee uit de kluiten gewassen kabouters' die in hun pand zijn komen wonen observeert alsof het om een exotische diersoort gaat. Zijn afstandelijke houding staat verbroedering in de weg, en houdt om zo te zeggen de nooduitgang altijd in de gaten. Hij móet niets met die mensen.

Zijn vrouw Nicolien verdedigt het stel juist, en des te feller als ze Maartens onderdrukte weerzin aanvoelt, omdat ze door hen wordt geraakt, ze ziet hen als underdogs die sympathie verdienen, terwijl Maarten ze niet erg aardig vindt en vooral oninteressant. Dat levert echtelijke twisten op, zo veel en zulke heftige, dat de weduwe Lousje Voskuil tussen 2001 en vorig jaar aarzelingen heeft gehad om dit boek te publiceren. Daar heeft ze zich overheen gezet, nadat alle overige protagonisten waren gestorven. 'Het is natuurlijk een prachtig boek', besluit ze het Woord Vooraf. Driehonderd bladzijden verder begrijpen we pas hoeveel dapperheid en liefde in die zegen besloten liggen, want er wordt wat af gevochten, en niet alleen verbaal.
'Dit is míjn gebied', kan Nicolien roepen als Maarten voor de zoveelste keer zijn moeite met Petrus en Peer ter sprake brengt. Zij heeft geen baan, kan het met hen vinden, zij herkent iets in de onzekerheid van het duo. Helden noemt ze hen. Graag zou ze zien dat Maarten en zij hen sámen waardeerden. Maar omdat Maarten die sympathie niet voelt noch kan acteren dat hij die heeft ('underdogs interesseren me alleen als het mijn

vrienden zouden kunnen zijn. Voor jou zijn het per definitie vrienden'), laat hij haar daarin alleen staan. Zij verdenkt hem van homohaat, en hij voedt die verdenking in zijn valsere momenten ook, maar Maartens onvermogen zich te ontspannen in het bijzijn van anderen, ongeacht hun geaardheid, is fundamenteler.

Het verschil in temperament en karakter geeft de hilariteit van De buurman een donker tegenwicht - zoals omgekeerd de dreiging van buiten die het leven van Maarten tot een dagelijks gevecht maakt (als hun telefoon gaat is dat al een inbreuk die je mee aan het schrikken maakt: wat nou weer?), voor de auteur Han Voskuil én voor zijn talloze lezers een goudmijn heeft betekend. De dreiging heeft hem ook creatief gemaakt.

De buren zijn met vakantie geweest, in de tussentijd hebben Nicolien en Maarten voor de Mozambikaanse kanarie Pierewiet gezorgd, en nu komt het stel langs om hele pakketten met waardeloze vakantiefoto's (vooral veel lelijke gebouwen en hekken) te tonen. Bovendien vouwt Peer de kaart van Schotland open 'om te laten zien hoe we gereden hebben'. 'Dat hebben we toch al gezien voordat jullie weggingen,' zei ik. 'Ja, maar nu hoe we echt gereden hebben, want we hebben het hier en daar een beetje anders gedaan.'

Petrus, de oudere, is de man van de apodictische uitspraken ('Er moeten bosschages in het landschap zijn. Een landschap zonder bosschages is niets voor mij'), en de jongere Peer is een ge-fnuikt beeldend kunstenaar en een onvoorspelbare, grillige geest. Kan de kamer binnenkomen met een zelf gesneden houten fallus van een meter hoog: 'Moet je voelen hoe zacht dat is,' zei hij, over de eikel strelend. Hij stak hem me toe. 'Ik geloof je op je woord,' antwoordde ik, zonder op de uitnodiging in te gaan.'

Voor de liefhebber bevat De buurman de nodige momenten die een vrolijke herkenning teweegbrengen. Nicolien is bij haar dementerende moeder op bezoek geweest. 'Hoe was het,' vraagt Maarten als ze thuis komt. 'Triest natuurlijk'. Leg dit naast De moeder van Nicolien (1999) en we weten meteen op welke fase in dát verhaal deze passage aansluit.

'Ik kwam laat thuis van een uitstapje met de Boerenhuisclub': de fans van Het Bureau hebben aan die zin genoeg om weer in de lach te schieten.

'We kwamen terug uit Frankrijk met in mijn rugzak geitekaasjes voor Peer en Petrus die we in Langogne gekocht hadden': dat wordt weer even bladeren in de drie delen met dagboeken van de wandelvakanties (Terloops, Buiten schot en Gaandeweg, 2004-2006).

'Met de krant in mijn hand maakte ik nog een ommetje.' Dat is Het Bureau, als Maarten 's avonds de spanning die hij overdag op zijn werk heeft opgedaan even weg wil lopen. Maar het is nu óók De buurman, wanneer hij thuis weer geruzie en gedoe over Petrus en Peer heeft gehad. Of veroorzaakt.

Vanaf de eerste geluiden in het trapportaal (wat is dat? Krijgen we nieuwe buren?), via een min of meer vriendschappelijke omgang (ze gaan zelfs met elkaar uit eten en maken kleine reisjes) tot en met de twisten en verwijten, en het vermoeden dat de fietsbanden van Maarten en Nicolien niet toevallig plat staan maar lek gestoken zijn: alles móet beschreven worden, heel precies zoals het was, ook wanneer het steeds weer hetzelfde is, of het daar sterk op lijkt.

'We herhalen altijd eindeloos alles,' zegt Maarten. In een interview uit 1999 zei Han Voskuil het zo: 'Kleine dingen geven ruggegraat aan het leven. Dagelijks terugkerende zaken werken troostend, omdat ze namelijk terugkeren. Zo wekt de schijnbare zinloosheid de suggestie van eeuwigheid.'

Alleen door gedurige herhaling ben je in staat gedrag waar te nemen - dat van anderen, en dat van jezelf.

Dat gedrag vervolgens veranderen zou dan in principe mogelijk worden, maar over de slagingskansen dáárvan heb ik Han Voskuil nooit optimistische uitspraken horen doen. In kaart brengen wie je bent is al niet gering. Het probleem zichtbaar ma

ken.

Halverwege de jaren tachtig werd Bij nader inzien na 22 jaar herdrukt, zijn grote roman over de studentenjaren van Maarten Koning. Ter gelegenheid van die herdruk kwam een freelance-fotograaf ('een jonge man met een clownsgezicht') de schrijver voor de Volkskrant vastleggen. In De buurman levert dat deze scène op:

'Ik was zo gespannen als een kraai. Hij maakte honderden foto's in vier standen.

'Kunt u niet lachen?', vroeg hij toen hij er een stuk of zestig gemaakt had.

Ik lachte.

'Nee, kijkt u dan maar liever somber.'



Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden