De burcht

En geen deurbel te bekennen

Aan het begin van Jennifer Egans roman De burcht (The Keep) staat de kennelijke hoofdpersoon van haar boek, Danny, om twee uur 's nachts in het zwakke licht van 'een nutteloze maan' voor de poort van een kasteel. Dat Danny geen idee heeft in welk land hij zich bevindt - Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië? - is wel het minste van zijn problemen. Veel dwingender is de vraag: hoe komt hij binnen? Hij heeft het koud en is doodmoe.

Logisch, want zijn vlucht vanuit New York is uren vertraagd wegens vals terrorismealarm, daarna miste hij zijn aansluitende vlucht naar Praag en of dat allemaal nog niet genoeg was moest hij vervolgens ook nog een heel stuk per trein afleggen. Om ten slotte de laatste kilometers - een Samsonite-koffer en een schotel voor zijn satelliettelefoon meezeulend - te voet af te leggen, want de beloofde bus heeft het laten afweten. En daar staat hij dan, in het donker voor een gesloten poort, met nergens een deurbel te zien, vijftien uur later dan de bedoeling was.

Als Danny eindelijk wordt binnengelaten, is de lezer inmiddels het nodige over hem te weten gekomen. Hij is naar het Midden-Europese kasteel afgereisd op uitnodiging van zijn neef Howie, inmiddels Howard geheten, met wie hij in zijn jeugd een akkefietje heeft gehad.

Tijdens een familiepicknick hadden Danny en een ander neefje Howie meegenomen naar een grot en hem daar in een poel geduwd. Vervolgens waren ze er vandoor gegaan. Pas drie dagen later werd de half bewusteloze Howie gevonden.

In de jaren die volgden, verloren de twee neefjes elkaar een beetje uit het oog. Howard, ooit een softie, ontwikkelde zich tot een succesrijk obligatiehandelaar en is thans, 34 pas, in bonis. Zijn nieuwste project: het verbouwen van een middeleeuws Europees kasteel tot een hotel. In het kader daarvan heeft hij Danny gevraagd over te komen, zelf heeft hij met vrouw en kinderen al zijn intrek genomen in het vervallen bouwsel.

Voor Danny komt de uitnodiging uiterst gelegen. In zijn woonplaats New York begint de grond hem wat heet onder de voeten te worden. Hoewel hij al 36 is, leeft hij nog altijd een adolescentenbestaan. 'Danny's vrienden waren allemaal jong, ze bléven jong, want op het moment dat ze trouwden en kinderen kregen verdwenen de vriendschappen en kwamen er nieuwe voor in de plaats met mensen die niet aan die onzin deden.' Zijn levensstijl heeft hem echter schulden opgeleverd aan mensen met wie je geen onenigheid moet krijgen.

Daags na Danny's aankomst, legt Howard - die het voorval uit hun jeugd totaal lijkt te zijn vergeten - hem uit wat zijn plannen zijn. Het hotel dat hem voor ogen staat moet vrij worden van televisie, telefoons en andere manieren om met de buitenwereld in contact te komen. Het moet een plek worden waar de verbeelding weer de kans krijgt, net als in de Middeleeuwen. 'De mensen zagen voortdurend spoken, hadden visioenen. (...) Wij zien die dingen niet meer. Waarom niet? Gebeurden al die dingen vroeger en toen ineens niet meer? Onwaarschijnlijk. Was iedereen in de Middeleeuwen getikt? Dat valt te betwijfelen. Maar hun verbeelding was actiever. Hun innerlijk leven was rijk en bizar.'

Deze woorden krijgen een extra lading wanneer het tot de lezer doordringt dat niet Jennifer Egan de verteller van dit verhaal is, maar ene Ray, die in de gevangenis zit en daar een schrijfcursus is gaan volgen om van tijd tot tijd te kunnen ontsnappen aan zijn celgenoot. De ontdekking dat we hier te maken hebben met een verhaal in een verhaal is aanvankelijk storend, maar wanneer je die structuur eenmaal hebt geaccepteerd, blijkt hij verrijkend te werken. Want natuurlijk zijn er interessante spiegelingen tussen de figuur van Ray, die een straf uitzit wegens moord en in de gevangenis zijn toevlucht zoekt in de verbeelding, en de bijna-moordenaar Danny, die in de 'gevangenis' van zijn voormalige slachtoffer belandt.

En daar laat Egan het niet bij. Effectief gebruikmakend van ingrediënten uit diverse genres, van het

spookverhaal tot de psychologische thriller, laat ze motieven in elkaar overlopen of langs elkaar heen schurken. Langzaam maar zeker leert Danny het kasteel beter kennen. Hij ontdekt geheime ondergrondse gangen en zalen met martelwerktuigen, en hoort het verhaal van de vorige eigenaars, de Von Ausblinckers, die uit het kasteel vertrokken nadat hun kinderen, een tweeling, in het zwembad van het kasteel waren verdronken. En hij maakt kennis met de oude barones, de laatste vertegenwoordigster van de familie, die zich heeft verschanst in de donjon van het kasteel en weigert te vertrekken.

Het is onder meer aan de dubbele verhaalstructuur te danken, dat De burcht zich onttrekt aan het niveau van genre-fictie. Jammer daarom, dat de schrijfster aan het slot nog een derde truc uit de hoge hoed meent te moeten toveren, waarmee op zoete wijze allerlei eindjes aan elkaar worden geknoopt. Howard zei het nog zo: geef de mensen toch de kans hun verbeelding te gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden