Review

De bundel Queer biedt geen echte duiding van lhbt-literatuur

Boek (fictie) - Queer

Dat er juist nu zo'n bloemlezing verschijnt, zou je als het eind van een tijdperk kunnen zien. Gay behoeft geen apart etiket meer.

Dat er juist nu zo'n bloemlezing verschijnt, zou je als het eind van een tijdperk kunnen zien. Gay behoeft geen apart etiket meer.

Lang nadat homoseksualiteit uit de taboesfeer werd bevrijd, rond de jaren zeventig, was literatuur over en door homoseksuelen in Nederland nog een genre apart. Gay schrijvers waren natuurlijk volwaardig auteurs, Gerard Reve, Frans Kellendonk en Gerrit Komrij werden er niet minder canoniek om, maar een uitgeverij als L.J. Veen gaf onderwijl boeken uit die ze binnenshuis 'de homo-reeks' noemden. Homo's waren een doelgroep.

fictie

Nienke van Leverink (red.), Queer - 44 lhbt-hoogtepunten uit de naoorlogse literatuur van Nederland en Vlaanderen

Atlas Contact; 352 pagina's, euro 19,99.

Het zou tegenwoordig niet gek zijn als boekhandelaren een speciaal hoekje reserveerden voor het heteroboek. Een van de opvallende eigenschappen van de nieuwe generatie schrijvers, behalve de dominantie van vrouwen, is de ruime aanwezigheid van lesbische, bi-, trans- en homoseksuele subjectiviteit: lees Nina Polak, Maartje Wortel, Maurits de Bruijn, Hanna Bervoets, Hannah van Wieringen, Lieke Marsman, Naomi Rebekka Boekwijt, Simone van Saarloos, Marieke Rijneveld en vele anderen.

Hiermee zijn homoseksualiteit en andere niet-normatieve geaardheden niet per se 'normaal' geworden in de literatuur - ondanks de officiële, institutionele emancipatie worstelen de personages in het werk van deze schrijvers evengoed met hun omgeving (niet met zichzelf, lijkt het). Maar het feit dat deze namen tot de belangrijkste stemmen van hun generatie worden gerekend en met prijzen worden overladen, laat ook zien dat gay geen apart etiket meer behoeft in de bibliotheek.

Laat niemand dit trouwens een trend noemen. Iemands seksualiteit is niet aan mode onderhevig. De ontwikkeling is een voortzetting van de emancipatie die in de vorige eeuw is ingezet en toont de rijkdom van het loslaten van genres. Jonge schrijvers zien homoseksualiteit niet als afwijking, voor hen is het onderscheid tussen homo en hetero kunstmatig. Kunst begint waar grenzen worden bevraagd en genegeerd.

Regenboogvlag tijdens de Canal Parade in Amsterdam, 2013 Foto Olaf Kraak/HH

Dat er juist nu een bloemlezing verschijnt met hoogtepunten uit de naoorlogse lhbt-literatuur (de afkorting staat voor lesbisch, homo, bi en transgender) zou je dan ook als het einde van een tijdperk kunnen zien: nog één keer benoemen we het als genre. Queer is een bundeling van 44 fragmenten grotendeels uitstekende poëzie en proza, geselecteerd op originaliteit en kwaliteit, waarbij de auteursintentie ondergeschikt is aan de inhoud, aldus samensteller Nienke van Leverink. Daarmee bedoelt de jonge neerlandica dat ze de fragmenten voor zich laat spreken en niet alleen op zoek is gegaan naar schrijvers van wie we weten dat ze l, h, b of t zijn.

Het is in essentie een belangrijk document, zo'n bundeling, zij het dat Queer een nogal stuntelige poging is. Het boek toont hooguit de diversiteit aan stemmen en stijlen in de Nederlandse letteren, want op de wat onbevredigende inleiding van Xandra Schutte na biedt de bloemlezing amper duiding. Door de alfabetische indeling worden alle naoorlogse auteurs op één hoop gegooid. Andreas Burnier (1931-2002) en Saskia de Coster (1976) staan naast elkaar, Marieke Rijneveld (1991) komt na Frans Kellendonk (1951-1990). Hoe lhbt-literatuur zich sinds de oorlog heeft ontwikkeld komen we zo niet te weten. Tenzij je met Schutte meegaat, die beweert dat in de hedendaagse literatuur homoseksualiteit 'normaal' is geworden en niet meer subversief is. Verklaart dat waarom er geen enkele jonge mannelijke schrijver is geselecteerd?

De titel is ook problematisch. Het bekt lekker, maar queer is niet hetzelfde als lhbt. Queer is veel breder: ooit scheldwoord voor homo's, later blijmoedig omarmd als geuzennaam, is het sinds de jaren negentig een ruimer en wellicht vager begrip geworden, dat staat voor het niet-normatieve en ambigue. Queer is een manier van leven en denken die alle hokjes bevraagt, dus ook het onderscheid tussen genders en geaardheden. Man en vrouw, homo en hetero, het zijn constructen, geen essenties. Voor queers is lhbt te determinerend. Queer is, in de woorden van de Amerikaanse schrijver Maggie Nelson, het besef 'dat niets wat we in dit bestaan doen dichtgetimmerd hoeft te worden'. Van Leverink reflecteert in haar nawoord niet op dit verschil.

Vooral bij de vroegere fragmenten van de bundel past de titel niet, daar waar personages tegen de hoge muren van het taboe op vechten, of zich juist koesteren in de schaduw. Bij de bijdragen van jongere auteurs als Marieke Rijneveld, van wie een gedicht over een meisje dat zich als jongen voorstelt is opgenomen, lijkt de aanduiding lhbt daarentegen te nauw, als het 'ik' in het gedicht 'de hoop' uitspreekt 'dat er uit mij iets nieuws kan ontstaan'.

Sowieso roept de poëzie in Queer vragen op. De meeste gedichten gaan over liefde, maar benoemen niet tot wie die liefde is gericht, man of vrouw. En als een vrouwelijke dichter schrijft over een vrouwelijke geliefde, verwar je dan niet het 'ik' van het gedicht met de auteur zelf? Wat maakt deze poëzie lhbt of queer? Stijl misschien? Een queer-esthetiek komt niet uit de verzameling naar voren. Sterker nog, als Queer iets duidelijk maakt, dan is het de onmogelijkheid alles wat niet naar de norm leeft tussen twee kaften (of op één plankje in de boekhandel) te persen. In zijn falen is Queer dan toch nog queer.

SLAA en Atlas Contact organiseren op 6 juni in de Amsterdamse Tolhuistuin een avond over Queer: 'Zo, ben jij zo', met onder anderen Elly de Waard en Nina Polak.