De broze wereld van Hummie

Hummie van der Tonnekreek heeft soms het idee dat haar leven zich in omgekeerde volgorde voltrekt. Ze doet nu dingen die ze op haar twintigste had moeten doen, zoals studeren....

'Wacht even, ik zal eerst even de ramen opengooien'

De buren van het Audax Media-pand op het industrieterrein Amstel in Amsterdam zullen waarschijnlijk niet meer opkijken van de rookwolken die dagelijks uit het kantoor van Hummie van der Tonnekreek komen. De hoofdredacteur van Weekend en AvantGarde rookt veel, heel veel. Op haar bureau liggen drie lege pakjes en gedurende het gesprek zal er nog een pakje bij komen.

Ze heeft roodblond haar, rood gelakte nagels, gouden ringen en draagt een pikant-korte rok. Aan haar gezicht is te zien dat ze vermoeid is. Ja, ze heeft een paar slechte nachten achter de rug. Eerst is er thuis ingebroken, toen werd ze midden in de nacht gebeld door haar dochter die in de badkamer was gevallen: arm uit de kom. Moeder Hummie is dan niet meer te houden, die vliegt dan meteen naar dochterlief.

Haar kantoor is een chaos, maar wie had anders verwacht? Overal tijdschriften, memo's, foto's, drukproeven. Sugar Lee Hooper in ondertrouw!, meldt een drukproef. Aan de muur hangt een foto van een stoere beroepsmilitair in gevechtspak, met een tank als achtergrond.

'Dat is Bert, mijn trouwe kameraad met wie ik al jaren heel gelukkig ben.'

Lucky Bert. Maar Bert is toch een stuk jonger?

'Ja, maar ik ga je lekker niet vertellen hoeveel jonger. Ook Hummie heeft recht op haar geheimen'

Hummie van der Tonnekreek (51) is een vrouw met een baan, een studie en een gezin. De baan bestaat uit het hoofdredacteurschap van twee bladen: het roddelblad Weekend en AvantGarde, dat ze zelf een glossip noemt, iets tussen glossy en gossip in. AvantGarde gaat over (internationale) beroemdheden, make-up, mode, over mooie mensen en hoe ze leven. Weekend roddelt over het liefdesverdriet van Corrie Konings en over Willem-Alexander. De wereld van Hummie is meer die van Weekend dan van AvantGarde, 'want de wereld van de mooie mensen en hun luxe is de mijne niet.'

En daar schaamt ze zich niet voor.

'Ik maak een roddelblad, laat dat duidelijk zijn. De lezer hoeft dus niet de illusie te hebben dat hij wordt opgevoed, dat hij wijzer wordt. Een roddelblad is de schakel tussen de lezer en de beroemdheid en brengt op het bankstel thuis een vorm van communicatie tussen die twee tot stand. Na het lezen van Weekend kun je over een bekende Nederlander dezelfde dingen zeggen die je over je buurvrouw zegt, maar dan spannender. Wij leveren de ingrediënten: zou Willeke werkelijk weer verliefd zijn? En daar wordt thuis dan over doorgepraat.

'Roddelbladen zijn heel onschuldig, hoewel de artiesten daar zelf vaak anders over denken. Maar juist haar kwetsbaarheid heeft Willeke Alberti tot een idool gemaakt. Eerst was ze dat lieve vrouwtje dat een liedje zong, toen kwamen die mislukte huwelijken, ze krabbelde op en werd een begrip. Dat is het extraatje van Willeke en daarvoor maken wij ons blad - voor de scheidingen, het verdriet, de zorg voor de kinderen. Als de mensen dat lezen, gaan ze pas echt door de knieën. Pas dan rennen ze gillend naar de Ahoy' om hun idool te steunen, pas dan liggen ze nachten wakker omdat hun ster ziek is. Er ontstaat medelijden, verheerlijking, iemand wordt boven het gewone uitgetild.'

Het beste roddelblad van Nederland is Weekend niet, vindt Van der Tonnekreek, maar dat moet het wel worden. In Story leest ze te veel sensatie, te veel rancune, en dan ook nog eens geschreven op een betuttelende Tante Truus-toon. Privé vindt ze beter, vanwege de meer journalistieke aanpak. Ze wil Weekend volwassener maken, maar het blad moet ook verrassend blijven. In die zin is ze een andere bladenmaker dan tijdschriften-goeroe Rob van Vuure, die toen hij nog bij Libelle werkte in mei al wist dat hij in november achttien recepten voor boerenkool zou publiceren.

'Op die manier beroof je de lezer van een droom. Ik ben veel nederiger ten opzichte van de lezer, want ik moet dat contact met hem iedere week opnieuw tot stand brengen. Iedere week hoop ik dat de lezer zegt: ja Weekend, ik vind jou aardig, ik ga jou kopen. Ik denk niet in doelgroepen als een mavo'tje hier en een half-modaaltje daar. Ik ben tamelijk intuïtief in mijn werk, kijk veel televisie, lees mezelf suf, ontmoet ook jonge mensen. Als ik bij iets of iemand kippenvel krijg, ga ik daarover nadenken. Waarom is dat, is het na een tweede keer nog zo? Communiceren is intuïtie, niet achttien recepten voor boerenkool.'

Hummie van der Tonnekreek is dochter van een bloemenhandelaar, studeerde na de middelbare school een blauwe maandag Nederlands, werkte vier dagen bij boekhandel De Slegte en vervolgens op het archief van De Telegraaf. Daar leerde ze Henk van der Meijden kennen, die haar af en toe een langspeelplaat gaf, want ze was dol op opera en vooral op Maria Callas. Daarna ging ze als leerling-journaliste naar Margriet waar ze alle rubrieken deed, in opgaande lijn: bloemen & planten, cosmetica & schoonheid, koken & keuken, human interest en tenslotte de grote interviews en reportages.

Ze trouwde, kreeg twee kinderen, werd pr-manager bij een verzekeringsfirma, vertaalde boeken en is zelfs nog een tijdje pottenbakster geweest. Na twaalf jaar huwelijk kwam de scheiding. Wim Schaap, in die tijd hoofdredacteur van Story, zei tegen haar: 'Hummie, je moet nu zelf de kost verdienen, je komt bij mij werken.' Wat Story precies was, wist ze niet. Op weg naar het sollicitatiegesprek heeft ze nog snel een exemplaar gekocht.

Inmiddels is ze dus hoofdredacteur van Weekend en AvantGarde.

'Deze baan is voor mij één groot feest. Werken met deadlines en dan weer even uitpuffen, uitdagingen zoeken en ook de routine, juist die combinatie vind ik prettig. Hoeveel uur per week ik werk, weet ik niet. Ik wantrouw managers die zeggen dat ze tachtig uur per week maken. Bij mij loopt alles door elkaar, nieuwe ideeën doe ik ook op in bad of in bed. Hier bij Audax mag ik me vooral wijden aan creatieve dingen, er is zelfs ruimte voor mijn enigszins geëxalteerde gedrag en uitbundig getheoretiseer. Populair bij mijn redactie ben ik, denk ik, niet. Ja, bij sommigen wel, degenen die mij nemen zoals ik ben en daar ook doorheen weten te prikken. Anderen zullen me een harde tante vinden. Ik denk dat ik veel dingen beter kan, als dat niet zo was had ik geen hoofdredacteur moeten worden.

'Ik moet mezelf dwingen ruimte aan anderen te geven, ervoor oppassen dat ik geen talent dood druk. En op talent moet ik zuinig zijn, want de grote droom van talentvolle studenten van de School voor de Journalistiek is nu eenmaal niet om bij Weekend te gaan werken. Dat is raar, want het gaat hier toch om echte basis-journalistiek: onderzoeken, risico's lopen, een beetje brutaal zijn, lef hebben - het is avontuurlijk en toch willen ze niet. Als het je lukt Bolkestein te strikken voor een interview met Weekend, heb je een prestatie geleverd. Dan kun je later alles aan in dit vak.'

Natuurlijk stoort het haar dat er op haar blad wordt neergekeken. Medewerkers van Weekend worden regelmatig behandeld alsof ze melaats zijn. Ook door een bedrijf als Van den Ende dat zijn artiesten zoveel mogelijk tegen sommige roddelbladen wil beschermen, en de publiciteit het liefst zelf regisseert, met welwillende medewerking van De Telegraaf en RTL-4.

'Dat ik bij de poort van Aalsmeer wordt tegengehouden, is erg vervelend. Ik wil ook graag die studio's in om mijn verhalen en foto's te halen, liefst de verhalen die me niet gegund zijn. Het bedrijf Van den Ende doet zichzelf te kort door ons uit te sluiten. Aan onze bladen kan men namelijk zien wie of wat er op een bepaald moment populair is. Wij signaleren wat er buiten Aalsmeer nog meer aan de hand is. Als wij regelmatig Katja Schuurman op de cover zetten, betekent dat dat ze bij ons goed verkoopt. Dat moet een signaal zijn voor iedereen die met dit vak bezig is. Als wij in ons werk worden belemmerd, plegen ze artistiek zelfmoord.

'In Aalsmeer willen ze alleen maar dat je de positieve dingen publiceert: mooie cd, slank & beeldig, gelukkiger dan ooit, fantastisch optreden. Het mag nooit gaan over echtscheidingen en verdriet, terwijl juist die dingen iemand populair maken. Op het moment dat wij gaan schrijven over het privé-leven van Willem Nijholt - en dat kan variëren van dat hij geen auto meer wil rijden omdat hij ecologisch is gaan denken, tot zijn vriend die hem heeft verlaten - betekent dat dat Nijholt populair is en in feite ook dat Miss Saigon is aangeslagen. Als wij Nijholt negeren, hebben we in de gaten dat het toch niet zo goed is als iedereen roept. De artiest zou eigenlijk wakker moeten liggen als hij van ons geen interview-aanvragen meer krijgt. Dan hebben wij namelijk het gevoel dat het een aflopende zaak is.'

In een van de laatste nummers van Weekend stond - naast alle verliefdheden, echtscheidingen, baby's en ander klein leed - een artikel over de doodzieke Jack Jersey. De 55-jarige zanger, die al haast vergeten was, heeft keelkanker en is opgegeven. 'Jack Jersey hoopt op een wonder - artsen kunnen niets meer voor hem doen', luidde de kop en er stonden foto's bij van een wegkwijnende man.

'Dat verhaal komt uit zijn eigen omgeving en alle betrokkenen waren het met deze publicatie eens. Dat is hier wel een beetje de regel. Helaas moet ik zeggen dat die regel ook regelmatig wordt geschonden. Toen Monique van de Ven haar kind verloor, hebben we dat gepubliceerd. Maar het was een klotebeslissing. Wij waren op dat moment de enigen die het wisten. Wim Schaap en ik zaten tegenover elkaar en zeiden: godverdomme, dat juist wij dit nou moeten weten! Maar voor Monique is het verdriet over die publicatie natuurlijk evident, ze zal het ons zeer hebben verweten.

'Ik heb bij dat soort afwegingen ook geen referentiekader. Als er op de voorpagina van de Volkskrant een full-colour-foto staat van een stervende Rwandees, heeft die man daar niet om gevraagd. Hij heeft geen codicil bij zich waarop staat: mag ik als het zover is in een westerse krant? Maar de hoofdredacteur van de Volkskrant kan zich beroepen op de regel dat hier het doel de middelen heiligt, dat zijn krant de wereld deze boodschap niet mag onthouden. Ik dien geen hoger doel, ik kan me nergens aan vastklampen.

'Mijn moeder is misschien wel mijn enige referentie. Toen ze, niet eens in Weekend, las over een bekende vrouw die borstkanker had, zei ze: ik vind het niet prettig dat dit allemaal maar wordt gepubliceerd over dat arme mens! Daar heb ik veel van geleerd. Je roddelt niet over dat soort narigheid, de grens van roddelen ligt bij wat je je ergste vijanden niet toewenst. Kanker wens je niemand toe, aids ook niet, het verlies van een kind ook niet. Toch gaan ook wij daar soms te ver in, in zeker tien gevallen heb ik daar achteraf spijt van. Geen wroeging, nee, ik kan me niet permitteren om wroeging te hebben over de zieke zanger of het dode kind, want wroeging betekent in zo'n geval einde hoofdredacteurschap.'

Ze zou graag meer publiceren over de handel en wandel van politici, maar voor verslaggevers van Weekend is het moeilijk om tot het Haagse fluweel door te dringen. Anders dan in Engeland en Amerika lekt de serieuze pers hier juist niet naar de roddelbladen, daar voelt ze zich kennelijk te goed voor. Terwijl het toch van belang is voor je stemgedrag om te weten of een kandidaat een fles jenever per dag drinkt. Of dat Van Mierlo twee dienstauto's naar Parijs laat komen omdat hij met zijn vriendin even een paar dagen naar Zuid-Frankrijk wil, zoals Elsevier onthulde.

Dat Marc Overmars misschien liever met Gordon dan met Miss Holland onder de douche staat, vindt ze non-nieuws. 'Wij doen niet aan outing, dat is niet interessant. Sugar Lee Hooper gaat in ondertrouw, dat is leuk en ook dat Ronnie Tober al 25 jaar bij zijn Jan is. Maar mochten Marc Overmars en Gordon toch hét liefdespaar van het jaar worden, dan zijn wij daar natuurlijk graag bij.'

Hummie schrijft weliswaar over de wereld van glitter en glamour maar ze hoort er niet bij. Ze heeft waarschijnlijk goed geluisterd naar haar vader: meisje, vergeet nooit dat je de dochter van een bloemist bent. Op feestjes is ze onnadrukkelijk aanwezig en meestal om half twaalf al doodop. Af en toe gaat ze op chic, dan trekt ze een jurk van Frank Govers aan; op zo'n sterrenpartij praat ze het liefst met Vanessa, die haar om uiteenlopende reden dierbaar is. Aan luxe heeft ze geen behoefte. Ze woont in Amsterdam in een huis waar ze twee passies koestert: de linnenkast en het serviesgoed. Ze is gek op strijken, heeft haar bijkeuken omgetoverd tot wasserette, de kast gevuld met stapels handdoeken, theedoeken en servetten - gloednieuw, voor de sier. En eten van borden met een stukje eraf lukt haar niet, vandaar de grote hoeveelheid serviesgoed.

'Financieel hoef ik me nu geen zorgen te maken, maar ik heb vaak genoeg aan de rand van de afgrond geleefd. Na mijn scheiding had ik helemaal niets, alleen maar schulden en ik moest ook de oppas voor de kinderen betalen. Een brood verdeelde ik in afgemeten porties en die vroor ik in. Ik maakte een flinke pan aardappelen, de eerste dag aten we ze gekookt, de tweede dag gebakken, de derde dag puree en de restjes gingen in de omelet. Ik maakte gehakt met meer beschuit dan een mens kan tellen, zodat ik flink wat ballen uit een pond haalde. Gelukkig bleek achteraf dat mijn kinderen die tijd nooit als armoedig hebben ervaren.'

Ach ja, de kinderen. Hoewel ze altijd een werkende moeder is geweest, ging en gaat het toch vooral om de kinderen. Dochter is 24 en woont op zichzelf, zoon van 20 woont nog bij moeder thuis. Ze omschrijft zichzelf als een bemoeizuchtige, jaloerse, overspannen, bezitterige, gillende waar-zijn-mijn-kinderen!-moeder. 'Ik was zo'n moeder van altijd halen en brengen, niet een moeder die alle vitamientjes telt. En ze mochten van mij ook spijbelen. Maar als er iemand aan mijn kinderen kwam, ging ik ervoor staan. Als je je ooit hebt afgevraagd waarvoor je leeft, is die vraag afdoende beantwoord op de dag dat je eerste kind wordt geboren.'

De vader van de kinderen is al lang uit beeld. Hij heeft nog wel contact met zijn zoon en dochter, maar daar hoeft Hummie niets van te weten. Liever niet. Twaalf jaar is ze getrouwd geweest, het was geen goed huwelijk. Ze had er te veel van verwacht, als kind van ouders die een leven lang verliefd op elkaar zijn geweest.

'Als mijn ouders wel eens ruzie hadden, kwam het altijd weer goed. Mijn moeder vond het heel gewoon als mijn vader in het café ging biljarten, ze ging dan gezellig een jurk zitten naaien. Ik trouwde toen ik 21 was en dacht dat die harmonie normaal was. Een kerstboom was voor mij altijd het symbool geweest van geluk, ja, wat wil je als dochter van een bloemist. Maar mijn man hield niet van een kerstboom. Ineens was alles weg, in één klap, door zo'n lullige boom die er niet was. Ik voelde me vreselijk mislukt. Eigenlijk zat het van begin af niet goed. Dat was ook mijn schuld, ik wilde te veel het huwelijk van mijn ouders kopiëren.

'Een goede relatie met mijn ex, nee, dat lukt me niet. Ik ben gelukkiger met mijn haat- en wrokgevoelens, het verzacht de pijn een beetje. Ja, ik weet ook wel dat het modern is om gezellig met je ex op wintersport te gaan, maar ik hoef niet. In alle objectiviteit vind ik dat me veel is aangedaan, mijn wrokgevoelens zijn de pleister op een grote wond. Af en toe kijk ik nog wel eens naar dat litteken. Ex-mannen moet je haten, denk ik dan lekker ouderwets.'

Jarenlang heeft ze geen man aangekeken, ze werd al niet goed als ze op de brug een bruidspaar zag poseren. En nu is ze alweer een tijdje samen met Bert, de trouwe kameraad wiens foto op haar kantoor hangt. Bert is marinier, maar ook een man die platte schoenen voor haar in de auto legt als ze samen over de Antwerpse kaseien gaan slenteren, die een vest haalt als ze het koud heeft.

Tijd voor pas op de plaats en genieten maar, zou je zeggen. Maar nee, Hummie wil meer. Studeren bijvoorbeeld. Vorig jaar werd ze meester in de rechten, nadat ze in haar spaarzame vrije tijd vier jaar hard had gestudeerd. Nu volgt ze een tweede studie, en daarna gaat ze een hoogleraar zoeken bij wie ze kan promoveren. Ze wil dat doen op het onderwerp 'De pers als vijfde macht', met als centrale vraagstelling of de pers als controlerende factor al dan niet heeft gefaald in drie belangrijke perioden van de recente vaderlandse geschiedenis.

'Ik heb wel eens het idee dat mijn leven zich in omgekeerde volgorde aan het voltrekken is. Ik doe nu dingen die ik op mijn twintigste had moeten doen. Maar ik voel nog iets van een ideaal in me en alles wijst erop dat de wereld nog veel van Hummie zal horen. Die mislukte studie Nederlands was meteen het einde van mijn carrière als intellectueel. Ik heb dus iets in te halen. Waar ik veel last van heb, is faalangst. Te vaak in mijn leven ben ik geconfronteerd met mensen die zeiden dat ik daar en daar geen verstand van heb. Daarom ben ik een pelgrimage, een martelgang naar kennis gaan maken - om niet meer met mijn mond vol tanden te staan. Dat proces is nog niet voltooid. Ik wil academischer leren denken, leren hoe je kennis en informatie kunt verwerven en vooral die faalangst overwinnen.

'Studeren is natuurlijk ook een vorm van compenseren. Die stille uren met de boeken op tafel vind ik heerlijk - Callas op de achtergrond, sigaretten bij de hand, bonbons en koffie. En ik studeer simpelweg ook om te laten zien dat ik het kán - niet dom en blond, maar rood en slim. Nou ja, om alles zo'n beetje. Dat ik het naast mijn baan moet doen, maakt het alleen maar prettiger: mijn avonden zijn goed gevuld en het houdt me van de straat. Ach, alles wat ik doe is een eeuwige zoektocht.

'Ik vind mezelf niet zielig, hoor, maar ik denk wel eens dat ik al die energie verslind omdat er dingen zijn waar ik liever niet bij stil sta, waar ik in mijn hart bang voor bent. Misschien ben ik wel bang voor de stille uren van de nacht, waarin ik met mezelf word geconfronteerd en in het niets moet staren. Misschien heb ik wel last van dat katholieke gevoel dat ik tot nu toe te weinig heb gewoekerd heb met mijn talenten. Kinderen die het huis uitgaan, dat is toch ook een rotgevoel. Ouder worden ook, minder jaren hebben om je dromen waar te maken en je geeft er al zoveel op. Ja, er speelt een hoop mee.

'Het is een beetje de broze wereld van Hummie: de mens is sterfelijk, morgen kan alles voorbij zijn. Maar ik wil wel een doel hebben, de geest paraat houden. Ik heb op zoveel cruciale momenten in mijn leven mensen ontmoet die mij weer op weg hielpen. Toen ik aan kanker werd geopereerd, kreeg ik de volgende dag rozen van een onbekende man. Toen ik ging scheiden, was er iemand die me ongevraagd het interieur voor mijn flat cadeau gaf. Toen ik op vakantie naar Italië ging, leerde een automobilist me hoe te rijden op de Duitse Autobahn, zodat ik wat minder levensgevaarlijk was. Zo ben ik op al die kruispunten in mijn leven iemand tegengekomen. Naamloze mensen, die ik nog altijd voor me zie. Daarom kan ik ook niet cynisch worden, omdat er altijd van dat soort mensen, van dat soort engelen zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden