De Brabantse hippiejaren van Doe Maar

Zes hippiemuzikanten, onder wie Ernst Jansz, streken eind jaren zestig neer in het Brabantse Neerkant. Ze leefden er met vriendinnen en kinderen in een commune op een boerderij en werden legendarisch met hun country- en folkband CCC Inc....

Hij was een nog ietwat schuchtere, Amsterdamse scholier, Ernst Jansz, toen hij op een mooie dag in 1966 op bezoek ging bij zijn vriendje Huib Schreurs. Onderaan de trap van het ouderlijk huis was Huib aan het oefenen met zijn bandje, CCC Inc. en de jonge Ernst keek jaloers toe. Totdat Joost Belinfante, die CCC Inc. een jaar daarvoor had opgericht, zich plotseling tot Ernst wendde en zei: 'Onze wasbordspeler gaat naar Parijs. We zoeken een vervanger. Volgens mij kun jij dat wel.' Ernst Jansz, nu: 'Ik had mijn hele leven lang al op tafels getikt, tot ergenis van mijn omgeving. En het bleek dat ik inderdaad wasbord kon spelen. Joost had dat feilloos aangevoeld.' En zo zette Jansz zijn eerste schreden op een pad dat zou leiden tot meer beroemdheid dan hem ooit voor ogen had gestaan.

CCC Inc. was niet zomaar een van de voorlopers van Doe Maar. Al tijdens het negenjarige bestaan was het band je met die vreemde naam (CCC stond voor Capital Canal City. Bedenker Joost Belinfante: 'Ik wilde gewoon een raadselachtige naam.') legendarisch. CCC Inc. was de eerste echte Nederlandse hippieband. Het was ook de enige Nederlandse popgroep die mocht aantreden op het hoofdpodium van het Kralingen-festival, het Woodstock van de lage landen, dat in 1970 in Rotterdam werd gehouden.

CCC Inc. stond er tussen namen als Jefferson Airplane, The Byrds en Pink Floyd.

Zoals Ernst Jansz met Doe Maar begin jaren tachtig perfect de tijdgeest aanvoelde, zo was hij vijftien jaar eerder met CCC al een muzikale exponent van de provo-beweging, die zo nadrukkelijk een stempel op haar tijd drukte. De folk- en countryband was de lieveling van de alternatieve poppodia, de zogenoemde provadya's die in de jaren zestig ontstonden en waar het latere Nederlandse clubcircuit uit voortkwam. Zo was CCC lange tijd de 'huisband' van Paradiso, en van Fantasio, ook een begrip in die tijd. In de provadya's kwamen de alternatieve babyboomers bijeen om marihuana en hasj te roken en om naar muziek te luisteren.

Op het moment dat Roel van Duyn in 1974 wethouder werd in Amsterdam, de Provo-beweging prompt uit elkaar viel, babyboomers hun maatschappelijke posities gingen bezetten en duidelijk werd dat Amerika de oorlog in Vietnam aan het verliezen was, stopte ook CCC Inc. ermee. 'De cirkel was rond', zo zegt Jaap van Beusekom, toen banjoïst en bespeler van diverse andere exotische instrumenten, nu directeur van het Nationaal Pop Instituut, dat is gevestigd in het voormalige Fantasio-gebouw aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam.

Wat betreft Ernst Jansz: hij zou een van de weinige Ne der landse popmuzikanten worden die met twee verschillende bands, in twee verschillende tijdperken, op Pinkpop zouden staan.

Eigenlijk vonden ze dat ze niet eens popmuziek maakten, de welopgevoede Rietveldstudenten en Montessori-scholieren die CCC oprichtten. 'Daar werd je bij ingedeeld', zegt Belinfante, 'maar wij wilden gewoon leuke, aanstekelijke muziek maken. Psychedelische muziek, dat had ik in mijn hoofd. Muziek die we zelf zouden verzinnen. En geen oorlogsmuziek, zoals wij de beat noemden.' Bel infante zelf had vioolles gehad, maar kocht een mondharmonica toen hij daar een kennis op hoorde spelen. 'Dat klonk echt. Bovendien was een mondharmonica goedkoop.'

Jaap van Beusekom, die niet veel later bij het jeugdbandje kwam, droeg ook het repertoire aan. Zijn vader, predikant te Breskens, had een grote verzameling Amerikaanse volks muziek, variërend van gospel, tot country en blues. Van Beusekom: 'Toen ik in 1960 naar Amsterdam verhuis de ging net iedereen gitaarles nemen. Maar ik wilde banjo spelen, ook omdat ik van mijn vader echte oude New Orleans-jazz had gehoord. Zo kwam ik bij de banjo. En later, via platen van Leadbelly, Woody Guthrie en Pete Seger, bij de vijfsnarige banjo.' Met een van de oprichters van

CCC Inc., Cor van Sliedregt, deelde Van Beusekom de passie voor folkmuziek. Van Beusekom: 'Ik bestelde veel muziek bij de Amerikaanse folkwaylabels. Zo kwam ons repertoire tot stand. We wilden een ander type muziek maken, en dit was duidelijk anders. Met harmonieën die toen volkomen uniek waren. Op de een of andere manier viel dat bij ons allemaal op zijn plek.' Ook de viool van Joost Belinfante kwam nu weer goed van pas.

In 1969 kreeg de klassieke CCC Inc.-bezetting vorm: Joost Belinfante, Ernst Jansz, Jaap van Beusekom, Jan Kloos (gitaar en mandoline), Huib Schreurs (mond harmo ni ca en zang) en bassist Appie Rammers, die van de Outsiders kwam. De band had toen al een reputatie als live-band en had over optredens niet te klagen. Dat wil niet zeggen dat CCC Inc. een goede band was. Belinfante: 'De enige die er echt wat van kon was Jan Kloos, de gitarist. En Ernst kon geweldig wasbord spelen. Maar volgens mij ging het daar niet om. Het belangrijkste was dat wij heel enthousiast waren. Overal waar wij speelden vonden mensen het ontzettend leuk. En we speelden ook muziek die eigenlijk niet bestond in Nederland.'

Huib Schreurs: 'In het begin speelden we weleens drie sets van twee uur. Dat was natuurlijk nog nooit vertoond. Zes van die jongens die maar door- en doorgaan. We waren een fantastische live-band. Het was feest als wij speelden.'

De reputatie van CCC Inc. als hippieband werd definitief gevestigd toen het volledige gezelschap zich in 1969 vestigde in een boerderij in het Brabantse Neerkant, niet lang daarna gevolgd door hun eega's en anderen. Ze vormden een van de eerste communes van Nederland. De verhuizing had voor een deel een praktische reden. Jaap van Beusekom: 'We zochten een goede oefenruimte en die was moeilijk te vinden in de stad.' Joost Belinfante: 'Het idee was: als we nou in één huis gaan wonen, dan hoeven we niet zo veel tijd te besteden aan het alsmaar heen en weer rijden om elkaar op te halen. En we konden daar oefenen. Ik had wat geld geërfd, maar desondanks was het dichtstbijzijnde betaalbare huis bij Deurne, in Neerkant.'

Ernst Jansz: 'De snelweg hield nog bij Utrecht op. Daarna ging het over kinderhoofdjes verder. De hele weg door: doembedoembedoem...'

Over aandacht had CCC Inc. niet te klagen in Neerkant. Iedereen, van dorpelingen tot pers, wilde weten wat de bandleden zelf ook niet wisten: wat een commune nu eigenlijk was.Van Beusekom: 'De buitenwacht dacht: dat is één groot bed. Maar wij waren keurige mensen. Mijn vader was predikant, de vader van Joost was de respectabele professor Belinfante. We hadden een veel te keurige opvoe-ding om ons over te geven aan ontzettende uitspattingen.'

Stadsmens Joost Belinfante zag in Neerkant voor het eerst van zijn leven de lente in volle glorie, maar had aanvankelijk niet veel contact met de dorpelingen. Jaap van Beusekom, die was opgegroeid in een dorp, voelde zich wel meteen thuis. Al in de eerste zomer zat hij in de jury van de carnavalsvereniging, hij werd lid van de hondenclub en de aquariumvereniging. CCC Inc. gaf een twee tal gratis concerten voor het dorp, waarvan één bij de boerderij. De stoelen vooraan waren bestemd voor de pastoor en de nonnen.

De nieuwe bewoners uit de stad troffen het met hun buurman, Nolleke Beijers. Ernst Jansz: 'Die man was een parel. Die accepteerde ons vanaf het moment dat we daar met onze lange haren en met onze tafelkleedjes aan neer streken. Hij kwam ons helpen als we aan het verbouwen waren, hij trok onze bus uit de modder en hij nam de kinderen mee op zijn tractor. Hij nam het ook voor ons op in het dorp. Dan zei hij: "Het zijn goeie jongens. Toch wel." Of: "Ze kunnen best werken. Toch wel."'

Op zondag kwamen de mensen uit het dorp kijken. En omdat de deur vaak openstond kwamen ze ook naar binnen en liepen door het huis. Jansz: 'Dan zagen ze al die matrassen liggen in de huiskamer. Want ja, wij zaten op de grond. Wij waren ons van geen kwaad bewust, maar zij vonden ons natuurlijk volstrekt idioot.'

In de eerste lente- en zomermaanden waren de zes bandleden nog voornamelijk onder elkaar. Huib Schreurs: 'Er waren nog geen vrouwen bij, geloof ik. Soms speelden we de hele nacht door, op de deel, bij de kachel. Geweldig.'

Maar ook toen de vrouwen later wel overkwamen, bleef het een onderneming van jongens. Ondanks de commune, ondanks het alternatieve levensgevoel was de rolverdeling op de boerderij in Neerkant tamelijk traditioneel. 'De mannen gingen uit werken, de vrouwen bleven thuis', zegt Jaap van Beusekom.' Ernst Jansz: 'Wij hadden een bandje. De vrouwen waren met ons meegekomen naar het zuiden, naar een of andere afgelegen boerderij midden in de bossen. Die zaten daar met elkaar opgescheept als wij lekker met ons vriendenclubje op stap waren. Ze probeerden voor zichzelf dan maar een tijdverdrijf te vinden. Ze gingen kralen en sieraden maken, in de geest van de tijd. "Het tweede Bedrijfje", zo noemden ze dat. Die spullen zouden ze dan op markten gaan verkopen.'

Schreurs: 'Maar dat werd natuurlijk niks.'

De mannen trokken met hun oude Mercedes-bus soms wel vier of vijf keer per week het land in voor optredens. In de bus was het laten van scheten en boeren toegestaan, zo was de democratisch tot stand gekomen regel. Die busreizen koesteren de bandleden ook nu nog als hoogtepunten in hun bestaan. Nederland was nog groot, snelwegen bestonden nauwelijks, van Neerkant naar Groningen duurde de reis al gauw vijf uur. Joost Belinfante, die een groot rijbewijs bezat, zat meestal achter het stuur, later reden ook basgitarist Appie Rammers en Jaap van Beusekom. Onderweg pikten ze zoveel mogelijk lifters op. Het kwam voor dat het aantal inzittenden op de plaats van bestemming verdubbeld was. En dan 's nachts weer terug. Huib Schreurs: 'Heerlijk was dat. Met z'n allen bekaf in die bus. Je hebt succes gehad, je lult wat en je drinkt nog wat biertjes. De hele wereld staat dan voor je open. Ik vond dat geweldig, het zijn mijn mooiste herinneringen aan die tijd.'

Huib Schreurs was de ideeënman in CCCinc en in de leefgemeenschap. Ernst Jansz en Joost Belinfante waren muzikaal het meest creatief. Jaap van Beusekom was de meest praktische van de groep. En Jan Kloos, zo zeggen de anderen, was Jan Kloos. De gitarist, die twee jaar geleden overleed, was geneigd zijn gitaar te vergeten en zelfs zijn reservesnaren en plectra door de overige bandleden te laten vervoeren. En terwijl de anderen met spullen sjouwden, verdween hij de zaal in, op zoek naar leuke meisjes. Het zesde bandlid, Appie Rammers, had weer andere eigenaardigheden. Hij hield niet van repeteren en en wilde nooit twee keer hetzelfde basloopje spelen. Ernst Jansz: 'Hij sloeg altijd zijwegen in. En omdat ik samen met Appie de ritmesectie vormde zat ik tijdens optredens vaak woedend te grommen en te zweten. Al onze live-opnamen zijn volledig onbruikbaar omdat die bas zich als een Fremdkorper door onze muziek bewoog. Gelukkig zag je dat niet als we speelden. Als we speelden was het één brok energie en emotie. Omdat we die commune met elkaar hadden, haatten we elkaar allemaal verschrikkelijk. En daarna hielden we weer ontzettend veel van elkaar. Dat kwam allemaal in de muziek samen en dat maakte het fantastisch.'

Er was een tweedeling tussen rokers en drink ers. Van Beusekom: 'Huib en ik dronken bier, Joost en Ernst rookten stuff, Jan Kloos en Appie Rammers deden beide.' Joost Belinfante: 'De marihuanarokers waren meer hippie dan de anderen, zo was het idee. Jaap zal zeggen: "Hippie? Ik niet hoor." Maar ja, we zagen er allemaal uit als hippie, we deden als hippie, dus kun je wel zeggen: we waren hippie.'

Het viel ondertussen niet mee om de chaos buiten de deur te houden. De populariteit van CCC Inc. was zo groot dat de boerderij werd overlopen door mensen die graag dicht bij de bandleden wilden verkeren. Het kwam voor dat de communebewoners er pas na een week achterkwamen dat de man die al die tijd in een tent in de tuin bivakkeerde, iedereen onbekend was. Van Beusekom: 'Er waren allerlei mensen die uit ideologische redenen bij ons wilden wonen. Die moesten er soms echt worden uitgezet.'

Maar ook intern was het al moeilijk genoeg om een zekere orde te bewaren. Zo stortte bassist Appie Rammers zich op het houden van beesten. Rondom de boerderij liepen op een gegeven moment kippen, een schaap, Kaapse loopeenden, ganzen, pauwen, konijnen en een ezel. Jaap van Beusekom: 'Niet gehinderd door enige kennis van zaken hield hij allerlei beesten die in combinatie helemaal niet te houden waren. Als je een ezel hebt moet je hem castreren, anders gaat-ie geiten verkrachten, wat hij ook deed. En pauwen moet je niet samen houden met kippen, anders krijg je een bepaalde kippenziekte. Dat liep dus op een gegeven moment uit de hand. En toen kwam Johnny Lodewijks, die later ging drummen, ook nog eens aanzetten met twee paarden die hij uit Italië had meegenomen.'

De veestapel werd na verloop van tijd weer afgebouwd, maar het aantal bewoners van de commune nam gestaag toe. Naast de zes bandleden waren er hun vrouwen of vrien dinnen en later de kinderen. Incidentele bandleden, 'roadies' en vrienden brachten periodes op de boerderij door. Huib Schreurs had de ondankbare taak de kas te beheren. Het gezelschap kon net leven van de opbrengsten. 'Als hippies,' zo zegt Joost Belinfante. Huib Schreurs: 'We moesten soms dagen wachten totdat er weer geld was om kaas te kopen.' Ernst Jansz: 'We werkten met dubbeltjes en centen. Het enige waar we veel geld aan uitgaven waren de verbouwingen van de kamers. Maar als iemand naar Am sterdam ging kreeg die een tientje mee als zakgeld. Daar moest hij of zij het mee doen.'

In dat licht was het lastig dat CCC Inc. voortdurend werd gevraagd gratis op Vietnam-manifestaties op te treden. Huib Schreurs: 'Op een gegeven moment was het elke week raak. Dat kon gewoon niet.' Jaap van Beusekom: 'We werden er helemaal gek van. Toen hebben we gezegd: we spelen niet meer dan drie keer per maand voor Vietnam. Maar als je dan de vierde aan de telefoon kreeg waren de rapen gaar. Dan deugden we opeens niet meer.'

Van de platenopbrengsten moest CCC Inc. het ook niet hebben. Hun eerste album To Our Grandchildren (1971) was nog redelijk succesvol, de tweede plaat Watching the Evening Sun (1972) al een stuk minder en ook met het derde album Castle in Spain (1973) ging het mis. Juist voor Castle in Spain waren de verwachtingen hooggespannen geweest. De band was naar Engeland uitgeweken en de plaat werd geprofessioneel produceerd. Maar de nummers vielen tegen en er ging van alles mis tijdens het mixen. Jaap van Beusekom: 'Wij waren een echte live-band. En het maken van een plaat is toch iets heel anders. Wij waren ook slecht in het maken van hitsingles. Er kwamen tig singles uit, maar een hit hebben we nooit gehad. Het was het type muziek niet.' Ernst Jansz: 'Die eigen nummers van ons, dat is nooit echt gelukt. Onze covers bleven overeind, maar onze eigen liedjes stierven na verloop van tijd.'

Het mislukken van Castle in Spain luidde het einde van CCC Inc. in. Zowel artistiek als economisch was het gezelschap uitgeput. Joost Belinfante: 'Het werk werd niet meer gedaan. Er werd nauwelijks nog gerepeteerd. Dat leverde spanningen op. Er waren mensen die liedjes schreven en eraan trokken en anderen die dat niet deden. Maar die verdienden wel evenveel.'

Maar ook de tijdgeest begon te veranderen. En de sfeer. Voor een groep die het moest hebben van enthousiasme en vrolijkheid was het lastig spelen voor een publiek dat volledig sufgeblowd op matrassen lag. Belinfante: 'In sommige zalen, zoals Doornroosje in Nijmegen, was er op een gegeven moment niemand wakker meer. En ook de harddrugs deden hun intrede.' Van Beusekom: 'Het onbekommerde en het onbevangene, dat hield een beetje op. Met de kabouters in Amsterdam was het wel zo'n beetje voorbij. De sfeer werd agressiever. Er was natuurlijk ook een venijnig oorlogje aan de gang in Vietnam. Die grimmigheid, dat merkte je aan kleine dingen. Ik herinner me dat ik me in Paradiso een keer met een fles jenever door het publiek naar het podium wurmde. Het publiek lag op de grond te blowen en van alles en nog wat te gebruiken. Maar de aanblik van een fles jenever leidde tot een zekere agressieve houding.'

Ook in de commune zelf zat geen rek meer. Ernst Jansz: 'Jaap was de eerste die zich terugtrok, met de stofzuiger. Die begon altijd te stofzuigen als hij in de stress was. Dan hoorde je hem stommelen op de trap. Hij moest het schoonhouden, dat was het idee. Het was ook een grote rotzooi in dat huis. Emotioneel was het een rotzooi. Als iemand zich slecht voelde als hij opstond, dan voelde binnen een half uur iedereen zich slecht. We beïnvloedden elkaar steeds vaker in negatieve zin.'

Jaap van Beusekom: 'Uiteindelijk is het net een gezin. Ik heb vijf broers en zussen, en dat ging ook altijd mis in de keuken. Zo van: wie heeft dat laatste ei opgegeten?' Joost Belinfante: 'Er was ook een tegenstelling tussen ouders en niet-ouders. De ouders wilden rust in de tent. Zij werden 's ochtends wakker en kwamen dan in een gemeenschappelijke ruimte waar de verschraalde pilsjes nog stonden van de niet-ouders. Dat zijn tegenstellingen die iets betekenen.'

In Belinfantes herinnering werd er steeds vaker vergaderd en kregen die bijeenkomsten een alsmaar grimmiger karakter. 'En omdat ik een vergaderfoob ben hield ik meestal mijn mond dicht. Met als gevolg dat juist ik op het laatst de doorslaggevende stem moest geven.'

Ten einde raad riepen de bewoners de hulp in van een andragoog, Toon van Oers. Andragogie was een nieuw vakgebied, therapie begon in de mode te raken in alternatieve kringen. Maar de meningen over de wat vage methoden van de andragoog waren verdeeld op de boerderij. Van Beusekom: 'Op een gegeven moment zaten we allemaal te tekenen. Erg raar, vonden wij dat. En het hielp ook niet.'

Of het nu door de andragoog kwam of niet, de bandleden waren het er na verloop van tijd wel over eens dat het opheffen van de commune en van CCC Inc. de beste oplossing was. Joost Belinfante: 'We hadden nog steeds succes, maar we konden niks nieuws meer verzinnen. Het beste wat we nog konden bedenken was een afscheidstournee.' In de herinnering van de bandleden is het laatste optreden, op 11 mei 1974 in Paradiso, een van hun meest geslaagde concerten. Van de afscheidsconcerten verscheen een jaar later een album, CCC For Ever.

Met het opheffen van CCC Inc. viel ook de woongemeenschap in Neerkant uit elkaar. Alleen Ernst Jansz en Joost Belinfante bleven, met vriendinnen en kinderen, op de boerderij wonen. Samen richtten ze de Slumber land band op. Johnny Lodewijks werd drummer, Piet Dekker de nieuwe bassist en de clowneske Frits van Doorninck (artiestennaam Friedrich Hlaw tsch) zanger. Met wat goede wil vielen hier voor het eerst de contouren van het latere Doe Maar te ontdekken. Zonder Jaap van Beusekom werden de country-invloeden minder, daarvoor in de plaats kwamen meer Zuid-Amerikaanse ritmes. De muziek van de Slum berlandband was vrolijk, geen 'oorlogsmuziek', al betrof het volgens zanger Hlaw tsch de vrolijkheid van een galgenmaal. De enige plaat die de Slumberlandband onder gelijknamige titel uitbracht, in 1976, klonk coherenter dan alle platen van CCC Inc. Ernst Jansz: 'Toen CCC ophield zijn Joost en ik heel structureel nummers gaan schrijven. Met een richting, een doel, een idee. Ook als ik het nu terughoor denk ik: wat een fantastische, mooie muziek.'

De Slumberlandband had heel groot kunnen worden, vermoedt Joost Belinfante, maar Friedrich Hlaw tsch had er na een jaar al genoeg van. Belinfante: 'Friedrich was een heel exorbitante persoonlijkheid. Hij kon heel ver gaan. Dan kleedde hij zich helemaal uit en stond hij opeens piemelnaakt voor het publiek. Hij ging aan balken hangen, op speakers staan, aan buizen hangen. En dan kwam hij er pas na een tijdje achter dat het een gloeiend hete verwarmingsbuis was. Heel ongecontroleerd. Hij had het ook niet zelf in de hand, het nam bezit van hem. Het was een beetje engig en ik denk dat hij er daarom ook mee opgehouden is.'

Omdat ook Joost Belinfante, zo zegt hij, behoefte had aan een adempauze, bleven Ernst Jansz, Piet Dekker en Johnny Lodewijks over als potentiële muzikanten over. Jansz werd door Boudewijn de Groot, die hij nog kende uit de CCC-tijd, gevraagd om met de anderen een jaar lang zijn begeleidingsband te vormen voor optredens in België. Deze Jeroen Bosch-band werd aangevuld met een gitarist, ene Henny Vrienten. Het was de eerste ontmoeting tussen de hippieromanticus Jansz en de veel zakelijker ingestelde Vrienten, die al een mislukte solocarrière onder de naam Paul Santos achter de rug had. In deze periode kwam de interesse voor reggae-muziek tot wasdom. Volgens Joost Belinfante was hij het die al in de Slumberlandband-periode de reggae ontdekte. 'Die muziek bestond net en ik heb net zo lang op de radio gezocht tot ik het vond. Ik heb toen tegen Johnny Lodewijks gezegd: "Kijk eens wat er gebeurt als jij gewoon boem-tak, boem-tak drumt, en wij beginnen op een ander moment. Dan lijkt het net of je tak-boem, tak-boem speelt." En Johnny is zich toen helemaal gaan verdiepen in de reggae.'

Ernst Jansz kwam weer via Johnny Lodewijks in aanraking met reggae. 'Johnny was een enorme fan. Hij nam ook allerlei importplaten mee uit Amerika. We reden met de Jeroen Bosch-band altijd met verschillende auto's naar onze optredens in België. Johnny reed dan voorop, met zijn eendje, samen met Henny, daarachter reed ik met Boudewijn en daarachter reed Piet Dekker. En wij zagen dat eendje de hele weg door op een neer gaan, want Johnny en Henny zaten ontzettend te swingen op die reggaemuziek. Op het moment dat we met de band van Boudewijn ophielden hebben we de Rumbones opgericht, als een soort tijdelijk project.' De muziek die de Rumbones, met Joost Belinfante en Henny Vrienten in de gelederen, maakte, sloeg aan, zo bleek tijdens de weinige concerten die de formatie gaf. Ernst Jansz: 'Henny had een paar nummers, ik had een paar nummers en het swingde de pan uit. We hadden ontzettend veel succes met die band.'

Voor Ernst Jansz was het duidelijk dat hij verder wilde met reggae en ska. En hij wilde een oude droom verwezenlijken: Nederlandstalige muziek maken. Dat idee had hij opgedaan in de CCC-tijd, toen hij tijdens een tournee in Denemarken een Deens bandje in de eigen taal zag zingen. 'Ik verstond er geen reet van, maar ik was verschrikkelijk onder de indruk. En ik dacht: dat wil ik ooit ook.'

Terwijl de hippietijd op zijn einde liep werd Ernst Jansz gevraagd een band samen te stellen voor het Festival of Fools, bij uitstek een exponent van de ludieke jaren zeventig. Jansz zocht een paar 'mensen uit de regio' om het clowneske element te verzorgen. Wim van Oevelen, die bij

CCC Inc. nog het geluid had gedaan, werd als zanger toegevoegd. Hij nam ook twee zangeressen mee, Truus de Groot en Anouk Strijbosch. Jansz vroeg Jan Hendriks van het Brabantse bandje Steam als gitarist, Hendriks nam de drummer mee, Carel Copier. Met bassist Piet Dekker en Ernst Jansz zelf ontstond de negenmans/vrouws-formatie die onder de naam Foels Bent Doe Maar in het kader van het Festival of Fools door het land trok.

Over het ontstaan van de naam Doe Maar bestaan verschillende theorieën. 'Volgens mij,' zegt Ernst Jansz, 'zat het zo: ik had een nummer geschreven dat "Doe Maar" heette. En toen we een naam voor de band wilden verzinnen riep Carel Copier: "Waarom niet Doe Maar!" Zo ging het.' Na het Festival of Fools besloten de vier muzikanten door te gaan met Doe Maar. Maar tussen de maatjes Ernst Jansz en Piet Dekker ontstond een conflict over hoe de veranderende tijden muzikaal moesten worden geïnterpreteerd. Of, zoals Tom Engelshoven schrijft in zijn onlangs gepubliceerde Doe Maar, het virus, het boek: 'Piet Dekker wilde de tijdsgeest provoceren, Ernst Jansz, de charmeur, wilde hem doorgronden en daar zijn voordeel mee doen.'

Piet Dekker, nu: 'Ernst wilde meer de cabaret-kant op, ik wilde juist heavier muziek maken. Ook de punk zat er aan te komen. Uiteindelijk zijn we geen van beiden gaan doen wat we toen wilden.' Op de titelloze debuutplaat uit 1979 zijn de verschillende opvattingen goed te horen en te zien. De hoes bestaat uit een vreemdsoortige mix van idyllische hippie foto's en een foto van Piet Dekker als potloodventer met militaire pet. Dekker: 'Ik vond het wel een mooi gezicht dat die meisjes van Telstar al die hoezen met stick ers aan het afplakken waren.' Maar Dekker ging te ver. Na een door zijn toedoen bijna mislukt televisieoptreden zegde Jansz de samenwerking op. Jansz: 'Piet Dekker moest weg.'

Bijna was Doe Maar opgeheven, slechts vanwege contractuele verplichtingen voor een aantal optredens ging de band op zoek naar een nieuwe bassist. Ernst Jansz vroeg Henny Vrienten, maar die weigerde. Hij zag er - letterlijk - geen brood in. Joost Belinfante bood zich tijdelijk aan als bassist. Belinfante had nog nooit bas gespeeld, maar op zijn eigen 'struikelende wijze' (Jansz) ging het toch. Het plezier kwam terug, ook al omdat Belinfantes Doe Maar-klassieker 'Nederwiet' aansloeg tijdens concerten. Toen Bel in fante definitief wegging, vroeg Ernst Jansz Henny Vrienten opnieuw. En nu stemde de Tilburger toe.

Met Henny Vrienten maakte Doe Maar in één keer de stap van de jaren zeventig naar de jaren tachtig. Vrienten rekende ook direct af met nog sluimerende anti-commerciële sentimenten in de band. Ernst Jansz: 'Voor het succes van Doe Maar moet je echt bij Henny zijn. Goed, hij kwam in een gespreid bedje, maar er veranderde opeens van alles. Toen we hem eenmaal overtuigd hadden dat we in de Nederlandse taal wilden zingen kwam hij meteen met drie nummers aanzetten. Maar daarnaast had hij gaven die absoluut essentieel zijn voor succes. Zo rekende hij meedogenloos af met mijn al te sentimentele kant. Vroeger deed Huib Schreurs dat, voorzichtig, maar Henny was overduidelijk. Hij ging ook meteen aan mijn haar zitten. Hij zei: "Dat haar van jou zit nergens naar." En: "Kun je niet wat anders aantrekken." Maar ook: "Kom, we moeten toch maar eens voor dat programma optreden." Henny had een perfect gevoel voor timing. Hij had op de mode-academie gezeten, en dat kon je merken.'

Ernst Jansz' vrienden uit de CCC-tijd zagen Doe Maar in die tijd, nog voordat het grote succes kwam, spelen. Joost Belinfante: 'Ik wist niet wat ik hoorde toen ik ze voor het eerst zag met Henny erbij. Een rete-commercieel geluid. Ze hadden zo'n lullige Bose-installatie, die doorgaans nergens naar klonk. Maar diezelfde lullige installatie klonk als een klok. Heel pakkend, heel strak. Ik dacht: "Wauw".'

Huib Schreurs: 'Ik vond en vind CCC het beste bandje van Nederland. Maar toen ik Doe Maar voor het eerst zag in Paradiso, nog voordat ze beroemd waren, moest ik erkennen: dit is veel en veel beter. En daar zit dan nota bene je eigen vriend in. Het kwam door Het Idee, denk ik. Je zag meteen: goh, dat is een goed idee zeg.'

De tweede plaat van Doe Maar, Skunk, verscheen in september 1980. 'Sinds 1 dag of 2' werd een hit, de rest van het verhaal is bekend.

Nee, op het eerste gehoor lijkt er weinig verband tussen de rommelige fiddle-muziek van CCC Inc. en de strakke reggae en ska van Doe Maar. Maar de ex-CCC-leden zien zelf wel degelijk invloeden van de hippieband uit Neerkant op Doe Maar. 'De koortjes bijvoorbeeld', zegt Ernst Jansz. 'Wij konden ontzettend mooi samen koorzingen. Vooral Joost was daar erg mee bezig. Dat hoor je in Doe Maar nog steeds.' 'En,' zegt Belinfante, 'geen oorlogsmuziek maken. Dat is een duidelijke lijn van CCC naar Doe Maar.'

Ernst Jansz: 'In alle bandjes waarin ik heb gezeten was het onderlinge contact het belangrijkste. Ik kan er daarom ook niet tegen als mensen te hard spelen of staan te ego-trippen. Er moet samen muziek worden gemaakt.'

In dat verband speelt ook de soundcheck een rol. Van Doe Maar is bekend dat andere muzikanten juist bij de soundcheck kwamen luisteren. Ernst Jansz: 'Wij waren altijd aan het improviseren. Dan begon iemand wat, dan zaten we te luisteren en dan hop, dan gingen we zingen, koorzingen, en dat swingde de pan uit. Als we nu spelen, dan swingt het weer als een gek. Dat is iets wezenlijks van ons vieren. En dat is ook de kracht van een band. Daar hangt mee samen dat je elkaar haat en dat je door diepe dalen gaat. Maar je gaat wel door samen. Want dat moet, verdomme. Daarom was ik altijd teleurgesteld als iemand er opeens mee ophield.'

Dat soundchecken is nog een overblijfsel van de CCC-tijd. Jansz: 'Indertijd begon de show ook op het moment dat we ergens binnenkwamen met de installatie. We deden alles zelf. Iedereen, behalve Jan Kloos, had zijn eigen taakje. Er begon iemand te stemmen, en nog iemand, en dat liep naadloos over in het concert. Onze optredens waren ook zo mooi omdat het allemaal emotie was bij CCC. En we waren volkomen democratisch. We hadden nooit een setlijst. Dan was een nummer afgelopen en dan riep iemand in zijn enthousiasme: nu gaan we dat doen. Waarop een ander zei: Ach nee, daar heb ik geen zin in. En dan gingen we discussiëren. Het publiek zat daarbij en vond dat fantastisch. En ja, die sfeer, die mensen zaten op kleedjes op de grond, het was een grote huiskamer eigenlijk.'

Ernst Jansz is altijd de man geweest van het 'groepsgevoel' en de man die ideeën van anderen perfect kon uitvoeren. Huib Schreurs: 'Ernst was de stimulator. Hij nam het altijd op voor ideeën van anderen. Dan kwam ik schoorvoetend die oefenwerkplaats binnen en zei ik heel timide: jongens, ik heb een nummer. En dan zorgde Ernst ervoor dat het in ieder geval geprobeerd werd.'

Ernst Jansz is dan ook de archivaris van alle bandjes waarin hij speelde. In de boerderij in Neerkant, waar hij uiteindelijk als enige bleef wonen, ligt het vol met banden, met fotoboeken en ander materiaal. CCC Inc. is ook nooit echt uiteengevallen. De vriendenclub huurt nog jaarlijks een huisje, waar dan, zoals Belinfante zegt, 'wat geluld en wat muziek wordt gemaakt', met een bandrecorder erbij. Vanaf 1980 zijn er ook regelmatig reunie-optredens van CCC Inc. en in 1990 kwam er nog een cd uit, Speed & Intensity. Bij de viering van het 25-jarig jubileum, in 1992, in De Melkweg, trad zowaar het lang opgeheven Doe Maar op, als toegift.

Dat Ernst Jansz ook de drijvende kracht is achter de reunie van Doe Maar (Joost Belinfante: 'Hij wilde het heel graag. Zo is hij gewoon. Hij gaat ook naar reunies van school') verbaast niemand. En dé rode draad van CCC Inc. naar Doe Maar is natuurlijk Ernst Jansz zelf.

In 1998 overleed CCC-gitarist Jan Kloos. Jan Kloos was de enige van de CCC-leden die na het opheffen van de band niet meer echt van zich deed spreken. De anderen bezetten, zo schertsen ze zelf, na CCC allerlei strategische posities in de popmuziek. Huib Schreurs was directeur van Para diso en is nu directeur van weekblad De Groene Amster dammer. Jaap van Beusekom is directeur van het Nationaal Pop Instituut (oprichter: Huib Schreurs), Joost Belinfante maakt nog volop muziek, voornamelijk voor theater. Het verhaal van Ernst Jansz is bekend, en alleen Appie Rammers verdween wat uit het zicht van de overige bandleden.

'Jan Kloos', zegt Van Beusekom, 'was de enige die er wel een beetje mee zat dat we nooit echt hits hebben gehad en platen hebben verkocht. Ik heb in het ziekenhuis nog weleens wat gesprekken met hem gevoerd en dan zei hij dat hij toch liever wat populairder was geweest. Maar dat zat er met onze muziek gewoon niet in.' Ernst Jansz: 'Ik denk dat Jan de enige was die een grote toekomst voor zichzelf zag weggelegd in de muziek. Dat is er niet van gekomen.'

Vorig jaar werkte CCC Inc. aan hun allerlaatste plaat, getiteld: Jan. Een deel van de opnames bestaat uit sessies in het ziekenhuis waar Jan Kloos lag. Ernst Jansz: 'Ik heb altijd nog veel contact gehad met Jan. Hij was ook een jeugdvriendje. We hebben samen op school gezeten en later zijn we samen biologie gaa

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden