De bouwstenen van geluidsbouwers Weval

In tegenstelling tot andere muzikanten deelt het Nederlandse Weval graag zijn inspiratie. Uit welke vijf nummers is hun geluid ontstaan?

Harm Coolen (29) en Marijn Scholte Albers (27) van het elektropopduo Weval. Beeld Valentina Vos

Dat hun titelloze debuutalbum op het Kompakt-label een prachtige elektronische popplaat is geworden, realiseerde het Amsterdamse duo Weval zich wel. Maar een eindejaarsconcert (29 december!) in de grote zaal van Paradiso? 'Dat durfden we niet eens op ons lijstje van dromen te zetten', zegt Merijn Scholte Albers (27), de blonde helft van het duo. Zijn ongeschoren wapenbroeder Harm Coolen (29) zit naast hem in het Amsterdamse café.

Op hun 'lijstje van dromen' kwam waarschijnlijk ook geen augustuszaterdag voor met optredens op het Vlaamse Pukkelpop én Lowlands. Ook dat wordt realiteit.

De naam Weval (verengelste afkorting van het Nederlandse woord 'waterval') gonst al jaren rond. Op basis van ep's en singles stroomden de festivalboekingen binnen: vorig jaar Best Kept Secret en Into The Great Wide Open, eerder dit jaar Pitch en nu dus Lowlands en Pukkelpop op één dag, tussen cluboptredens in Hamburg en Keulen door.

Weval construeert warmbloedige, intelligente techno waarin synthesizers popmelodieën lijken te zingen. 'Maar we maken geen danceplaten', zegt Coolen. 'We gaan niet bewust tracks maken die allemaal hetzelfde aantal beats per minuut hebben.'

Waar komt hun avontuurlijke elektronische muziek vandaan? Weval geeft op die vraag geen afgemeten en ontwijkend antwoord, zoals veel muzikanten zouden doen. In plaats daarvan volgt een lawine van enthousiaste verwijzingen en aanbevelingen, waaruit de grote popkennis spreekt waarvan ook hun dj-sets doordesemd zijn.

Coolen en Scholte Albers lepelen de ene na de andere track op en kunnen precies uitleggen wat ze er inspirerend aan vonden. Dat kan een element uit het nummer zijn of zelfs maar één minuscuul geluidje.

We deconstrueren het geluid van Weval tot vijf muzikale bouwstenen. Wat is er zo goed aan en waar horen we dat terug in hun eigen werk?

Weval: Weval. Kompakt/NEWS. Live: 20/8 op Lowlands, Biddinghuizen (Bravo, 23u).

... en hun Nederlandse favorieten

Palmbomen Moon Children (2010)

David Douglas California Poppy (2014) I-F The Wanderer (1999)

Olaf Stuut Pareidolia (2016)

De Ambassade Geen genade (2016)

1. RADIOHEAD: HOUSE OF CARDS In Rainbows (2007)

Coolen: 'We zijn geluidsbouwers, maar tegelijkertijd houden we van popliedjes en maken we er uiteindelijk vaak een song van. Als één band de verbindende schakel is tussen die twee werelden, dan is het wel Radiohead.'

Scholte Albers: 'Ik ben vooral erg fan van hun sound. Altijd experimenteel, maar nooit gekunsteld. Rauw, maar toch hifi. Waanzinnig knap. Eigenlijk beschouw ik producer Nigel Godrich en zanger Thom Yorke als Radiohead. Toen wij net begonnen, zocht ik van nummers als Everything in Its Right Place precies uit hoe ze gemaakt waren: welke apparaten en programma's? In die periode maakten wij bijvoorbeeld Out of the Game. De productie van Radiohead was heel nadrukkelijk het voorbeeld.'

Weval: Out of the Game (2013)

2. CAN: VITAMIN C Ege Bamyasi (1972)

Coolen: 'Soms luister ik veel naar elektronica, dan weer een tijdje naar pop of jazz. In de krautrock uit de jaren zeventig versmelt dat allemaal. Vooral bij Can, de eerste band die repetitieve muziek ging spelen.'

Scholte Albers: 'Dat repetitieve was toen baanbrekend, zeker door een gewone band. Het nummer Vitamin C heeft een drumritme waarvan ik diep onder de indruk was. Hoe maakten ze dat? En die groove! Ik zet eigentijdse elektronische platen vaak af omdat er te veel bas in zit, meestal 40 of 50hz.'

Scholte Albers: 'Op platen uit de jaren zeventig, zoals die van Can, zit het hele liedje in een smaller geluidsspectrum: minder hoge klanken, minder diepe bassen. Compacter, als het ware. Dat is rustiger voor je oren. Moderne elektronische muziek gaat vaak om de kick, de punch. Krautrock draaide om de groove. Dat uitgangspunt wil ik meenemen naar ons volgende album.'

Coolen: 'I Don't Need It komt in de buurt. Dat is onze meest geslaagde krautrocktrack. Er zitten ook drums in als in Vitamin C.'

Weval: I Don't Need It (2016)

3. AIR: RUN Talkie Walkie (2004)

Scholte Albers: 'Heel inspirerend: het synthesizergeluid van Air: ouderwets, soms expres 'goedkoop', maar erg mooi. Run begint met een mooie droge synth en daarna een robotachtige vrouwenstem die min of meer vastloopt op het woordje 'run'. De stem wordt uitgesmeerd, met veel galm, waarna een koor eronder vandaan lijkt te komen. Dat breekt de track helemaal open: het nummer stijgt op. Dat opstijgeffect wilden wij ook.'

Coolen: 'Je vertraagt de stem, een soort slow motion. Daar zet je een ander geluid haaks op. Dat vertragen en uitsmeren van een geluid kun je doen met een speciaal, simpel programmaatje: Paul's Stretch. Ons nummer Something heeft veel weg van Run. We haalden het geluid van een stuiterende pingpongbal door Paul's Stretch. Dat werd een prachtig zuchtgeluid.'

Scholte Albers: 'Hoe je op die manier een track kunt laten opstijgen, hoor je misschien nog wel beter in You Made It (Part I). Daar zit zelfs zo'n koor in, zoals in Run, maar dat is dus gewoon een synthesizer.'

Weval: Something (2013), You Made It (Part I) (2016)

4. LUKE ABBOTT: MODERN DRIVEWAY Modern Driveway (2012)

Scholte Albers: 'Er moet nog iets in ons lijstje dat dansbaar is, min of meer four to the floor, maar dan wel op een afwijkende manier. Ik denk aan Modern Driveway van Luke Abbott. Toen ik hem dat live hoorde uitvoeren in de Melkweg, was het de eerste keer dat ik stond te dansen met kippenvel. De plaatsing is bijzonder: het is alsof hij de beat steeds een klein stukje over de tel heen trekt. Ik dacht: dat moet vaker gebeuren.'

Coolen: 'Het geeft een beetje een bubblingeffect, zoals in de reggaeton. Wij hebben dat in Ways to Go gedaan, vooral tegen het einde. De track wordt er heel trippy van.'

Scholte Albers: 'Ik weet zeker dat alles in Modern Driveway analoog is. Het is ook een lekker 'aan elkaar gesmeerde' plaat: de onvolkomenheden in het geluid zijn niet weggepoetst maar intact gelaten, waardoor de synths warm en rauw klinken. Dat proberen wij ook te benaderen.'

Weval: Ways to Go (2012)

5. MASSIVE ATTACK: PARADISE CIRCUS Heligoland (2010)

Coolen: 'Toen ik opgroeide, bestond de stoere, grimmige triphop van Massive Attack gewoon naast rock, dus de tegenstelling tussen gitaarmuziek en elektronische muziek bestond voor mij niet.'

Scholte Albers: 'Hun album Mezzanine (1998) is een belangrijke inspiratiebron, omdat dat geluid de perfectie benadert. Dat zwoele en langzame; alle elementen zijn goed.'

Coolen: 'Een Massive Attacknummer waarvan je elementen bij ons terughoort, is Paradise Circus. Onder de zangmelodie borrelt een dreigend basloopje naar boven dat me erg raakte.'

Scholte Albers: 'In ons nummer Days kun je onze liefde voor Massive Attack goed terughoren, tot het basloopje aan toe. De zwoelheid, het langzame en beheerste, de vrouwenstem. We zijn erin geslaagd dat nummer klein te houden zoals Massive Attack dat kan. Alleen de woede die je bij hen voelt sluimeren, is bij ons afwezig. De sound van Massive Attack is zó goed uitgewerkt... zoiets goeds hebben wij nog niet gemaakt.'

Weval: Days (2016)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden