De borsten van de vrouw van Jezus

Het boeiendste van De Da Vinci Code is de geschiedenis van zijn wereldwijde verkoopsucces. De roman van Dan Brown begon zijn triomftocht op eigen kracht, ook in Nederland, waar er inmiddels meer dan tweehonderdduizend exemplaren van zijn verkocht....

Als het al besproken werd, gebeurde dat onopvallend in de thrillerrubriek, ook in de Volkskrant. Het boek stond maandenlang boven aan de bestsellerslijsten toen ik me erover begon te verbazen dat ik er nog niets over had gelezen. Nu, driekwart jaar nadat de Nederlandse vertaling uitkwam, verschijnen er opeens grote stukken over in 'mijn' kranten en bladen.

In De Groene Amsterdammer van drie weken geleden sneert Margreet Fogteloo in een lange beschouwing naar literatuurliefhebbers die er hun elitaire neus voor ophalen, daarbij even vergetend dat ook het blad waarin ze dit schrijft dat deed door er zo lang het zwijgen toe te doen. NRC Handelsblad opende in dezelfde week zijn boekenbijlage met een paginagrote beschouwing die op de volgende pagina nog eens werd voortgezet met de beantwoording van vragen over historische feiten in het boek. De Da Vinci Code kwam van onderop. Het is een opgeklommen cultuurgoed dat via mond-tot-mondreclame eerst werd omarmd door de grote massa en toen pas serieus genomen werd in de culturele bovenlagen. Omdat het volstaat met wetenswaardigheden over bij uitstek elitaire onderwerpen als kunstgeschiedenis, religieuze symboliek en de duistere organisatie van de katholieke kerk, is de bestseller van Dan Brown een schoolvoorbeeld van een fusie tussen de moderne massacultuur en de klassieke hogere cultuur, tussen volksvermaak en Kunst.

Ik wilde dus weleens weten wat voor boek het was dat spontaan de harten van tientallen miljoenen lezers heeft veroverd. En zo werd ik meegezogen in het schaamteloos van cliffhanger naar cliffhanger sprintende verhaal over de bizarre zoektocht naar geheime documenten waarin wordt geopenbaard dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena.

De nazaten van hun kinderen zouden heden ten dage nog in Frankrijk leven onder een schuilnaam. Een uiterst mysterieus tempeliergenootschap zou de vindplaats van die documenten al meer dan duizend jaar lang geheim hebben weten te houden voor roomse speurders die in dienst van het Vaticaan alles willen vernietigen wat van Jezus een mens maakt en van vrouwen meer dan tweederangs wezens. Flauwekul is het, maar buitengewoon intrigerende en goed gedocumenteerde flauwekul.

Na ruim tweehonderd bladzijden hing ik met een loep boven een foto van Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci. En verdomd, de apostel die rechts naast Jezus zit, lijkt echt heel veel op een vrouw. Ik vind zelfs dat je de welving van haar borsten kunt zien. En als je goed naar het sfumatogezicht met dat verneukeratieve lachje van Mona Lisa kijkt, zie je zowel een man als een vrouw in haar en begrijp je Da Vinci's boodschap. Daarna stapelt Brown helaas de ene ongeloofwaardige ontwikkeling op de andere in een tempo dat meer paniek bij de schrijver dan bij de achtervolgden verraadt. Toch las ik het boek geboeider uit dan menige roman uit de wereldliteratuur.

Ik had de laatste bladzijde nog niet omgeslagen of ik stelde me in postcoï-tale leesrust de nuchtere vraag: wat is het, dit boek? Qua stijl, inzet of poëtische zeggingskracht heeft het niets met literatuur als kunstvorm te maken. Er komt geen enkele zin in voor die beklijft. De personages zijn psychologisch niet eens van bordkarton, ze zijn geheel van een innerlijk leven ontbloot. De dood boezemt hen nauwelijks angst in. Zelfs aan seks doen ze niet. Het zijn marionetten die in dienst van de schrijver monomaan bezig zijn met het oplossen van kunstzinnige cryptogrammen. En daarin tonen ze zich zo briljant, dat ze op computergestuurde robots gaan lijken.

Dus wat heb ik nou met rode oortjes gelezen? Een boek dat je met een handige mengeling van historische feiten en fictie het gevoel geeft dat er een grote waarheid ligt onder alle leugens die we dagelijkse voor zoete koek slikken? Ja, maar ook een boek dat kunsthistorische en religieuze vergezichten biedt, louter en alleen om spoorzoekertje te spelen met de lezer. Zelden heb ik een boek zo helemaal uit gehad als De Da Vinci Code. Een fascinerend mysterie loste op in een ontknoping die zo plat is als een dubbeltje. Ik heb in een loeiend haardvuur gekeken dat opeens uitdoofde, en daarna had ik koud.

Ik hoop niet dat ik hiermee de kern van een cultuur heb geraakt die zowel op de massa als op de bovenlagen mikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden