De BN'er als curator in het DWDD Pop-up Museum

Vooral wanneer de expertise van de samensteller aansluit bij de museumstukken, wordt het DWDD Pop-Up Museum interessant.

Paul de Leeuw bij de tweede editie van het DWDD Pop-Up Museum, in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Beeld Aurélie Geurts

Zitten er opeens twee dooie schildpadden op het toilet. Of, exacter, náást het toilet. Geintje van Wim T. Schippers. Die haalde de reptielen, waarvan slechts skelet en pantser resten, uit het Universiteits Museum van Groningen als onderdeel van zijn presentatie in het Pop-Up Museum van De Wereld Draait Door (ander opmerkenswaardig stuk uit de presentatie: een meeuw met een iPhone). De tweede editie daarvan opende donderdagavond in het Amsterdamse Allard Pierson Museum.

De opzet van het evenement, bedacht door redacteur Pieter Eckhardt naar aanleiding van een DWDD-item met Jasper Krabbé, is hetzelfde als vorig jaar: vaste programmagast kiest uit depot van Nederlands museum. En dat keer negen.

DWDD Pop-Up Museum, Part 2

Tot en met 22/5 biedt het Allard Pierson Museum in Amsterdam onderdak aan het tweede DWDD Pop-Up Museum. Bij de tweede editie wordt een catalogus gepresenteerd, waarin ook de succesvolle eerste editie (meer dan 50 duizend bezoekers) wordt meegenomen: DWDD Pop-Up Museum: Verborgen kunstwerken uit Nederlandse musea. Voor dit jaar maakte Paul de Leeuw een keuze uit het depot van Boijmans Van Beuningen. Hij toont werken van Klaas Gubbels, Jeroen Henneman en Sarah Lucas onder de noemer Food Porn.

Uitzonderlijke belichting

Naast voornoemde Wim T. Schippers, tonen Sander van de Pavert (Mauritshuis), Paul de Leeuw (Museum Boijmans Van Beuningen), Beatrice de Graaf (Nationaal Militair Museum), Daan Roosegaarde (Scheepvaartmuseum), Robbert Dijkgraaf (Teylers Museum en Museum Boerhaave), Paulien Cornelisse (Museum Volkenkunde en het Tropenmuseum), Sywert van Lienden (Bonnefanten Museum) en Carice van Houten werk uit de kelders van Nederlandse musea; Joost Zwagerman wordt herdacht met een klein werk van William Turner.

Het gaat niet alleen om tonen. Ook: arrangeren, ophangen, voorzien van persoonlijke anekdotes en ontboezemingen. Of van een uitzonderlijke belichting. Of: een satirische audiotour.

Daar valt soms iets op af te dingen. Dat sommige kabinetten te vol zijn bijvoorbeeld, dat bewegend beeld in foto's reflecteert en regelmatig grote objecten in kleine zalen zijn gepropt. Dat een enkele gastcurator meer geïnteresseerd leek te zijn in zijn eigen vondsten dan in het ontsluiten van onbekende stukken ook.

Klein ongerief

Daan Roosegaarde bijvoorbeeld, wiens op gelijke horizon gehangen en door een zoeklicht beschenen zeestukken weliswaar een spannende sfeer oproepen, maar tegelijk nooit langer dan negen seconden te bekijken zijn (toevallig precies de gemiddelde tijd die de gemiddelde museumbezoeker aan een schilderij besteedt). Dat roept de vraag op waarom ze dan überhaupt uit het depot zijn gehaald.

Het is een klein ongerief dat elk museum aan te rekenen is, dus ook dit. Er staan zeer geslaagde kabinetten tegenover.

Vooral waar de expertise van de gast-conservator en de objecten overlappen, wordt het interessant. Ik denk dan aan terrorisme-expert Beatrice de Graaf, die met schilderijen en uniformen de evolutie van de militair laat zien, van kanonnenvoer naar individu. Of aan Sander van de Pavert, die zijn koning Willie in plat Haags een audiotour liet inspreken bij portretten van notabelen en regenten. Je steekt er precies niks van op, maar het verraadt een goed kijkoog en je moet er hardop om lachen.

Ook fascinerend: het kabinet van prof. Robbert Dijkgraaf. Die richtte in de voormalige directeurskamer (houten lambrisering, etcetera) van het museum een ouderwetse wunderkammer in. Daar worden in onbruik geraakte instrumentaria en naturaliën én kunstwerken (zoals Dührers neushoorn) aan elkaar gekoppeld, nu eens op inhoudelijke, maar vaker op uiterlijke gronden. Je kunt er een pleidooi in zien voor de kracht van het mysterie, waaruit alle nieuwsgierigheid voortkomt. En een bewijs dat de grilligheid van de natuur de verbeelding vaak overtreft.

Simpeler gezegd: zoals het bestaat, had je het zelf amper kunnen verzinnen. Zie: die zwevende zaaghaai aan het dak. Of die twee dode schildpadden op het toilet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden