VOORPUBLICATIE

'De blonde neger en andere portretten'

De meeste verhalen in 'De blonde neger en andere portretten' schreef Joseph Roth in zijn gloriejaren als verslaggever. Ze zijn nu vertaald en Tommy Wieringa voorzag ze van een voorwoord.

De tekeningen van Frans Masereel komen uit De blonde neger en andere portretten van Joseph Roth. Beeld Frans Masereel
De tekeningen van Frans Masereel komen uit De blonde neger en andere portretten van Joseph Roth.Beeld Frans Masereel

Het jaar 1894 was gul voor de literatuur. Er kwamen twee uitzonderlijke jongens ter wereld, de een in het Russische keizerrijk en de ander in de dubbelmonarchie. Beiden waren joden en beiden gingen aan dat lot ten onder, de een door Hitler en de ander door Stalin, met slechts acht maanden ertussen. Eerst werd Isaak Babel geboren in Odessa en een paar maanden later, ten noordwesten daarvan, in het grensstadje Brody, Joseph Roth.

Beiden zullen de Grote Oorlog en zijn uitlopers als jongemannen meemaken, en in beiden zal hij diepe voren trekken. 1917 is een sleuteljaar voor hun latere literatuur. Het is het jaar waarin Maxim Gorki aan Babel het advies geeft om 'een poosje onder de mensen te gaan', waarna hij verslaggever wordt in het Rode Leger en met kozakken optrekt. Aan Oostenrijkse zijde wordt Joseph Roth dat jaar als vrijwilliger in het keizerlijk leger naar het Galicische front gestuurd, waar de Oostenrijkers tegen de Russen vechten. Hij is op veilige afstand van het front gestationeerd als oorlogsverslaggever, maar wat hij van de oorlog ziet, keert in veel gedaanten in zijn romans terug, of het nu om de uit krijgsgevangenschap teruggekeerde Gabriel Dan in Hotel Savoy gaat of om het treurige lot van het geslacht Von Trotta in Radetzkymars.

Isaak Babel en Joseph Roth, ze verdelen dezelfde tijd, elk aan hun eigen kant van de wereldgeschiedenis. Elkaar hebben ze misschien niet eens gelezen.

Over Roth nu, en de omstandigheid dat hij aan het oostfront voor een soldatenkrant mocht schrijven. Dat gaf hem de gelegenheid zijn ogen goed de kost te geven. In een brief aan een nicht schrijft hij: 'Vanuit materieel oogpunt gaat het me nu minder dan vroeger. De krant begeeft het namelijk en nu de aureool van redacteur is verdwenen, ben ik nog slechts een éénjaars-vrijwilliger. En de behandeling is navenant. Maar voor mijn soort mensen doet dit verder niet terzake. Het meest belangrijke is toch het meemaken, het intensieve voelen, het sterke doordringen in de belevenis. Ik heb verschrikkelijke momenten beleefd en momenten van huiveringwekkende schoonheid...'

Wie wil onderzoeken wat de romans en reportages van Joseph Roth nu zo indringend maakt, kan met die zin toe. In dit schrijven aan zijn lievelingsnicht Paula Grübel in Lemberg formuleert de jonge soldaat-schrijver achteloos zijn poëtica en werkwijze: hij wil meemaken, intensief voelen en sterk doordringen in de gebeurtenissen. Dat is een beginselverklaring in het voorbijgaan. Niet buiten schot blijven maar er op af.

Meemaken, ervaren, doordringen: hier spreekt niet een jongeman die op een kamer afgewend van de wereld zijn zieleroerselen wil onderzoeken, maar een deelnemer.

null Beeld Frans Masereel
Beeld Frans Masereel

Zo'n programma verdraagt zich niet met een comfortabel huis van stenen, vensterbanken en een dak. Roth wist als geen ander dat een huis stilstand en uiteindelijk dood betekende. Hij, de allerjoodste mens op aarde volgens Stefan Zweig, werd de wandelende jood bij uitnemendheid. Eerst uit vrije wil en later, in exil, uit noodzaak. Zijn zwerversjaren na 1933 waren een voortzetting van het openbare leven dat hij toch al leidde, maar een armetierige, lamentabele voortzetting; een schrijver die niets liever deed dan in hotels wonen en cafés frequenteren, werd nu door de omstandigheden van zijn tijd gedwongen om in hotels te wonen en cafés te frequenteren. Maar verder was weinig hetzelfde. De goede jaren waren voorbij, hij was afgesneden van zijn lezers, de vorstelijke gages werden voorschotten en de voorschotten werden steeds kleiner. Steeds goedkoper de drank, steeds sjofeler zijn kostuums, steeds slechter zijn gezondheid. Zijn eigen ondergang verliep synchroon met die van een heel continent.

De verhalen in De blonde neger en andere portretten zijn de weerslag van dat leven op de been, de meeste werden geschreven in zijn gloriejaren als verslaggever. Zijn journalistiek nam soms de vorm aan van lange columns en soms van korte reportages, maar het waren altijd ooggetuigenverslagen, de getuigenissen van een lopende hond die botten vindt. Altijd lijkt hij onderweg - van koffiehuis naar wielerbaan, van een emigrantenschip in Bremerhaven naar een dansgelegenheid in Parijs, van een rechtszitting in Wenen naar een demonstratie van verwoeste veteranen in Lemberg, alles in de wetenschap dat luxe de vijand van de observatie is en met zijn blik gericht op de verdrukte: de migrant, de oorlogsinvalide, de toiletbeheerder, de zigeunerin en de veroordeelde; hij beziet hun gedragingen en hun geploeter en geeft hun zijn waarnemingen en gedachten terug in indringende, compassionele bewoordingen; hij heeft ze gezien, en in de portretten die hij van ze schildert wordt hun menselijke waardigheid hersteld. Hij heeft het hart van een walvis, Roth, en kiest principieel voor de arme, de afgesloofde en de verslagene, die niet is opgewassen tegen zijn tijd.

null Beeld Frans Masereel
Beeld Frans Masereel

Maar ook al woelt Roth volop in de modder van het dagelijks leven rond, hij is wel de sterverslaggever van de kranten waarvoor hij schrijft, de man die de lastdieren op al die redacties groen en geel van jaloezie maakt omdat hij altijd maar onderweg is en geen troosteloze stukjes hoeft te tikken met uitzicht op een nog troostelozer binnenplaats. Hij is midden in de wereld en telegrafeert het resultaat van zijn luxe leventje als kopij vanuit de lobby van een of ander marmeren hotel in Karlsbad of Marseille.

De jaloezie blijft niet beperkt tot zijn tijdgenoten maar is ook een kleine eeuw later nog werkzaam in de vorm van adoratie. Roth lezen is soms verzuchten 'hoe doet-ie dat toch?!' of 'waar haalt-ie het vandaan?!' Weinigen hebben zo'n diep inzicht in de menselijke ziel, en weinigen is het gegeven om haar in zulke precieze en gevoelige bewoordingen weer te geven. Roth veroordeelt de mensen niet om hun gezwoeg en gemarchandeer, maar gunt ze de genade van zijn begrip. In Hotel Savoy zegt de joodse valutahandelaar Abel Glanz tegen Gabriel Dan: 'Ziet u, meneer Dan, de mensen hebben geen slecht, alleen een veel te klein hart. Er kan niet veel in, het is net groot genoeg voor vrouw en kind.' Die scharrelaar Abel Glanz, dat is niet minder dan een vermomming van Joseph Roth zelf.

null Beeld Frans Masereel
Beeld Frans Masereel

Fragment uit het voorwoord van Tommy Wieringa bij De blonde neger en andere portretten van Joseph Roth dat op 27 mei, de 76ste sterfdag van Joseph Roth, wordt gepresenteerd in Perdu. Samenstelling en vertaling Els Snick. Met tekeningen van Frans Masereel.

Uitgeverij Bas Lubberhuizen; 192 pagina's; euro 19,95.

null Beeld Frans Masereel
Beeld Frans Masereel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden