Boekrecensie Nina Polak en Joost de Vries

De bloemlezing van Polak en De Vries: hoe het ‘ik’ van nu de wereld ervaart (vier sterren)

De dikke bloemlezing van Polak en De Vries biedt een prachtig panorama van wat ‘ons’ bezighoudt.

De wereld in jezelf Beeld Silvia Celiberti

De term ligt niet zo lekker. Dat was ook al zo bij de oude rotten in het genre. W.F. Hermans, de vlijmende polemist, sprak honend van het ‘esseej’, oftewel ‘een opstel waarin andermans boeken worden naverteld zonder namen te noemen’. Opperjournalist H.J.H. Hofland had het liever over ‘een stukkie’ en Gerrit Komrij bespotte de heilige ernst: ‘Godbewaarme, ik heb een opinie.’ Tegenwoordig hebben schrijvers het liever over een ‘groot stuk’, of ‘een beetje beschouwend verhaal’. ‘Essay’ is te deftig en stoffig. Te onpersoonlijk.

Populair bij jongste generatie

De grenzen van de genres zijn vervaagd. Tussen verhaal en beschouwing, autobiografie en polemiek, reportage en persoonlijke zoektocht en de column als mini-versie van al deze. De grens tussen journalistiek en literatuur werd ook poreus.

Toch hebben Nina Polak en Joost de Vries (zelf romanschrijvers, essayisten en journalisten, respectievelijk bij De Correspondent en De Groene Amsterdammer) een dikke bloemlezing samengesteld met zestig stukken die ze onbekommerd essays noemen. Ze vatten de term ruimhartig op – het merendeel is beslist geen klassiek essay – en constateren dat het genre weer populair is, vooral bij de jongste generatie. Het zijn essays uit de Vlaamse en Nederlandse literatuur (dat woord kun je betwisten; de huidige essayistiek is vooral te vinden in de journalistiek) van de nog jonge 21ste eeuw.

Persoonlijker

Alwéér een bloemlezing? Joost Zwagerman stelde in 2008 De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 200 essays samen, waarin het laatste stuk uit 2005 was. Essays moeten de wereld opzoeken, vond Zwagerman en die selecteerde hij, niet de bloedeloze literaire verhandelingen.

Inmiddels is de wereld alweer een aantal aanslagen en oorlogen verder en woeden hier andere discussies dan rond 2000. Het gaat over migratie en grenzen daaraan, over identiteit, traditie en erfgoed, over gelijkwaardigheid van rassen en seksen, over macht en slachtofferschap.

Een groot verschil met de essays in Zwagermans bloemlezing is dat ze persoonlijker zijn geworden. Niet alleen de toon. Het hedendaagse ‘essayachtige stuk’ draait om een ik; het vertelt hoe dat ik de wereld ervaart. Het essay, schrijven Polak en De Vries in hun inleiding, is vandaag ‘een manier om een grote wereld aan jezelf te spiegelen, of omgekeerd’. Het ik, dat beleeft, voelt en ondergaat, is de maatstaf geworden. We lusten wel pap van elkaars emoties.

Schaduwwereld en sociale media

In de afgelopen achttien jaar raakten we ook niet uitgepraat over de schaduwwereld die we hebben geschapen, het internet dat soms de wereld zelf geworden lijkt, en de sociale media die onze communicatie domineren – wat doet dat met ons? Daarover gaan veel van deze essays.

Het is daarom een beetje vreemd dat de samenstellers vooral essays hebben opgenomen die in boekvorm zijn gepubliceerd, of die in De Groene Amsterdammer of in literaire tijdschriften hebben gestaan. Een duik in de archieven van dagbladen en andere tijdschriften, papier of online, had veel verrassingen kunnen opleveren.

Weinig conservatieve auteurs

Vrouwen zijn beter vertegenwoordigd dan in Zwagermans bloemlezing. Vooral na 2010 kwamen zij stormachtig op als essayisten. Ook verdween gelukkig het dedain voor ‘Libelle-achtige’ onderwerpen als kinderen krijgen, moeizame seks en eetstoornissen.

Er staan in deze bloemlezing maar weinig stukken die je conservatief of ‘rechts’ kunt noemen. Wilders en Baudet zijn onderwerp van deze essays, auteurs uit deze hoek ontbreken. Dat is jammer, want het boek biedt een prachtige panorama van wat ‘ons’ nu bezighoudt.

Genoeg keuze

Verder niet gezeurd, want wat een weelde aan mooie, grappige en intelligente stukken, deze bloemlezing. Sommige bleken bij herlezing nóg beter, zoals dat van Hans Goedkoop over zijn fascinatie voor Frans Kellendonk. Ger Groot schreef een schitterend portret van een bedrogene in de liefde. Nina Polak laat de euforie voelen van een jonge vrouw in New York. Maartje Wortel bezingt haar biotoop, het dorp van Alex van Warmerdam.

Thomas Heerma van Voss schreef ontroerend over de roman die hij niet kon schrijven, over zijn hiphopsite. Hassan Bahara gebruikt zijn geschiedenis als straatvoetballertje dat ongeschikt is om bij een club te voetballen als overtuigende metafoor voor wat er misging bij de integratie van de Marokkaanse jongen. De kleine Hassan pingelt te veel, zijn ouders betalen geen contributie en zijn geen chauffeur naar uitwedstrijden, maar ook: de jongetjes worden weggekeken in de voetbalkantine.

Het is maar een greep. Lees zelf maar. Keuze genoeg.

Nina Polak en Joost de Vries: De wereld in jezelf – De Nederlandse en Vlaamse literatuur van de 21ste eeuw in 60 essays

Vier sterren

Prometheus; 640 pagina’s; € 35,99.

De omslag van De wereld in jezelf van Nina Polak en Joost de Vries.

Op allerlei manieren over boeken schrijven, daar is de boekenredactie van de Volkskrant de hele dag mee bezig. Maar hoe kiezen zij welke boeken uit het enorme aanbod worden behandeld, en hoe bepaal je wat goed en slecht is? Boekenchef Wilma de Rek: ‘Een roman is goed als je erin wilt blijven wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.