De blinde uil is Perzisch meesterwerk uit de moderne tijd waar je geen afscheid van wil nemen

Boek (fictie) - Sadegh Hedayat (1903-1951)

De blinde uil

De kleine roman De blinde uil van de Iraanse schrijver Sadegh Hedayat (1903-1951) is het soort boek dat je na lezing meteen opnieuw wilt lezen. Omdat je nauwelijks kunt geloven wat je gelezen hebt, omdat je geen afscheid wilt nemen van de tragische hoofdpersoon of anders wel omdat je beter wilt doorgronden hoe vernuftig dit kleinood in elkaar steekt.

In het eerste deel krijgt de verteller, een eenvoudige man die met het beschilderen van pennenkokers de kost verdient, een visioen: een jonge vrouw biedt een Indiase yogi een lotusbloem aan. De verteller gaat op zoek naar de vrouw maar als hij haar eindelijk vindt, sterft zij al snel.

Sadegh Hedayat
fictie
De blinde uil
Uit het Perzisch vertaald door Gert J.J. de Vries.
Jurgen Maas; 134 pagina's; euro 18,95.

Fascinerende lectuur

Het tweede deel laat zich lezen als het verslag van de verwoestende werking van een dergelijk visioen. De verteller zoekt vergetelheid in opium en bereidt zich voor op zijn eigen afscheid van de wereld. Hij is getrouwd met een vrouw wier lippen naar 'het uiteinde van een augurk' smaken. Kijkt hij uit het raam, dan zit daar een straatventer 'met wit haar, uitgebluste ogen en een hazenlip'. Deze figuren zijn niet meer dan schimmen, afsplitsingen van de schaduw van de verteller. En die schaduw wil de verteller doorgronden. Dit verslag schrijft hij dan ook enkel 'om mezelf kenbaar te maken aan mijn schaduw'.

Toch vormt deze getuigenis, die in wezen een dagboek is want zogenaamd niet voor de lezer bestemd, hoogst fascinerende lectuur. Is het de genadeloosheid? De verbeeldingskracht? Is het de afdaling in de krochten van de ziel, een reis waar de meesten van ons voor terugschrikken?

Dit alles en nog veel meer. Lees en huiver.

Deze vertaling is een herziene uitgave van de in 1987 bij Coppens & Frenks verschenen versie.