DE BIOGRAFIE VAN EEN LIEVELING VAN HET NOORSE VOLK Het raadsel van Jonas Wergeland

K OUD IS DE pendelbus vertrokken of achter de rug van de chauffeur prijst Joe Cocker een cd aan. Doorsnee-reclame op een monitor: tien minuten in Oslo en al een bewijs dat het de geniale Noorse tv-maker Jonas Wergeland weinig moeite moet hebben gekost zich te onderscheiden met zijn serie...

Neem de componist en violist Ole Bull (1810-1880). Bij hem luidt het antwoord: het verhaal van een man die de wereld rondreisde om het perfecte klankbord te vinden voor de Noorse toon. Bull is in Denk groot niet te zien bij een waterpartij. Wergeland verwerpt zulke cliché-verwijzingen naar de mythe van de geest in de waterval, naar de magie van oude speelmannen. Hij laat de 66-jarige, gespeeld door zijn vaste acteur Normann Vaage, naar de top van de piramide van Cheops klauteren waar hij naast een Noorse vlag - close-ups van echte muzikantenhanden - de kijker trakteert op weergaloos spel vol pizzicato's, trillers, flageolettonen en een magistrale staccatotechniek.

Het kernverhaal bij Knut Hamsun - 'het meest problematische van alle Noorse schrijverslevens' - is de ontmoeting met Hitler in Berchtesgaden. Dichter en dictator schudden elkaar de hand, een nagespeelde scène die vraagt om herhalingen in slow-motion. Na 23 afleveringen is Jonas Wergeland de lieveling van het Noorse volk. 'Denk groot' is een citaat uit een brief waarin Henrik Ibsen een parlementscommissie om een toelage verzoekt. Het antwoord is afwijzend.

Tv op de hotelkamer met: 'Dear De Boer Mr. It is a pleasure. . .' Dank, Nokia Guestline. Buiten, tussen de muur van het hotel en de regenpijp zat de dikste portefeuille geklemd waarvan een zakkenroller zich ooit heeft moeten ontdoen. Een klamme wig van zacht leer. Kleine criminaliteit: nog een verwijzing op schaal naar de wereld van Wergeland. Als hij, terug van een reis, de slaapkamer betreedt, ligt zijn vrouw op het ijsberenvel dat hij van haar gehate vader heeft gewonnen, een zwaar bevochten zege op de tennisbaan. Ze is dood - een kogel uit een Luger.

Jonas Wergeland is de hoofdpersoon in het tweede boek van de Noor Jan Kjaerstad (1953) dat in het Nederlands is vertaald: De verleider. Eerder maakte hij indruk met Rand, over een seriemoordenaar in Oslo, een computerdeskundige, die aan de hand van onder meer krantenverslagen wanhopig het patroon probeert te ontdekken in zijn selectie van de hem onbekende slachtoffers, in wie hij zich meer en meer verdiept. In de stad wordt gesloopt en gebouwd, maar de kraanarmen uit Rand - de 'Babylonische wolkenkrabber' Oslo Plaza is voltooid - hangen nu boven de nieuwbouw van verzekeringsmoloch Storebrand. Het verzet ertegen heeft niets uitgehaald.

Jan Kjaerstad woont in een voorstadje van Oslo zonder hoogbouw. De schrijversbond heeft 450 leden, van wie er 400 een baan hebben. Anne Holt (37), bekroond thrillerschrijfster, is net benoemd tot minister van Justitie. Kjaerstad schrijft fulltime. Hij groeide op in de naoorlogse periode van wederopbouw onder de sociaal-democratische premier en verzetsheld Einar Gerhardsen. Hij denkt graag terug aan de bossen, de fruitbomen en het viswater uit zijn jeugd. Toen onderling nog solidariteit bestond en je met alle buren uit de zes woonblokken midzomer vierde. 'Iedereen was gelijk, zonder rijkdom hadden we genoeg.' Samen bomen planten en vast een garage bouwen voor als ook de auto niet langer op de bon zou zijn. Zijn vader, vertegenwoordiger in meubelen, bezat een Opel Caravan, een stationcar. Hij spreekt de typenaam uit op zijn Noors, met een langgerekte slotlettergreep. 'Karawáááhn.' Nog altijd houdt hij van dat woord.

Hij wilde architect worden, maar koos om de vriendenclub intact te houden ook maar voor theologie. Religieus was hij niet, maar in de vroege jaren zeventig moest nog wel meer kunnen. De aanwas van 'niet van die hele serieuze christenen' leidde wel tot wrijvingen met studenten 'met normale piëtistische opvattingen'.

Kjaerstad maakte de studie af na halverwege te zijn overgestapt van de 'engelenfabriek' naar de bredere universitaire opleiding. 'De Bijbel, de Koran, de Veda, het Mahabharata, de geschriften van Boeddha hebben mijn opvatting over wat literatuur moet zijn, helpen vormen: een verhaal vertellen om duidelijk te maken waar je in gelooft. Voor elke wereldgodsdienst geldt dat er een goed verhaal achter zit, een goed boek.'

Kjaerstad was 24 toen hij begon te schrijven. Speciaal voor naar Corsica gereisd, alleen. Tweehonderd bladzijden met de hand in zeven weken. De vier grote uitgeverijen zagen er niets in. Met de verkoop van zijn elektrische piano - een Fender Rhodes, 'de grote, met 88 toetsen' - zette hij een streep onder zijn activiteiten in een rhythm 'n' blues-groep (die toch al afdreef richting New Wave). De opbrengst, tien mille, stelde hem in staat het uit te zingen tot hij de verhalen af had die een uitgever wilde bundelen (1980). Spijt van die piano voelt hij zodra hij 'm op een plaat hoort, bij Paul Simon bijvoorbeeld.

Met zijn roman Speil ('Spiegels') had hij twee jaar later geluk: Boek van de Maand. Sindsdien is hij schrijver, 'niet rijk, ik kan er van leven'. Elf boeken nu, twee voor kinderen, en hij zat in de redactie van het oudste literaire tijdschrift, Vinduet ('Het raam').

Het 'voorwoord van de uitgever' in De verleider preciseert dat de lezer een biografie van Jonas Wergeland in handen heeft, maar wie zijn grillige levensloop heeft opgetekend, blijft een even groot raadsel als wie zijn echtgenote heeft vermoord (of was het zelfmoord?). De op het oog willekeurig gerangschikte terugblikken waarin chronologie geen rol speelt ('het boek is evenzeer een roman' volgens het 'voorwoord') vormen een intrigerend mozaïek. Veel vragen blijven open. Wie is de charismatische Wergeland nu echt? Wat zijn de duistere kanten waarnaar zijdelings wordt verwezen? De biograaf bekent alleen geen Noor te zijn, slechts toeschouwer, 'een buitenstaander'.

De schrijver Agnar Mykle komt in het boek ter sprake en wat Noorwegen hem 'heeft aangedaan'. In de jaren vijftig is hij veroordeeld wegens 'pornografische passages' in Sangen om den rde rubin (De zang van de rode robijn). Dat lijkt niet echt raar in een tijdvak waarvan de benauwenis ook Nabokov, Donleavy en D.H. Lawrence parten speelde.

'Er heerst schaamte over dat proces. De vreselijke dingen die over Mykle zijn uitgestort, staan in het geheugen van veel Noren gegrift. Het verzet kwam niet alleen uit de conservatieve hoek, ook schrijvers van naam namen openlijk stelling. Mykle was mentaal gebroken. Hij was begin veertig en heeft nog maar één roman geschreven. Nog altijd geldt hij als een groot schrijver en voorbeeld.'

In die tijd knipte de censuur ook 32 meter uit De grote stilte van Bergman, scènes met 'seks'. Kjaerstad: 'De Zweedse zonde. Er gaapte toen een diepe kloof tussen de landen. Als kind ging ik mee naar ons zomerhuisje bij de Zweedse kust. Over de grens werd openlijk pornografie verkocht.'

Dat moet haast net zo choquerend zijn geweest als wijn bij de Deense kruidenier. In De verleider reist Wergeland met zijn 'Nomade-kring' vanuit 'het Europese provinciestadje Oslo' naar Kopenhagen, een stad 'op een ander continent'. Daar verspilde je geen tijd aan smrrebrd of een estafette tussen kraampjes met plser (worstjes); meteen naar Vesterbrogade 38 waar Taj zat. In zijn eigen land zou het eerste Indiase restaurant pas eind jaren tachtig opengaan, de zoveelste indicatie dat de 'culinaire nieuwsgierigheid in Noorwegen gering is'.

Maar toch. De Noorse cuisine - met lekkernijen als stokvis en van lichtroze water geknede garnalen - mag dan geen runner-up zijn in het West-Europese horecawezen, de Noorse pan - waarvan niet valt uit te sluiten dat zijn bakermat elders lag - is wel degelijk energiebesparend. En bij McDonald's in Oslo is de Norsk McLaks ontwikkeld. Elke associatie met constipatiebestrijding is verkeerd, het is een broodje met een patty van geperste snippers kweekzalm.

Begin dit jaar werd beslist dat buitenlandse huisdieren niet meer in quarantaine hoeven - mits. Een hond moet wel voorzien zijn van een invoervergunning, identiteitspapieren en een gezondheidsverklaring, vrij zijn van lintwormen, zijn ingeënt tegen rabiës, leptospirose en hondenziekte. Hij mag niet jonger zijn dan zeven maanden en bij langere treinreizen is een gereserveerde zitplaats verplicht - in een rokerscoupé.

Kjaerstad: 'Ik heb tweeëneenhalf jaar in Zimbabwe gewoond. Als je dan terugkomt, klaag je niet langer, dan kus je de grond. Voor een schrijver is zo'n samenleving wel fnuikend. Hij verlangt naar problemen, naar oorlog bij wijze van spreken. Conflicten ontstaan hier op andere niveaus, een Noor kan nooit dezelfde thema's kiezen als Salman Rushdie. Ibsen zei al dat hij de Ark graag had willen torpederen.'

I N De verleider wordt stevige kritiek geleverd op Noorwegen en zijn 'volk van verwende kinderen'. Oom William, of Sir William zoals de familie hem noemt vanwege een ongeneeslijk zwak voor dure blazers en opzichtige sjaaltjes, is een ordinaire parvenu - 'hij ís Noorwegen'.

Kjaerstad: 'Het Noorse volk is verwender dan ooit en dat heeft gevaarlijke kanten. Problemen die niet met geld zijn op te lossen, worden onder het tapijt geveegd. Over twintig jaar zijn we door de olie heen en dan is het mis. Het is de mentaliteit. De Noorse cultuur is middelmatig, niemand heeft ambities. Dat is het verschil met jullie Gouden Eeuw, toen welvaart hand in hand ging met een bloeiende cultuur. Wij zijn rijk, maar er is geen osmose tussen de zak met geld en de cultuur. Het Noorse Operatheater is klein, het is het beroerdste van heel Europa. Al twintig jaar wordt gepraat over iets nieuws. Het gaat om relatief weinig geld, voor dat bedrag bouwen we ook een brug voor honderd mensen op een eiland. Ach, wordt dan gezegd, we hebben zo'n Opera niet nodig.'

Ik meen de vorige dag iets te hebben gezien dat Kjaerstads zienswijze illustreert. De Kaffistova was begin deze eeuw dé ontmoetingsplaats van literair Oslo. Het restaurant is een beetje muizig verbouwd en bij het buffet botsen bijna hoorbaar de geuren van doorgekookte rode kool en zuurkool. Aan een tafel zat een man in traditioneel blauw Samisch jak met oranje stiksels, gesloten met een breed gouden sieraad. Hij leest in Dagbladet dat Kiss-bassist Gene Simmons iets heeft met Liv Uhlmann. De tanden waarmee hij ook rendierbokken castreert, staan in een kippenbout; straks zal hij zijn weg vervolgen op versierde schoenen met joviaal opkrullende neuzen.

Gedeeltelijk waar. Hij blijkt een soort terlenka pantalon te dragen en non-descript schoeisel. Is hij bezig zich te conformeren, schudt hij de oude traditie laag voor laag van zich af? Of legt deze halve Volendammer juist een sterke modebewustheid aan de dag? Dan is het jak de pendant van de 'parodie van een trui' die Wergeland een Zuid-Afrikaan heeft zien dragen, een bonte Noorse souvenirtrui, een heel andere dan in het verhaal van Stig Dagerman. (De zwarte man was ook getooid met zo'n bontmuts die in de wandeling 'berenkut' heet.)

N OREN aanbidden hun winters, maar Wergeland skiet slecht. Kjaerstad: 'Hij breekt ook met tradities en dat maakt hem tot een outsider. In zijn programma over Nansen zie je niet de ontdekkingsreiziger op ski's, maar de humanist Nansen. Wergeland draagt zijn moeders achternaam, omdat hij geen Hansen meer wil heten, de meest voorkomende naam. Wergeland heeft een historische klank, onze belangrijkste negentiende-eeuwse dichter heette zo. In elke Noor schuilen een Hansen en een Wergeland. De Wergelands willen een nieuwe Opera, de Hansens vinden dat onzin.'

Theo Zakariassen, de politieman in Rand, citeert Churchill. De grootmoeder van Jonas Wergeland denkt soms dat ze Churchill ís.

Kjaerstad: 'Churchills boeken zijn belangrijk geweest voor de Noren. In Oslo staat zijn standbeeld bij de Universiteitsbibliotheek. Het is vaker gezegd dat de Tweede Wereldoorlog voor Noorwegen de enige dramatische gebeurtenis van de eeuw is geweest. Het waren, paradoxaal, voor een heleboel Noren de beste jaren. Ze moesten stelling nemen, konden vechten voor iets waarin ze geloofden. Voor veel mensen werd Churchill een wereldse god.

'Rand is ontstaan door de moord op Olav Palme en Zakariassen is gemodelleerd naar de Zweedse leider van het politieonderzoek. Hij gebruikte citaten van Churchill, dat was verleidelijk. De moord is het Scandinavische equivalent van het Kennedy-syndroom. Ik herinner me precies waar ik de krant zag met: 'Palme neergeschoten'. Scandinavië verloor toen zijn onschuld. Nu horen we bij de rest van de wereld.'

Wergeland neemt als het om seks gaat zelden het initiatief. Dat doen de vrouwen. Ze lijken zijn muzen te zijn, zijn leermeesters.

Kjaerstad: 'Als schrijver kies je een manier van vertellen. In De verleider is die gebaseerd op overdrijving. Veel is buiten-proportioneel, bijna sprookjesachtig. De titel is ironisch: de echte verleider is de vrouw die alles vertelt en benadrukt dat dít het ware verhaal is. Zij probeert de lezer te verlokken haar theorieën voor waar aan te nemen. Ze wijst op Jonas' donkere achtergronden die door anderen worden belicht, maar acht het niet haar taak te vertellen wat daarvan waar of onwaar is. Wel blaast ze zijn goede eigenschappen op, ze maakt hem bijna eendimensionaal goed.'

Verrassend dat de verteller een vrouw is.

Herstel. Kjaerstadt: 'Sommige lezers denken misschien dat het een vrouw is, in het begin kan het zelfs God geweest zijn. Ik moest het weten om het verhaal vorm te kunnen geven, de motivatie van de biograaf te kennen: waarom wordt dit alles verteld? Om Jonas' leven te redden? Er moet iets zijn gebeurd nadat hij op de laatste bladzijde de hoorn van de haak heeft genomen. Misschien is dit een liefdesbrief. Voor mij is zij een soort Sheherazade.'

Vorige week verscheen een tweede boek over Jonas Wergeland, Erobreren ('De veroveraar'). Kjaerstad wilde iets doen dat in de literatuur niet eerder was gedaan: nóg een keer de levensloop van een romanfiguur beschrijven. 'Er is een andere verteller. Een leven bestaat uit zoveel verschillende verhalen dat je van alles kunt weglaten. In Erobreren klinken echo's door uit het andere boek, dat ik niet het eerste boek wil noemen, liever het parallelle boek. Alsof twee biografen, antagonisten, hetzelfde onderwerp hebben gekozen. De een beschrijft een held, de ander ziet hem als een gevaar voor de samenleving.'

Adriaan de Boer

Jan Kjaerstad: De verleider.

Vertaald uit het Noors door Paula Stevens.

De Geus; 544 pagina's; ¿ 59,90.

ISBN 90 5226 388 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.