DE BETERE PSYCHOLOOG kop kop

Natuurlijk, om James Avati hangt de geur van goedkoop effect. Maar de illustraties van de 'King of Paperbacks' staan ook in een grote schilderkunstige traditie....

Duizenden Amerikaanse jongeren hielden van hem om zijn doelloze bestaan;duizenden ouders hebben hem verguisd om hetzelfde. Holden Caulfield was inzijn tijd, begin jaren vijftig, voor een hele generatie van opgroeiendejonge Amerikanen een voorbeeld. Als non-conformist, een onberekenbarezonderling, een 'rolling stone', of zoals Bob Dylan over deze generatie ookzong, 'like a complete unknown' - wat in het geval van Caulfield nog beterklopte: niemand wist hoe de hoofdpersoon uit J.D. Salingers meesterwerkThe Catcher in the Rye eruit zag. Salinger had van hem geen beschrijvinggegeven, op het rode petje na dat Caulfield achterstevoren op zijn hoofddroeg.

Vandaar Salingers schrikreactie toen hij in 1952 werd gevraagd in testemmen met een coverontwerp voor zijn boek door James Avati. Avati hadgemeend Caulfield een uiterlijk te moeten geven. Of zoiets als eenuiterlijk: op de omslag van Catcher in the Rye had hij de hoofdpersoonschuin van achteren afgebeeld. Het gezicht was slechts voor een kleingedeelte zichtbaar, maar wel nét genoeg om te zien dat Holden Caulfieldgrote oren had, rode wangen en een wipneus.

Salinger wilde er niet aan, maar moest zijn protest uiteindelijk staken:in vergelijking met de sterstatus die Avati binnen de boekenbranche hadopgebouwd, was de schrijver een beginneling.

Als beroemdheid heeft Salinger de illustrator nadien behoorlijkafgetroefd, maar in de jaren vijftig lagen de rollen omgekeerd. James Avatiwas een grootheid - King of Paperbacks -, omdat hij met zijn covers deboeken van Faulkner, Caldwell, Dostojevski, Isherwood, Farrell, Gordimeren Moravia populair wist te maken bij een groot publiek. Ruim dertig jaarlang, van de jaren vijftig tot en met de jaren zeventig, domineerde derealistische schilderstijl van Avati en zijn epigonen de boekomslagen vanenkele honderden paperbacks, bij de grote uitgeverijen als The New Library,Signet en Bantam Books. Hij groeide daarmee uit tot de meest succesvolleen best betaalde illustrator van de VS. Ook dankzij de leeshonger die nade Tweede Wereldoorlog de kop opstak (voordat de televisie definitief zijnintrede deed), de toenemende welvaart, de publicatie van betaalbare nieuweboeken en heruitgaven van klassiekers, de mogelijkheid om goedkoop in kleurte drukken en de vondst van een plastic coating die de omslag tegenbeschadiging beschermde.

Avati bleek een rasillustrator, die graag de mythe in stand hield eenbuitenbeentje en autodidact te zijn. Wat maar ten dele waar was.Buitenbeentje, ja, want geboren in 1912 uit een Schotse moeder en eenItaliaanse vader, op 15-jarige leeftijd al wees, opgevoed door een strengetante en een aangetrouwde, Zwitserse oom (die miljonair was en zijnschooltijd financierde). Maar een totale autodidact, nee. Avati heeft weldegelijk enige artistieke scholing gekend. Hij studeerde architectuur enkunstgeschiedenis aan Princeton University. In 1940 trouwde hij met dejonge Jane Hammell, die daarover lang heeft getwijfeld. Begrijpelijk: alsdochter van een bloemenschilder (moeder) en ontwerper (vader) moet zijgevoeld hebben dat Avati eerder geïnteresseerd was in het artistiekemilieu en de werkzaamheden van zijn toekomstige schoonouders, dan in haar.

Avati werd een paar jaar na hun huwelijk onder de wapens geroepen. Hijbelandde op een legerkamp in Texas en werd vervolgens, in 1943, naar hetfront in Europa gestuurd. Hij werd gestationeerd in Frankrijk en Duitsland,en bleef na de bevrijding enkele maanden in Italië hangen (het huwelijkwas toch geen groot succes) om twee cursussen modeltekenen te volgen.

Het is waarschijnlijk de enige tijd geweest dat Avati direct naar modelheeft geschilderd. Vanaf het moment dat hij begon te illustreren, in 1949,maakte hij de eerste compositiestudies met olieverf op papier of karton.Vervolgens liet hij professionele modellen, vrienden, toevallige passantenof familie, zoals zijn oudste dochter Alexandra ('Zan'), in de gewenstehoudingen voor de camera poseren. Uit die fotoseries blijkt dat Avati zowelillustrator, beeldend kunstenaar als dramaturg was. Zoals zijn dochterlater zou vertellen, gaf hij gedetailleerde regieaanwijzingen, overoogopslag, gezichtsuitdrukkingen en houdingen.

Uiteindelijk werd uit alle foto's het beste exemplaar minutieus in verfovergezet, zonder dat hij er iets noemenswaardig aan veranderde. Je kan hetnatuurlijk zien als een abc'tje binnen het schildersvak, wat het ook welwas. Maar toch, wie de resultaten van zijn schilderdrift bekijkt, op deomvangrijke overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum in Helmond, zalmoeten toegeven dat het meer dan illustraties zijn. De dramatiek binnen derechthoekige afbeelding is verrassend goed georganiseerd. Het oog dwaaltover het oppervlak van detail naar detail. Avati werkte veel metscherpte-diepte. Het is of je door een cameralens naar het tafereel kijkt,maar dan picturaal. Wat Avati thematisch belangrijk achtte, schilderde hijvanuit een haast abstracte verfbrij scherp; de rest liet hij in eenimpressionistische toets vaag.

De wat kunstmatige miniatuurwereld die Avati bouwde, heeft referentiesmet de anekdotische genreschilderkunst uit verschillende eeuwen, van JanSteen, Adriaan van Ostade, Boucher, Fragonard en William Hogarth.Eigentijdser gezien zit Avati ergens tussen Thomas Eakins en Bob Ross,tussen filmstill-fotografie en affichekunst. En natuurlijk verwant aan dieandere impressionistische eenzaamheidsschilder, Edward Hopper. Hopper (dieook enige tijd als illustrator werkte) was zeker een betere schilder,bovendien subtieler in zijn ensceneringen. Maar Avati is de beterepsycholoog. Zijn gezichten vertonen meer expressie, de mimiek isgevarieerder en de kleine details in gebaren, lichaamstaal en entouragemaken duidelijk dat Avati het boek niet alleen had gelezen, maar dat hijde 'guts of the story' ook kon uitbeelden. Hij wist hoe je een hele roman,met diverse verhaallijnen, plots en nevenplots moest condenseren tot ééntreffende mise-en-scène.

Avati's stijl was uiterst effectief. De onderwerpen zijn dan weltragisch, dramatisch en romantisch, de manier van uitbeelden is eerderprozaïsch. Die nuchtere benadering van het onderwerp (en zijn vak) maaktAvati bij uitstek tot een Amerikaanse schilder/illustrator. Het is eensoort realisme dat in Europa niet bestaat: dicht op het onderwerp, zonderal te veel symboliek of mystiek, niet metaforisch. Kortom, van het adagium'what you see is what you get'. Schilderkunst die meer is gebaseerd op deeerlijkheid van het ambacht dan op de vervoering van de verbeelding, of hetongewisse. In die zin nam hij zijn taak - dienstbaar te blijven aan deinhoud van het boek - behoorlijk serieus. Haast als een morele opdracht:'Ik kan me dag herinneren dat ik voor mijn ezel stond en tegen mijzelf zei:je moet het zo goed doen als je kunt; de tijd van zomaar wat aanrommelenis voorbij, je moet je hier serieus op toeleggen.'

Natuurlijk, er hangt om de afbeeldingen van Avati ook de geur vangoedkoop effect. Ontblote dijbenen, een net iets te diep uitgesnedendecolleté, de bevallige rondingen van heup en billen, stoere torso's, eenbrede kaaklijn en de eeuwige aanwezigheid van bungelende sigaretten in delinker- (of rechter)mondhoek - het zijn inkoppers voor wie de aandacht vande kijker wil krijgen. Clichés en overacting maken dat de afbeeldingensoms blijven steken op het niveau van operette en musicals. Alles is netiets te veel opgemaakt en te dik aangezet.

Latente seks, insinuerende houdingen en wulpse oogopslagen - de wereldvan Avati was, zoals hijzelf ook toegaf, uit een uiterst eenvoudigeman-vrouw-verhouding opgetrokken. Broeierige ensceneringen die in deverbeelding van de potentiële koper een eigen leven gingen leiden enoplagecijfers deden stijgen. Avati begreep heel goed dat nieuwsgierigheiden voyeurisme uitstekend waren voor de verkoop, en heeft dat tot het eindevan zijn carrière weten vol te houden (hij bleef tot ver in de jarentachtig doorwerken, en stierf begin 2005, na twee huwelijken en meerderegeliefdes, en acht kinderen rijk).

In die zin was Avati de perfecte voortzetting van het pr-beleid van deverschillende uitgeverijen door wie hij was ingehuurd. Ook die taak nam hijserieus.

Toch is het werk minder een beelddiarree dan je op grond van diecommercialiteit zou verwachten. Zeker niet binnen de optimistische cultuurvan kort na de Tweede Wereldoorlog. In een tijd dat menigeen in Amerikavoornamelijk dacht aan een nieuwe, luxueuze levensstijl, of zich afvroeghoe de 'Commies' te verslaan en de werelddominantie te verwezenlijken.

Zeker, Avati verzon de onderwerpen niet zelf. Hij illustreerde ze naarde boeken die hij van een cover moest voorzien. Toch zit er in zijn werkte veel coherentie, om daar níet de hand van de schilder in te zien. Ookthematisch. Een soort fatalisme dat tegengesteld was aan waar deAmerikaanse droom voor stond. In plaats van de vrijheid van keuze en deonbeperkte mogelijkheden van de nieuwe tijd uit te drukken, schilderdeAvati melancholie, noodlot en onoverkoombare tragedie.

Het zijn de oude, eeuwige thema's: overspel, ontrouw, huiselijk geweld,jaloezie, afgunst, verleiding, eenzaamheid en verbittering. Natuurlijkedriften en gemoedstoestanden die eerder verwijzen naar een biologischkrachtenspel dan naar een cultureel optimisme. Jongemannen die verliefdworden op de verkeerde vrouw, meisjes die zich in de armen storten vanoverspelige mannen, minnaars die op geld belust zijn en moeders die hunkinderen verwaarlozen - de thema's zijn van alle tijden en (zodoende naarhet schijnt) onoplosbaar. En zonder duidelijk aanwezige reden of motief,zoals James Deans 'rebel without a cause' of de doelloze dwalingen vanHolden Caulfield die Avati een gezicht gaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden