MuziekBeste albums 2019

De beste albums van 2019

Beeld TYPEX

Waar letten we nu eigenlijk op als we ons zetten aan de jaarlijkse monsterklus, die soms net zoveel pijn doet als plezier oplevert? U bent het inmiddels misschien gewend: de muziekredactie van V doet al enige jaren aan democratische besluitvorming, wanneer we de mooiste muziekalbums van het jaar vaststellen. Geen lijstjes van individuele recensenten. Dat vinden we te makkelijk. Want wat is dan eigenlijk precies de graadmeter? De smaak van de betreffende plaatbespreker?

Nee, wij van V doen lekker moeilijk. We komen samen, gooien al die mooie albums op een hoop en openen het debat over wat nu precies een goede plaat maakt. Op die manier worden smaak en persoonlijke voorkeuren wat minder belangrijk – en dat doet soms dus een beetje pijn, bijvoorbeeld omdat die ene topper die je al een jaar hebt stukgestreamd uiteindelijk niet door de jury komt.

Maar de voldoening volgt als we V’s lijst-der-lijsten uiteindelijk in de steigers hebben staan. Want de albums die daar plaatsnemen, in onze tombola van genres, hebben ook een partij eeuwigheidswaarde. Ze zijn gekozen door die vele muziekmeningen bij elkaar, die samen misschien net iets meer zijn dan een mening. Ook omdat we in het juryberaad kijken naar echt voorname muziekzaken: is een album baanbrekend, of gewoon een leuke nieuwe plaat van die band die het altijd al aardig deed? Is een uitvoering van een orkest degelijk, of totaal vernieuwend?

U gaat het lezen, in de trendsettende topveertig die we hier voor u ontrollen. We werken toe naar de onbetwistbare en opzienbarende nummer 1, die het toch vrij verdrietige jaar 2019 een flinke stoot hoop en optimisme heeft gegeven. En de winnaar is...

Met medewerking van Pablo Cabenda, Gijsbert Kamer, Merlijn Kerkhof, Biëlla Luttmer, Guido van Oorschot, Menno Pot, Maartje Stokkers en Frits van der Waa.

40 – JAZZ Jaimie Branch: Fly Or Die II – Bird Dogs of Paradise

De Britse trompettist Jaimie Branch blies zich nog net onze lijst van 40 binnen, met een grofkorrelig kopergeluid, dat steeds rauwer en gemener lijkt te worden. Branch is de laatste jaren een belangrijke voorloper in de hedendaagse jazz geworden. Misschien ook wel omdat ze haar woede over de staat waarin de Verenigde Staten verkeren zo kernachtig formuleert, bijvoorbeeld in de door haar gezongen track Prayer for Amerikkka. Sterk spul.

39 – POP Sharon Van Etten: Remind Me Tomorrow

Altijd mooi: een artiest die het kleine van de indie durft te verruilen voor iets veel groters. De Amerikaanse zangeres Sharon Van Etten doet het op Remind Me Tomorrow, zowel in haar zang, haar songs en haar arrangementen als in haar tekstuele inhoud. Hier meldt zich, zo durven wij wel te voorspellen, een nieuwe PJ Harvey.

38 – DANCE/ELEKTRONISCH The Chemical Brothers: No Geography

Een hartverwarmende terugkeer van de Britse Chemical Brothers, die weliswaar niet helemaal uit het zicht waren verdwenen, maar de laatste jaren toch weinig overtuigende platen afleverden. Nee, dan No Geography. Wat een feest van opgewekte topdance, die ook nog nostalgisch stemt. Funky samples, kerkkoren, juichende kinderen op een schoolplein en zalige synthesizers: wat een ongelooflijk rijke geluidscollages bouwen die mannen op. Hoe konden we zonder?

37 – KLASSIEK Orbi: The Oscillating Revenge of the Background Instruments

Klassieke musici die metal spelen op fagot of contrabas, kan dat werken? Wel als de fagottist Bram van Sambeek heet. Voor de debuutplaat van zijn band Orbi kopieerde hij solo’s van Metallica-gitarist Kirk Hammett tot op de nanoseconde nauwkeurig, maar de distortion maakt hij gewoon met zijn mond. Niet alle nummers pakken goed uit (vergeet Muse), maar de cover van Led Zeppelins Since I’ve Been Loving You is waanzinnig.

36 – POP Thom Yorke: Anima

Zijn belangrijkste topnotering scoorde Yorke op festival Down the Rabbit Hole, waar hij een van de mooiste festivalshows van het jaar neerzette. En wat een prachtplaat is ook zijn Anima. Een album (en film op Netflix) dat zich steeds dieper in de oren vastzet, naarmate je het vaker afspeelt. Een goeddeels elektronische plaat, die net zo vervreemd en futuristisch klinkt als vertrouwd en troostrijk, zoals het weergaloze Radiohead-werk van Yorke.

35 – POP Michael Kiwanuka: Kiwanuka

Hij doet al even mee in het singer-songwritercircuit aan de goede kant van de soulgeschiedenis. Maar zijn plaat met de zelfbewuste titel Kiwanuka is zijn beste. Michael Kiwanuka liet zijn door de soul- en funkgoden ingefluisterde songs produceren door Danger Mouse, en deze grootheid weet wel raad met die geweldige stem van de Brit. We horen Isaac Hayes en foute blaxploitationfilms, en luisteren toch naar een heerlijk hedendaags album. Knap.

34 – DANCE/ELEKTRONISCH Barker: Utility

Niet elk jaar is vanzelf een sterk dancealbumjaar. Maar 2019 doet heel leuk mee, met oplevingen van oude bands als The Chemical Brothers en Underworld, en veel tintelend fris nieuw werk. Van Barker bijvoorbeeld, de artiestennaam van de Engelsman Sam Barker. Op Utility viert de producer de zuchtende en krakende kracht van de klassieke synthesizers, die in nummers als Gradients of Bliss werkelijk tot leven lijken te komen. Weinig climaxen, wel veel ondraaglijke dancespanning.

33 – KLASSIEK Maya Fridman: Canto d’inizio e fine

De Nederlands-Russische cellist Maya Fridman heeft een bijzonder communicatieve manier van spelen: melancholiek, en soms zielkervend. Dat komt goed van pas in de zware kost van Maxim Shalygin: zes van de zeven delen van diens Canto d’inizio e fine zijn genoemd naar de engelen des doods, het zevende heet Todesfuge, naar het Holocaustgedicht van Paul Celan. Fridman zingt er ook nog bij. Adembenemend.

32 – POP S10: Snowsniper

Nederland doet het goed in deze lijst van 40. Vooral in de klassieke muziek, maar natuurlijk ook weer in de hiphop. Het albumdebuut van de 19-jarige Stien den Hollander is machtig. Omdat ze zuivere teksten debiteert over haar angsten en depressies, en ook omdat de productie om haar dichtregels heen melodieus en vervoerend is. S10, want zo noemt Den Hollander zich, zweeft vrijelijk tussen hiphop en fijne indiepop, en ook daarom is deze plaat zo geslaagd.

31 – POP Nilüfer Yanya: Miss Universe

Miss Universe verscheen al vroeg in 2019, maar de Londense Nilüfer Yanya is een van de bijzonderste debutanten van het jaar gebleven. Ze schiet van grommende indierock naar soul en van hoekige new wave naar een klein popliedje, op dit caleidoscopische grotestadsalbum dat in deze trendsettende jaarlijst natuurlijk niet mag ontbreken.

30 – KLASSIEK Atlas Ensemble: Nomaden

In 2018 werd componist Joël Bons in één klap beroemd buiten Nederland. Voor zijn compositie Nomaden kreeg hij de Grawemeyer Award. Dit jaar verscheen het werk op cd. Nomaden is een celloconcert voor Jean-Guihen Queyras en het Atlas Ensemble, dat de mogelijkheden van instrumenten uit alle windstreken verkent (van Armeense duduk tot Chinese erhu). Queyras trekt er een uur lang opuit als een ontdekkingsreiziger.

29 – POP Denzel Curry: Zuu

Elke track is raak en laat stroom door je oren knetteren. Op Zuu vertelt rapper Denzel Curry over zijn jeugd in Miami, en dat was niet altijd een lolletje. Maar hij diept zijn geschiedenis op in zulke pompende en aanstekelijke hiphoptracks, dat je bijna vergeet mee te leven. Curry maakte een knallend hitalbum vol messcherpe en harde trap, die maakt dat je je in een moshpit wilt wurmen. En intussen tikt hij dus ook die gevoelige snaar aan. Respect.

28 – KLASSIEK Ensemble Gilles Binchois: Messes de Barcelone et d’Apt

Zonder meer een van de fijnste oudemuziekplaten, en die vloeit uit de handen van het 40-jarige Ensemble Gilles Binchois. Het Franse gezelschap nam de anoniem overgeleverde missen van Barcelona en Apt op, sober en indringend. Dit is muziek uit de 14de eeuw, dus uit de tijd van de Utrechtse Domtoren. Alleen zijn hier geen herstelwerkzaamheden nodig.

27 – KLASSIEK Merel Vercammen & Dina Ivanova: Symbiosis

Hoe vaak slaagt een nieuw stuk erin een hit te worden op de klassieke zender Radio 4? Het lukte Merel Vercammen (viool) en Dina Ivanova (piano) met de Sprookjes van Mathilde Wantenaar op hun album Symbiosis. ‘Zodra Vercammen begint te spelen, stap je in een andere wereld’, schreven we. Wat is dat toch mooi, als musici het beste in de door hen verkozen composities naar boven weten te halen.

26 – POP Angel Olsen: All Mirrors

We komen nog veel vrouwelijke artiesten tegen in dit zalige vrouwenpopjaar 2019, voor we aankomen bij die ene, heel erg grote, die natuurlijk op 1 staat. De Amerikaanse zangeres Angel Olsen mag er ook zijn, met haar plaat All Mirrors. Hierop vindt ze na lang zoeken dan toch haar eigen stijl, in de overdaad aan vrouwelijke singer-songwriters van het moment. Zwelgende strijkers, dikke synthesizers, arrangementen met grandeur en een stem als een klok. Ja, daar vallen wij voor.

25 – ROOTS Paul Cauthen: Room 41

Meteen al bij de ronkende openingstrack van countrysoulplaat Room 41 trekt de stem van Paul Cauthen je mee. Hij klinkt soms een beetje als Johnny Cash – maar ja, welke zichzelf respecterende rootsstem doet dat niet? Maar de songs van Cauthen, zoals Prayed for Rain, zijn tegelijkertijd sprankelend modern en doen soms zelfs denken aan Arcade Fire. Hoe dan? Zelf luisteren!

24 – JAZZ Terri Lyne Carrington and Social Science: Waiting Game

De jazzrecensent voorspelde het eind november al (het was dus niet een erg gewaagde gok): Waiting Game is een van de gaafste jazzalbums van het jaar. Het werd de allermooiste, want de hoogste jazznotering. Drummer en componist Terri Lyne Carrington maakt geëngageerde en onvoorspelbare jazz, waarbij alle muzikanten in haar gezelschap Social Science mogen uitpraten. Alleen dat al is een statement, in een tijdperk waarin we elkaar het liefst het zwijgen opleggen.

23 – KLASSIEK Ragazze Kwartet: Bartók Bound

De vier vrouwen van het Nederlandse Ragazze Kwartet hebben de sleutels tot het veelzijdige Bartók-universum in handen: ze spelen met passie, precisie en een sterk gevoel voor kleur en structuur. Aan het energieke en bijzonder hechte samenspel is te horen dat Bartók de vier strijkers aan het hart gebakken is, aldus de recensent. En die hoopt op een spoedig vervolg van het Bartók-project van dit gezegende gezelschap.

22 – POP Big Thief: U.F.O.F

De prille indieband Big Thief komt niet met één, maar twee razend goede platen in een jaar. Overdreven gedoe? Niet echt, al zou je kunnen zeggen dat de beste songs van beide platen op één album voor een meesterwerk zouden hebben gezorgd. Desondanks moeten we U.F.O.F meenemen in dit overzicht, want de liedjes kruipen onder de huid. Die zwevende, bijna hallucinante stem van Adrianne Lenker! En die tokkelende gitaarfolk op het nummer Cattails!

21 – KLASSIEK Nino Gvetadze: Cyril Scott

Wie had ooit gehoord van Cyril Scott voordat Nino Gvetadze zich eraan waagde? De Georgisch-Nederlandse pianist is de best denkbare pleitbezorger van deze on-Engelse Engelse componist, die misschien juist daardoor niet zo bekend is. De recensent schreef: ‘Nino Gvetadze zet Scotts subtiele pianomuziek met verfijnd spel waar ze hoort: in het onthoudboek.’

20 – POP Purple Mountains: Purple Mountains

Bij verschijning in juli was het intens persoonlijke Purple Mountains (van David Berman, ook bekend van de band Silver Jews) al schrijnend mooi. Op 7 augustus bleek het ook nog eens zijn afscheidsbrief te zijn: Berman maakte die dag een eind aan zijn leven. De notering op de breuklijn van deze eindejaarslijst is ook een eerbetoon aan het rijke oeuvre van een getergde kunstenaarsziel.

19 – POP Tyler, the Creator: Igor

Dat Tyler, the Creator een overdaad aan talent had, dat zag iedereen wel, ook in zijn eerste schreden bij het hiphopcollectief Odd Future. Maar het kwam er steeds maar niet uit; het leek of de chaos in zijn hoofd te groot was om er een doorwrocht album uit te gooien. Maar de rust lijkt neergedaald, in het hoofd van de Schepper. Want Igor is wél een album waarvoor duidelijk de tijd is genomen, met inhoudelijk ijzersterke tracks en composities met een kop en een staart. De grootste hiphopplaat van het jaar, vinden wij.

18 – DANCE/ELEKTRONISCH Underworld: Drift Series 1

Wat doet Underworld nu? Bijna een jaar lang iedere week een track uitbrengen, inclusief film? En dat terwijl de band al even in een wat minder creatieve albumperiode verkeerde. De zelf opgelegde druk heeft fantastisch gewerkt, want op Drift Series 1 klinkt Underworld zoals in de beste jaren. We horen meeslepende dancetracks die ons de dansvloer op sleuren, naast zalvende ambient en jazz, en natuurlijk de nog altijd wonderlijke dichtregels van Karl Hyde, op die dubbende beats van Rick Smith. Een (onder)wereldplaat, op niet minder dan vijf cd’s. Luxe in het kwadraat.

17 – KLASSIEK Lets Radiokoor: Tsjaikovski

Met een beetje fantasie kun je in deze topplaat een geopolitieke middelvinger zien: de Letten zingen de Russische koormuziek van Tsjaikovski het best. Zingen is in Letland trouwens net zoiets als fietsen bij ons. Onder dirigent Sigvards Klava wanen we ons in een Russisch-orthodoxe kerk en horen we een orgelende totaalklank. Power, heldere articulatie: heerlijk.

16 – HEAVY Opeth: In Cauda Venenum

God, wat vliegt de tijd. Opeth was ooit, in de jaren negentig en nul, een brommende deathmetalband. Maar tegenwoordig maken de Zweden verfijnde progrock, die niet alleen leunt op technisch vernuft maar ook op ontroerende eenvoud en de zuivere zangstem van Mike Akerfeldt. In Cauda Venenum is de beste plaat uit de laatste, niet grommende incarnatie van Opeth, omdat de liedjes stuk voor stuk pakkend zijn en dus verre van oeverloos – toch een valkuil, voor veel progrock. Opeth maakt klassieke, om niet te zeggen ouderwetse rock met betekenis.

15 – ROOTS Lankum: The Livelong Day

Bij de beklemmende plaat The Livelong Day van de jonge Ierse folkband Lankum vielen al uw recensenten even stil. Roots, pop, folk, neoklassiek: wat maakt het uit. De liedjes die de band opdiepte uit de verre Ierse muziekgeschiedenis waren al raak, maar krijgen bij de hypnotiserende begeleiding van harmoniums en doedelzakken én de door merg en been dringende stem van zangeres Radie Peat een nieuwe stoot eeuwigheidswaarde. Kippevel van voor naar achter.

14 – KLASSIEK Julian Prégardien, Sandrine Piau & Éric Le Sage: Dichterliebe

Over dit album laten wij recensent Biëlla Luttmer aan het woord, die dit jaar afscheid nam van de besprekersclub van V: ‘Zang, piano, dichtkunst en zijn vrouw Clara – dat waren de grote thema’s in Robert Schumanns leven. Op Dichterliebe worden ze vermengd tot een aangrijpende theatrale ervaring. De stemmen van Julian Prégardien en Sandrine Piau en het spel van pianist Éric Le Sage dompelen je onder in telkens andere kanten van Schumanns leven en werk. Een van de hoogtepunten is Die Löwenbraut, een acht minuten durend drama waarin Prégardiens zingen geleidelijk transformeert in wanhoopsschreeuwen.’ Dat is mooi gezegd.

13 – KLASSIEK Beatrice Rana: Ravel & Stravinsky

De Italiaanse Beatrice Rana (26) is nogal een fenomeen. Na haar veelgeprezen album met Bachs Goldbergvariaties pakt ze ons opnieuw in. Ze speelt ditmaal Ravel en Stravinsky, en wekt de indruk dat haar linker- en rechterhand worden aangestuurd via strikt gescheiden circuits – en dat er soms nog een derde hand in het spel is ook. En de fysieke wonderen houden maar niet op, want haar vingers dansen ook nog in een wervelende choreografie over de toetsen.

12 – HEAVY Inter Arma: Sulphur English

Death metal is niet dood, dat bewijst het Amerikaanse Inter Arma met dit meesterwerk. De band laat de morbide metal uit de jaren tachtig samenvloeien met dreunende postrock, en dat klinkt overweldigend mooi. Maar bij tracks als Citadel springen de tranen vooral in de ogen vanwege de aangrijpende gromzang van Mike Paparo. Kolossale herriekracht, topzwaar en majestueus, meende de recensent, die met dit album op zijn oren twee weken de slaapkamer niet uitkwam.

11 – KLASSIEK Le Poème Harmonique: Anamorfosi

Hebben we het Miserere van Gregorio Allegri eerder zo aangrijpend gehoord? Het Franse ensemble Le Poème Harmonique breekt op het album Anamorfosi met de uitvoeringstradities. Er wordt doorvoeld en vol smaakvolle versieringen gezongen. Door het trage tempo is het alsof een hand je bij je schouder grijpt terwijl je had willen doorlopen – je ontkomt niet aan bezinning, wil je met zielerust de eindstreep halen.

10 – DANCE/ELEKTRONISCH Alessandro Cortini: Volume Massimo

De Italiaan Alessandro Cortini is toetsenist bij de industriële herrieband Nine Inch Nails, maar zijn solocarrière begint spectaculaire vormen aan te nemen. Volume Massimo is een plaat die (net als de nummer 11 in dit overzicht) de luisteraar een halt toeroept. Cortini laat zijn (analoge) synths door een nachtelijk droomlandschap dwalen en de horror loert over zijn schouder mee. Soms doet zijn muziek denken aan de soundtracks van filmmaker John Carpenter, maar Cortini schept ook graag zijn eigen wonderwereld, die minstens zo angstaanjagend is. Het nummer La Storia bijvoorbeeld is een ontstellend goed elektronisch muziekstuk, dat de toptien van onze jaarlijst moest halen.

9 – POP Nick Cave: Ghosteen

Alles wat Nick Cave de laatste jaren aanraakt, verandert in goud, zo lijkt het. Origineel is het niet, deze zoveelste Cave in onze jaarlijkse toptien, maar we kunnen niet anders. Cave maakte een plaat over het tragische ongeval en overlijden van zijn zoon, en Ghosteen zou je haast als een posttraumatisch album kunnen beschouwen. Caves stem klinkt anders: de duivelse grom is verdwenen. Op Ghosteen lijkt hij eerder te jammeren en haast te croonen. De beelden die Cave oproept zijn evocatief. De recensent zag rennende paarden met brandende manen en zwartgeblakerde vlinders. Maar aan het einde van de lange, donkere gang toch ook een witte schim, en mogelijk iets van de eeuwigheid. Amen.

8 – KLASSIEK Dirk Luijmes: Harmonium Atlas

Een knotsgek project, en wat mooi als het dan zó uitpakt. Dirk Luijmes is toetsenist in de breedste zin van het woord, maar vooral de eerste die je belt als je ensemble een harmonium nodig heeft. Hij maakte een staal- en landkaart van twee eeuwen traporgelmuziek, verdeeld over vier cd’s, geordend op regio. En zo laat hij de glorietijd van het harmonium herleven. ‘Luijmes volvoert deze odyssee met smaak, elegantie en grote behendigheid’, schreef de plaatbespreker van dienst. ‘Uit alles blijkt zijn meesterschap over dit unieke instrument. Broosheid met een grote kracht.’

7 – POP Fontaines D.C.: Dogrel

Gitaarbandjes, hallo, zijn jullie daar nog? Het zijn magere jaren voor de liefhebbers, maar als ze dan weer eens opduiken, is de ontroering ook groot. Een paar van de opwindendste ‘Britse’ gitaarbands, die zich dus laten voorstaan op een Brits geluid, waren dit jaar niet Brits maar Iers: Girl Band, The Murder Capital en vooral het op postpunk geënte Fontaines D.C. Hun plaat Dogrel slaat in als Definitely Maybe van Oasis, en schoot met raketkracht omhoog in vele jaarlijsten. En dus ook in die van ons. Dé rock-’n-rollplaat van 2019.

6 – KLASSIEK Arcadi Volodos: Schubert

Die Arcadi Volodos, was dat niet veel te zeer een ‘mooispeler’ voor Schubert? Met zijn album, met onder meer de Sonate in a-groot, blies de Rus menig scepticus omver – en ons ook. Als muziekrecensenten schrijven over ‘poëzie’ en je niet begrijpt wat ze daar in godsnaam mee bedoelen, beluister dan deze plaat. ‘Verstilling combineert hij met zijn vermogen zelfs de wildste muzikale fantasieën subtiel te realiseren’, schreef de een. ‘Hij is een meester die van het raadselachtig deinende tweede deel, Andantino, een aangrijpende mijmering maakt over eenzaamheid en lot, opstand en aanvaarding’, beweerde de ander. Wat kunnen we daar nog aan toevoegen?

5 – HEAVY Tool: Fear Inoculum

Het duurde even. Ja, de verschijningsdatum van deze vijfde Tool-plaat, dertien jaar na de vorige, maar ook de overgave die twee van de drie poprecensenten ervoeren bij Fear Inoculum, van de nog altijd raadselachtige rock- en metalband Tool. Fear Inoculum besluipt je, track na track. De tribaal aandoende riffs en drumbreaks zuigen je een moeras van euforische hardrock in, en hoe vaker je ze hoort, hoe hardnekkiger die vuist gaten in de lucht wil slaan. De hoop van de Tool-fans op ooit nog een nieuwe plaat was bijna vervlogen, maar met Fear Inoculum kregen ze de misschien wel gaafste plaat uit het oeuvre. Wat een album, en wat een geweldige vocalen en teksten van Maynard James Keenan. De boosheid van de band is grotendeels verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor bezinning en breekbaarheid. Hoe blijf je relevant als de dagen beginnen te tellen, vraagt Keenan zich af. Nou, zo dus.

4 – KLASSIEK Gewandhausorchester o.l.v. Andris Nelsons: Bruckner 6 & 9

Bruckner is de nieuwe Mahler. Als in: de componist van symfonieën waarmee dirigenten zich moeten bewijzen. De Let Andris Nelsons is misschien wel de grootste ‘bruckneriaan’ van deze tijd. Met zijn Gewandhausorchester uit Leipzig – alerte en soms lucide klinkende strijkers, vol koper, kwiek hout – oogst hij diepe bewondering in Bruckners Zesde en Negende symfonie. ‘Nelsons heeft een grandioos gevoel voor dynamiek’, schreven we in de recensiekolommen van V. En: ‘Nelsons weet de ritmische figuren goed te accentueren, zonder dat de ritmische nadruk het soms etherische en mysterieuze karakter tenietdoet.’ De állermooiste klassieke plaat van het jaar werd dit niet, maar het scheelde weinig.

3 – POP Lana Del Rey: Norman Fucking Rockwell!

Tegen de nummer 1 kon dit jaar niemand op. Zelfs niet die ene andere Amerikaanse vrouw met magische popkrachten, al moest over de einduitslag natuurlijk worden gedebatteerd. Want tjonge, wat drong Lana Del Rey aan in deze jaarlijst. Bitterzoete, sensuele popsongs maken die de titelrollen leken van vergeten romantische films: daar was de zangeres altijd al goed in. Maar nu is er meer: samenhang, inhoud, vervreemding, teksten zoals niemand anders ze schrijft. En dan nog die geheel eigen sound, vol barokke pianoakkoorden, zwoele en op zijn tijd ontregelende gitaren en synths. Met Norman Fucking Rockwell! voegt Del Rey zich bij de groten, en dus nét onder onze popkampioen van 2019.

2 – KLASSIEK Les Siècles: Symphonie fantastique

Het was dit jaar een Berlioz-herdenkingsjaar: de Franse orkestvernieuwer overleed honderdvijftig jaar geleden. Er verschenen dus ook flink wat platen, maar deze stak alle andere naar de kroon. Berlioz’ Symphonie fantastique (1830) – programmamuziek waarin je de geguillotineerde kop van de ik-persoon kunt horen rollen – klonk bij het Franse orkest Les Siècles op instrumenten uit de tijd van de componist. Dirigent François-Xavier Roth en zijn orkest leggen de waanzinnige originaliteit van de partituur bloot. ‘Het bontst van al is het slotdeel’, vond de recensent. ‘Songe d’une nuit de sabbat, droom van een heksensabbat. Roth laat de fluiten en hobo’s net wat angstaanjagender van hun toon afglijden, het hout van de strijkstokken net wat ijselijker over de snaren kletteren. Nadat het oude gregoriaanse motief Dies irae (dag des toorns) er in onheilspellende flarden doorheen is gejaagd, blijf je happend naar adem achter.’

1 – POP Billie Eilish: When We All Fall Asleep, Where Do We Go?

We gingen er eens goed voor zitten, in een Amsterdams café en dus in het openbaar, waar een eventueel handgemeen echt onacceptabel zou zijn. De beste plaat van het jaar volgens de popfactie in het recensentenbestand van V: altijd een fijne discussie. Die leuke, maar toch ook weer niet zó baanbrekende Ierse gitaarband? De eindelijk toch nog verschenen Tool? Lana Del Rey?

Maar eigenlijk wisten we allemaal wel hoe de slotsom van het jaarlijstdebat zou moeten luiden. Had de popwereld het afgelopen decennium een zo doorbrekend fenomeen als Billie Eilish mogen verwelkomen? Een zo ongelooflijk jonge, maar gruwelijk getalenteerde liedschrijver en zangeres? Natuurlijk niet. Billie Eilish (17) was voor dit jaar begon nog een rondzingend gerucht, en volgens de gelukkigen die haar al hadden ontdekt een belofte van iets groots dat nog komen zou. Maar met haar album When We All Fall Asleep, Where Do We Go? kraakte ze records. De hele wereld had het over Eilish, haar leeftijd, haar broer die haar composities perfectioneerde en aan elkaar musiceerde. En over het rolmodel dat de zangeres werd voor een hele generatie opgroeiende jongens en meiden die er ook weleens geen zin in hebben.

Op haar debuutalbum zingt Eilish over haar twijfels en horror, en over vrienden die aan hun eigen nachtmerries ten onder gaan. In soms pijnlijk volwassen pianoballades als When the Party’s Over, of in duistere, grommende elektronische tracks als Xanny. Of de geweldige, enerverende nummers Bury a Friend en Bad Guy, die hele festivaltenten omver kunnen blazen – Lowlands kan erover meepraten.

Ja, er gebeurde echt iets bijzonders in dat Amsterdamse café. We waren het er binnen een minuut over eens dat we niet om de sensatie van Eilish heen konden en dat we haar opkomst moesten belonen met de hoogste notering. Ook omdat we de plaat allemaal nog steeds, negen maanden na verschijning, met plezier opzetten, keer na keer na keer. En ja, ook omdat we waarachtige fenomenen als Eilish in deze neppe tijden gewoon moeten koesteren en als het even kan op een voetstuk plaatsen. Dat laatste is dan bij dezen gebeurd.

En dit zijn de drie mooiste hoezen:

Lizzo – Cuz I Love You

Als boegbeeld van bodypositivisme mag je zelf wel met de billen bloot. Dus presenteerde zangeres Lizzo zich in haar weelderige, ongegeneerde nakie. Maar hier geen traditionele hoezenpoes die zich passief laat bekijken. De blik die Lizzo retourneert, is die van een gewapende zelfverzekerdheid: ‘Yep, ik ben de trotse eigenaar van dit alles. Wat heb jij?’

The Chemical Brothers – No Geography

Vraag: Wat is log en racet toch met 140 km/u voort? Antwoord: een tank op de snelweg. Maar het laatste album van The Chemical Brothers rekenen we ook goed. Want beeld en muziek vallen hier samen. De beats zijn zwaar en het tempo stuwt voort in een geluidslandschap met dezelfde psychedelische kleurtjes als het uitzicht vanuit de geschutskoepel.

Iggy Pop – Free

Over bijna al zijn albumhoezen heeft Iggy Pop zijn taaie, pezige bovenlijf gedrapeerd. Werkte altijd. De animale kracht van Pops muziek vond een goede vertaling in dat lichaam. Maar Iggy werd ouder (72) en maakte een ingetogen album. Wat doe je dan qua beeld? Dan fotografeer je datzelfde lijf als stemmig silhouet in een donkerblauwe branding. Herkenbaar en toch anders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden