De bedriegelijke eenvoud van stijl en elegantie

Het is meer dan een eerbetoon aan actrice Audrey Hepburn, die tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum. Honderd outfits van ontwerper Hubert de Givenchy zijn er te zien en die zijn verrassend van deze tijd.

Tekening door Hubert de Givenchy van Audrey Hepburn; hieronder de robe manteau uit Breakfast at Tiffany`s. Beeld Rechtenvrij

Toen Audrey Hepburn in 1953 de kans kreeg om in Parijs kleding uit te zoeken voor haar rol in de film Roman Holiday, ging ze regelrecht naar het atelier van Hubert de Givenchy. Ze kende zijn werk: het jaar daarvoor had ze met het geld dat ze met haar eerste film had verdiend een mantel bij Maison Givenchy gekocht. De keus voor hem was een slimme zet van Hepburn: hij was destijds de jongste en vooruitstrevendste van de modegrootmeesters die het voor het zeggen hadden in Parijs. Christian Dior en Cristóbal Balenciaga waren al een tijdje bezig toen Maison Givenchy in 1952 opende, in Rue Alfred de Vigny.

'Niemand heeft tot nu toe meer de jeugdige lijn, waar heel Parijs over spreekt, beter weten te vatten dan juist deze jongste der modekoningen,' schreef een journalist van de Volkskrant op 11 februari 1954. Met de 'séparables' uit zijn eerste collectie was hij zijn tijd vooruit. Het waren losse kledingstukken, rokken en blouses, waarmee je zelf een outfit kon samenstellen. Het was couture, maar dan benaderd op een moderne en praktische manier die overeenkwam met de frisse, jonge en sportieve uitstraling van de latere prêt-à-porter dan met de wat meer geklede couture uit die tijd.

In het Gemeentemuseum hangt een ensemble uit zijn eerste collectie: een bruine linnen kokerrok met steekzakken en een witte katoenen blouse met een opstaande kraag en wijd uitlopende mouwen met ruches. De 'Bettina'-blouse uit de eerste collectie (1952), genaamd naar topmodel Bettina en vereeuwigd door tekenaar René Grau, is uitgegroeid tot een klassieker. Wie de blouse goed bekijkt, ziet waarom: die kan zo de catwalk op met haar decoratieve, wijd uitlopende mouwen. De rok zit hoog in de taille - ook nog steeds gewild.

Nu zit je met een witte blouse en een kokerrok in modekringen altijd goed. Volgens de clichés uit diverse stijlhandboeken mogen deze klassiekers in geen enkele garderobe ontbreken. Maar deze rok en blouse zijn met de hand gemaakt door Givenchy zelf, in het Parijs van de jaren vijftig, en alleen al daarom het summum onder de witte blouses en kokerrokken. Even verderop is een rood ensemble van wollen jersey met een knielange rok te zien, afgemaakt met rode leren handschoenen, een rode hoed en gouden sieraden. Een plaatje.

Ook mooi: een grijze wollen mouwloze jurk met franjes, een dubbele rij knopen en een sjaal. Alle kledingstukken hebben de losse, elegante snit die kenmerkend is voor het werk van de inmiddels 89-jarige couturier. Zijn geraffineerde vrouwbeeld staat in groot contrast met de uitgesproken sexy stijl van Riccardo Tisci, de huidige ontwerper van het merk, dieintwerpt voor Kim Kardashian.

Beeld Rechtenvrij

Vrienden voor het leven

Van de ruim 100 stukken die in het Gemeentemuseum te zien zijn, zijn er meer dan 30 door Audrey Hepburn (1929-1993) zelf gedragen, waaronder de gele bloemenjurk uit de film Funny Face. De relatie tussen Hubert de Givenchy (1927) en Hepburn ging verder dan een werkrelatie; hun carrières gingen gelijk op. Ze waren ook goede vrienden. Volgens modeconservator Madelief Hohé hebben ze een gelijksoortige achtergrond. Ze groeiden beiden op in een van oorsprong protestante en rijke familie. Beiden verloren op jonge leeftijd hun vader en beiden kozen voor een, in hun milieu, niet voor de hand liggend beroep.

Hubert de Givenchy verkocht zijn modemerk in 1988 aan modeconcern LVMH, dat ook eigenaar is van onder meer Dior en Louis Vuitton. Hij ging in 1995 met pensioen. Met de mode van nu heeft hij weinig affiniteit, zei hij onlangs in een uitgebreid interview bij hem thuis. De mode van nu is volgens hem niet geraffineerd, niet elegant, niet discreet. En de kwaliteit van de kleren is ook niet meer hetzelfde. Maar dat wil niet zeggen dat zijn naam synoniem is voor oudevrouwenmode. Met de eerder beschreven ensembles maakt deze tentoonstelling meteen duidelijk hoe modern het werk van De Givenchy in zijn tijd was.

En dan moet de verzameling 'little black dresses' nog komen. De couturier blonk zodanig uit in de vormgeving van allerhande zwarte jurkjes - die kwamen in elke collectie terug - dat Coco Chanel, de bedenker ervan, meende dat hij de enige moderne ontwerper was die haar 'little black dress' echt begreep. Er is ook een zaal met avondkleding uit de jaren zeventig en tachtig, waaronder een lange jurk van zwarte jersey met een uitdagende inzet van goudkleurig leer en een rode zijden robe manteau met een opengewerkte rug. Het zijn jurken die om een gelegenheid vragen.

Audrey Hepburn in de film Breakfast at Tiffany`s uit 1961. Beeld Getty Images

Die waren er genoeg: de couturier was in zijn hoogtijdagen ook hofleverancier van Jackie Kennedy en prinses Gracia van Monaco. Zeg maar de It-girls van de jaren vijftig en de vroege jaren zestig. Vooral met Hepburn had hij een hechte band. Met haar ranke en frisse voorkomen - niet hoogblond en zonder wulps zandloperfiguur zoals Marylin Monroe had - verpersoonlijkte zij een nieuw schoonheidsideaal dat perfect paste bij de jeugdige mode van De Givenchy.

De relatie tussen de couturier en de filmster vormt de rode draad in de tentoonstelling, die met twee van zulke tot de verbeelding sprekende namen als een gedoodverfde publiekstrekker geldt. Voor het museum is dit de tweede tentoonstelling over de Franse couturier en de in 1993 overleden Brits-Nederlandse filmster. De eerste was te zien in 1988, toen was Hepburn nog bij de opening aanwezig. Modeconservator Madelief Hohé was van plan om de huidge tentoonstelling pas over een paar jaar te organiseren, maar De Givenchy wilde niet zo lang wachten; hij was vastbesloten bij de opening (afgelopen weekeinde) aanwezig te zijn.

Hij heeft zich ook intensief bemoeid met de vormgeving, die in handen was van Maarten Spruyt en Tsur Reshef, de vaste vormgevers van de jaarlijkse mode-exposities in het Gemeentemuseum. Van Spruyt, die graag zoveel mogelijk laat zien, had het allemaal wel wat uitbundiger gemogen. Een beetje zoals de inrichting van het stadspaleis van de couturier in Parijs, naast de Nederlandse ambassade. Daar barst het van de barokke meubelen. Maar de couturier zit volgens Spruyt in een minimalistische periode en moest niets hebben van allerhande decoratieve toevoegingen van de stylist. Hij wilde de kleren voor zich laten spreken, daarom is de inrichting rustiger dan de bezoeker van Spruyt gewend is. Het is niet alle kleding gegeven om voor zich te spreken, maar de ontwerpen van De Givenchy kunnen het aan. In hun bedrieglijke eenvoud spreken ze boekdelen over stijl en elegantie.

To Audrey with Love in het Gemeentemuseum Den Haag, t/m 26/3

Hubert de Givenchy
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden