InterviewYula Altchouler

De bedoeling was ‘te laten zien dat dé vluchteling niet bestaat’

Yula Altchouler, programmamaker en researcher voor radio en tv. Amsterdam, 28/11/2020.Beeld Hilde Harshagen

Yula Altchouler (41) onderzoekt in haar radiodocumentaire Ons succesverhaal  de verhalen die vluchtelingen over hun leven vertellen. Moeten ze allemaal modelburger zijn, of mogen ze ook ‘gewoon’ hun leven leiden?

In het azc waar Yula Altchouler (41) in 1990 met haar ouders arriveerde, ergens tussen Breda en Roosendaal, werd het gezin onthaald door een Russische man. ‘Ik weet nog dat hij ’s nachts meeging in het busje om ons op te halen. Hij had echt op ons gewacht: eindelijk andere Russen in dat azc.’

‘Die man kwam uit Moskou, net als wij. Alleen had hij geen goed verhaal, hij maakte weinig kans op een status. Ik hoor nog hoe mijn vader tegen hem zei: ‘Tja, Sergei, je kunt zeggen dat je homo bent, of anders Joods, net als wij, verder weet ik het ook niet.’

Ze begint te lachen. ‘Dat wilde hij natuurlijk niet. Zoals veel Russen was hij een beetje homofoob en wat ik maar even een huis-tuin-en-keuken-antisemiet noem. Wij waren niet voor niets gevlucht uit Rusland. Mijn vader werkte als wetenschapper aan de universiteit in Moskou en sprak goed Engels, wat zeldzaam was. Maar met zijn naam en uiterlijk wist iedereen: dat is een Jood. Hij had een spreekwoordelijk stempel: de niet-reizende Jood. Al zijn collega’s reisden wel naar congressen in het buitenland, daar maakten ze indruk met zíjn werk. Het institutionele antisemitisme in Rusland was zo sterk dat mijn vader nooit vooruit zou komen.’

Het hebben van een verhaal – vooral voor asielzoekers van belang – is het onderwerp van Altchoulers documentaire Ons succesverhaal, die op 6 en 13 december wordt uitgezonden op NPO Radio 1. ‘Het gaat over de verhalen die we over onszelf vertellen. De aanleiding een theatervoorstelling waar ik in zat met een aantal andere vluchtelingenkinderen, in 1995. Voor de documentaire zoek ik ze nu weer op, 25 jaar later.’

Yula Altchouler: ‘Als vluchteling worden we aan een hogere standaard gehouden, ook door onszelf.’Beeld Hilde Harshagen

Via haar moeder kwam Yula Altchouler destijds in contact met theatermaker Anne van Delft. ‘Mijn moeder was actrice en had een jaar eerder een voorstelling met haar gemaakt. Anne wilde een stuk maken met vluchtelingenkinderen, daar was vraag naar. Maar het moest niet sensationeel worden. Eerst zocht ze in azc’s. Daar wisten de kinderen nog niet goed wie ze waren. Ze besloot verder te zoeken naar kinderen die meer gesetteld waren in Nederland.

‘Zo ontstond het groepje van de toneelvoorstelling. Petra Katanic uit voormalig Joegoslavië, nu een fotograaf die allemaal hippe projecten doet, ook met vluchtelingen. Sahand Sahebdivani uit Iran richtte in Amsterdam cultureel centrum Mezrab op. Alberto Arifi uit Kosovo werd muziekproducer en werkte met Typhoon. En dan was er nog Abou uit Liberia, hij woont nu in Engeland. Die was twee jaar ouder en belangrijker: hij kwam pas op zijn 16de naar Nederland.’

Bestond er een hiërarchie?

‘Abou was de echte vluchteling. Wij kwamen met 27 koffers uit Moskou, hij had een plastic tasje bij zich toen hij met een boot uit Liberia vluchtte. In de voorstelling vormden we tweetallen, in de zaal kwam het publiek naar ons toe om te luisteren. Ik vormde een duo met Abou, zijn verhaal heb ik vaak gehoord.

‘Als meisje van 15 stond wat hij vertelde heel ver van mij af. Abou heeft gezien hoe zijn vader werd vermoord terwijl hij zich achter een boom verschuilde. Ik voelde wel hoe heftig het was, maar daar kon ik toen geen woorden aan geven. Anne van Delft, de maker van die voorstelling, wilde laten zien dat dé vluchteling niet bestaat. Er deed ook een blond meisje mee.

‘Natuurlijk heb ik survivor’s guilt. Voor mij is mijn achtergrond een mooi verhaal geworden waarmee ik kan koketteren: ik ben als vluchteling naar Nederland gekomen. Ik hoef maar Dostojevski te noemen en iedereen denkt dat ik intelligent ben. Van Anne begreep ik dat Abou destijds vertelde dat hij acteur wilde worden, misschien deed hij daarom ook mee aan de voorstelling. Maar hij was al te oud voor de middelbare school en had geen Nederlandse opleiding. Tegen hem werd gezegd: ga maar iets praktisch doen, als kok heb je altijd werk.’

Hoe kwam je op het idee voor de documentaire?

‘Een paar jaar geleden kreeg ik weer contact met Anne, zij had nog geluidsopnames van de voorstelling die we opvoerden in theaters door het hele land, ook in azc’s. Ik hoorde wat ik destijds over mezelf vertelde.’

Wat hoorde je?

‘Dat ik als 15-jarige al bepaalde anekdotes over mezelf vertelde die ik nu nog steeds gebruik. De ironie waarmee ik vertelde over de dubbele waarheid die bestond in de Sovjet-Unie. Thuis maakten wij anti-Sovjet grapjes waarvan je als kind wist: op school kun je dit niet vertellen, dan breng je het gezin in gevaar. Het viel me op dat ik in 1995 nog vertelde dat ik Joods was en praatte over antisemitisme in Rusland. Nu speelt dat verhaaltje voor mij geen rol meer, ik vertel het nooit meer.’

In wat voor wereld leef je nu?

‘Waar kom je vandaan, nee waar kom je écht vandaan en waarom ben je hier: de vraag die iedereen krijgt die niet helemaal Nederlands lijkt – ik antwoord daar nu op dat ik met mijn ouders uit Rusland emigreerde. Ik word niet meer als Jood gezien, of als vluchteling. Je hoort en ziet het niet aan me, ik ben gewoon een Amsterdamse vrouw. Het verhaal dat ik nu over mezelf vertel gaat meestal over mijn werk.

‘In mijn paspoort staat Julia, ik heb daar Yula van gemaakt, de Russische versie. Mijn man heet Jesse Koolhaas, die achternaam staat ook in mijn paspoort, achter die van mijn ouders. Ik zou mezelf Julia Koolhaas kunnen noemen en niemand zou zeggen: nee, jij ziet er niet uit als een Julia Koolhaas.

‘Op een feestje zei iemand een keer tegen Jesse: ‘O, maar als Yula Joods is, dan heb jij Joodse kinderen.’ Dat had hij niet eens beseft. Wij zitten in een creatieve bubbel met andere makers, dit soort details doen er niet meer toe. We leerden elkaar kennen bij Kriterion, een Amsterdamse studentenbioscoop. Al onze vrienden van toen werken nu op mooie posities in de culturele sector. Een festivaldirecteur, een hoge functie bij filmmuseum Eye.’

Yula Altchouler emigreerde met haar ouders vanuit Rusland naar Nederland.Beeld Hilde Harshagen

Waarom heet de documentaire Ons succesverhaal?

‘Het is een woordspeling over verhalen. Wat was in 1995 ons verhaal en wat is het nu? In de documentaire zit ook het verhaal van Petra uit Servië. Die vertelde onschuldige sprookjes, ze was tien. Maar we spraken ook over onze dromen en dan kwam zij met een enge nachtmerrie over een kerstboom die iedereen opat. Nu pas begreep ik dat er een situatie speelde met haar vader, die haar kort erna ontvoerde naar Servië, terwijl haar moeder hier bleef. In die tijd was daar oorlog, Petra is zelf teruggevlucht naar Nederland. Net als wij allemaal is ze nog steeds bezig met het thema vluchtelingen. Als fotograaf probeert ze die een gezicht te geven.’

Je stelt ook de vraag: wat zijn we onderweg kwijtgeraakt?

‘Misschien zijn we wel te veel bezig met inpassen en braaf zijn. Niet iedereen hoeft een modelburger te zijn of een fantastisch succesverhaal. Als vluchteling worden we aan een hogere standaard gehouden, ook door onszelf.’

Wat wilde je onderzoeken?

‘Er zijn nu ook vluchtelingenkinderen, het is belangrijk dat die gezien worden. Net zoals wij toen. Wanneer die kinderen geruisloos integreren, wat voor ons ook mogelijk was, kunnen ze succesvolle Nederlanders worden. Maar in wat voor land komen zij terecht? Wij konden snel door naar school, de integratie ging vanzelf. Na ons kwam een generatie Afghanen die kapot is gegaan doordat die kinderen jarenlang in azc’s hebben zitten wachten. De procedures werden veel strenger.

‘Wat ook een groot verschil maakte: de leeftijd. Ik was 11 toen we hier kwamen, mijn zus was 18. Zij bleef met een accent praten, dat is zo belangrijk. Mijn moeder was in Moskou actrice, ze zat bij theatergezelschappen, maar door haar accent werd ze hier toch soms gezien als dom. Ik was jong genoeg om mijn dromen te kunnen najagen. Uiteindelijk emigreerde mijn zus naar Canada. Ik ging naar school en leerde de taal, zij zat al in de volgende fase: werken en studeren.’

Jij bent een Nederlander geworden?

‘Ik ben extreem aangepast, ik verbeter nu mensen als ze een taalfout maken in het Nederlands. Inge en Mariska zijn vriendinnen van me. Allebei blond, 1 meter 80 en beeldschoon. Laatst maakten we met z’n drieën een selfie en ineens zag ik dat ik er anders uitzie: kleiner en donkerder. Ik voel me nooit anders, zo zie ik mezelf niet.

‘Ik weet nog dat het in die tijd een groot gespreksonderwerp was: na vijf jaar krijg je een Nederlands paspoort. Alle kinderen wisten: dan kun je reizen, op vakantie. Toen ik 17 was, ging ik met mijn zus naar Moskou. Mijn vader waarschuwde me nog: je bent een naïeve Nederlander geworden, pas op. De jaren ’90 waren een verschrikkelijke maffiatijd in Rusland. Ik kwam aan met mijn toffe coffeeshopverhalen uit Amsterdam, maar daar zaten ze aan de heroïne. Je werd vermoord voor een laptop. In de metro zag ik mijn oude schooljuf van toen ik 10 was. Dat was iemand uit een andere tijd, een ander leven. Ze had niets meer te maken met wat ik toen deed in Amsterdam, waar begin je met praten?’

Hoe ging het verder met je ouders?

‘De kinderen konden succesverhalen worden, de ouders niet. Een jaar voordat we vluchtten, waren we in Berlijn en Parijs. De enige keer dat we op reis konden. Mijn moeder wilde toen al daar blijven en doorreizen naar Nederland. Ik kan me herinneren dat daar een enorme ruzie over ontstond. Mijn vader had uitnodigingen van Cambridge en andere universiteiten, mijn moeder wilde per se naar Nederland.

‘Mijn vader was 40 en in Nederland lukte het niet echt. Hij probeerde een zakenman te worden, maar een vrachtwagen werd in Polen beroofd enzo. Hij was intelligent en visionair, alleen sloot het niet aan. Hij werd ziek en overleed tien jaar nadat we naar Nederland kwamen.’

Zijn de hoofdrolspelers uit de documentaire uiteindelijk een succesverhaal geworden?

‘Toen mijn vader al ziek was, logeerde ik bij een vriendin van mijn ouders in Moskou. Ze wist dat mijn vader zou overlijden, wat zeg je dan tegen een kind van 20? Ze zei: ‘Yula, leef gewoon je leven.’ Dat is wat ik iedereen toewens, ook vluchtelingen. Ik heb leuk werk, een man die van me houdt. Ik denk dat we een succesverhaal zijn, omdat we gewoon ons leven leiden.

‘We maken allemaal een verhaal over onszelf. Dat doet iedereen. Wij maken keuzes over welke details we belangrijk vinden en leggen verbanden tussen gebeurtenissen uit het verleden: dit is waarom ik zo ben geworden als ik nu ben. Terwijl die verbanden in werkelijkheid misschien helemaal niet bestonden. Naar buiten toe presenteren we onszelf met dat verhaal. Voor vluchtelingen kan zo’n verhaal van levensbelang zijn. Om de schrijver Rodaan Al Galidi te citeren: een nette leugen werkt beter dan een rommelige waarheid.’

Ons succesverhaal wordt op 6 en 13 december uitgezonden op NPO Radio 1 om 21 uur.

Coming-out

Yula Altchouler is programmamaker en researcher. Samen met regisseur Hans Pool nam ze het initiatief voor de film Bellingcat – Truth in a Post Truth World, die in 2019 een internationale Emmy Award won voor beste lange documentaire. ‘Ik ken Bellingcat sinds 2014, omdat ik het conflict in Oekraïne volgde. Voor die film deed ik het onderzoek en de interviews. Meestal werk ik achter de schermen, in dienst van andere makers. Ons succesverhaal is mijn coming-out als maker, deze keer gaat het over mijn eigen verhaal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden