POSTUUM

De barse bard van de Laaglandse hymnen

Postuum H.H. ter Balkt (1938-2015) De 76-jarige dichter, die in 2003 de P.C. Hooftprijs won, is overleden. Hij gaf alles wat tijdloos schoon was een stem.

Arjan Peters
null Beeld anp
Beeld anp

Een verrassing en een domper; uit die ervaringen bestond de maand december 2002 voor de dichter Herman Hendrik ter Balkt. Hij ontving de pers in het Nijmeegse rijtjeshuis waar hij met vrouw en vier poezen woonde, verzocht op bassende toon of er geen fotograaf op zijn dak gestuurd zou worden en zei oprecht verbaasd te zijn geweest door het nieuws dat hem de P.C. Hooftprijs was toegekend. Dat lukt nooit, had hij altijd gedacht. Veel te veel outcast. 'Hoor ik tóch ergens bij.'

Minder blij was hij met de krantenstukken die over hem verschenen. Ze wauwelden mekaar allemaal na. 'Een boerse dichter met een hekel aan ambtenarij die zeer knoestige verzen schrijft'. Natuurlijk, zijn eerste officiële bundel heette Boerengedichten (1969), en als geboren Twentenaar die afkomstig was uit een familie van vooral boeren en die niet veel op had met de stad, inzonderheid de Randstad, vroeg hij erom. Maar in het woord 'boers' proefde Ter Balkt onmiskenbaar grootstedelijk dedain.

En waar hij óók beroerd van werd: dat iedereen schreef over het pseudoniem Habakuk II de Balker dat hij tot 1977 hanteerde, om 'als een oudtestamentisch profeet zijn banvloeken de wereld in te slingeren'. Ter Balkt: 'Ik ben helemaal niet overal woedend op! En Habakuk was een héilsprofeet. Een nuance, maar daar doen we tegenwoordig niet meer aan.'

null Beeld ANP
Beeld ANP

Machtige poëzie

In zijn machtige poëzie bezingt Ter Balkt onze vaderlandse historie vanaf de steentijd. Nederland wordt weer het land van aardappels, bietenvelden, veldleeuweriken, smeulende turf, hooi en een zweem van postiljonmos: 'Een zweem van de regen, een zweem van de vreugde,/ dat is alles wat er is. Een zweem droegen wij/ verder, een zweem, en dit is alleen voor dat zweem.'

Het begon in 1947, vertelde hij dertien jaar geleden: 'Ik lag, alleen, tussen de varens bij het Boekelose Mastbos. De zon scheen op de vijver, de vogels zongen - dat deden ze toen al. Daar was ik liever dan in de stad Enschede. Ja, toen voelde ik iets. Je moet het denk ik geluk noemen. Goed dan; ik dacht dat de wereld mooi was, en dat je dat moest beschrijven.' Schreef hij daar misschien naar toe, naar die harmonie? Foute vraag, brieste de bard: 'Ik schrijf nergens naar toe! Het gaat om een soort rust, een vredige stemming. En ja, die moet je soms op barse toon veilig stellen, in dit land van de vervloekte 3 h's: alles hier moet hectisch, hilarisch en hysterisch zijn.'

Vandaar zijn sonnetten, oden, anti-canto's en rondelen, de tientallen Laaglandse hymnen waarin hij alles wat tijdloos schoon is een stem geeft.

De Nar

Wiekend staan de molens in de wind die blauwe
braamstruiken aan hun dorens lokken evenals
een haasje en mij, molenwiekend met mijn wijde
mouwen; daar zit ik dan, met een krans van takken

gesierd, zie de gele maan oprijzen boven bronzen
transen, hoor een ver lied enkele voetstappen of
seconden voordat de stadspoort knarsend sluit. Uil
vliegt over, niet ruisend. Augustus: braamstengels

nog zonder braam. Links de stad, rechts 't sluwe hof
dat ik diende, kruipend in het stof, mijn zotskap
tingelend, mijn zotskolf hoog. Een dwaas als ik

laat zich zelfs door een vos die aan een houten pin
zich dood houdt, niet meer foppen. Rinkel, belletjes
aan de braam. Haas, ren! Verre bossen, ik kom eraan.

Vitaal

Op de bijna achttienhonderd pagina's van zijn verzamelde gedichten, verschenen onder de uitbundige titel Hee hoor mij Ho simultaan op de brandtorens, schuimt de gier juichend uit de gierpomp, ratelt de hooiwagen koninklijk en tovert de ruisende sneeuwjacht álles om. Dwarse en muzikale regels vol duistere mythen en galgenhumor, schreef Maria Barnas in de Volkskrant.

De roepende eenling vond gehoor. Ter Balkt kreeg de Gorter-, Campert-, Huygens- en de Hooftprijs voor zijn erudiete lyriek, die hij zelf begenadigd kon reciteren. Aan de bleke gereformeerde heidezangers onder zijn bedeesde collega's had hij een bloedhekel. Doffe kantoormeubelpoëzie, grijs als motregen, hem niet gezien. 'Poëzie is een klap die raak moet zijn.' Somber was zijn inhoud, 'muziek, die droefenis om de wereld is'. Vitaal was zijn vorm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden