De baptist blues

Elk jaar dompelen duizenden mensen zich onder in de wereld van Hallelujah en Praise the Lord tijdens hun 'bedevaart' naar de Gospel Music Workshop of America....

In New Orleans heerste een hittegolf. Op Canal Street hoorde ik een politieagent tegen een vrouw zeggen dat, als het nog erger werd, we be cookin'. Ik liep de airconditioningkoelte in van het congresgebouw waar, volgens de affiches, de 32ste Gospel Music Workshop of America (gmwa) kon worden bijgewoond. Het was zaterdagavond zes uur toen in een van de zalen een man het podium opliep en riep: 'Where is the Lord, everybody?' Dat leverde hem een applaus op, alsof God zich meldde vanuit de zaal. Hij las voor uit de Bijbel en dankte God bij voorbaat (we thank you on credit) voor het welslagen van de conventie, waarvan we vanavond het voorprogramma kregen. Rechts op het podium begon zich intussen een ritmesectie te weren, terwijl een koor zich opstelde. De dirigent zei: 'Laten we dit feest van de Heilige Geest beginnen!'

Het feest was drie kwartier aan de gang toen een vrouw met een zwarte boodschappentas het podium overstak. Ze liep voor het koor langs naar de ritmesectie. Daar ging ze op een stoel zitten, die blijkbaar voor haar klaar stond. Ze haalde een tamboerijn uit haar tas, stond op en begon met de ritmesectie mee te spelen. Ze liet het trommeltje rinkelen alsof het een leven van zichzelf had en ze sloeg er niet alleen op met haar hand, maar ook met haar elleboog, haar knie en haar voet. Als ze het op haar heupen kreeg, stond ze erbij te dansen. Intussen wisselden koren elkaar af op het podium, met soms een soliste die haar stem vrij liet vliegen over het koorgezang. 'I am blessed', zong er eentje en de vrouw met de tamboerijn wees op zichzelf. Jawel, zij was gezegend met een groot talent om de show te stelen. Ik schatte haar op een jaar of veertig. Ze droeg het haar opgestoken en haar gezicht glom van het zweet. Bij een elleboogklap schoot een van de metalen schijfjes uit de tamboerijn het podium over, blikkerend in de schijnwerpers, alsof haar ziel er uit vloog naar God.

De volgende ochtend zaten bij McDonald's op Canal Street een paar vrouwen met badges van de gmwa op hun borst. Onder het ontbijt vertelden ze elkaar over Gods wonderen.

'Dat was Zijn werk. Snap je wat ik bedoel?'

'Amen.'

Ik volgde ze naar het congresgebouw. Het was zondagochtend en de 32ste gmwa begon nu officieel met een kerkdienst. De dominee maakte er werk van om Jezus te prijzen, tot vreugde van de overwegend in het wit geklede aanwezigen. Maar ook James Cleveland, de in 1991 overleden King of Gospel die aan de wieg stond van de gmwa, werd niet vergeten.

James voegde eenvoud toe aan de diepte en diepte aan de eenvoud.

'Talk to me preacher', riep iemand.

'Jezus en James', zei de preacher.

'I hear you, preacher!'

'Je bent hier gekomen met je ziekte. Met je situatie. Met je probleem. Maar dankzij Lord Jesus is dat nu over!'

Een ritmesectie bekrachtigde intussen zijn woorden.

'It's over! It's over! It's over!'

De ritmesectie begon er nu echt zin in te krijgen.

'Ik weet niet wat je allemaal hebt doorstaan, but it's over, it's over! Do I have a witness here?'

'Hallelujah', juichte de gemeente.

De mensen stonden op en zwaaiden met hun beide armen.

'Ik wil dat je iemand vastpakt en tegen hem of haar zegt: "It's over!"'

Een vrouw drukte me de zachtheid van haar boezem in en zei dat het voorbij was. Ik gaf haar gelijk. Twee vrouwen voor me begonnen in het gangpad te dansen op de beat en het leek of ze daarbij onwel werden. Ze kronkelden en kreunden alsof ze de liefde bedreven.

'Hallelujah.'

'My, my, my!'

Een vrouw in het volgende gangpad danste op haar eentje en werd hysterisch. Twee dames in verpleegstersuniform schoten op haar af en namen haar onder de arm om haar te kalmeren.

'Omhels iemand', zei de voorganger, 'en zeg: "Ik wil dat je gezegend bent!"'

Ik belandde weer in die boezem en zei wat ik zeggen moest tegen mijn weldoenster. Maar die wees toen opeens streng naar beneden: op de vloer liep een tor en die moest dood. Ik zette mijn voet op het beestje en hoorde dat ik gezegend was.

'Ga weer zitten alstublieft. Dit is de 32ste conventie van de gmwa. Laten diegenen opstaan die al 32 jaar onder ons zijn. Geef ze een applaus. En laat nu degenen opstaan die ons al 20 jaar of langer gezelschap houden...'

Na afloop van de dienst sprak ik Betty Francis uit Fort Lauderdale, Florida, aan. In 1975 was ze voor het eerst van de partij. De conventie was toen in New York City, in het Apollo Theater.

'Reverend James Cleveland had daar de leiding. Ik was met een groep uit mijn stad en we moesten 's avonds zingen in het Apollo. Maar er waren vijftig of zestig groepen en wij stonden pas om één uur 's nachts op het programma. Maar Cleveland was daar om éen uur 's nachts nog steeds om ons te horen zingen. Voor hem was iedereen belangrijk, iedereen die deelnam aan de gmwa verdiende het om door hem gehoord te worden. Een van de songs die we toen hebben gezongen was Someone bigger than you and I.'

Ze schoot in de lach omdat die titel in dit verband niet op God sloeg, maar op Cleveland. Ik liep de zaal weer in omdat ik op de eerste rij een dame had zien zitten die me ook interesseerde. En niet alleen mij. Want ze zat er nog, omringd door bewonderaars die een paar woorden wilden wisselen met de gospeldiva Albertina Walker. In 1952 begon zij de fameuze damesgospelgroep The Caravans, met James Cleveland als pianist. Ze waren samen opgegroeid in Chicago en hadden er de toen onontkoombare invloed ondergaan van Mahalia Jackson.

Mahalia Jackson, ja, ik ben met haar op tournee geweest. Ik heb een hoop geleerd van Mahalia. Ik ben gezegend dat ik met haar heb kunnen werken, omdat zij de grootste gospel-singer ter wereld was en dat is ze wat mij betreft nog altijd.

Wat hebt u van haar geleerd? Zij had een bepaalde manier van fraseren, is het niet?

'Ja. Zij heeft me geleerd om werkelijk het leven te leiden waar ik over zing. Hoe je mensen moet behandelen en hoe je God moet dienen, want zij geloofde echt in God. Vanaf dat ik een klein meisje was heb ik dat van haar geleerd en ik wilde een christin zijn en ik ben groot geworden en gaan werken onder en bij haar. Ik heb zoveel van haar geleerd. Ik heb geleerd om Jezus te dienen.'

Albertina Walker gaf de jonge James Cleveland de ruimte om zich te laten horen. Niet alleen op de piano, maar ook als zanger en songwriter. Hij had een rauwe zangstem, zijn songs waren funky en zijn arrangementen - zei ze tegen een andere interviewer - 'zetten je aan het zingen'. Het was The Golden Age of Gospel, de jaren veertig en vijftig, waarin de wereldse muziek ook doordrenkt raakte van de gospelsound en Cleveland zijn rockende What kind of man is this bijvoorbeeld bij Ray Charles terughoorde als That little gal of mine. Die gouden tijd is onherroepelijk voorbij en de gospelmuziek heeft op zijn beurt weer wereldse invloeden in zich opgezogen.

De muziek, zegt Albertina Walker, is veranderd. Maar de boodschap is nog altijd dezelfde.

Met deze opbeurende woorden namen we afscheid en om dat de boodschap nog altijd dezelfde is spoedde ik mij naar de wc. Daar kwam ik tegelijk aan met een man die er blijkbaar net zo aan toe was en bij het zien van de pisbakken zei: 'Thank you, Lord!'

Gospelzangers uit het hele land waren naar New Orleans gekomen om zich te laten horen. Als solist, in kwartetten en vooral in koren, enorme koren. Zondagavond stonden er meteen al twintig op het programma, met telkens een rustig stuk als binnenkomer en dan de-boem-die-boem (put your hands together) een Jezus-rocker. De dame met de tamboerijn was er ook weer om de boel op te zwepen. Maar af en toe gaf ze de moed even op, ging zitten en deed zowaar soms een dutje als het niet om aan te horen was. Wat moest ze ook met drie jongelui die de boodschap insmeerden met R & B-stroop? Wat moest ze met een club meisjes die bij op tape gezette muzak een even heilig als onbenullig dansje deden alsof ze de Ausdruckstanz opnieuw aan het uitvinden waren?

De dame met de tamboerijn was de ideale muziekrecensent, in al haar oordelen kon ik mij vinden. We be cookin' - dat was het waar het haar om ging. Ik besloot om een praatje met haar te maken, maar voorlopig zat ze nog onbereikbaar op het podium. Ze veerde op toen de stem van een jongenssopraan over een koor heen vloog. De man naast me keek me grijnzend aan, alsof we hadden afgesproken dat we hier al die tijd op hadden zitten te wachten.

Om het publiek in de zaal te houden stonden er ook een paar professionele acts op het programma en zo werden we vergast op een dame die, volgens de aankondiger, als een wervelwind door de kerken ging. Angela Spivey trok, fladderend in een zwart gewaad, inderdaad als een orkaan over het podium: Good God, we're gonna rock this house! Krijsend en dansend kreeg ze de zaal en ook de dame met de tamboerijn overeind. Een tijgerin! Daarna kregen we een nachtegaal, die met haar stem door vier octaven duikelde, elke noot feilloos op zijn kop raakte en dan van een reeks versieringen voorzag alsof ze nooit adem hoefde te halen. Rockende tijgerinnen en pronkende nachtegalen, zo zou je de hedendaagse go speldivas kunnen indelen, maar wat ze doorgaans met elkaar gemeen hebben is een gebrek aan gevoel voor understatement. Het is allemaal groot, luid en duidelijk. Net als die koren. Gospel is geen muziek die de neiging heeft iets over te laten aan de verbeelding van de luisteraar. Gospel heeft een ingebouwde neiging tot overkill.

Zo stoomde en/of sleepte de avond voort. Toen er een keer een gat viel verscheen een man op het podium die zich wat gezongen regels liet ontvallen met een achteloos gezag dat we die avond nog niet hadden meegemaakt. Hij had, dat hoorde je, een enorm stemvolume achter de hand. Maar dat suggereerde hij alleen maar. Hij zong zacht, met een slome timing, ver achter de beat, en je spitste je oren. Een heel donkere man, tegen het zwarte aan, en dan niet zwart in de generaliserende en politieke betekenis van dat woord als het gaat over mensen van Afrikaanse afkomst. Nee, echt zwart, zoals in de verfdoos. Zijn hoofd was kaal geschoren, waardoor dat zwarte nog werd benadrukt. Hij droeg een zwarte zonnebril en zwarte kleren. Zo stond hij daar en niemand hoefde van hem mee te klappen, dat had hij niet nodig. Hij hoefde daar alleen maar te staan en zo nu en dan zijn mond open te doen. Had hij een mooie stem? Nee, hij had een geluid als dat van Louis Armstrong, een stem van steenkool. Maar onder dat zwarte antraciet gloeide het. We be cookin'. Dat kon je natuurlijk snel doen op een hoog vuur om een biefstuk snel dicht te schroeien, maar je kon het ook doen op een laag vuur dat urenlang moet branden onder een stoofpot. Dit vuur was oud en laag en het brandde onder de blues.

'We hebben onbespeelde tape nodig', zei hij. 'Heeft iemand een cassette bij zich?'

Een dame uit het publiek kwam hem een cassette brengen.

'Ik betaal je die tape (stilte), de volgende keer dat ik je zie.' (gelach).

Maandagochtend liep ik de New Artist Showcase binnen. Een bijna leeg zaaltje met talentenjagers van platenmaatschappijen op zoek naar jong talent, dat hier een paar nummertjes mocht komen doen. Ik hoorde de onvermijdelijke koorzang, een al even onvermijdelijke R & B crooner en een kwieke tijgerin: Rosemarie Boykins uit Pine Bluff, Arkansas.

'Ik zing sinds mijn zesde. In kerkkoren, junior high school koor en high school koor. We hebben met het kerkkoor een plaat gemaakt en daar heb ik op twee nummers solo gezongen. Ik ben toen gevraagd voor een paar regionale festivals. Ik heb in gevangenissen gezongen, in verpleeghuizen en op religieuze bijeenkomsten. Ik heb enkele eigen concerten gedaan en ik ben op de radio geweest en op de televisie in Nashville en Las Vegas. Ik heb ook een eigen tv-show gehad in mijn eigen stad. Ik ben naar de studio geweest om een plaat op te nemen en nu zoek ik naar een platenmaatschappij om die plaat mee te doen. Het is de eerste keer dat ik hier ben.'

Rosemarie Boykins gaf me een mapje met haar biografie, haar foto en een cassette. Zo doe je zaken. Had ze geleerd van Chris Banks, die hier de leiding heeft.

'We hebben hier', vertelde Banks, 'de hele week elke ochtend zo'n tien artiesten. Iedere artiest krijgt tien minuten. Ze moeten eerst een demo opsturen, die bestaat uit hun muziek en informatie over hun loopbaan. Dan kunnen we zeggen: "Je bent nog niet rijp voor ons programma, er zijn nog een paar dingen waar je aan moet werken. Wij weten wat de industrie zoekt en het zou unfair zijn om je hier te laten komen zonder dat je weet wat er van je verwacht wordt." We geven altijd die uitleg en moedigen ze aan om het volgend jaar weer te proberen. We hadden vandaag een dame uit Pine Bluff, Arkansas, die het al een paar keer geprobeerd heeft. We zeggen de mensen dat ze de moed niet moeten laten zakken. Als je het probeert en het levert niets op, probeer het opnieuw, want als je niet doorzet geloof je niet echt in jezelf. Als we die repeat-artists terug zien, weten we dat ze volhardend zijn en dat moedigt ons aan om hen aan te moedigen.'

Onder het schaarse publiek zat Illene Jordan, een dame uit San Francisco. Waarom? Haar dochter zong in een van de koren die 's avonds optraden. Haar dochter zong ook in de door de gmwa gemaakte selectie van zangeressen, die hier straks weer een plaat zouden gaan opnemen als Women of Worship. Haar dochter droomde van een eigen groep en moeder was hier om te horen hoe anderen dat aanpakken en wat er misschien nog verbeterd kan worden aan de act van haar dochter. 'En we netwerken. Mogelijk is ze volgend jaar hier met haar groep.'

Maar dat kost toch ontzettend veel geld?

'Het kost geld, maar daar maak je je geen zorgen om.' Gister vertelde een dame mij dat ze hierheen was gekomen met honderd dollar en je weet wat een hotelkamer kost, maar ze kwam hier met haar geloof. Ze maakt dameszakdoekjes en die verkoopt ze voor zes dollar per stuk. Ze zei dat ze dit keer nog maar vijftig dollar had verdiend, maar meestal verdient ze meer. Dat helpt haar met haar onkosten en dan heeft ze hier ook nog familie en ze kent de dame met de tamboerijn.

Chris Banks is, als hij de New Artist Showcase niet leidt, een gospel-dj in Saginaw, Michigan. Elke zondagmorgen draait hij daar, sinds een kwart eeuw, van zes tot elf uur gospel. Als iemand het genre kent is hij het. Vroeger betekende gospel een solist of een kwartet, nu is gospel praktisch synoniem met koormuziek en de nieuwe sterren zijn vaak de dirigenten.

De heetste artiest, zei Banks, is nu Kirk Franklin. Een man met vele talenten, die begonnen is als koordirigent in Dallas, Texas. Hij was gewoon een koordirigent, zoals iedereen, en ik weet niet hoe hij zich heeft weten op te blazen tot wat hij nu is. Hij had die visie, hij wilde bepaalde dingen doen en God heeft hem gezegend. Toen zijn eerste plaat uitkwam, werd die gespeeld op gospelradio en daar deed een van die songs het erg goed, maar toen pikte de wereldse radio Why we sing op en opeens kende iedereen Kirk Franklin. He's the hottest.

Ik had geluk, want de gmwa had voor de jeugd die avond een concert van Kirk Franklin geboekt. Ik zag een koortje, wat dansende meisjes, een lichtshow en een zanger-dirigent met een weinig opmerkelijke stem, die de zaal op wist te zwepen. Voor mij spreidde een meisje haar armen, alsof ze alle artiesten tegelijk wilde omarmen, knakte toen dubbel en begon met haar bekken te schokken. Een dikke jongen molenwiekte het gangpad op, knakte, veerde op en begon opgetogen te brabbelen. Kirk Franklin, las ik later in een fanmagazine, had er al vijftien Church Chicken-zaken aan overgehouden.

Om de jeugd te vermaken was er ook een gastoptreden van de Gospel Ganstaz. Drie rappers, over wie het fanmagzine schreef: 'Solo en Chile waren altijd samen in de wereld, ze hingen daar maar wat rond, verkochten drugs en knokten met de gangs; Solo werd gered en werd vrienden met Tik Tokk die altijd zong; ze bekeerden Chile en hij werd gered; toen papten ze aan met een paar lui die een platenmaatschappij hadden.'

Ik onttrok me aan hun Jezus-rap en ging eens kijken in de zaal waar de grote mensen zich vermaakten. Misschien was de dame met de tamboerijn er en kon ik haar aanspreken. Maar ik zag haar niet. Daarna belandde ik in een middernachtdienst, waar die zwarte bluesman het weer even voor het zeggen had: Elder Richard Mr. Clean White. Zou hij Mr. Clean worden genoemd om zijn kale kop?

Ga rechtop zitten. Maak een draaiende beweging met je hoofd. En nu de andere kant op. Ga staan, maak een kwartslag naar rechts en masseer je buurman of buurvrouw. Zo begon ik de dinsdagochtend, in workshop Voice 1, met het losmaken van de spieren. Daarna moesten we toonladders zingen. Niet uit je hoofd, zei de leraar, maar vanuit je borst en je buik. Maak je klank nasaal en gooi er wat arrogantie in, alsof je je neus voor me ophaalt. Pas als je dat allemaal doet, projecteer je je stem met de nodige resonantie een zaal in. Gebruik je rugspieren ook, zing met je hele lichaam.

My Lord what a morning. Dat lied werd doorgenomen, althans de eerste regel. De noten verbinden en my daarom uitspreken als mhayhie. Niet ademen tussen Lord en what, nee, in één adem doorzingen, dan krijg je een goede frasering. En vooral geen adem bewaren, je adem moet op zijn aan het eind van de zin.

Wie trek had mocht een stukje solo zingen. Een vrouw kwam naar voren en werd na een paar regels onderbroken door de leraar.

'Zing je in het koor bij de alten?'

'Nee, bij de tenorettes. Ik heb een lage stem.'

Ze moest toonladders zingen, steeds hoger, tot ze niet hoger meer kon.

'Je bent een alt, maar een luie alt. Je zingt niet in het register dat je echt hebt.'

Lillie Clark heette ze en ze kwam uit New Orleans. Ik sprak haar aan toen we het lokaal verlieten. Ze was tevreden over de les en overwoog nu om een zangleraar te nemen.

'Ik moet hoger zingen. Ik moet aan mijn ademhaling gaan werken en ophouden met zingen uit mijn keel.'

Zingt u veel?

'Elke zondag. In de kerk. Ik zing in twee koren en we repeteren elke week twee uur. Ik wist dat ik kon zingen en ik wilde hier niet alleen maar bij zitten, ik wilde iets leren. Als ik naar de kerk ga, kan ik nu zeggen dat ik weet hoe ik moet zingen. Ik wil geen luie alt meer zijn of een tenorette. Mijn dirigent zit er altijd achterheen dat we een solo nemen, maar daar was ik te verlegen voor. Nu voel ik me zekerder.'

Lillie Clark zei dat ze nu naar de tamboerijnworkshop moest en dat leek me ook wel wat. We wandelden naar een zaaltje waar een dame vertelde dat je niet op een tamboerijn slaat, maar er op speelt. Zo bracht ze nog een paar vrijblijvende wijsheden te berde, tot een jongeman het lokaal instoof.

'Ah', zei de lerares opgelucht, 'mijn verlosser is gekomen.'

De dame verdween achter de piano en zette een rockend nummer in.

'Tik de maat mee met je voet', zei de leraar. 'Als je je voet niet beweegt kun je niets. En nu klap je in je handen, maar niet als je voet omlaag is. Je klapt als je voet omhoog is. En nu pak je je tamboerijn en klap je tegen het instrument in plaats van in je hand.

Lillie Clark, die goeierd, gaf mij prompt haar pas gekochte tamboerijn om het ook eens te proberen. Dat was geen succes en ik gaf hem gauw terug. Zij kon het veel beter.

'Wie is die dame die elke avond op het podium tamboerijn zit te spelen?' vroeg ik haar na afloop.

'Je bedoelt de Tambou rine Lady. Die is van New Orleans en iedereen kent haar. Ze speelt met alle koren en jazzbands, ja, de Tambourine Lady.

Lillie Clark ging repeteren met het ruim vier en een half duizend vocalisten sterke gmwa Mass Choir, dat aan het eind van de week een cd zou opnemen. Ik liep achter mijn oren aan naar een lokaal waar ik drummers aan het werk hoorde. Er stonden twee drumstellen. Achter het ene zat een leraar met oorbeschermers op en achter het andere een jongetje van een jaar of tien, dat het al aardig kon. Maar blijkbaar zat zijn speeltijd er op toen ik binnenkwam, want hij moest plaatsmaken voor een ander jongetje van zijn leeftijd. Het eerste jongetje wierp zich op de grond in een parodie op de hysterische extase van degenen die het bij een gospelconcert niet meer hadden van vreugde, om uitdrukking te geven aan zijn ongenoegen dat hij niet meer mocht spelen. Toen het andere jongetje weer voor hem plaats moest maken, rolde dat ook over de grond. Het was de humor van Chris en Elvin die al sinds hun derde jaar drumden en daar hun beroep van wilden maken.

In wat voor muziek?

'Jazz', zei Chris.

'Gospel', zei Elvin.

Wat vind je het lekkerste geluid op het drumstel?

'De snaredrum', zei Chris.

'De bassdrum', zei Elvin.

Heb je hier nog wat geleerd?

'Roffels', zei Chris, 'die had ik nog nooit gedaan.'

'Ja', zei Elvin, 'de rolls.'

's Avonds hoorde ik weer koren, maar mijn trommelvliezen waren daar even niet meer zo van gediend. Ik wachtte buiten op de Tambourine Lady en belandde in het gezelschap van drie dames die kippenpootjes zaten te kluiven. Ze kwamen uit Dallas en zongen, natuurlijk, in een koor. Morgen was hun koor aan de beurt.

'Nerveus?' vroeg ik.

'Welnee. Waarom? We zingen elke avond.'

Betekent het iets voor u om hier te zingen?

'Het geeft status. Je wordt erkend op nationaal niveau.'

Ik vergat de Tambourine Lady en volgde ze naar een van de twee modeshows, die de gmwa die nacht had georganiseerd. Een show voor de jeugd met Christian hiphop-wear en een show voor de grote mensen, waar ik wel erg grote mensen over de catwalk zag lopen. Geen show met frêle mannequins, maar een realistische show met echte mensen, zwaargewichten, zwangeren. Een gospelshow.

Een schoonmaker trok zijn van zwenkwielen voorziene afvalbak woensdagmiddag door de gmwa-bibliotheek, waar een bescheiden tentoonstelling was ingericht. Langzaam trok hij zijn bak van het paneel over de Quartet Division, nadat hij dat grondig in zich had opgenomen, naar het altaar voor James Cleveland. Een grote foto, omhangen met zilveren kerstboomversiersels en rode tule, hing boven een tafel. Op die tafel was het centrale stuk een geel kussen, met Zijn Portret en de tekst Lest we forget our founder, om geven door rozen van witte tule. Op andere tafels lagen boeken en bladmuziek. Het enige serieuze overzichtswerk over gospelmuziek bleek nog altijd het aloude The Gospel Sound van Anthony Heilbut, een blanke en ongelovige liefhebber van het genre.

Cleveland werd die middag herdacht met een concert. Een van de optredenden was Vickie Winans, een populaire tijgerin uit Detroit, die er meteen de beuk in gooide.

'De duivel is gek! Ik zong in Dallas en het bloed kwam uit mijn mond, want ik had mijn stembanden geforceerd. Ik werd meteen overgevlogen naar New York City voor een operatie en ze vlogen ook de beste Japanse dokter over om me te opereren. Ik mocht drie weken niet praten. Die Japanse dokter kwam bij mijn bed en zei: "Miss Winans, ik vrees dat u geen hoge noten meer kunt zingen." En hebben jullie mijn laatste plaat gehoord? Zo hoog heb ik nog nooit gezongen!'

's Avonds zag ik haar terug op een concert van beroemde gospelkwartetten. In die kwartetten draait het altijd om de leadzanger, die wordt begeleid door de drie andere zangers. Om een climax te maken, improviseert de leadzanger over een door de andere drie steeds herhaald figuurtje, oftewel een vamp.

'De kwartetten', zei Vickie Winans, 'zijn de gospelvampiers.'

Ik hoorde de kwartetten vampen en genoot. Vooral van de aloude Dixie Hummingbirds, met nog steeds de onverwoestbare Ira Tucker als lead. Hij was oud geworden, dat wel, maar hij had nu ook daar een liedje over: You must change your ways. Dat zou vroeger bij hem hebben betekend, dat we ons moesten bekeren tot de Heer, maar hij gaf er nu een andere draai aan. Als we ouder worden moeten we beter op onze gezondheid letten: Use less salt, watch your weight, take your time, don't get upset. It's time to change your ways.

Iemand die haar ways ook had veranderd was de blueszangeres Denise Lasalle.

'Ik heb het met jullie over mijn man gehad, over jouw man, goede mannen, slechte mannen. Maar ik heb het nog steeds over een man en zijn naam is Jezus. Ik heb het over mijn man!'

Maar wie zijn ways niet had veranderd was Joe Ligon van The Mighty Clouds of Joy. Ligon protesteerde tegen de tien minuten die hij, zoals iedereen, had gekregen. Want hij kon iedereen er uit zingen, maar daar had hij wel tijd voor nodig. Ver over zijn tijd zou hij niet gaan, beloofde hij, daar was hij nu eenmaal te professioneel voor. Na een kwartier zong hij, over een vampende achtergrond, met de subtiliteit van een James Brown, de woorden Holy Ghost wel honderd keer achter elkaar. Intussen drukte hij het naar het podium gestroomde publiek de hand als een presidentskandidaat op verkiezingstournee.

The Canton Spirituals, een groep uit Mississippi, bracht de rust terug met I'm going home. Een even dubbelzinnige titel als het Change your ways van The Byrds. Naar huis gaan is in de gospelwereld het geloof omarmen, maar de Spirituals brachten ons vooral terug naar de blues, waar de gospel uit voortkomt. Harde gospel is geen twaalfmaten-blues maar zestienmaten-blues, de Baptist blues. De Mississippi-delta, daar komt het eigenlijk allemaal uit voort. Going home is die muziek spelen. De leadzanger pakte zijn gitaar en zei: 'I'll give you some Delta.' Hij liet de snaren janken en we kwamen thuis.

Ik wandel met God. Dat las ik donderdag op een paar sokken die je kon kopen op de beurs die ook bij de gmwa hoorde. Er waren ook slippers te krijgen met op het bandje, over de wreef van de voet, het woord Jezus. Maar ik had bij die sokken toch liever een paar lawaaischoenen van alligatorleer. 'Allemaal aftrekbaar van de belasting', zei een man die in een zaaltje de zakelijke kant behandelde van het gospelmuzikantenbestaan. Je moest een bv worden en die moest je vestigen in Nevada, de enige staat zonder inkomstenbelasting. Maar wat was er dan nog aftrekbaar? Dat wilde hij ons graag uitleggen als we die bv bij hem kwamen oprichten voor drieduizend dollar.

Ter afwisseling van deze zakelijk beslommeringen werd er ook nog even muziek gemaakt. De Christianaires, een kwartet uit Mississippi, zong wat en veel was het niet. Maar toen kwam een man met een looprek naar voren. Dat was hun zieke leadzanger, Paul Porter. Het podium kon hij niet meer op, daar was hij te zwak voor. Hij kreeg voor het podium een microfoon en zette een keel op waar elke gezonde jaloers op mocht zijn en ging een duet aan met de gitarist. Die speelde een paar blueslicks en dan zei Porter: 'Dat is niet goed genoeg, Spank.' Weer een paar blueslicks en weer dat antwoord. Zo ging het door tot Spank het gebied van de clichés verliet. Maar weer was het oordeel: 'Dat is niet goed genoeg, Spank.' De gitarist ging steeds verder in zijn onderzoek naar nieuwe mogelijkheden en liep niet vast in een Jimi Hendrix-imitatie, zoals ik de meer ambitieuze gitaristen had horen doen. Hij speelde, als het ware, om Hendrix heen. Elke noot helder en je wist niet wat je hoorde. 'Dat is goed genoeg, Spank!' En dan nog even een vocal waar je het koud van kreeg. Het waren niet meer dan een paar terloopse minuten en misschien wel de beste van die hele gmwa. Zo maar cadeau op een landerige middag.

De gmwa is vooral een aangelegenheid van Baptisten. Maar gospel bloeit ook bij Church of God in Christ (cogic), de zwarte Pinkstergemeente, die elk jaar een congres heeft in Memphis. In New Orleans namen dit jaar 18.000 mensen deel aan de gmwa, maar in Memphis waren er in 1998 wel 70.000. Dat hoorde ik van Lammie Battles uit Chicago, die in de hall stond te leuren met haar cd.

'Ik ben een van de leadsingers van het Chicago Mass Choir, sinds vijf jaar. Ik heb twee solo's op hun cd en ik heb mijn eigen cd. Ik heb gezongen vanaf mijn vijfde. Mijn grootvader heeft het me geleerd, d t was een zanger. We waren thuis met ons dertienen, tien jongens en drie meisjes, iedereen zingt. Tenminste wie wijs kan houden. Zeven van de jongens hebben een groep en ze zijn nu plaatartiesten in Pine Bluff, Arkansas.'

Wat betekent dit congres voor u?

'Ik ga er zoveel mogelijk af. Vorig jaar in Memphis was ik bij het cogic-congres en ik was gezegend dat ik mocht zingen voor de 70.000 mensen die daar waren. Congressen betekenen veel voor me en geven me de moed om door te gaan in de gospelmuziek. Ik reis, het is mijn werk, ik ga al twintig jaar voor in de kerk.'

's Avonds zat ik weer bij de koren. Ietwat dof gebeukt door de Amens, de Halleluja's en het Praise the Lord. Moe van de niet aflatende aansporingen om mijn buur weer eens vast te pakken en na te zeggen wat ze me op het podium voorzeiden dat ik moest zeggen. Ik stond met een vrouw in mijn armen die het niet goed gehoord had.

'Wat moeten we zeggen?'

I love you.

'Okay', zei ze smalend, 'I love you.'

Maar om ons weer op te vrolijken verscheen een met kussens opgedikte dame op het podium, die werd aangekondigd als Moeder Ui. Ze maakte alles belachelijk met haar swingende liedje:

I come to clap my hands

I come to show my leg

I come to show my hat

But I'm so tired

Of you churchfolk

Not speakin' to me.

Maar wie na afloop wel tot mij sprak was Lady Tambourine, die ik eindelijk te pakken kreeg.

'Op mijn vijfde zag ik mijn stiefmoeder spelen in de kerk en ze speelde met zoveel energie dat ik tegen mezelf zei: "God, ik wilde dat ik zo kon spelen." Ik speel sinds mijn vijfde en God heeft me de gave geschonken om elke beat te spelen. Toen ik dertien was, speelde ik bij een koor en reisde ik door de hele Verenigde Staten. Elk jaar speel ik op het New Orleans Jazz and Heritage Festival. Ze hebben reggae en rhythm and blues, maar ik speel ook country and western. Elke zondag speel ik de drums in Bethlehem Baptist Church in Dourca. Just give me the beat. Elk woord van een song kan ik raken met de tamboerijn en elk geluid van de drums of het orgel weet ik te vinden. Ik doe dat zo graag voor God. Na alles wat ik heb doorgemaakt, heb ik er nog altijd plezier in . De energie krijg ik van God. I feel the spirit when I play the tambourine.'

U danst er ook mooi bij.

'Ik dans, zeggen ze, de Mashed Potatoes.'

Dat is een dansje uit haar jeugd, uit de tijd van de twist. Een lid van een nieuwe generatie darde intussen om haar heen, in de hoop dat ons gesprek gauw was afgelopen.

'Dat is mijn zoontje. Ze willen altijd geld, hè?'

Ze vroeg of ik er morgen weer was. Ja? Dan zou ze wat voor me mee brengen. Ze gaf me haar kaartje en ging weg met haar kind. Haar kaartje was op het eerste gezicht zo onwaarschijnlijk opschepperig, dat ik er om lachen moest. Maar toen ik het nog eens las, zag ik dat het de claim - dat Lady Tambourine ook een dichter was - waarmaakte: 'Lady Tambourine'. Rosalie Ashton-Washington. Profes sional Percussionist. Tambourine. Drummer. Congo player. Gospel Records. Music Video's. Commercials. Theatrical Drama. Actress. Poet. Narrator. Story Teller. Professional Photographer. Weddings. Funerals. Parties. Portfolio, etc. Will Travel Where Ever.

Vrijdagochtend liep ik de New Artist Showcase weer in om te horen hoe het Rosemary Boykins was vergaan.

Ze is, zei Chris Banks, van een paar kanten uitgenodigd om auditie te komen doen. Ze was daar erg gelukkig mee. Maar ze komt elk jaar terug. Veel mensen komen jaren achtereen, zonder dat ze een contract krijgen. Gisteren was er een contract voor een groep uit Michigan, twee andere contracten zitten er aan te komen en Rosemary is uitgenodigd om te komen zingen.

De 32ste gmwa, hoorde ik van een andere functionaris, had 46 miljoen dollar opgebracht.

's Avonds zag ik de la

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden