De avonturen van het verdriet

De Zangeres Zonder Naam vertolkte de gevoelens van de klasse waar ze uit voortkwam. Ze was verstaanbaar en eenvoudig. Haar kinderstem maakte de sentimentaliteit van haar liedjes aanvaardbaar....

IN HET LIMBURGSE ARCEN wordt vandaag de inboedel geveild van De Zangeres Zonder Naam. Op de kijkdagen vergaapten oudere echtparen zich aan de slaapkamer en de ontvangstsalon van De Zangeres, terwijl cameraploegen en persfotografen plaatjes maakten van tuinkabouters en andere prullaria die het beeld bevestigden dat we allemaal hebben van de vorig jaar overleden Koningin van het Levenslied.

Aangekomen bij kavel 102, in de veilingcatalogus omschreven als 'Een kaptafel en parafernalia' (bodemprijs ¿ 300,-), zei een bezoekster: 'Als je dit in je kamer hebt staan, als nicht zijnde, en je kunt zeggen dat het van de Zangeres Zonder Naam is geweest, maak je de blits.' Zij dacht daarbij duidelijk niet aan een nicht van De Zangeres, maar bedoelde met het woord nicht een homoseksuele man. De Zangeres werd immers door Gerard Reve in 1969 aanvaardbaar gemaakt voor de artistieke goegemeente en werd daarna zelfs 'een nichtenmoeder'. Ik zag het meteen voor me: dat kitsch-ding, in een met design-meubels gevuld vertrek, als ontroerend citaat uit een andere wereld.

Maar naast de kaptafel stonden de kavels 98, 99 en 100 die hier als een citaat werkten. Drie Artifort-fauteuiltjes uit de jaren vijftig (bodemprijs ¿ 100,- per stuk), destijds verkocht in de winkels van Goed Wonen. Zat de Zangeres, toen ze nog wel een naam had, op zo'n stoel? Geen cameraploeg die er wat in zal hebben gezien, omdat ze niet het clichébeeld bevestigden. De Zangeres, stelde ik me voor, kocht die stoelen van het eerste geld dat ze verdiende nadat ze in 1957 was ontdekt en voortaan door het leven moest als De Zangeres Zonder Naam.

Dat vond ze niet leuk, weten we uit haar autobiografie, en ze schrok toen ze voor het eerst haar stem op de plaat hoorde: 'Dit was mijn stem niet, vond ik. Wat ik hoorde was de stem van een kind. Wat hadden ze in de studio met de opname gedaan? Ik was een vrouw van 38 en ik verkeerde altijd in de veronderstelling dat mijn geluid sexy en ondeugend klonk.'

In Leiden, waar ze werd geboren en opgroeide, wordt intussen een tentoonstelling voorbereid over De Zangeres Zonder Naam door Stedelijk Museum De Lakenhal. Een belangrijk onderdeel van die expositie zijn de optreedjurken van De Zangeres, die ze bijna allemaal zelf gemaakt heeft. Ik mocht ze zien toen ze, net van de stomerij gekomen, aan drie klerenrekken in een opslagruimte van het museum hingen. Zo te zien in min of meer chronologische volgorde. De oudste jurken waren kort en een beetje bloot. Daarna werden ze bedekter, langer en ruimer rond de heupen.

De mooiste jurk was (vermoedelijk) de oudste. Een rode, met blote schouders, die net over knie viel. Naast het linkerbeen was de stof omhoog omhoog getrokken met een aan de taille bevestigde armband. Zo zou een been bloot komen, maar onder die rode jurk droeg ze een gele onderrok. Het effect valt te zien op een publiciteitsfoto uit 1962, die als affiche wordt gebruikt door De Lakenhal: 'sexy en ondeugend', maar met mate. Daarna zie je De Zangeres qua kledij in de haar opgedrongen rol groeien.

'Mijn stem,' vertelde ze in haar autobiografie, 'had kennelijk iets mysterieus en omdat ik weinig op de radio te horen was en voor geen enkel televisieprogramma werd gevraagd, werden er over mij allerlei verhalen verzonnen en ook geschreven. Ik zou een gehandicapte vrouw zijn en in een rolstoel zitten. Ik had volgens veel mensen een houten been en ik was blind. Er werd gezegd en geschreven dat ik nog maar een meisje van 14 was.'

Ze werd leeftijdloos en zong liedjes uit de crisistijd of nieuwe liedjes in diezelfde trant. Ze omringde zich, zoals te zien valt op de meubelveiling, met namaak ouderwets meubilair waarop het craquelé van gebarsten verf zichtbaar aangebracht is. Het suggereert dat het antiek is, echt en deftig, zoals ze in haar beste tijd zong. Met een hypercorrecte dictie en een brouwende r, die haar niet vanzelf afging, zong ze woorden als 'bloeiende twijgen', omdat ook haar tekstschrijvers dachten dat je iets belangrijks zegt als je deftige woorden gebruikt. Zo kun je op de doosjes met haar verzamel-cd's nu lezen dat de plaatjes opnamen bevatten 'uit een tijdspanne van meer dan dertig jaren. Verschillen in geluidskwaliteit en klankkleur zijn derhalve onvermijdelijk.' Tijdspanne. Derhalve. Dat zijn geen woorden die een gewoon mens gebruikt, maar ze horen bij het namaak-craquelé van kavel 102.

Haar kinderstem maakte de sentimentaliteit van haar liedjes aanvaardbaar. Het is een volmaakt klagen, zoals Franz Kafka dat beschreef in zijn dagboek. Op 13 december 1914 wandelde hij met zijn vriend Max Brod door Praag en dan zegt hij dat 'ik op het sterfbed, vooropgesteld dat de pijn niet te groot is, heel tevreden zal zijn. Ik vergat er bij te zeggen en heb dat later met opzet nagelaten, dat het beste wat ik geschreven heb berust op dat vermogen tevreden te kunnen sterven. In al die goede en sterk overtuigende passages gaat het er steeds over dat iemand sterft, dat hij het moeilijk krijgt, dat daarin voor hem een onrecht en hardheid schuilt en dat dat voor de lezer, naar mijn mening tenminste, ontroerend wordt. Maar voor mij, die gelooft op het sterfbed tevreden te kunnen zijn, zijn zulke beschrijvingen een heimelijk spel, ik heb er plezier in om samen met de stervende te sterven, buit daarvoor berekenend alle op de dood geconcentreerde aandacht van de lezer uit, ben er met een veel helderder verstand bij dan hij, van wie ik veronderstel dat hij op het sterfbed zal klagen, en vandaar is mijn klagen zo volmaakt mogelijk, breekt ook niet af als een werkelijk klagen, maar verloopt mooi en zuiver. Het is zoals ik me tegenover moeder altijd beklaagde over ziektes, die bij lange na niet zo erg waren als het klagen deed voorkomen.'

Zo zong de Zangeres Zonder Naam, nadat ze van platenbaas Johnny Hoes de rol van haar leven had gekregen en het daarbij horende repertoire. Ze betrad daarmee een gebied dat werd bestreken sinds de Griekse tragedies en het lijdensverhaal van Jezus. Zij zong haar versie van Bachs Ich hab' genug en Elvis' Heartbreak Hotel en dat deed ze, afgezien van een snikkende h aan het begin van een woord als huilen, zonder uitdrukking. Ze gunde de luisteraars alle ruimte om hun eigen verdriet onderdak te geven in haar blanco voordracht. Ze metselde haar liedjes niet dicht met voorgekookt gevoel en dat maakte haar werk goed. Of, kun je ook zeggen, zo slecht dat het weer goed werd.

Dat besef danken we aan nichten als Gerard ('met Goed Wonen heb ik niks te maken') Reve en hun gevoel voor camp. Maar ook dat gevoel is niet meer wat het geweest is en het zou me verbazen als er nog een nicht belangstelling heeft voor kavel 102.

Smartlap, het scheldwoord waar De Zangeres zich altijd tegen heeft verzet, is geen scheldwoord meer. In Utrecht wordt dit weekeinde een smartlappenfestival gehouden. Behaaglijk stemt dat niet, want er zit veel te veel ironie in. De Zangeres, die zich liever van de deftiger term levensliederen bediende, zal zich omdraaien in haar graf.

Haar werk vertolkte het levensbesef van poor white trash uit de jaren vijftig. De publieke omroepen vonden het te banaal om er aandacht aan te besteden, die waren voor Goed Wonen en de emancipatie van de arbeiders en de klassieke Matinee op de Vrije Zaterdag. Maar de piratenzenders waren er dol op. Een van die zenders was De Drentse Musketier uit Beilen, aan wiens activiteiten door de politie een eind werd gemaakt. De rechter verklaarde zijn hele installatie en al zijn platen verbeurd. De man was kapot, maar vroeg de rechter bij de uitspraak: 'Mag ik de plaat Mandolinen in Nicosia van de Zangeres zonder Naam wel terug hebben, want dat is mijn mooiste plaat.'

De Zangeres vertolkte de gevoelens van de klasse waar ze uit voortkwam. Ze was verstaanbaar en eenvoudig en bracht haar eigen Leidse lijdensgeschiedenis mee van een dronken vader en een mank been. Ze kreeg veel brieven van lotgenoten: 'Het overgrote deel van de briefschrijvers en briefschrijfsters vertrouwde mij al hun problemen toe. 't Was lang niet altijd gemakkelijk om die stapels post door te worstelen en ik heb bij het lezen menig traantje gelaten. Wat heerste er een ellende onder de mensen en wat hadden ze een vertrouwen in me dat ik iets kon doen.'

Die poor white trash bestaat bijna niet meer. Voor vitale volkskunst zijn we aangewezen op de poor Moroccan trash en dat is het drama van Nederland nu, dat die lui blijkbaar de fantasie en het talent niet hebben om een rol te spelen waarbij men een stenen hart moet hebben om niet bij hun artistieke uitingen in de lach te schieten. Want van de Zangeres, als geloofwaardige Moeder der Smarten, moeten we nu echt afscheid nemen als ik bij het pronkbed, dat als kavel 111 in de catalogus staat, hoor: 'Hier heb ze dus liggen snurken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.