De avonturen van Frank Heinen bij zijn held, jeugdregisseur Henk van der Linden

Henk van der Linden is recordhouder: zijn verfilming van Dik Trom draaide 28 jaar in de bioscoop. Fan Frank Heinen zocht hem op, gewoon om tegenover hem te kunnen zitten.

Henk van der Linden wordt onder vuur genomen door de auteur. Beeld RV - Maarten van Riel

De hele zomer van 1992 was ik Veldwachter Flipse. Middagen achtereen achtervolgde ik in die rol Dik Trom (mijn buurjongen, Reneetje) en liet ik me voortdurend door hem misleiden, ­zodat ik hard met mijn hoofd tegen zijn slaapkamermuur liep, of voorover ­tuimelde in een plantsoen vol rozebottelstruiken. Een ­andere keer was ik een boef (Bram of Lam) en mijn buurjongen een stripfiguur (Sjors of Sjimmie).

 Rex Film uit Schinnen

Ik was 6 jaar. Als het regende, keken we naar films van productiehuis Rex Film uit Schinnen, films in zwart-wit of in gelig uitslaande kleuren. Films die altijd leken te eindigen met een achtervolging in een pakhuis vol lege kartonnen dozen. Films waarin onbewapende criminelen het ­aflegden tegen een overmacht aan vechtgrage jongens en meisjes, die hen – bij wijze van maatschappelijke genoegdoening – in hun kuit beten of een vork in hun achterste dreven.

Soms, als ik heel hard langs de gracht fiets en om de dagjesmensen slalom, hoor ik nog het muziekje dat onder die scènes gemonteerd was. Ik heb het laatst nog eens opgezocht. Aintree Gallop, heet het.

Nog altijd is de Limburgse filmregisseur Henk van der Linden wereldrecordhouder. Geen enkele film, waar ook ter wereld, draaide ooit langer in de bioscopen dan De nieuwe avonturen van Dik Trom.

Henk van der Linden in zijn archief. Beeld RV - Maarten van Riel

‘28 jaar. Onafgebroken. Dat weet u toch?’

Zeven jaar na ons eerste contact zitten we tegenover elkaar, de regisseur wiens films ik vaker heb gezien dan welke film dan ook. Van 1944 tot 1985 was hij een van de productiefste filmmakers van Nederland. Elk jaar een film.

‘Soms twee, of drie.’

Avonturenverhalen over Sjors en Sjimmie, Dik Trom, Pietje Bell, Robin Hood en Robinson Crusoe, met titels als Richard knapt het op, Vier rakkers en een oude jeep en De man met het zwarte masker. Van der Linden was regisseur, ­scenarist, cameraman en acteur. Zijn echtgenote deed de casting en de grime, zijn vader de decors en zijn kinderen speelden mee.

Digitaliseren

Enige tijd geleden is filmmuseum EYE in Amsterdam ­begonnen zijn films te digitaliseren en online te zetten. Van der Linden is er verheugd over, hij was opgetogen toen hij zag hoe mooi ze waren geworden. Zelf filmt hij sinds 1985 niet meer; met zijn bioscoopfilms viel steeds minder te verdienen. De concurrentie met de videotheek was voor Rex Film niet langer vol te houden. Toen ging hij maar met pensioen. 60 was hij toen.

Tegenwoordig woont hij in Tüddern, net over de grens, bij Sittard. Vanaf 1949 was Tüddern Nederlands grondgebied, maar na Duitse herstelbetalingen werd de gemeente in 1963 weer Duits. Bakstenen huizen met gesloten gordijnen. Doodse stilte. Ook bij het afgesproken adres lijkt niemand thuis. Geen auto op de oprit, de rolluiken tot halverwege gesloten. Rex Film staat er op de brievenbus.

Henk van der Linden is er, nog altijd. Over een paar weken wordt hij 93.

Hub Odekerken, Tom Jansen en Robbie Vroomen in "Dik Trom weet raad" Beeld RV - Rex Films

Ontmoetingen met mensen die je al heel lang eens hebt willen ontmoeten, verlopen altijd anders dan in je fantasie. Remco Campert verstond tot twee keer toe niet wat ik hem toefluisterde bij een signeersessie (‘Bedankt voor alles’, een subtiele verwijzing naar wat Campert zelf schijnt te hebben gezegd toen hij ooit oog in oog stond met ­Charlie Parker), en toen ik in een café eens aan acteur Jan Decleir verklaarde fan te zijn, sloeg ik hem in één moeite door een glas rode wijn uit de hand. Alles zat onder.

Filmposters

Henk van der Linden leidt de fotograaf en mij door de hal. Rechts, in het trapgat richting wat de kelder moet zijn, hangen ze, de filmposters, ingelijst naast en boven elkaar. Billie Turf contra Kwel. Robin Hood en zijn schelmen. Sjors en Sjimmie en het Zwaard van Krijn.

De eerste zinnen van die film kan ik nog zo ophoesten:

‘Schiermeeuwenoog… De parel van de Noordzee. Een eiland met brede stranden, dichte bossen, knusse huisjes en rustige dorpjes...’

Ik denk niet dat er een film bestaat die ik vaker heb gezien. Voorzichtige schatting: tachtig keer. De film vertelt het verhaal van Sjors en Dikkie (die de voornamelijk afwezige Sjimmie vervangt en wordt gespeeld door dezelfde jongen die Dik Trom speelt in Van der Lindens laatste Trom-film), die moeten zien te voorkomen dat de louche zakenman Notelaar (geholpen door de onnozele broers Bram en Lam) het Zwaard van Krijn in handen krijgt. ­Immers, wie dat Zwaard bezit, zal koning van Schier­meeuwenoog worden.

‘Koffie?’ In de woonkamer staan bordjes met stukken vlaai klaar. Appel-kruimel.

Als we ons hebben geïnstalleerd, vraagt hij: ‘Wat is ­precies de bedoeling?’

Frits van Wenkop, Cor van der Linden en Clair Leistra in "Twee jongens en een oude auto" Beeld RV - Rex Films

Een flinter van mijn jeugd

Ik vertel wat je in dat soort gevallen vertelt. Over achtergrondartikelen, cultuur en geschiedenis en dat EYE nu is begonnen met… Het eerlijke antwoord is: dit, gewoon tegenover hem zitten, met die ingelijste posters in de hal en naar hem luisteren en dan af en toe denken: dit is de maker van Lieverdjes uit Amsterdam, van Dik Trom knapt ’t op en van al die andere films die bij ons thuis als VHS naast elkaar onder de tv stonden. In wezen is dit gesprek weinig anders dan een poging om 25 jaar later een flinter van mijn jeugd te reconstrueren.

Het meeste wat Van der Linden mij de komende twee uur gaat vertellen, weet ik al; ik heb me voorbereid op dit gesprek. 25 jaar, ongeveer. Ik weet van zijn jeugd in Hoensbroek, als zoon van de uitbater van een bioscoop, van de reisbioscoop waarmee hij in de jaren veertig alle parochiezalen en dorpshuizen van Limburg bezocht om er voorstellingen te geven, van het gebrek aan geschikt materiaal voor kinderen, die het moesten doen met educatieve documentaires over het wel en wee van de staalindustrie of de coloradokever, van het idee om dan zelf maar eens een film te maken en hoe het publiek direct de tent afbrak, van het keiharde werk, van het gebrek aan waardering van de filmkritiek, ik weet van de acteurs op wie hij steeds opnieuw terugviel (en die ik in momenten van verveling al talloze malen heb gegoogeld) en de filmlocaties die Texas of onbewoonde eilanden moesten voorstellen, maar in werkelijkheid zelden verder dan twintig kilometer waren verwijderd van zijn huis in Thull (vlak bij Schinnen). De zandgroeve bij de Brunssummerheide kon prima doorgaan voor een woestijn, en de vliegtuigcrash uit Robinson ­Crusoe filmde hij in zijn eigen vijver.

Een enkele keer begeleid ik zijn verhalen met een kort knikken. Aanmoedigend bedoelde knikjes zijn het, zuurstof voor het vertellersvuur, maar Henk van der Linden raakt erdoor afgeleid.

‘Weet u dat? Heb ik dat al verteld? Dan moet u dat zeggen.’

Keurig huis

Hij woont alleen hier, in dit keurige huis. Zijn vrouw is twee jaar geleden overleden. Zoon Cor, goed voor 35 rollen in zijn vaders films, en dochter Jos, 24 rollen, wonen ver weg.

Henk van der Linden hield de dingen graag eenvoudig. Hij vormde een vast team om zich heen, waarvan de leden met alle soorten van genoegen elke zomer weer door bossen renden of zich in klaargezette waterbakken stortten. Veel van die vaste Van der Linden-acteurs zijn niet meer in leven. Hub Consten (34 rollen) stierf in 2002, Dirk Capel (21, waarvan vijf in één film) in 2010 en Jan Kruyk (16) vorig jaar.

Ine Heynen en Francisco Hundscheidt in "Sjors en Sjimmie en de Rebellen" Beeld RV - Rex Films

Met Jeu Consten (Pietje in Avonturen van Pietje Bell) die als kind én als volwassene in Rex-films meespeelde, onderhoudt de regisseur nog steeds contact. Zo om de maand komt de voormalige kindster op bezoek en als er ergens een film van Van der Linden wordt vertoond, gaat Consten erheen. Henk van der Linden zelf komt niet verder meer dan Roermond.

‘Wilt u nog koffie? Of liever een glaasje bier? Zonder alcohol voor de chauffeur.’

Hij vertelt verder, over zijn jeugd, over hoe zijn moeder achter de kassa van de Hoensbroekse bioscoop zat ‘toen hij aanklopte’, vlak voor de jeugdvoorstelling.

‘Ik moet de projector gehoord hebben’, mompelt hij.

Actie en slapstick

Van der Linden groeide op in de Emma-bioscoop in Hoensbroek, hij werd opgevoed met de films die de mijnwerkers graag wilden zien. Achter in de zaal bestudeerde hij Johnny Weissmuller als Tarzan, Douglas Fairbanks als Zorro en Laurel & Hardy als de Dikke en de Dunne. Die combinatie van actie en slapstick zou hij later als onmisbaar ingrediënt door de achtervolgingsscènes in zijn kinderfilms roeren.

Die films waren knallers, stuk voor stuk. Kinderen in de bioscopen sprongen op stoelen en gilden ‘Pas op! Achter je!’ naar het scherm. De critici waren verdeeld. Het woord ‘amateur’ viel nogal eens.

Jan Kruyk, Francisco Hundscheidt, Ine Heynen en Hub Consten in "Sjors en Sjimmie en de Rebellen" Beeld RV - Rex Films

Op de vraag of hij dat woord als beledigend heeft ervaren, schudt Henk van der Linden het hoofd. ‘Nee, niet ­beledigend.’ Korte pauze. ‘Krenkend, dat wel.’

De Volkskrant is hem meestal gunstig gezind geweest. ‘Er was een mooi stuk van Bertina, dat weet u, die kent u? Dat heb ik mooi gevonden. We kunnen straks wel even naar beneden, daar ligt het allemaal.’

Trap af, het verleden in. Een foto van Van der Linden als Robin Hood, een pistool in een holster, een oude projector.

Voice-overteksten

De kelder is een ondergrondse verdieping van drie ruimtes. Hier is Rex Film nooit helemaal gestopt. Aan de muur hangen talloze foto’s, op het bureau en in de kasten staan en liggen bordeauxrode mappen met knipsels, interviews en andere overblijfsels van een halve eeuw filmen. Een kaartje van de filmkeuring, een briefje van de directeur van Cinekid. En overal heeft Van der Linden zelf commentaar of toelichtingen bij getypt. Soms enkele woorden, soms hele verhalen, onder koppen als ‘Een voorval dat ik me nog goed herinner omdat het eigenlijk wel komisch was.’ Voice-overteksten, goedbeschouwd.

‘En dit bent u.’ Op het bureau ligt een kopietje. Een recensie van de film Trouwe kameraden: alles wat men in zo’n verhaal over boeven, jongens en een hond maar te berde kan brengen, komt in deze film aan z’n trek. Uit de Volkskrant van zaterdag 10 augustus 1957. Recensent: B.J. Bertina. Bob Bertina, die 34 jaar voor de Volkskrant over film schreef en zestien jaar geleden stierf.

Jan Kruyk, Tom Jansen, Richard Vroomen en Frank Keulen in "Billy Turf het dikste studentje ter wereld" Beeld RV - Rex Films

Van der Linden pakt een vuistdik boek op A4-formaat. Het is zijn autobiografie. Van een officiële uitgave is het nooit gekomen, hij heeft het in eigen beheer uitgebracht. We bladeren er kort samen doorheen.

The Crocksons

In een kast tegen de muur staan de videobanden en de dvd’s, uitgaven waarover Van der Linden niet tevreden is (er zijn zonder zijn medeweten soms hele stukken uit de films geknipt), maar die desalniettemin op internet 40 euro per stuk opbrengen. Ik herken Dik Trom en het ­circus uit 1960, de film waarin acrobatenduo The Crocksons een tamelijk spectaculaire stoelenact uitvoert. The Crocksons werden veel later pas echt beroemd, nadat ze hun naam hadden veranderd in Bassie & Adriaan.

Ondertussen zoekt Henk van der Linden op zijn reusachtige computerscherm naar fanmail. Nog regelmatig krijgt hij post van mensen als ik. Fans. Een enkeling komt op bezoek en blijft dan de hele dag tegenover hem zitten, tot geen van beiden nog iets te zeggen weet. Een ander, zoals de webmaster van de schitterende website over Van der Lindens oeuvre, dan weer niet.

‘Ik zou hem graag eens spreken, maar hij komt maar niet. Of die verlegen is, of dat er iets anders is…’

Liefhebbers 

Op internet klitten de liefhebbers van de Rex-films ­samen. In het gastenboek van de website, waarop ook Van der Linden zelf actief is, en ook op Facebook, waar de groep ‘Henk van der Linden is een bijzondere filmmaker, en dat is hij!’ een kleine achthonderd leden telt. Het zijn voornamelijk mannen en jongens die informatie uitwisselen over locaties en trivia, bijvoorbeeld dat Ine Heynen (een van de lieverdjes uit Lieverdjes uit Amsterdam) met zwarte schmink ook twee keer de rol van Sjimmie op zich nam. Heynen was een van de kindacteurs die de regionale zender L1 in 2002 voor de documentaireserie The Rex Files bijeenbracht. Destijds waren al die kinderen uit zwart-wit in kleur mensen van middelbare leeftijd geworden. Ik keek naar die interviews en herinnerde me plots hoe jaloers ik op hen was geweest.

Als kind was het mijn grootste wens om in een film te spelen. Meer specifiek: in een Rex-film. Ik wilde Sjors zijn, Pietje Bell of desnoods Billie Turf. In afwachting van mijn doorbraak maakte ik toneelstukjes, gebaseerd op kinderboeken en Rex-films. In die voorstellingen, die in mijn herinnering uren duurden en meestal op vrijdagmiddag tussen 15:00 en 15:15 in de klas werden opgevoerd, speelden achtervolgingen en slapstick een belangrijke rol. Behalve scenarist en regisseur bedeelde ik mezelf ook de hoofdrol toe, zelfs in mijn versie van Pippi Langkous, waarin Pippi in de eerste minuut van het verhaal spoorloos verdween en Tommy (i.c. ik) vervolgens uitgroeide tot de held van de zoektocht, met Annika als diens zemelende sidekick. Achteraf beschouwd was ik een Gooise pocket-Henk van der Linden van 7, wiens massaproductie echter al na een jaar instortte als gevolg van een artistiek conflict tijdens een repetitie in het speelkwartier.

Als de foto’s zijn gemaakt, passeren we in de gang een pistool uit een van de Rex-westerns, dat in een holster aan een spijker aan de muur hangt.

Fotograaf Maarten aarzelt. ‘Misschien zouden we…’

Even later staan we in de achtertuin van het huis in ­Tüddern. Ik met het holster om mijn middel, tegenover mij de man die veertig jaar onafgebroken films heeft gemaakt, zonder filmacademie en zonder grote budgetten, films die miljoenen mensen hebben gezien, magisch voor kinderen en nooit volledig serieus genomen door volwassenen – die man verbergt zich nu voor mij achter zijn ­eigen conifeer. Voor dit moment had mijn 7-jarige ik een arm afgestaan. Maarten roept: ‘Probeer hem maar te ­raken!’, en ik denk: een groot regisseur zou onder dit ­moment de opgewonden opeenvolging van klanken van Aintree Gallop monteren.

Beeld RV

 Gouden Kalf

Henk van der Linden won nimmer een Gouden Kalf. Ondanks veelvuldig lobbyen van onder meer scenarist Hans Heesen bij de verantwoordelijken van het Nederlands Filmfestival, schonk het festival tot nog toe nauwelijks aandacht aan een van de productiefste filmers uit de Nederlandse filmgeschiedenis. Misschien dit jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden