De astronomische dimensie van de poëzie

Allang volwassen en lang niet preuts, maar blozen gaat vanzelf, als een fris meisje in doorschijnend Grieks gewaad, zo dichtbij dat haar adem je wang streelt, je vraagt je ranke halsje te strekken, je blonde haartjes te spreiden of zich verlekkert in je tepeltjes....

Poëzie maakt ongemakkelijk op Poetry International, het jaarlijkse poëziefestival in Rotterdam. Tussen het pauzepubliek mengen zich schaarsbedekte meisjes, en jonge blote jongens, slechts een lendendoekje slordig om de heupen gedrapeerd, lonkend, loerend, op zoek naar een slachtoffer dat ze scrabeuze puntdichten kunnen influisteren, kusgedichten en erotische verzen uit de oudheid - 'het theater is geen plaats voor de zedelijke orde', sprak Ovidius al.

De Poetry Peepshow is een van de aardigheidjes die het programma van het festival omlijsten, net als de videobeelden van bezoekers die uit het hoofd gedichten voordragen, de diavoorstelling met beelden uit eerdere afleveringen (met onder meer dichters in voetbalkostuum, want ook eerder al viel Poetry samen met kampioenschappen), het open podium met jong, zenuwachtig talent, de spoedcursus poëzielezen van vanavond, en woensdagavond de uitreiking van de C. Buddingh'-prijs voor debutanten (genomineerd zijn Ramsey Nasr, Victor Schiferli, André Verbart en Marjoleine de Vos) en de poetry slam!, een wedstrijd waarin dichters elkaar met woorden proberen te overtroeven.

Zaterdag, op de openingsavond spreken achttien (van de 45) dichters van het festival, nee,zestien, want de Ierse Nuala Ní Dhomhnaill en de in Londen wonende Irakees Saadi Youssef zijn blijven steken in Engeland waar de luchtverkeersleiders computerproblemen hebben - stand-ins lezen hun gedichten voor.

De achttien buigen zich over het huwelijk tussen hemel en hel, een thema dat dichters misschien wel van nature interesseert, want ze lagen al klaar, gedichten met titels als Ed Leeflangs 'De Hel', 'Des Duivels' (J.A. Deelder), 'Hel van het Ik' (van de Taiwanese dichteres Hsia Yü), of 'De Demon' (van de Griek Titos Patríkios). Biancamaria Frabotta, uit Italië, lukt het in één gedicht hemel en hel te verenigen: met haar nieuwe laarsjes 'die me rechtstreeks de hel in brengen bij God'.

Het mooiste beeld van de hemel, dat 'rijk waarin het van wezens wemelt', komt van de Zuid-Afrikaan Charl-Pierre Naudé, die als kind de hemel zag in de schuin openstaande 'rolluiken van de louvres waarin de vallei/ beneden ondersteboven in velden van verbeelding lag'.

De zaal is vol zaterdagavond, er zullen zo'n vijfhonderd bezoekers zijn; vijfhonderd, dat is de oplage van de gemiddelde dichtbundel, zegt presentator Marcel Möring, die zijn publiek voorrekent dat een succesvolle dichter misschien een gulden of 2500 verdient met een bundel. 'Tot zover de hel'. De hemel is dan deze volle zaal: poëzie vliegt de winkels niet uit, maar festivals worden goed bezocht.

Möring verwijst verschillende malen naar de voetbalwedstrijd Duitsland-Engeland, zoals vóór hem Tatjana Daan, directeur van Poetry, dat doet in haar openingstoespraak. Poëzie, zegt zij, is een spel. 'Maar geen spelletje zoals voetbal, waarin het om astronomische bedragen gaat. In poëzie gaat het om astronomische dimensies, om hemel en hel.'

En dat is misschien maar goed ook, want als het zaterdag een wedstrijd is, dan wint Nederland die niet. Ed Leeflang leest een fraai gedicht waarin de hel tot horen wordt gebracht, en 'De kreten van wie niet/ en nergens mochten rusten vervloeiden/ tot één luide ruis van zeer'. Maar Judith Herzberg brengt een vers dat het anecdotische niet overstijgt, direct in het Engels geschreven, met een gebroken Engels sprekende verteller, 'want', zegt Herzberg, 'mijn Engels is niet zo goed'. En Deelder - Deelder veroorzaakt plaatsvervangende schaamte, met zijn scheten latende Herr Hitler, die 'De wereld wel een poepie/ Heeft laten ruiken'.

Verrassend is de bijdrage van de Taiwanese Hsia Yü, een eigenzinnig meisje van 44, volkomen onverstaanbaar (maar de vertalingen worden op Poetry geprojecteerd, en zijn er ook te koop). Yü, die ook in het zondagmiddagprogramma leest, publiceert al haar werk in eigen beheer, en schrijft soms zelfs gedichten in zelf verzonnen karaktertekens. 'ik schrijf een chinees karakter op zijn handpalm zo ingewikkeld/ dat het hem verleidt en dan schrijf ik het ook nog fout/ veeg het weer uit en schrijf het opnieuw streep voor streep.'

En tussen alle dichters die meer of minder bedreven voordragen vanachter hun lessenaar, springt Lasana M. Sekou uit Sint Maarten eruit, die zijn (Engelse) gedicht stampend op de tribunes reciteert, die het publiek verleidt met gefluister en verschrikt met geschreeuw, en die ineens de Nederlandse vertaling begint voor te lezen, waarbij hij al snel vastloopt. 'What is that word?' Maar het poetry-publiek is niet gewend aan improvisaties. 'What's that word? What's that word?' Voordat het publiek te hulp schiet, is Sekou alweer een heel eind verder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden