recensie assepoester

De Assepoester van De Nationale Opera is een voorstelling die mikt op de klucht ★★★☆☆

De debuterende Daniele Rustioni, operachef van Lyon, heeft de zaken niet goed in de hand.

Assepoester (Isabel Leonard) verheugt zich op het huwelijk met haar prins Beeld Baus

December is voor operahuizen de maand van de hartverwarmende producties. Gewild zijn voorstellingen waarin de champagnekurk plopt, of verhalen die op milde wijze onrecht aankaarten. Ook sprookjes doen het goed. Neem La Cenerentola, oftewel Assepoester, de komische opera die Gioacchino Rossini in 1817 schreef.

Ook bij Rossini tobt Assepoester met secreten van stiefzussen die haar afbeulen en vernederen. Aan sommige details geeft de componist een draai. Zo heet Assepoester bij hem Angelina. Ze heeft geen boze stiefmoeder, maar een stiefvader met losse handjes. En de prins herkent haar niet aan haar glazen muiltje maar aan een armband. De afloop blijft hetzelfde: Assepoester trouwt haar prins, ze schenkt de stieffamilie vergeving, iedereen gelukkig en blij.

Of niet? Voor een diepere duiding had De Nationale Opera (DNO) een regisseur kunnen vragen die ging spitten in het thema gezinsterreur. Of die licht wierp op het assepoestercomplex, narigheid die zou wortelen in de onbewuste angst van vrouwen voor een zelfstandig leven. Maar alle begrip voor Laurent Pelly, het is nu eenmaal een familievoorstelling in de feestmaand.

De Franse regisseur en kostuumontwerper heeft in Amsterdam al eerder getoond dat hij uitblinkt in de koddige blik en het malle loopje. In zijn gereedschapskist zit zowel de commedia dell’arte als het theater van de lach. En in het geval van La Cenerentola ook kilometers roze, de kleur waarin Assepoester dagdroomt van een fijner leven.

Zij het, bij Pelly, vergeefs. In het slottafereel staat ze erbij zoals aan het begin: ruitjesschort, mop in de hand, emmer voor de voeten.  Verdampt zijn de roze kroonluchters en de roze koets, de pendule en de kandelabers die kwamen neerdalen uit de hemel. Assepoester vindt zichzelf terug in het sleetse interieur van een naargeestig gezin.

Het is het enige dwarse trekje in een voorstelling die mikt op de klucht. Voor grappige gebaren op grappige muziek moet je bij Rossini zijn. Een traktatie zijn de versieringen die hij als slingers confetti door de kelen strooit. Zijn andere specialiteit, een strak parlando, voert de avond naar een hoogtepunt. Het sextet dat zingt over een ‘verwarrende warboel’ ontaardt in een kluwen ritmisch rollende r’en.

Minder strak, helaas, verloopt de coördinatie tussen de orkestbak en het toneel. Die taak rust op de schouders van de Italiaan Daniele Rustioni, de operachef van Lyon die debuteert bij DNO. In het Nederlands Kamerorkest brengt hij een knap evenwicht aan tussen zangerigheid en ritmiek. Maar te vaak lopen het orkest en de zangers een milliseconde uit de pas. Weg is het effect van de volmaakt snorrende Rossiniklok.

Snelschrijver met vroegpensioen

Gioacchino Rossini componeerde zijn opera’s opmerkelijk snel. Maar hij was ook opmerkelijk jong uitgeschreven.

Het is een kras moment in de operahistorie: Gioacchino Rossini, de koning van de komische noot, gaat in 1829 met pensioen. Hij is pas 37, maar de 39 opera’s die hij in nog geen twintig jaar heeft gecomponeerd zijn hem niet in de koude kleren gaan zitten. Doe het maar na, La Cenerentola in drie weken schrijven (ook al springt een assistent hier en daar bij). In latere jaren zou Rossini, die kampte met lichamelijk en geestelijk malheur, geen opera meer afleveren. Wel bleef hij met tussenpozen componeren. In 1864 schreef hij zijn laatste meesterwerk, de Petite messe solenelle.

Toegegeven, aan zangers stelt de componist haast onmogelijke eisen. Hakkelen en rebbelen, zwieren en versieren: speel het maar klaar. Niemand in de cast vinkt alle hokjes af van de ideale Rossinizanger. In het schuifdecor verwaait ook nogal wat geluid naar de toneeltoren.

Mezzosopraan Isabel Leonard zingt Assepoester mooi maar timide, alsof de nederigheid zich in haar stembanden heeft genesteld. Ze past dus uitstekend bij Ramiro, de prins die van tenor Lawrence Brownlee een correcte, maar weinig pakkende vertolking krijgt. De opgeblazen stiefvader, Don Magnifico, profiteert van het komische talent van de bariton Nicola Alaimo.

Maar het leukst zijn de nare zusjes Tisbe en Clorinda. Ze worden gezongen door Polly Leech en Julietta Aleksanyan, talent dat is opgekweekt in De Nationale Opera Studio. Met bitse, verwaande koppen storten ze zich op meidendingen als benen scheren en nagels lakken. De stemmen: niks meer aan doen.

La cenerentola

Opera

★★★☆☆

Opera van Gioacchino Rossini door Laurent Pelly (regisseur), koor van De Nationale Opera en Nederlands Kamerorkest o.l.v. Daniele Rustioni. 

3/12, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Voorstellingen t/m 28/12.

Liefde op het eerste gezicht tussen Assepoester (Isabel Leonard) en haar prins (Lawrence Brownlee) Beeld Baus
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden