De Asielzoeker

NTGent is het nieuwe gezelschap van Nederlandse regisseur Johan Simons. Hun openingsvoorstelling is De Asielzoeker, een bewerking van Arnon Grunbergs roman. Wim Opbrouck, toneelbeest van honderd kilo met een nauwelijks te blussen energie, speelt daarin de magere Christian Beck. Opbrouck doet meer dan acteren: ‘Ik ben, geloof ik, een renaissancemens.’




De Asielzoeker door NTGent.
Van 21 oktober t/m 10 november in de Gentse Schouwburg, daarna tournee door Nederland en België (www.ntgent.be).

‘Ja, enne, Luc Perceval is heel boeiend, maar Johan Simons daarentegen. . . !’ Midden in zijn vergelijking van de twee theaterregisseurs verheft acteur Wim Opbrouck plotseling zijn stem. Het is een plaagstootje: Simons is net het café naast het stadstheater van Gent binnengewandeld.

Zulke geintjes kunnen ze wel hebben. Speler en regisseur zijn hier aan de Leie herenigd, na hun beider aandeel in De Leenane Trilogie (2001) over een gewelddadige boerengemeenschap. Simons lijfde Opbrouck dit keer in voor zijn bewerking van Arnon Grunbergs roman De Asielzoeker, waarin de acteur Christian Beck speelt, vertaler van gebruiksaanwijzingen en ontmaskeraar van illusies. Het stuk vormt de openingsvoorstelling van NTGent, het met veel ambities omgeven nieuwe gezelschap van Simons – de argwaan is er trouwens ook: de vraag of het Vlaams theater soms wordt verhollandst is al gesteld. Opbrouck: ‘Hoe bekrompen kun je zijn. Velen vinden het fantastisch dat Johan naar hier is gekomen.’

Om misverstanden voor te zijn: voor zowel Perceval als Simons heeft hij groot respect. ‘Zij kunnen acteurs op hun kunnen wijzen en dan zeggen: dat gaan we dus nu níet doen. En je neemt het nog aan ook.’

Het is, voorzichtig gesteld, niet erg voor de hand liggend in de massieve verschijning van de acteur (‘honderd kilo, het is nu eenmaal zo’) de magere Beck, type kantoorklerk, uit De Asielzoeker te zien. Tel daarbij op dat Opbrouck, net vertrokken bij Percevals Het Toneelhuis in Antwerpen, te boek staat als toneelbeest met een nauwelijks te blussen energie – ‘ha, met Fedja van Huêt in De Leenane Trilogie deelden we rake klappen uit, we spuugden elkaar in het begin echt in de bek’.

Simons vindt de keus niet zo verbazingwekkend. ‘Wat je ziet, is een explosieve acteur die een imploderende figuur speelt. Dat gaat heel bijzonder worden. Wim zal klein spelen. Een kachel die gloeit, dat is voldoende. Dat hoef je niet op te poken.’

Opbrouck maakte in Nederland indruk als acteur in Tom Lanoye's Shakespeare-marathon Ten Oorlog, waarin hij Richaar Deuzième en La Falstaff speelde (‘de revelatie’, juichten de kranten). Maar in Vlaanderen reikt zijn reputatie tot ver buiten de toneelvloer. Hij nam deel aan succesvolle satirische tv-series In de gloria en Het eiland voor de VRT, maakte zelf programma’s, ramt op toetsen (vooral accordeon) in het ‘turbo-balorkest’ De Dolfijntjes en tekent. ‘Ik ben, geloof ik, een renaissancemens.’

Hij heeft De Asielzoeker ‘met verwondering’ gelezen. Het is, zegt hij, naast een reeks andere thema’s waarin de moraal ‘op zijn kant’ wordt gezet, in de kern een existentieel liefdesdrama. Beck verzorgt zijn terminaal zieke geliefde met toewijding, ook al trouwt ze nog met een asielzoeker uit Algerije die vervolgens bij het paar intrekt. Het is ook Beck die een Oostblokhoertje met een schroevendraaier een oog uitsteekt.

‘Geweld is de grootste successtory uit de geschiedenis. Geweld is de enige manier om niet langer onzichtbaar te zijn.’

(Opbrouck als Christian Beck in De Asielzoeker)

‘Het is nog niet zo eenvoudig om met honderd kilo onzichtbaar te zijn. Maar volgens Beck is een zekere onzichtbaarheid een voorwaarde voor geluk. Hij heeft zich onttrokken aan de wereld. Hij vertaalt gebruiksaanwijzingen, hè. Toen ik het boek las, zag ik ook een kantoorklerk voor me. Magere man met brilletje. De keuze verraste me. Maar dat is het mooie van theater, en van het werken met Johan, dat je daar geen rekening mee hoeft te houden. Al moet ik de woestijn spelen, dan is het mij goed.

‘Ik moet stil werken. In het hele stuk probeer ik mijn stem niet te verheffen. Dat is voor mij, als volle speler, als roomboterspeler zoals Johan ooit zei, een hele stap. Ik probeer het al jaren, maar het lukt me niet. Ik moet mijn kracht kwijt. Honderd procent. En nu? Onbeweeglijk bijna. Ruimte voor denken.

‘Want dat is het stuk. Denken, denken, denken. Hoe lang hebben we met z’n allen niet aan tafel gezeten? Moet die zin daar? Wat betekent het? Laten we het boek er nog eens bij pakken. De woorden uitspreken ging al ver. Ik weet nog dat Fedja en ik in De Leenane Trilogie aan tafel al zaten te spelen. Het stuk speelde zichzelf. Dit stuk speelt zichzelf níet.

‘We hadden in het begin de neiging tot romantiseren. Je kunt leven met perverse hartstocht en daar beter niet schijnheilig in zijn. Dat idee. Grunberg zelf schreef een column in Humo, waarin hij op afstand wat dramaturgische toelichting gaf. Denk erom: ze doen elkaar wel wat aan, daar kwam de waarschuwing op neer. Hij had een punt. Nee, het was geen eye-opener, maar we hebben er wel even bij stilgestaan.’

‘Beck is een complexe man. Inconsequent in zijn denken. De zorg die hij aan haar besteedt. Zoals hij haar voet streelt. Haar zelfs uit het ziekenhuis haalt. Dat gaat heel ver. Maar ze leven al jaren zonder seks. Zij houdt van bruine mannen, hij gaat naar het bordeel en verdedigt dat ook nog tegenover haar. Het is het failliet van de liefde, maar ze blijven praten, op een heel intellectueel niveau. Ze blijven bij elkaar. Het is ook onvoorwaardelijke liefde. Het is geen cynisch stuk, hoewel het cynisme er soms vanaf spat. Maar het is heel moeilijk om niet cynisch te zijn. Ik denk dat er veel zuchten van herkenning gaan komen in de zaal.’

‘Het mangelt mij Messieurs aan zeggingskracht/Om te vertolken hoezeer in de wolken/Uw bede mij niet heeft gebracht. Uw roep/Als groep! - om mij, een doodgewone vent/Ovationeel op het voortoneel te halen/Voor - tja, voor wat? Een encore? Een Grande Finale? Weet: ik betreed de bühne sans rancune.‘

(Opbrouck als Richaar Deuzième in Ten Oorlog)

‘Het was mijn idee om daar bloot te gaan staan. De abdicatie, de onttroning. Hoe kun je dat mooier neerzetten dan zo. Ik ben geen uitvoerend acteur, nee. Als mij was gevráágd daar naakt te verschijnen was ik de volgende dag opgekomen in een pak met wel honderd lagen. Dat doe ik graag. Een tegenzet, en van daaruit vertrekken voor een tocht vol verrassingen. Ik ga graag mee in de droom van de regisseur, of de ploeg, zonder mezelf te verloochenen. Maar wel met volledig engagement.

‘Ik kan schaamteloos zijn, ja. Er zijn geen grenzen. Voor In de Gloria hadden we een scène over partnerruil. We improviseerden. Bij mij gingen alle remmen los. Vuilbekkerij, handtastelijkheden; you name it, alles. Man, man.

‘Na afloop zei de regisseur: Wim, dit gaan we niet uitzenden. Ik begrijp dat. Ik werk vaker op die manier. De methode aanbouwkeuken. Kot na kot na kot neerzetten. En dan alles wegsmijten, zodat een eenvoudige vorm overblijft. Maar ik kan alleen zo ver gaan als de voorwaarden er zijn. Onderling respect in de groep. Ik wil me veilig voelen in het huis, het huis moet je twijfels kunnen wegnemen. Je moet elkaar in de onderbroek kunnen kijken.

‘Pas op: ik ben geen ongecontroleerd speelbeest. Genuanceerd en muzikaal spelen, dat wil ik. Maar ik benoem de dingen niet graag. Als ik zeg: als ik moet huilen dan denk ik aan mijn kinderen en dan stel ik voor dat ze zijn verongelukt, dan verlamt mij dat. Ik weet ook niet altijd hoe het zit, hoe het komt. Het mysterie van het acteren moet soms maar gewoon in stand blijven.

‘In het normale leven ben ik juist snel gegeneerd. Ik ben al blij als ik niets hoef. Maar als je accordeon speelt, is het gevaar groot dat je snel wordt gevraagd voor bruiloften en partijen. Of, erger nog, het: Wim, zing eens iets! Zing eens iets! Dan gaat het niet. André Hazes lukte het ook niet, zo.

‘Acteren is mijn beroep. Thuis heb ik een diploma liggen. Maar daarnaast wil ik ook mijn ei kunnen leggen. De ene dag Shakespeare, de volgende dag voor de tv interviews met vrouwen op leeftijd over de liefde, en ’s avonds accordeon op een bierbak in het café. Disciplines vermengen. Jezelf voortdurend wakker schudden. Als het maar geloofwaardig blijft. Uiteindelijk komt het neer op een zoektocht naar schoonheid. Er schuilt een estheet in mij. Ik voel me toch meer kunstenaar dan acteur.

‘Natuurlijk is het gevaar: alweer die Opbrouck! Overal Opbrouck. Moet u niet kiezen, is vaak de vraag. U doet zo veel! Doet u het niet half, dan? Ik heb er wel eens wakker van gelegen, ja. Overexposure. Of, nog zo’n stempel: de vleesgeworden drempelverlaging. Als Opbrouck meedoet, dan wordt het leuk. Lachen. Gezelligheidsdier. Maar dan heb ik gedacht: en dan? En dan? Ik ben er trots op wat ik heb gemaakt. Ik ben nog altijd gulzig. De angst dat het stopt, is groter.

‘Praat me niet van drempelverlaging. De argwaan in Vlaanderen tegen cultuur groeit. Het kost maar geld, en er komt geen kat; dat is de opinie tegenwoordig. Het is onzin. Ik zie volle zalen. Natuurlijk, er is gepruts, er zijn mislukkingen. Maar besef dat het niet altijd lukt. Hou ruimte voor avontuur. Die domme vraag vaak: is dit nu kunst? Dat een acteur masturbeert op het podium moet hij zelf weten, maar ík hoef hem niet te betalen, zei laatst een Vlaams politicus. Van dat soort opmerkingen krijg ik stenen kloten.’

‘Ek heb verleden week nen eproep hedaan aan de moakers van televisie da ze ne keer moeten stoppen met de West-Vlaming t’ondertiteln. Ek zeh, ek gaan ne keer kieken nor mien cassette da’k doar ephezonden hem. En wa zien’k? De lelijkoards, ze’hn den hele boel ondertiteld! Terwijl ek dor stoa te zehhen dazze ’t juste nien moeten doen! Ze’hn mien doar skone belahhelik hemokt.’

(Opbrouck als Gerrit Callewaert uit Bavikhove, deelgemeente van Harelbeke, in In de Gloria)

‘Met die Callewaert wilde ik de kleine zielige mens neerzetten. Zo’n klagertje. Maar zo gaat dat met tv: ineens was ik voorvechter. Belangenbehartiger van West-Vlaanderen. Nou ja, die ondertiteling is wel het verst van mijn zorgen.

‘Ik woon in Bavikhove. Ik ken de stereotypen: West-Vlamingen, dat zijn harde werkers, Bourgondiërs en geld, geld, geld. Ik geloof er niet zo in. Toen ik klaar was met mijn opleiding aan Studio Herman Teirlinck in Antwerpen, wilde ik zo snel mogelijk terug. Er was weer een verlangen naar authenticiteit van mensen. Het viel eerlijk gezegd een beetje tegen. Ik denk dat ik zelf ook romantiseerde. Ik ben niet zo’n stadsmens, dat is het meer.

‘No pain, no gain. Eerst lijden, dan het genot. Dat heb ik wel. Ik vertrek vaak in depressie, en kom aan in euforie. Het is een trucje, natuurlijk. Zo van: het kan alleen maar beter worden. Afzien ook. Die lange voorstellingen, ik vond het heerlijk. Ik smijt me er graag in. Ten Oorlog, twaalf uur, De Leenane Trilogie, vijf, zes uur, Macbeth vier uur. Na afloop gebutst en gekraakt. Vaak moest ik op zondag vroeg weg. Dan reed ik tussen de wielertoeristen. Dan voelde ik me een van hen. Flandrien, ja. Toch wel.

‘In dit Texas van Vlaanderen is het niet zo vanzelfsprekend dat je kiest voor cultuur. Mijn vader was onderwijzer, mijn moeder verpleegkundige. Ik kan het beslissende moment aanwijzen. Ik was twaalf jaar en had me aangemeld om als figurant mee te lopen in een Fellini-stoet door Kortrijk. Het was een project van de groep Radijs rond acteur Josse de Pauw. Ik kwam de speelplaats op en zag de spelers bij elkaar aan tafel. Met van die hoeden op, gedraaide sigaretten, op blote voeten. Daar wil ik bij horen, dacht ik. Ik wil ook aan die tafel zitten. We moesten de Dikke Madam uit de stoet op een troon door de stad dragen. Het was vernederend. Ik dacht ook: dit nooit meer. Nooit meer figurant. Ik wil voortaan op die stoel.

‘Harelbeke, 1969, ja. Voilà, je hebt de waarheid nu. Ik heb wel eens gespeeld met mijn geboortejaar in interviews. Ik word vaak ouder geschat, de veertig voorbij. Dat is verschrikkelijk. Vernederend, eigenlijk. Vroeg rijp, vroeg rot. Ik ben er te ijdel voor. Zoals iedere acteur, denk ik. Ik wil mooi zijn. Dat is belangrijk. Elegantie, souplesse. Het is juist mijn grote schrik om met honderd kilo lomp te zijn.’



De Asielzoeker door NTGent.
Van 21 oktober t/m 10 november in de Gentse Schouwburg, daarna tournee door Nederland en België (www.ntgent.be).

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.