Recensie Filosofie

De artikelen in Wat gebeurde er in de 20e eeuw? zijn een fijne introductie tot het werk van de filosoof Peter Sloterdijk

Beeld Tzenko Stoyanov

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk is gul en uitbundig en barst van de verrassingen en grappen, waarmee hij zijn publiek soms tegen de haren instrijkt. In zijn schrijven vertaalt zich dat in grootse constructies en gewaagde neologismen. Wanneer dat ook nog in vuistdikke boeken gebeurt, beneemt dat veel lezers de adem. Tijdens het lopen van een marathon houd je het tempo van een flamboyante sprint moeilijk vol.

Het valt daarom toe te juichen dat met Wat gebeurde er in de 20e eeuw? nu een bundel artikelen van Sloterdijk is verschenen, op voortreffelijke wijze vertaald door Mark Wildschut. In de eerste plaats kun je zo als lezer na enkele tientallen pagina’s af en toe stoppen om de balans op te maken. In de tweede plaats biedt een aantal van de teksten een goede toegang tot de ideeën die Sloterdijk in zijn dikke turven uiteenzet. Zo bouwt het titelessay voort op de conclusies waarmee hij in Het kristalpaleis uit 2004 zijn filosofie van de globalisering afsloot.

Peter Sloterdijk: Wat gebeurde er in de 20e eeuw? 

Uit het Duits vertaald door Mark Wildschut. Boom; 236 pagina’s; € 24,90.

Maar het meest verrast was ik door enkele nieuwe thema’s die de Duitse denker aansnijdt. In ‘De permanente Renaissance’ krijgen we bijvoorbeeld een aansprekende visie op het ontstaan en het belang van Boccaccio’s Decamerone. Terwijl in Florence de pest tienduizenden slachtoffers eist, vertellen zeven jonge vrouwen en drie jonge mannen die de stad zijn ontvlucht, elkaar tien dagen lang verhalen. Sloterdijk maakt duidelijk dat de Decamerone veel meer is dan het licht scabreuze en erotische boek waarvoor het vaak doorgaat.

Hij zet de honderd verhalen vol levenslust en levenswil af tegen de honderd gezangen van Dantes Goddelijke komedie, die de weg naar de hemelse sferen wijzen. De pest had het symbolische web waarin het leven van christenmensen tot die tijd was ingesponnen, in stukken gescheurd. Hoe kon men in een goede God blijven geloven, hoe kon men zich teweerstellen tegen de onbegrepen ramp van de zwarte dood? De tien jonge mensen ontdekken een medicijn dat de Renaissance, die Sloterdijk kort schildert, zal kenmerken. Dat medicijn heet ‘vertellen’, om preciezer te zijn: ‘verhalen vertellen, novellare’. Natuurlijk kan Sloterdijk het niet laten om dit als de ontdekking van ‘mentale immuunsystemen’ te omschrijven en te verkondigen dat op de heuvel buiten Florence een nieuw maar ook oeroud ‘mensenrecht’ wordt geformuleerd, ‘het recht op verhalen’. Maar misschien zijn deze uitdrukkingen niet eens zo overdreven voor wie ziet hoe in de Renaissance een nieuwe aardse vitaliteit bezit neemt van Europa.

In een ander verrassend essay, over Odysseus, ontpopt Sloterdijk zich als gedegen kenner van de Odyssee. De diverse benamingen die Homerus aan zijn held geeft – de bewogen man, de herkende dulder, de nooit-verlegene, de veel-overwegende leraar van de niet-onbeholpenheid – passeren uitgebreid de revue. Ze blijken stuk voor stuk vooruit te lopen op de kenmerken van de beroepsgroep van filosofen, die eeuwen later het Griekse toneel betreedt. En wat bedenkt Sloterdijk weer een heerlijk aanmatigende, naar Nietzsche verwijzende titel voor zijn tekst: ‘Over de geboorte van de filosofie uit de geest van de reisstress.’

Bij zo veel sprankelende vertoningen van eruditie vergeef je de Duitse filosoof dat hij in andere essays soms vooral kennis etaleert. Zijn tekst over ‘De rede van de list’ biedt bijvoorbeeld een soort overzicht van filosofische ideeën over ‘het indirecte’, waarvan je vermoedt dat het een voorstudie is voor een volgend boek.

Met het titelessay kan ik het ten slotte niet laten in discussie te gaan. Sloterdijk omschrijft daarin de laatste decennia van de vorige eeuw als een wondere wereld van consumptieve overvloed. De schaarste die de hele geschiedenis van de mensheid tot dan toe gekenmerkt zou hebben, zou zijn overwonnen. Alle grenzen uit het verleden zouden in een ‘feestelijke verspilling van energie’ zijn overschreden.

Met die diagnose ben ik het graag in hoofdlijnen eens, maar zelf heb ik betoogd dat ook onze overvloed door schaarste wordt beheerst. Juist de schaarste die we ervaren, dwingt ons eindeloos te blijven groeien. Het afkicken van de groei die bij het actuele ‘comfortsysteem’ past, lijkt mij daarom veel moeilijker dan Sloterdijk suggereert. Dat de 21ste eeuw met een nieuwe ‘droomduiding’ moet komen, ben ik met hem eens. Je moet je leven veranderen luidt met recht de titel van een van zijn eerdere boeken. 

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.