De argumentatie van Appiah is allerminst overtuigend

In het moderne leven speelt eer geen grote rol meer, constateert filosoof Kwame Anthony Appiah tot zijn spijt. Hij bepleit daarom een revolutie in het denken over ethiek.

null Beeld .
Beeld .

De inzet van De erecode - Hoe morele revoluties plaatsvinden van de Brits-Ghanese filosoof Kwame Anthony Appiah is hoog. De auteur viel in Nederland de nodige eer te beurt: hem werd gevraagd de Pierre Bayle Lezing te houden en hij ontving recentelijk de Spinozalens voor zijn stellingname in ethische debatten. Toch gaat De erecode slechts indirect over dit soort maatschappelijke erkenning. Appiah beoogt veel meer, een soort revolutie in het filosofische denken over ethiek.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

In de filosofische ethiek bestaat er een bijna algemene opvatting dat zoiets als 'eer' vooral tot het verleden behoort. In de traditionele samenlevingen die hiërarchisch georganiseerd waren, stond binnen specifieke gesloten groepen als de adel de eer centraal. Dat ging terug op de oude Grieken met hun heldenverhalen. De grote daden en de grote woorden van Achilles waren voor hen een model ter navolging. Eer verwierf je door uit te blinken in de wedijver met gelijken uit dezelfde stand.

Dat laatste is belangrijk. Een ridder zou zichzelf nooit met een boer of burger vergelijken als het om de eer ging, hij kon ook niet door iemand uit de lagere klassen in zijn eer worden aangetast. Eer en stand horen zo in een traditionele, op hiërarchische verschillen gebouwde samenleving bij elkaar. Dat verandert in een moderne maatschappij, waarin menselijke gelijkwaardigheid en gelijkheid voor de wet centraal staan. Volgens de gangbare opvatting maakt 'standspecifieke' eer hier plaats voor algemene menselijke waardigheid die in de Rechten van de Mens haar neerslag vindt. Daar komt nog iets bij. Eer leeft van de uiterlijkheid, ze wordt toegekend op grond van zichtbare verschillen of in het oog springende daden. Ook dat verandert in de moderniteit. In het klassieke werk Bronnen van het zelf heeft de Canadese filosoof Charles Taylor uitvoerig betoogd dat de eerethiek uit het verleden in de moderne tijd plaatsmaakt voor een verinnerlijking van de moraal en een nadruk op persoonlijke authenticiteit.

Non-fictie

Kwame Anthony Appiah

De erecode - Hoe morele revoluties plaatsvinden

Uit het Engels vertaald door Willem Visser. Boom; 264 pagina's; €22,50.

De hoge inzet van De erecode is om de eer weer een centrale plaats te geven in het moderne leven en denken. Die inzet wordt zelf nog verhoogd door de ondertitel Hoe morele revoluties plaatsvinden. Helaas wordt deze ondertitel niet waargemaakt. Appiah betoogt dat morele revoluties niet simpel via goede argumenten worden verwezenlijkt. Die argumenten moeten ook aanslaan, maatschappelijk in gewoontes worden verankerd. Dit lijkt mij een open deur. Er zullen weinig sociale wetenschappers zijn die menen dat morele argumenten voldoende zijn om een revolutie te bewerkstelligen.

De casussen die Appiah bespreekt - het in onbruik raken van het duel, de afschaffing van slavenhandel en slavernij, het einde van de voetbinding van Chinese vrouwen - laten inderdaad zien dat morele argumenten pas langzaam maatschappelijk indalen. Soms gebeurt dat zelfs helemaal niet, zoals de casus van de vooral tegen vrouwen gerichte eerwraak in Pakistan illustreert. Maar nogmaals, dit lijkt mij geen verrassend gegeven dat een aparte ondertitel en een uitvoerige behandeling verdient.

Hoe zit dat met de hoge inzet van de terugkeer van de eerethiek? Ook hier is de argumentatie van Appiah allerminst overtuigend. Bij de behandeling van de eerste drie casussen lijkt het of het begrip of soms zelfs alleen het woord 'eer' er met de haren wordt bijgesleept. De afschaffing van het duel heeft, zoals Norbert Elias in Het civilisatieproces uitvoerig bespreekt, meer met een veroordeling van binnenstatelijk geweld dan met het verdwijnen van eergebruiken onder de adel te maken. Die gingen in veel vormen gewoon door. En natuurlijk werd in de strijd tegen de slavernij soms de eer van Engeland ter sprake gebracht, maar zelfs de bespreking van Appiah kan niet verhullen dat de abolitionistische strijd nauwelijks door een eerethiek werd gedragen.

Wie met de auteur over zijn argumenten en gegevens in discussie wil gaan, krijgt het overigens niet gemakkelijk. Het notenapparaat van De erecode is slordig en onvolledig. Vaak lijken noten uit de tweede hand te stammen en niet door de auteur of vertaler te zijn gecontroleerd. Welke lezer kan nagaan of een voor mijn gevoel dubieuze verwijzing naar het Filosofisch Woordenboek van Voltaire klopt als die uit het 36ste deel van een uitgave van zijn verzameld werk uit 1784 stamt? Ik kon het in mijn Voltaire-tekst in elk geval niet terugvinden. Dat lukte mij na het nodige speurwerk wel met een citaat uit Over de democratie in Amerika van Tocqueville, al klopt ook hier de verwijzing niet. Het staat niet in het vierde maar in het derde deel van dit dikke boek. Weer krijg je hier de indruk dat Appiah deze tekst niet zelf onder ogen heeft gehad. Want deze zegt niet in de eerste plaats, zoals hij suggereert, dat de eer in democratische samenlevingen van gezicht verandert, maar gaat door met de stelling dat in een democratische samenleving 'die niet in kasten is opgedeeld' de eer zich zal beperken tot een klein aantal verschijnselen en voorschriften. Daar horen ongetwijfeld de Pierre Bayle Lezing en de Spinozalens bij. Maar wie hoog inzet kan veel verliezen. Voor De erecode lijken mij deze onderscheidingen te veel eer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden