DE ANTI-ROMANTICUS

Met het omstreden Macbeth is de Duitse regisseur Jürgen Gosch bezig aan zijn zoveelste comeback. Zijn acteurs brengt hij vaak tot fysiek uitputtende prestaties....

Ruim tien minuten duurt het applaus na Macbeth in het Berlijnse theater, telkens komen de acteurs terug. Ze buigen en buigen opnieuw, klappen op het laatst maar mee. Zoeken ze intussen met hun ogen naar de regisseur? Nee, want die is nergens te bekennen. De volgende dag wandelt Jürgen Gosch ontspannen, met zijn zoontje van vier, het café binnen waar we hebben afgesproken. Nee, de voorstelling heeft hij niet gezien. Duurde het applaus tien minuten? Hij lacht: ‘Geweldig.’

Jürgen Gosch (1943) is in Duitsland een gevierd regisseur. Hij werkt zo’n veertig jaar in het theater, en kan bogen op een carrière waarin hij werd geprezen en verguisd. Inmiddels is hij bezig aan zijn zoveelste comeback: twee van zijn regies, Macbeth en Drie Zusters, werden uitgenodigd op het prestigieuze Berlijnse Theater Treffen. Vooral Macbeth – in Nederland te zien op het Holland Festival – is omstreden: zeven mannen die zichzelf en elkaar te lijf gaan en overdadig besmeuren met bloed. Mannen die als kinderen oorlogje spelen. Met een angstaanjagende ernst. De protesten van het publiek tijdens de première in Düsseldorf haalden de internationale pers. Zelf is hij daar niet erg van onder de indruk. ‘Ach, dat wordt zo overdreven. Er liepen wat mensen weg, dat mag.’

Gosch groeide op in de voormalige DDR, hij werd er opgeleid als acteur, maar ging al snel regisseren. Zijn eerste regie, Leonce en Lena, werd er in de jaren zeventig verboden omdat de autoriteiten er een politiek protest in zagen. De tientallen dichtslaande deuren die Leonce en Lena insloten, werden geassocieerd met de Berlijnse muur. ‘Ik had dat totaal niet bedoeld, maar de ambtenaren waren destijds zo overgevoelig. Het publiek dacht toen ook in alles een politieke lading te ontdekken.’

Al snel kreeg hij aanbiedingen uit het Westen. In Keulen leverde hij begin jaren tachtig een aantal regies af waardoor hij ging behoren tot de Duitse theatertop. In 1988 werd hij zelfs binnengehaald als de nieuwe leider van de Berlijnse Schaubühne, waar hij na één mislukte regie weer verdween.

Dit seizoen leverde hij maar liefst zeven regies af. In Berlijn, Düsseldorf, Hamburg, Hannover en Zürich. Een eigenzinnig theatermaker die in zijn regies vaak kiest voor grote, heldere vormen. In decor en in spel. Altijd weer grijpt hij terug op de klassieken, Beckett, Shakespeare, Tsjechov, Molière. Trouw aan de tekst, zonder opgelegde verwijzingen naar de actualiteit. Een anti-romanticus, wars van sentiment, maar nooit cynisch. Steeds meer kiest hij voor het pure spelen. Onopgesmukt, onverhuld. Zijn acteurs brengt hij door een rigide speelstijl vaak tot fysiek uitputtende prestaties.

Of Macbeth ook hier geruchtmakend zal zijn, moeten we afwachten. Het zou voor Gosch niet de eerste keer zijn dat de Nederlandse toneelwereld over hem heen valt. Zijn eerste regie – hij regisseerde hier inmiddels vijf producties – Tristan en Isolde bij De Nederlandse Opera in 1987, kon rekenen op onbedaarlijk hoongelach. Vooral vanwege de lakens waarin de forse lijven van de zangers waren gehuld die, volgens deze krant, ‘tien jaar lang op een streng pannenkoekendieet moesten zijn geweest’. Dat Gosch die dracht koos omdat hij de lijven van de zangers gewoon mooi vond en die simpele kledij ze kwetsbaar maakte, werd niet gezien.

Voor Gerardjan Rijnders, toen artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, was die enscenering juist een reden Gosch te vragen voor een regie bij zijn gezelschap. ‘Ik vond het prachtig, glashelder. Hij probeerde de dikte van die zangers niet te verhullen.’ Het werd Gyges en zijn ring van Friedrich Hebbel, met onder anderen Pierre Bokma en Catherine ten Bruggencate. Allebei zijn ze nog steeds verrukt over Gosch. Bokma: ‘Hij werkt heel gedetailleerd. Begeleidt de interpunctie van het spelen tot je een graad van perfectie bereikt. Hij geeft heel veel aandacht aan acteurs en je kunt zijn oordeel vertrouwen.’ Wat Ten Bruggencate zo bijzonder vindt, is zijn radicaliteit en het avontuur van zijn werkproces. ‘Hij geeft je geen zekerheid. Als je met hem mee durft te gaan, laat hij je niet in de steek en voel je je paradoxaal genoeg juist veilig in zijn handen.’

Waarin Gosch vooral is veranderd in de loop van de jaren is zijn intensieve samenwerking met acteurs. ‘Het enige wat ik wist toen we aan de repetities voor Macbeth begonnen, is hoe het decor eruit zag en dat ik het met deze zeven acteurs moest klaren. Ik ken het stuk even goed als zij en met elkaar banen we ons in twee maanden tijd een weg door de tekst.’ Hoe pakt hij dat aan? ‘Al spelend proberen we te achterhalen waarom de schrijver het zo heeft opgebouwd en opgeschreven. Een vast concept heb ik nooit. Als ik alles van tevoren zou weten, wat moet ik dan nog doen tijdens de repetities?’

Zijn voorstellingen genereren een opmerkelijk spelplezier, beweeglijk, fel. Hij lijkt zich nu vooral door de spelimpulsen van zijn acteurs te laten leiden. Dat geeft de klassieke stukken een ongewone frisheid en brutaliteit. ‘Vroeger was ik meer uit op verwerkelijking van mijn eigen ideeën. Nu vind ik het belangrijker dat de acteurs minstens evenveel inbreng hebben. Spelers moeten verantwoordelijkheid dragen, ze zijn meer dan manipuleerbaar regie-materiaal.’

Ten Bruggencate bevestigt die verandering. ‘In Tartuffe, twee jaar geleden bij het Nationale Toneel, had ik twaalf jaar niet met hem gewerkt. Ik vond hem vitaler dan iedereen met wie ik in die tussenliggende jaren te maken had gehad. Hij begon ogenschijnlijk zonder visie te werken en stimuleerde de acteurs alle kanten van het stuk te onderzoeken. Hij houdt ervan als je veel op het spel zet. En hij maakt dankbaar gebruik van je vondsten. Al kan zijn vasthoudendheid soms tergend zijn.’

Rijnders: ‘Hij lijkt bescheiden, maar hij weet wel precies wat hij wil. In Ivanov (1995) moesten er echte Russische schoenen komen. Hij legde de repetitie gewoon stil tot die er waren. Alles hield hij onder controle. Hij vraagt het uiterste van zijn acteurs, maar de meeste zijn dol op hem. Hoe moeilijk hij het ze ook maakte.’ In Bakchanten in 2001 bij Toneelgroep Amsterdam droegen ze grote, zware maskers, in Macbeth glijden ze nu in hun blootje over een spiegelgladde, natte vloer. Gosch: ‘Die gladde vloer geeft onzekerheid, ik vind het mooi om te zien hoe ze daarmee omgaan.’

Rijnders: ‘Acteurs dwepen met hem zolang hij precies weet wat hij wil. In Bakchanten wist hij niet goed wat hij aan moest met het koor. Hij had daar oorspronkelijk ook mannen voor moeten kiezen, maar die waren niet voorhanden. De jonge actrices die er nu in stonden waren erg ongelukkig. Ze kregen niet genoeg aandacht, voelden zich genegeerd en bleven maar doormodderen. Twee stapten eruit, de rest heeft er geweldig onder geleden. Ze praten er nóg over. Ik wist dat en heb er op een gegeven moment bij gezeten met een bandrecorder, daaruit is Blöd ontstaan, een lunchvoorstelling die zich in de kleedkamer afspeelt.’

Gosch weet niets van Blöd. Als hij het hoort moet hij besmuikt lachen en geeft toe dat hij het destijds moeilijk had met die jonge actrices. Het gaat natuurlijk niet altijd goed. Bij Tartuffe stuurde hij Carol van Herwijnen uiteindelijk weg. ‘De samenwerking was moeilijk, hij had veel problemen met mijn werkwijze. Dat kan gebeuren en meestal vinden we dan wel een modus. Maar na een repetitie heeft hij Catherine ten Bruggencate geslagen. Dat kon echt niet. Toen heb ik hem vervangen.’

Een man van paradoxen. Een regisseur die zich erover verwondert dat mensen nog steeds naar het theater blijven gaan. Zelf houdt hij het er meestal niet uit. ‘Het zien van slechte dingen maakt me ziek, omdat theater toch mijn leven is.’ Was hij er daarom niet bij, in Berlijn? Hij glimlacht. ‘Ik lijd onder geen enkele opvoering meer dan onder mijn eigen voorstellingen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden